De piste in... Mont Ventoux
De Mont Ventoux... iedereen kent hem, iedere wielerliefhebber wil er wel eens naar boven. Geert Lammens beklom de Kale Berg viermaal op één dag en haalde zo het brevet van 'Galérien du Ventoux'.
| 'De mysterieuze berg die door het Ventourist/Ventousiast-evenement van Sporta nog meer naambekendheid verwierf wilde ik ook wel eens van dichtbij zien... ' |
'De
Reus van de Provence' ligt in de
Vaucluse in het zuiden van
Frankrijk en steekt ver boven het landschap uit. Elk jaar trekken duizenden wielertoeristen naar '
De Kale Berg'. Velen beklommen hem één of meerdere keren. Soms op dezelfde dag, soms niet. Maar wat uiteindelijk telt is dat je kan zeggen: "Ik heb de
Ventoux beklommen!"
Toch zijn er nog heel wat wielerfanaten die ervan dromen om voor de eerste keer de berg te voelen en te ontdekken of het wel waar is wat ze erover vertellen. Ik was één van hen. De mysterieuze berg die door het Ventourist/Ventousiast-evenement van
Sporta nog meer naambekendheid verwierf wilde ik ook wel eens van dichtbij zien...
In de zomer van 2008 was het zover. Naar jaarlijkse traditie plande ik een fietsvakantie van twee à drie weken om mijn verlof in te vullen. In 2007 fietste ik naar
Madrid en het jaar daarvoor naar
Rome. Dit jaar zou
Venetië de droombestemming zijn. Een rechtstreekse tocht naar de Italiaanse carnavalstad zou echter te vlug voorbij zijn. Daarom plande ik een ommetje via de Mont Ventoux. Op vijf dagen tijd snelde ik van thuis naar
Malaucène. Goed voor 1083 km. Daarna zette ik mijn reis verder via de
Côte d'Azur naar Venetië.
In 2003 behaalde m'n broer op de Ventoux het brevet 'Cinglé'. Van hem wist ik dat er een club bestaat die meervoudige Ventoux-beklimmers beloont met een brevet. Je moet je daarvoor aanmelden op
www.clubcinglesventoux.org en 15 euro betalen. Dan stuurt
Christian Pic, die de club in 1988 oprichtte, een controlekaart waarop je de tussentijden moet noteren en een paar stempels moet laten zetten. Zonder er al te veel bij stil te staan koos ik bovendien ook voor de optie 'Galérien'. Een 'Cinglé' heeft de Ventoux drie keer overwonnen op dezelfde dag, telkens van een andere zijde (Malaucène,
Bédoin,
Sault). Een 'Galérien' voegt daar nog een extra vierde beklimming aan toe. En dat via een 'Route Forestière', de zogenaamde '
Route des Cèdres'. Die begint ook via de normale weg aan het fonteintje in Bédoin maar slaat na acht km linksaf, een grindpaadje op.
LE BLUEBERRYIk logeerde in Malaucène in hotel
Le Blueberry. Het was dus logisch dat het mijn startplaats zou worden. Ik had vooraf goed uitgerekend hoeveel tijd ik voor de hele onderneming moest incalculeren. Ik zette mijn hersens in werking. Een gewone wielertoerist durft er al eens twee uur en iets meer over doen, ik moest het huzarenstukje klaren met een trekfiets van 15 kg en zou ook de vorige beklimmingen gaandeweg gaan voelen... Ik kwam uit op tweeënhalfuur per klim en een half uur per afdaling. Alles samen dus goed voor 12 uur 'fietsplezier', aangevuld met een uurtje pauzes om te eten, drinken, foto's te nemen, babbeltje... Ik zou dus 13 uur onderweg zijn.
| 'Om acht uur bereikte ik voor het eerst de top. Ik was er helemaal alleen. De eerste wielertoerist in een verlaten maanlandschap.' |
Op 18 juli was ik er klaar voor. Om 5u40 vertrok ik voor de eerste beklimming van 'De Reus'. Het was nog donker. Vanuit Malaucène is de Ventoux redelijk wisselvallig. Ter hoogte van
Chalet Liotard is er een kort recuperatiemoment, daarna gaat het weer steil bergop. Hoe dichter bij de top, hoe meer de wind gaat spelen. Iets voor 8 uur bereikte ik na 2u12 klimmen voor het eerste de top. Perfect op schema dus. Behalve een mobilhome die vertrekkensklaar stond, was ik er helemaal alleen. De eerste wielertoerist in een verlaten maanlandschap! Maar het was wel fris. Ik trok m'n lange trui en handschoenen aan en maakte dat ik weg was. In de lange maar prachtige afdaling naar Bédoin kwam ik nu wel meer renners tegen. Sommigen hadden het schijnbaar moeilijk maar ik maakte me geen zorgen en was vastberaden. Mijn plan zou slagen!
TOURNANT DES ANGLAIS
In de fietsverhuurwinkel aan het fonteintje in Bédoin haalde ik de eerste stempel. Daarna trok ik onmiddelijk op pad voor de tweede beklimming: de 'Route Forestière'. Het was 8u40. Na zes km begint het echte klimwerk. Net voorbij
Sint-Estève moest ik afslaan naar de 'Route des Cèdres'. Ik was gewaarschuwd. Mijn fietsenmaker, ook een 'Galérien', had me vooraf gezegd dat deze weg echt niet te doen is: putten, stenen, keitjes, zand... Een marteling voor de fiets. Wie zich hier met een koersfiets waagt, vergeet toch best zijn wandelschoenen niet.
Op een bepaald moment kwam ik op een kruispunt terecht waar niet meteen duidelijk was welke richting ik uit moest. Doordat deze route moet uitkomen op de weg van de beklimming uit malaucène volgde ik maar de pijltjes naar Mont Serein, het skigebied van de Mont Ventoux. De laatste honderden meter bleken zo goed als plat te zijn en ik kwam uit op een ge-asfalteerde haarspeldbocht, de 'Tournant des Anglais', even voorbij Chalet Liotard. Vanaf hier volg je gewoon de Malaucène-beklimming. Na goed 25 km klimmen klokte ik boven af op 2u10. Er was nu heel wat meer bedrijvigheid dan bij m'n eerste passage en in het souvenirwinkeltje liet ik m'n tweede stempel plaatsen.
Ik vatte opnieuw de afdaling naar Bédoin aan. De toeristen bleven ondertussen maar toestromen waaronder heel wat Belgen. De Ventoux is echt wel een publiekstrekker. Beneden ging ik nog een stempeltje halen in de fietsverhuurwinkel van eerder op de dag en zette me op mijn gemak aan de fontein om te eten.
Om klokslag twaalf uur vertrok ik voor het derde luik van de helse onderneming: de 'gewone' klim uit Bédoin. Met in het achterhoofd dat dit wel eens de zwaarste van de drie zou kunnen worden. En dat bleek ook. Vooral de steile kilometers in het bos blijven duren. Aan
Chalet Reynard kan je even op adem komen maar de finale is toch nog vrij zwaar. Toch geeft de wetenschap dat je bijna boven bent vleugels. Na 2h25 was ik op de top. Ik begon het daar al wat te kennen. De kant van Bédoin vind ik inderdaad de steilste maar het asfalt bolt veel beter dan vanuit Malaucène. De klok tikte intussen verder naar halfdrie, ongeveer volgens schema dus.
| 'Tijdens de laatste beklimming was de wind stevig komen opzetten. De Col des Tempêtes deed zijn naam alle eer aan.' |
De klim uit Sault was bewust als laatste gekozen omdat het de minst zware is van allemaal. Maar de afdaling was geen pretje. Waar in de afzink naar Bédoin goed kon worden doorgevlamd op een perfect wegdek was het hier wel eventjes aanpassen. Maar goed, eenmaal in Sault haalde ik mijn stempel aan het Office du Tourisme en at nog iets. Om 15h40 vertrok ik voor de laatste beklimming van de dag. Ik had tot nog toe af en toe wel eens gebruikgemaakt van mijn triple maar hier was dat absoluut niet nodig. Toch was de wind stevig komen opzetten. De 'Col des Tempêtes' deed zijn naam alle eer aan. M'n vierde klim zat er na 26 km eindelijk op in een tijd van 2h10.
87 PER UUR
Eindelijk, het doel was bereikt. Ik trad binnen tot de orde van de 'Galériens du Ventoux'. Na nog een babbel met enkele Vlamingen, en dat waren er heel wat, restte me enkel nog de laatste afdaling naar Malaucène. Net voor halfweg kom je een stuk tegen dat welbekend is bij menig wielertoerist.: 'La Grande Déscente'. Een steil en lang recht stuk waar sommigen beweren 100 km/h te halen. Ik haalde er met m'n trekfiets een snelheid van 87. Die 100 zal voor een volgende keer zijn. Met de koersfiets.
In de planning had ik 13 uur gerekend. Tegen 18u40, exact 13 uur na mijn vertrek was ik terug in het hotel. Niet stikkapot maar wel voldaan. Ik checkte mijn computertje: 11u15 gereden, 182 km, 6000 hoogtemeter, een gemiddelde van 16,1 km/h. Ik ben blij dat ik tot de, op dat moment, 279 renners behoor die geregistreerd zijn als 'Galérien du Ventoux'. Ik kon naar Venetië!
Geert Lammens