Het is deze dagen buitengewoon warm. De thermometer tikt warden van 30 graden Celsius aan. Hoe pas je daar je drinkgewoonten tijdens de wielertraining op aan? Enkele weetjes en adviezen waar je hopelijk iets aan hebt.

 

-        Om optimaal te kunnen blijven presteren, moet je 60 tot 70 gram aan suiker per uur opnemen. Bij warm weer kies je het beste voor een licht hypotone dorstlesser. Iedere halve liter daarvan bevat ongeveer 30 gram suiker. Als het niet lukt om binnen een uur een liter drank op te nemen, kun je het beste kiezen voor een energiereep of -gel.

-        Voorkom maagproblemen en neem een dorstlesser die niet te zuur is. Voldoende elektrolyten (vooral het zout) hebben een gunstig effect. Ze zorgen dat het vocht goed opgenomen en vastgehouden wordt.

-        Bij extreme warmte drink je het beste ongeveer anderhalf keer zoveel als dat je aan zweet verliest (ongeveer één liter per uur). Neem bij voorkeur grote slokken per keer. Als je frequent kleinere slokjes neemt, wordt de maag minder goed geprikkeld. Daardoor verloopt de maagontlediging trager.

-        Hoe hoger de temperatuur, hoe meer je moet drinken. Het is wetenschappelijk aangetoond dat 2 procent vochtverlies leidt tot prestatievermindering.

-        De vochtbalans in je lichaam kun je controleren aan de hand van de kleur van je urine. Een heldere kleur betekent een goede vochtbalans. Donkere urine duidt op enige mate van uitdroging; drink wat extra.

-        Nog een manier om jezelf te controleren: weeg jezelf voor en na een training/ wedstrijd op de weegschaal. Als je te sterk in gewicht bent afgenomen, wijst dat op een te beperkte vochtinname.

-        Hoe lekker het misschien ook is om na een training in de extreme warmte een biertje te drinken, doe het niet. Het is zaak dat je je vochtbalans na de inspanning weer omhoog helpt. Alcohol heeft juist het omgekeerde effect. Wil je toch een biertje, neem dan eerst een recuperatiedrank.

roadbike1-1.jpg