Alles voor de Ronde

Lekker vroeg op, ontbijten in wielerplunje en dan fietsen met de kameraden. Onderweg pronostikeren en strategieën voorspellen. Maar vooral stelselmatig versnellen om op tijd thuis te zijn. Want vrouw en kind zijn de deur uit: ’t is De Ronde op TV. Zo is het altijd geweest en zo zou het altijd moeten zijn. Tenzij …

13/04/2019 - Tekst: Luc Verdoodt // Foto's: Luc Verdoodt

Een VIP-arrangement in De Ronde? Ik twijfel en gooi twee scenario’s in de balans: ‘ongestoord languit in de luie stoel’ versus ‘een tent vol gelegenheidssupporters die zich op de tonen van luide schlagermuziek te buiten gaan aan drank en kroketten’. Neen, De Ronde is me te dierbaar. Ik laat deze kelk aan mij voorbijgaan. Middels een vriendelijk geformuleerde verontschuldiging kan ik iemand anders gelukkig maken. Net voor ik mijn mailtje richting gulle schenker verstuur, valt mijn oog op een zin in de uitnodiging die me bij de eerste lezing was ontgaan: “Inclusief toegang tot de Teamzone + een meet & greet met de renners en de staff.” Sinds mijn vader me bijna een halve eeuw geleden voor het eerst meenam naar de koers, verlies ik in de nabijheid van coureurs nog altijd elke zin voor rede. Coureurs zijn goden. Zelfs de minder succesvolle exemplaren. Mijn antwoord is kort en duidelijk: “Graag!”

“Welkom bij Team Sunweb.” Gastvrouw Tyscha meet me twee knalgele polsbandjes aan. Eéntje geldt als toegangsbewijs voor de VIP-lounge, het andere is een vrijgeleide tot het walhalla. “Blij dat je vandaag bij ons bent.” Tyscha beseft niet half hoe blij ik ben.

De koers is (niet alleen) van ons

Op de Antwerpse Scheldekaaien staan de bussen, trailers en volgwagens per team opgesteld. Stewards en een omheining houden de handtekeningenjagers op afstand. Alleen wie very important is wordt toegelaten. Bedrijven allerhande kunnen hun zakenrelaties mits betaling verblijden met een bezoekje achter de schermen van ’s lands grootste wielerevenement. Ik hoor Iepers, Schots Engels en Canadees Frans. Een vader en zoon dragen veel te warme wollen mutsen om te tonen dat ze helemaal uit Zweden zijn gekomen. Neen, de koers is niet alleen van ons. Het merendeel van de aanwezigen scant eerst het terrein en stapt dan resoluut richting het kampement van Deceuninck – Quick-Step. Ook Bora – hansgrohe blijkt populair. Bij Cofidis zie je niemand die niet met de ploeg gelieerd is. Ik hoor applaus. Wout Van Aert rijdt met zijn ploegmaats richting Grote Markt om er de mensenzee te begroeten. Midden het plein staat Jay Robert Thomson, hij monstert het gebeuren en grijnst. Hij valt nauwelijks op. Ik herken hem niet, maar maak handig gebruik van de naamsticker op zijn frame. “Of ik altijd zo relaxed ben voor een grote wedstrijd? Best wel. Niemand verwacht dat ik hier vandaag win, dat helpt.” De knecht van Team Dimension Data schijnt te berusten in een anonieme wedstrijd. Bij eerdere deelnames kreeg hij telkens (DNF) achter zijn naam. Behalve die ene keer, in 2014 werd hij 99ste. Hij heeft De Ronde dus ooit uitgereden, weinig Afrikanen die daarmee kunnen pronken.

Jay Robert Thomson heeft voor de start tijd voor een praatje. Voor titelverdediger Niki Terpstra wacht de gele loper.

Verplicht nummer

Bij de bus van Team Sunweb begroet coach Marc Reef zijn gasten met een stevige handdruk. Hij vermoedt dat de twaalf volgelingen van begeleidster Tyscha wel met de renners op de foto willen: “Ik roep ze even voor jullie.” Eén na één verschijnen de atleten in de deuropening. Gedwee stellen ze zich op tussen hun fietsen en de dagjesmensen. Ik zie glunderende gezichten, althans bij de VIP’s. Op de keper beschouwd hoort dit soort verplichte nummertjes bij hun vak - coureurs werden ooit de sandwichmannen van de weg genoemd – maar ik voel bij mezelf toch vooral gêne opwellen. Dit tafereel klopt niet. Binnen minder dan een uur zullen deze krijgers met het mes tussen de tanden ten strijde trekken, ze hebben vast wat beters te doen dan te poseren voor amateurfotografen. Schaduwfavoriet Michael Matthews kwijt zich desalniettemin professioneel van zijn taak en wipt dan snel de bus weer in. Cees Bol, wegkapitein Roy Curvers en Mads Pedersen volgen meteen. Asbjorn Kragh Andersen zal net als zijn kopman debuteren in Vlaanderens Mooiste, maar vindt het buiten in het voorjaarszonnetje aangenamer dan in de beslotenheid van de blikken cocon. Hij heeft zelfs zin in een praatje. “De voorbije weken heb ik alle Vlaamse semi-klassiekers gereden. Nokere, De Panne, E3, … Heel bijzondere koersen zijn dat. Nergens gaat het er zo nerveus aan toe als hier. Je moet constant alert zijn. Een onoplettendheid betaal je per direct met tientallen plaatsen verlies. Of erger, met een crash. En Flanders is nog zoveel groter. So huge. Dat merk je al aan de drukte hier in de stad, onvoorstelbaar. Ik weet dat ik straks pijn zal lijden, maar het is ook een eer om erbij te zijn. Van koersen als deze droomde ik als kind. Hiervoor word je coureur.” Ik wens hem good luck. “Thanks, I’ll need it at the warzone.”

Nitwit

Fijn om vrij te kunnen keuvelen met een insider van een topteam: “Zorgt de hoge ambitie van de kopman voor meer motivatie, of brengt dat net extra stress met zich mee? Mag van Matthews eigenlijk wel verwacht worden dat hij straks zal meespelen tot in Oudenaarde?” Die laatste vraag lijkt te verrassen. “Tuurlijk! Michael kan de afstand aan, verteert de bergjes en is snel aan de finish. Hij heeft net twee ritten gewonnen in Catalunya.” Ik wil niet als een nitwit overkomen en probeer de scheve situatie recht te trekken: “Maar wat met die doodsmak in Paris – Nice, is die volledig verteerd?” Ik vergeet zowaar dat de Aussie in de Primavera al sterk uit de hoek kwam. “Maak je maar geen zorgen. Hij is helemaal hersteld. Michael staat er trouwens altijd snel na een tuimelperte. Vorig jaar viel hij zwaar in Het Nieuwsblad, hij kon daardoor geen Paris-Nice of Tirreno afwerken. Zonder competitie reed hij toch naar een zevende plaats in Sanremo en was hij erbij in de finales van de E3 en Wevelgem. Die fysieke en mentale veerkracht is eigen aan de echte toppers.” Kortom, het vertrouwen is groot. Bij de teamleader en de staf. Ik krijg zelfs het tactisch plannetje in avant première. “Bol, Curvers en Arndt beschermen Matthews. Ze staan hem zo lang mogelijk bij.” De drie Denen vormen een tweede unit, Asbjorg en Casper moeten Soren Kragh Andersen naar de finale loodsen zodat die Matthews diep in de wedstrijd nog van dienst kan zijn. “Iedereen kent zijn taak, straks weten we of we de juiste aanpak hebben gekozen.”

Voor Vlaanderen hadden de renners keuze uit velgrem of schijfrem, in Roubaix rijdt iedereen op schijven.

Millimeterwerk

Terwijl de strijdkrachten zich ondertussen op een catwalk door duizenden toeschouwers laten bejubelen – voor de wolven van Deceuninck – Quick-Step regisseren de presentatoren zelfs een IJslandse haka – doden de crewleden de tijd met tokkelen op de smartphone en doelloos lummelen. Stilte voor de storm. Hun werk is gedaan, voor even, tot de hel losbarst. De fietsen zijn klaar. De spanning van de bandjes is gedubbelcheckt, de musettes zijn gepakt. Op het stuur van Cees Bol kleeft een strookje tape met race notes, klungelig genoteerde cijfers en letters zijn de loodsen langs de markantste punten op het parcours. Nikias Arndt heeft zijn spiekbriefje met kalligrafische precisie samengesteld, netjes uitgeknipt en met fijne lapjes plakband vastgemaakt. “Typisch Nikias,” zegt de mecanicien die over de zeven geprepareerde Cervélos waakt: “alles tot in de puntjes verzorgd. Elke renner doet dat op zijn eigen manier. Ook wat betreft de remmen zijn ze vrij. Wie zijn fiets wat stijver wil, kiest voor schijfremmen. Wie gewicht belangrijker vindt, houdt het bij velgremmen. Maar in Roubaix zullen ze allemaal met schijven rijden. De bandbreedte bepalen we pas na de laatste verkenning. Hier rijdt iedereen op 28 mm (5,6 of 5,7 bar), volgende week gaan we mogelijks voor 30 mm of breder. Details maken het verschil op dit niveau. Als de renners merken dat er naar hun wensen wordt geluisterd, zorgt dat voor rust. Een voorbeeld: er zijn teams die standaard kits gebruiken, bij ons zorgt Craft voor kleren op maat. Elke renner wordt opgemeten. Willen ze de mouwtjes of pijpen wat korter of langer? Geen probleem. Gaan ze daardoor sneller fietsen? Onrechtstreeks wel.”

Het zijn net mensen

Voor de gladiatoren terugkeren van de ploegvoorstelling werp ik een blik in hun hoofdkwartier op wielen. Ieder heeft zijn hoekje. Overal smartphones aan de lader. De blitse hoofdtelefoon op de stoel helemaal vooraan dicht ik toe aan Bling Matthews. Ik zie zowel methodisch gevulde koffers als reistassen bedolven onder een rommelige stapel vrijetijdskleren. Zou er een correlatie bestaan tussen de netheid van de trollies en de aandacht die aan de race notes wordt besteed? De verzorger die zich bij het espressoapparaat nog een laatste kopje zet, bevestigt noch ontkent. Hij lacht: “Ach, ze hebben allemaal hun eigenaardigheden. Rituelen, spulletjes, … Het zijn net mensen.” Wielerprofs net mensen? Ik weet wel beter.

Oppergod tussen goden

Een busreis later tref ik tientallen uitgelaten mede-Vips die servetten zwaaiend meebrullen met Les lacs du Connemara. Middels een dubbele portie taart – een klassieker vergt veel suikers - en de kracht van verbeelding, transformeer ik de immense partytent tot mijn vertrouwde living. Hardnekkige tunnelvisie helpt me te zien dat Michael Matthews knap als zesde finisht, dat Alberto Bettiol een waardige winnaar is en dat Mathieu Van Der Poel de allerbeste wielrenner ter wereld is. Alle coureurs zijn goden, slechts één is oppergod.