In memoriam: Roger Decock (1927-2020)

Roger Decock is niet langer de oudste nog levende winnaar van de Ronde van Vlaanderen. De aimabele West-Vlaming overleed vandaag, op pinksterzondag, op 93-jarige leeftijd in zijn woning in Aarsele. We zullen hem en zijn verhalen missen.

31/05/2020 - Tekst: Frederik Backelandt // Foto's: Pinguin Productions, Ruth Wytinck, Frank Bahnmüller

Cockske is niet meer. Met het overlijden van Roger Decock hield ik al een poos rekening. Het laatste jaar had de gezondheid van Roger immers een flinke dreun gekregen. Toen ik 'm midden januari, na een jaar, terugzag tijdens Velofollies, moest ik even schrikken. Ik had in de praatbarak in hal vijf een uurtje 'koeten' (West-Vlaams voor babbelen, praten, nvdr.) met hem gereserveerd. Ik zag en voelde meteen dat dit niet meer het 'Cockske' van weleer was.

En toch hield hij zich kranig, zoals het een echte 'flandrien' betaamt. Zijn komst naar de beurs had aan een zijden draadje gehangen. Roger had pas een zware operatie aan de slokdarm achter de rug en was daar nog volop van aan het herstellen. En toch. Toch wou hij er op Velofollies ab-so-luut bij zijn. Hij kon al die mensen toch niet ontgoochelen? Zij wilden zijn verhalen horen, in dat sappige West-Vlaamse taaltje van 'm. “Awel, kgoa ne keer zeggen...”: het was de frase die Roger er met de regelmaat van de klok tussenwierp van zodra je 'm vroeg naar zijn demarrage op de Muur van Geraardsbergen in de Ronde van Vlaanderen van 1952 of naar zijn nipte eindwinst in Parijs-Nice in 1951.

Het praatuurtje op Velofollies werd geen uur maar anderhalf uur. Zoals steeds. Cockske was weer in zijn element. En toch. En toch zag je aan alles dat het wel eens één van zijn laatste publieke optredens zou worden.

Naast de Leuvense stoof

Roger Decock haalde – zoals dat dan heet – het maximum uit zijn wielercarrière. Decock was een sterke coureur maar was vooral ook sluw en slim en die laatste eigenschappen zouden hem geen windeieren leggen. Kort na de Tweede Wereldoorlog begon hij om den brode te koersen, fietste aanvankelijk in Franse loondienst (Alcyon, Bertin) maar reed daarna ook voor spraakmakende sponsors als Faema, Flandria en Dr. Mann. In de jaren vijftig werd hij een vaste waarde in het eendagswerk. In nagenoeg alle grote klassiekers behaalde hij dichte ereplaatsen maar kroon op dat eensdagswerk was hoe dan ook zijn overwinning in de Ronde van Vlaanderen 1952. Als een volleerd rasverteller wist hij nog tot kort voor zijn dood de finale van die bewuste Ronde in detail te schetsen. Hoe hij de aalvlugge Loretto Petrucci het laatste gat op de ontsnapte Briek Schotte liet dichtknallen, om daarna zelf op de Wetterse Jan Broeckaertlaan naar winst te sprinten, met een veel te kleine versnelling van 47x14. “50x14 durfde ik niet te nemen. Door de opkomende krampen dacht ik dat ik dat verzet niet meer rond te krijgen.” Minstens even legendarisch is Rogers geheime wapen van die dag. In een Ronde van Vlaanderen die onder helse weersomstandigheden werd gereden, was Cockske kort voor de start van de wedstrijd van kop tot teen ingewreven met de 'embrocatie' van de bevriende apotheker Cardoen. “Ik voelde niks van de kou. Het was alsof ik naast de Leuvense stoof aan het fietsen was”, vertelde Roger daarover.

In de bres voor Wim

Niet alleen in de eensdagswedstrijden stond Decock zijn mannetje, ook in het rondewerk kwam hij aardig voor de dag. In 1951 rijdt hij een heel regelmatige Parijs-Nice. De eindwinst wenkt. Net voor de slotrit naar Nice draagt Roger het geel en heeft hij in het klassement ruim vier minuten voorsprong op zijn eerste belager. De slotrit naar Nice over 228 km moet uitsluitsel brengen. In een explosief wedstrijdbegin wordt Decock in het defensief gedrukt en doet de Fransman Teisseire een gooi naar de eindzege. Roger kan zijn trui finaal met twaalf luttele seconden redden, met dank aan de hand- en spandiensten van Gino Bartali die, dixit Roger, “een vriend voor het leven” werd.

De gele trui van de Ronde van Frankrijk zou Decock nooit dragen, al reed hij twee sterke Touren. In 1951 bijvoorbeeld was Decock aardig op dreef en was hij kroongetuige van de beruchte val van Wim van Est. Toen de Nederlandse geletruidrager in de Pyreneeën vreesde dat zijn leidersplaats in gevaar kwam, nam Van Est risico's in de afdaling van de Col d'Aubisque. Gevolg: hij miste een bocht en werd over een muurtje gekatapulteerd, de dieperik in. Decock kneep de remmen dicht en alarmeerde de volgwagens over de val van de gele trui in het ravijn. Wim van Est had zijn trui dan wel verspeeld, hij leefde nog en werd door omstanders met aaneengeknoopte tubes naar boven gehesen. Met dank aan Roger die door zijn actie zijn eigen klassementsambities ook meteen overboord gooide. Van Est zou Decock eeuwig dankbaar blijven voor zijn werk van barmhartigheid. De rest van het verhaal kent u, een reclameslogan was geboren: “Wim van Est viel zeventig meter diep; z'n hart stond stil maar z'n Pontiac liep.”

Nog dit: in de Tour van 1951 tekende Decock nog voor een knalprestatie in de tijdit naar Genève. Tegen Hugo Koblet viel in die Tour niks te beginnen maar dat Decock tweede werd en zo kleppers als Magni, Ockers, Coppi, Bartali en Bobet achter zich wist te houden, zegt veel over zijn kwaliteiten als rouleur en hardrijder. En het zegt ook meteen in welk gouden tijdperk hij toen koerste.

Graag geziene gast

In 1961 stopte Roger Decock met koersen. Samen met zijn rots en echtgenote Ginette Delporte opende hij het café De Wildeman in Tielt. Ze zouden dat etablissement tot 1987 runnen. Intussen kroop het koersbloed waar het niet gaan kon: Roger zelf bleef halvelings in de koers als advisieur, ploegleider en organisator; schoonzoon Jackie Coene speldde begin jaren zeventig met succes een rugnummer op; en ook zoon Ronald en kleindochter Véronique kregen de smaak van het koersen te pakken.

De laatste twee decennia was Roger een graag geziene gast op wielerwedstrijden, in het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, in KOERS in Roeselare en op andere events zoals sportgala's en expo-ouvertures. Met dank aan een entourage aan vertrouwelingen die 'de laatste der flandriens' graag ter bestemming (en weer naar Aarsele) brachten. Roger draafde altijd en overal op, telkens zo fier als een gieter. In kostuum en met pertige tred. En steeds met een klad verhalen in de tank. En hoe vaak je ze ook al uit zijn mond had gehoord, die verhalen verveelden nooit. Je hing steevast aan Rogers – “Awel, kgoa ne keer zeggen...” – lippen. Er was geen ontsnappen aan. In 2017 brachten we met Grinta! hulde aan Cockske tijdens onze Flandrien Ride. Bij de passage van ons peloton in Tielt, voor de gevel van De Wildeman, stond een meet-and-greet met Roger op het programma. Roger – het waren pre-coronatijden – schudde gewillig handjes. Het was zijn lang leven.

Ooit zorgde hij eigenhandig voor een opstopping ter hoogte van onze Velofollies-stand omdat hij zich op een krukje aan onze balie had geposteerd met zijn biografie en honderduit aan het vertellen was over de koers van vroeger en nu. Onder de mensen zijn was wat hij het liefste deed. En bij 'm thuis was je al-tijd welkom. Terwijl hij dan koffie schonk en zijn relaas begon, was het enkel de hond Moestie die de rijke vertelsels van zijn baasje wist te verstoren. We gaan dat allemaal missen. Doe Briek, Fausto, Rik, Gino en Stan de groeten, Roger. Je had een schoon leven. Wij redden het hier uiteindelijk zonder jou want we hebben nog je verhalen.

De Fransman Jean Forestier, eerste in 1956, mag zich nu de oudste nog levende winnaar van de Ronde van Vlaanderen noemen.

Tags:

Gerelateerde artikels