De Witte Berg

Een blog van Steven Verniers.

29/07/2016 - Tekst: Steven Verniers

De kater van de Rode Duivels was amper doorgespoeld met een gele Cavendish, de rode sjaal werd in laatste instantie uit de koffer gehaald wegens uitgeschakeld en geen halve finale. Het is drie juli, tijd om af te reizen voor een fietsreis rond de Witte Berg, le Mont Blanc, Europa’s hoogste. De tocht start in La Clusaz en zal ons in zes fietsdagen doorheen Frankrijk, Zwitserland en Italië brengen. Zes dagen waarin mijn bondgenoot Steve en ikzelf enkel moeten denken aan fietsen, eten en slapen. En eens naar het thuisfront skypen. Acht Nederlanders doen hetzelfde zodat we gedurende deze week met zijn tienen op stap zijn. Twee daarvan zullen ons begeleiden en tegelijk instaan voor het bagagetransport. 

We komen aan op zondagavond. Het voorzichtig aftoetsen van welk vlees we in de kuip hebben kan onmiddellijk beginnen als we onze fietsen in de fietsenkelder stallen. De overige fietsen staan er reeds. Di2 hier, Ultegra daar, en een wat zwaarder retromodel. Canyon, Rose, Colnago en Merckx. Met mondjesmaat komen de sterke verhalen ook wel boven, later op de avond. We hebben Maarten en Sjoerd, rijdende wielerencyclopedieën op het vlak van cols. Johan en Marcel, notoire hardrijders geschoold in Utrecht. Roland, die elke heuvel uit het Nederlandse Zuid-Limburg als zijn broekzak kent, en Bert, een bescheiden grote motor op elk terrein zo mochten we ervaren. ‘Waarom vraag je niet om over te nemen, Bert?’. ‘Omdat ik het wel leuk vind zo.’. Zo eentje. De begeleiding is in handen van Geer en El, aimabele en toegewijde mensen die ons al eens eerder een week hebben begeleid in onze eigen Ronde van Lombardije. We zijn in goede handen.

p1020158.JPG

Slotetappe Tour de France 
Daar waar de Tour kwam in de laatste rit van betekenis, waar bepaald moest worden wie er met het geel om de schouders richting Arc de Triomphe kon fietsen. Dat is het decor voor onze eerste etappe over de Col de la Colombière en Col du Joux-Plane. Daar waar de eerste een eerder mild karakter heeft en met frisse benen geen probleem kan opleveren, duikt er bij de tweede een onverwacht probleem op. Col du Joux-Plane fermé. Gesloten? Begin juli?! Er blijkt een wegverzakking en  de tijd dringt want de Tour is reeds gestart. Fietsers ‘zouden’ echter wel doorkunnen. Er is weinig aarzeling, we zetten allen koers richting top van deze befaamde col, in mijn geheugen gegrift als de Landis-col. De eerste steile passages van onze trip. ‘Wat is hier leuk aan?’, roept Bert ons nog toe vooraleer hij er als een raket vandoor gaat. Hij beseft echter zelf nog op tijd dat de vraag geen steek houdt. Tuurlijk is dit leuk, het is onze gezamenlijk passie, de reden dat we hier zijn. Van elke meter nieuw asfalt gaan we genieten. Daar waar de Tour komt, ligt nieuw asfalt. De zwaarte van een col hangt dan weer samen met de intensiteit waarmee je hem oprijdt. De Joux-Plane valt best mee, we dalen af richting Morzine en even verderop ligt de eerste aankomst in Abondance. De onbekende Col du Corbier als toetje blijkt nog wat zwaarder dan voorzien zo op het einde van de eerste dag. Pasta is ons deel, een constante als je durft te vermelden dat je fietser bent.

veloviewer2.jpg

Grote honden 
Ik heb het niet zo gemunt op honden, laat staan grote… Ik had dus kunnen weten dat deze dag gevaarlijker kon zijn dan voorzien. Pas de Morgins is het opstapje naar Zwitserland maar wat daarna volgt is een mentale beproeving. De Col du Grand Saint Bernard is lange martelgang rechtdoor. Een soort halsreikend uitkijken naar het punt dat de auto’s de tunnel ingaan. Maar zelfs daarna, in alle rust, blijft het vervelend want na 40 km klimmen met amper een bocht volgen de steilste kilometers. Het onweer was die dag dreigend maar versnellen in een poging eerder te zijn zat er niet echt in. Echt regenen doet het niet, we houden ook de afdaling droog. Een constante tijdens deze fietsweek, tot groot jolijt van mezelf. Ik ben niet het type dat omhoog rijdt om af te dalen, eerder integendeel zelfs…

Gelukkig bracht de lange afdaling ons in Italië, waar de culinaire standaard hoger ligt. We worden goed verwend in Aosta en de bakken voorspelde regen vallen er pas uit tijdens de antipasta. Na de maaltijd kan er terug een terrasje af met geanimeerd gesprekken over koers, cyclo’s en doping. 

De Mortirolo van de Aosta vallei 
Derde fietsdag, drie dagen van huis, dan durft er al eens wat mannelijke vuilbekkerij in sluipen. Dat één van de fietsers zich daags voordien liet masseren was daar niet vreemd aan. Dat de dame in kwestie ons begroette met ‘Have fun in going up’ was ook niet echt bevorderlijk. Of we er echt plezier gingen in hebben was trouwens lang niet zeker, want na een rustige aanloop volgt al snel de Colle San Carlo. De Mortirolo van de Aosta vallei zo je wil. 10 km aan 10% (versus 12 km aan 10.7% voor de Passo di Foppa). Onze uitdaging is echter gelijkmatiger, geen passages richting 18%, en iets makkelijker tempo te vinden. Laag tempo, maar een tempo…

Gelukkig volgt er boven een Latte en is de Petit Saint Bernard die erop volgt wel een pareltje. In niks te vergelijken met zijn grote broer en door de vele prachtige uitzichten en milde percentages een plezier om op te rijden. Van de massa Bernardshonden op de top liggen er nu twee op de kinderkamers…

Bourg Saint Maurice brengt ons een coupe glace op een warm terras, een gele Greg en ’s avonds laat een pak enthousiaste Portugezen.

collage-cols.jpg

Dak van de Tour 
Een hete en dus ideale dag om naar het dak van onze Tour te rijden: de Iseran. Ware het niet de kunstgrepen op en rond de Bonette, de hoogste col van Frankrijk met zijn 2700 meter. We vertrekken iets vroeger om koeler te klimmen en rijden onder quasi perfect omstandigheden door Val d’Isere richting top van deze mastodont. Alweer een 45km klimmen al zijn er op deze helling wel een tweetal rustpunten waar het enkele kilometers vlak gaat. Lunch op de top in korte mouwen en een overweldigend uitzicht, dat is toch vrij uniek. We prijzen ons gelukkig. Pas de l’eau courant, donc pas de toilettes. Dat is minder nieuws.
Ook minder is dat je in de lange gestage afdaling vaak te maken krijgt met een soort Mistral of föhnwind die recht in het gezicht blaast, alsof hij wil zeggen dat je beter boven was gebleven. Het is beuken richting Maurienne vallei en de voet van de Télégraphe. Bovendien gaat het hier nog eens 12 km omhoog, weliswaar aan niet al te steile percentages. Aan de voet doen we ons overvloedig tegoed aan het kraantje met fris water. We noteren nog twee platte banden in de laatste kilometers naar Valloire en een overwinning van Frankrijk over de Duitsers. De Portugezen maakten gisteren meer lawaai dan de Fransen, enigszins bizar.

p1020285.JPG

Montvernier(s) 
Na een korte stijging om op temperatuur te komen (we moeten terug over die  Télégraphe) gaat het bergaf en moeten we door de vallei naar de voet van de Madeleine. Dit stuk, dat omgekeerd wordt aangedaan in de Marmotte, loopt heel lekker voor ons (waardoor het voor de Marmotte rijders toch een behoorlijke kluif moet zijn). Officieel gaat de route rechtstreeks naar de Madeleine, maar dat betekent dat we Lacets de Montvernier letterlijk rechts laten liggen. Dat gaat natuurlijk niet, we hebben deze rit een beetje aangepast langs Montvernier en over de Col de Chaussy. Voor de gelegenheid had ik ook stickers mee in de vorm van een ‘s’, om Montvernier om te dopen tot Montverniers. Mijn eigen berg in de Alpen, een pareltje nog wel, en meteen het begin en einde van mijn veroveringstocht in deze regio. Ik excuseer me voor het kleven van die ‘S’ bij de wijde bevolking maar het was een open deur, gezien mijn achternaam. Op simpel verzoek zak ik met groot plezier nogmaals af naar ginder om die vakkundig te verwijderen. De schoonheid van deze col zit echter niet enkel in dit stuk, ook het vervolg richting Chaussy is een heel mooi stuk. Na een taartje met cappuccino op de top, het is tenslotte verlof, dalen we met ons net verworven extra gewicht af over de smalle weggetjes richting Col de la Madeleine. Die bewijst waarom dit één van de kleppers is uit de Tour de France. Boven hebben ze hem ook één meter hoger gemaakt zodat hij nu netjes 2000 meter telt.  Een lange afdaling en het stukje vallei nadien brengt ons in geen tijd in Albertville, Olympische stad waar het snikheet is.

Annabel 
Iemand zei: ‘Dit is Annabel, ze moet nog naar het station’. En wij terug naar La Clusaz. Het is de laatste dag, we zijn ‘een beetje moe maar voldaan’. Er zijn vele wegen die ons in La Clusaz brengen maar we kiezen  niet voor de kortste. We gaan eerst over Col de l’Epine om vervolgens met een grote bocht naar de voet van de Col de la Forclaz te rijden. Zowaar geen makkelijke col, maar het uitzicht boven op het meer van Annecy is overweldigend. Je moet het wel nog merken natuurlijk. Toen we al even aan de koffie zaten, merkte één van de fietscollega’s plotseling ook –behoorlijk laattijdig- het meer op. Na de Forclaz duiken we onder de parapentes door richting Croix-Fry, laatste hindernis. Tien kilometer klimmen en dan afdalen tot de voordeur van het hotel. We stoppen een bluetooth speaker in de drinkbushouder en dansen omhoog. ‘Hij goat omhuuge, ’t es ‘t ziene weird.’. 

We hebben zes dagen rond de Mont Blanc getoerd, legden daarbij 700 kilometer af en overwonnen 15 cols groot en klein. De fiets is het enige vervoermiddel waarmee je dat kan en ondertussen toch ook de streek kan ruiken, proeven en voelen. In groep, waar ieder zijn eigen ding doet maar waar je toch samen op pad bent, dezelfde passie deelt. Waar het hoofd enkel bezig is met basisbehoeften als hoeveel je gegeten hebt, of dat genoeg was, of er nog water in de bidon zit. Hoe snel ga ik en hoe voelen de benen. Het gevoel van één week lang met niks anders bezig te zijn dan eten, fietsen en slapen. En dat zes keer. Dat is wat de fietsreis zo heerlijk ontspannend en fantastisch amusant maakt. Samen met het wonderlijke beeld van de bergen en de fysieke inspanning toch behoorlijk onovertrefbaar als je je hoofd wil leegmaken. Op naar volgend jaar. (SV)

Laatste artikels