"Madone-tijden Froome en Porte zijn verdacht"

Inspanningsfysioloog Filip Speybrouck trekt in de nieuwe Grinta! de recordtijden van Chris Froome en Richie Porte op de Col de la Madone in twijfel.

06/01/2016

Een opmerkelijke uitspraak tekenden we in de nieuwe editie van Grinta! op uit de mond van inspanningsfysioloog Filip Speybrouck. In de nieuwe Grinta! nemen we de beklimming van de Col de la Madone onder de loep. De Madone is een voor de wielerprofs heel bekende trainingsklim in Zuid-Frankrijk. De ultieme testklim voor Lance Armstrong: een helling die The Boss vertelde of hij al dan niet klaar was voor een nieuwe Tourzege. Wanneer onze redacteur de recordtijden die tweevoudig Tourwinnaar Chris Froome en zijn ex-ploegmaat Richie Porte realiseerden op de Madone voorlegt aan de West-Vlaamse inspanningsfysioloog Filip Speybrouck, fronst deze laatste de wenkbrauwen. Froome zou 36 seconden sneller geklommen hebben dan Lance Armstrong, Porte zou zelfs een dikke minuut beter hebben gedaan dan Armstrong. 

In 1999 zette Armstrong zijn snelste klimtijd neer op de Route du Col de la Madone. “Het was nochtans een normale trainingsdag, niks bijzonders. Mijn fiets was afgemonteerd met zware wielen, ik had een winterjack aan, onder mijn zadel bengelde een zadeltasje. En toch werd het een knaltijd. Het was zo'n dag waarop alle puzzelstukjes perfect samenvielen", zei Armstrong ooit over zijn recordtijd die 30'45” zou bedragen (soms lezen we 30'47”). “With a lot of watts”, voegde de Texaan er dan nog fijntjes aan toe. Tyler Hamilton gaf ooit te kennen dat hij zonder doping 36' klokte op de Madone. Full doped werd dat volgens Hamilton 32'32"

Dat Froome en Porte nog beter deden dan Armstrong kan er bij Speybrouck niet in. "Spectaculair scherpere tijden (dan die van Hamilton, nvdr.) werden enkel neergezet door gedopeerde klanten van dokter Ferrari”, zegt Filip Speybrouck. “Dat Froome en Porte de tijden van die mannen nog verbeteren, is al verdacht. Oké, het gaat om officieuze tijden en het is niet duidelijk waar start en aankomst precies liggen. Maar Froome heeft zelf gezegd dat hij een gemiddeld vermogen van 459 watt heeft getrapt. Dat is ronduit spectaculair. Met een gewicht van 68 kilo kom je dan aan 6,6 à 6,7 watt per kilo. Dat komt in de buurt van de befaamde waarden uit de tijd van Armstrong. Bij Porte, die in topconditie maar 60 kilo weegt, gaat het zelfs om 6,8 à 6,9 watt per kilo. Ik geloof niet dat een cleane renner zulke waarden kan halen.”

Speybrouck erkent dat hij de exacte waarden niet kent: niet het exacte vermogen, noch de exacte afstand en het exacte gewicht van de renners op het moment van hun prestatie. “Maar als je het gewicht van de fiets, de kledij en een drinkbus meerekent, kan je de waarden berekenen met een foutenmarge van hoogstens 2% procent. De klim heeft een stijgingspercentage van 6,72 en is 13,1 kilometer lang. Froome moet hoe dan ook minstens 6,5 watt per kilo hebben getrapt om dat binnen het half uur te doen. Voor een inspanning van 40 minuten tot een uur is 6 watt per kilo de bovengrens van het menselijke. Dan blijft 6,5 watt per kilo voor een inspanning van 30 minuten extreem hoog. Bernard Hinault haalde destijds maar 6,1 watt per kilo. En dat was toch geen prutser?”

Waarmee de discussie over de vermogens van Chris Froome andermaal oplaait... (RL/FRB/Foto: Augustus Farmer) 

Tags:

Gerelateerde artikels