Allride Afrika en Vlaamse gravel

Een graveltocht in kleine groepjes? Zeggen we niet neen tegen. Daarbij iets te weten komen over mountainbiken in Afrika? Klinkt in elk geval bijzonder (avontuurlijk). Tegelijk een nieuwe fietswinkel ontdekken, Velohuys genaamd? Snoepwinkels zijn altijd leuk, ook voor grote kinderen. En door die mannen bovendien op pad gestuurd worden met de nagelnieuwe Campagnolo Ekar groep. Oeganda is misschien veraf, ik ben er als de kippen bij om naar Sint-Lievens-Esse te trekken.

01/11/2020 - Tekst: Steven Verniers // Foto's: Thomas de Boever

Ontbijt met bubbels

Sint-Lievens-wat? Esse. Bij Herzele is dat. Al Jarreau geeft in de auto van katoen met “Don’t you worry ‘bout a thing”. De man heeft makkelijk praten, in die tijd was er geen sprake van stijgende coronacijfers en krimpende bubbels. Ik ben dus blij dat er nog eens even-in-kleine-bubbels geprogrammeerd staat, en zing vanuit mijn autobubbel naarstig mee. Het fietsen zelf is straks ook in kleine groepjes, zoals dat hoort dit jaar. Velohuys verwelkomt me met koffie(koeken) en rijsttaart. Prima begin van de dag. Dany, voormalig prof en als belofte winnaar van Paris-Roubaix, is één van de uitbaters. Na zijn wielercarriere ging de man bij de politie werken. Om er verantwoordelijk te zijn voor de lokale wielerwedstrijden, en zelf zilver te nemen op het BK voor politiediensten. Collega Lieven had het meer voor het veld en werd oa. vijfde in de Crocodile Trophy (2014). Beide heren zijn gebeten door de fietsmicrobe en openden een jaar geleden dus Velohuys. De moeder van Dany, in de volksmond bekend als Lieske, runde op de locatie lang café Volkshuis, en de heren doopten het om tot Velohuys. Met “uy”, net als in het vroegere Steenhuyse.

Giraffen, exotische vogels en saapjens

Vandaag draait het om het veld. Logisch, want de organisatie gaat uit van Allride Afrika. Pieter organiseert reizen in Oeganda, waar hij zelf veel vertoeft en zich zelfs wil vestigen. Het is een mountainbikereis die fietsen naar een dimensie tilt die we hier niet kennen. Eentje met kratermeren, jungle, vulkanen en exotische vogels. Met giraffen en olifanten. Een safari-ervaring op de fiets, doorheen ‘de Parel van Afrika’. Om de naambekendheid te vergroten organiseren ze nu deze ritten in Vlaanderen. Giraffen hoeven we rond Herzele niet te verwachten. Het dichtste dat we vandaag bij Afrika komen is de Congoberg even verderop. Er werd een mountainbike route uitgezet in de regio van de Saapjensmarathon. Er hoort een verhaal bij van een stoere herder en bange “saapjens”, om die naam te verklaren. Het is met name de verderzetting van de Herdersmarathon. De mountainbikeroute wordt op de vettigste plekken omgeleid voor de gravelrijders. Een mooie insteek vind ik dat, want waar ligt nog de grens tussen mountainbiken en gravelen in Vlaanderen. Met dit onderscheid kan ik prima leven.

Grand Ekar

Terwijl ik mijn chocoladekoek met smaak achter de kiezen duw, wordt de testfiets aangepast aan mijn maten en wensen. SPD pedaaltjes erop (Shimano, oeps…), het zadel een tiental centimeter hoger, en hij is klaar voor de dienst. Tijdens de eerste korte testrit voor de deur van Velohuys, valt meteen de lichtvoetigheid van de fiets op. Het frame werd overschilderd, het is een goedbewaard geheim wat er onder zit. Valt ook op: testfietsen zijn niet voorzien op mensen van 1m90. De maat 56 valt wat klein uit. Met het bereik van de Ekar kom je een heel eind, blijkt al snel. Aan de ene kant kan je tot negen kransjes gaan, terwijl aan de andere kant een maximum van 44 tandjes op je wacht. Niet tegelijk echter. Het is ofwel 9-42, ofwel 10-44. Vooraan springen de tandwielen in hupjes van twee tanden van 38 tot 44. De groep is trouwens genoemd naar een klim in Italië, Cima Ekar. De prijs is ook niet min: 1800 euro. Voor de groep alleen, wel te verstaan.

Vettig

De gravelgroep bestaat uit zes personen. Onder hen een crosser, een WAOD’er en twee gasten met ‘poeier’ in de benen, als ik het opschrift op hun truitje mag geloven. “Dat belooft voor straks.”, denk ik bij mezelf. Bij het eerste off-road paadje bots ik al meteen op een eerste euvel. De bidonhouder ontbreekt een vijsje waardoor de 75 cl water horizontaal komt te hangen. Niet ideaal. Met één hand op het stuur en de andere aan de bus bol ik het asfalt op. Gelukkig staat de tweede houder wel muurvast. Euvel opgelost. Met de gravelbanden is het terug wennen op de hier en daar vettige ondergrond, zeker omdat het de eerste keer in het veld is. Bovendien blijkt al snel dat we een afslagje gemist hebben en als bij toeval net daar tweehonderd meter verder terug op de route uitkwamen. Omdat het toch een significant stuk was, doen we het afgesneden deel… in tegengestelde rijrichting. En kruisen we de andere groepjes, met hun mountainbikes. De gravelguys maken in die beginfase geen verpletterende indruk, vrees ik. Onder elkaar zijn we echter zeer sociaal, volledig naar het concept van een social ride. Niet corona sociaal, wel cycling sociaal.

Slippery when wet

De omgeving rond Herzele is prachtig om door de velden te rijden. Glooiend, mooie uitzichten, en veel off-road. En de ondergrond monitoren én de route bekijken op die Garmin, blijkt niet altijd evident. Af en toe moeten we eens terugdraaien. Ook heb ik geen flauw idee waar ik ben. Hillegem, hoor ik vermelden. Iets met een fontein. En Mere, van Lucien Van Impe. Het is ondertussen een mooie herfstdag geworden, de eerste droge sinds lang. Af en toe is het slipperig, maar over het algemeen valt het me mee. Off-road rijden is bezig zijn met het traject en als dat kan even rondkijken of praten met de toevallige buurman.

Meters maken

Rond Mere treffen we ook een paar rasechte gravelstroken. Op eentje worden de kleine tandwielen van de cassette achteraan uitgetest. Op het kleinste kroontje maak je meters. Met het bereik van de cassette kom ik trouwens nergens in de problemen in dit glooiende landschap. Meer nog, de uitersten zijn overbodig hier. Ook het gekrulde knopje aan de stuurhendel bewijst zijn nut. Daarmee kan je nu ook makkelijk van onderin de beugel opschakelen. De medefietsers hebben ondertussen een naam gekregen, de verhalen komen op gang. Even belanden we terug in de 1ste Kandidatuur TEW. Nostalgie op de fiets, terwijl iemand de enige lekke band aan het wisselen is. Onze gids maakt trouwens dit filmpje van onze rit.

Huiswerk / kuiswerk

Bij aankomst heb ik voor de eerste keer kuiswerk. Het is niet mijn fiets, dus thuis zal ik er geen werk aan hebben, maar deze fiets moet even de tuinslang passeren vooraleer hem terug te geven. Het voelt als een eeuwigheid geleden dat ik de fiets moest kuisen wegens nat en vuil. Op de rollen heb je daar bijzonder weinig last van. Ik spuit de modder van het groene frame en ga binnen nog even nakaarten. Aan de muur staan enkele foto’s van tijdens een voorgaande fietsrip in Oeganda. Deze zijn werkelijk om van weg te dromen, paradijslijk. In het verleden heb ik nooit overwogen om Afrika als een fietsland te zien, maar de aanblik van deze foto’s doet watertanden. Pieter legt me uit waarom Oeganda een goede bestemming is. “Dat er een tropisch klimaat is met gemiddeld 27 graden helpt uiteraard. Bovendien heeft het naast de prachtige natuur als extra troef dat het veilig en stabiel is, en 90% van de bevolking er Engels praat.” Ik laat me betoveren en droom weg. Als zo een giraf je achtervolgt - die beesten kunnen een hele poos vijftig km/u aanhouden - ben je misschien wel blij met de negen kransjes van je Campagnolo Ekar.

Laat je betoveren door deze foto’s uit Oeganda.