Ballonisme

Ballon (de; m; meervoud: ballonnen, ballons; verkleinwoord: ballonnetje) 1. opblaasbaar zakje van elastisch materiaal 2. berg met ronde top in het noordoosten van Frankrijk

04/07/2021 - Tekst: Luc Verdoodt // Foto's: Les Ballonistes

Pre-Strava-tijdperk

Ik volg niemand en het interesseert me geen hol wie er nog achterop komt, want elke vezel in mijn lichaam protesteert. Zweetdruppels spatten open op het schermpje van mijn GPS waardoor nauwelijks te lezen is hoe deerniswekkend traag ik vorder. Jarenlang huurden we een vakantiehuisje op de top van de Col du Mont de Fourche. ‘s Ochtends reed ik hem met de wagen af en op om in de vallei brood te kopen voor het ontbijt met vrouw en kind. Na de middag ging ik uit fietsen en was het colletje noodgedwongen het sluitstuk van iedere rit. Soms perste ik het laatste grammetje energie eruit met een spurt tot de denkbeeldige finishlijn bij het naambord. Andere keren was het vat onderweg al leeg geraakt en reed ik op souplesse naar boven. De gezinsvakanties in de Vogezen dateren uit het Pre-Strava-tijdperk - referenties heb ik dus niet - maar het is hoogst onwaarschijnlijk dat ik deze bult ooit langzamer beklom dan nu.

Pattaya

Nu is op de eerste dag van een fietsweekend met een stel kameraden. De Col du Mont de Fourche is niet meer dan een amuse gueule, een niemendalletje om de autorit uit de benen te peddelen. Of dat zou het moeten zijn. Worstelend met mijn bril om de zonnecrème uit mijn ogen te vegen, denk ik na over alternatieven om de volgende dagen te vullen. Een dik boek lezen? Het avondmaal voorbereiden terwijl de anderen zich uitleven in de bolle bergen? Ik overweeg zelfs te gaan wandelen. Maar alles is beter dan fietsen. Op de top staan vier gezellen me op te wachten. Ik hijg amechtig als een Duitse toerist tijdens een wilde nacht in Pattaya. De gezichten rond mij vertonen geen tekenen van verval. “Als dit ook al een col genoemd mag worden ...” Iemand klinkt teleurgesteld en hoopt op steiler en langer. Ik voel enkel wanhoop.

Fietsers zijn cijferaars

Baguettes, yoghurt of rice crispies, rond de ontbijttafel ontdekken we elkaars voedingsgewoonten. De smaken variëren maar de kwantiteit ligt bij iedereen even hoog want opwinding maakt hongerig: we gaan klimmen. Als zelfverklaard kenner van de regio geef ik duiding bij de routes die ter keuze voorliggen. Vooral met het opsommen van de respectievelijke hoogtemeters wek ik interesse. Een tweedeling tekent zich af. Drie vermetele jonkies gaan voor 2500 plus, vijf anderen houden het beschaafder. Getallen bepalen hoe sportieve fietsers hun tochten inschatten en beleven. De afstand en de gemiddelde snelheid zijn al lang niet meer de enige criteria om prestaties aan af te meten. Het aantal hoogtemeters is een essentiële variabele geworden. En steeds meer bezitters van een koersfiets willen ook weten welk vermogen ze ontwikkelen tijdens het wegmalen van die hoogteverschillen. Ik dreig voeling te verliezen met de vaart der dingen, zoveel is zeker. Ben ik dan helemaal ongevoelig voor cijfertjes? Neen, die opperste staat van onthechting heb ik nog niet bereikt. Maar omdat ik de data die de vermogensmeter oplevert toch niet naar behoren kan interpreteren, baseer ik me op ander cijfermateriaal, op mijn gewicht bijvoorbeeld. Grof geschat ben ik zeven kilogram bijgekomen - het equivalent van een dure vélo - sinds mijn vorige bezoek aan de Vogezen. Een bescheiden replica van de Grand Ballon is zich boven de broeksriem gaan ontwikkelen en doet me wijselijk besluiten bij het minder ambitieuze groepje aan te sluiten. Dus ja, ik fiets mee. De ellende van dag één is vergeten. Verdringing is een overlevingsmechanisme waar ik mijn voordeel mee doe.

Natuurkunde

De Col d’ Oderen is een loper, de snelheid zakt bij niemand dramatisch weg. Ieder kiest zijn eigen tempo. De volgorde waarin we de top bereiken komt daardoor overeen met de rangschikking van het aantal uren op de fiets sinds het begin van het seizoen. De natuur liegt nooit. Volgt de beklimming naar Le Markstein, een flinke kerel wat betreft de lengte, een minzame vriend qua stijgingspercentage. Ik vind vrijwel meteen een prettige cadans en de temperatuur schurkt weliswaar tegen de 30° aan, dat is minder moordend dan de vorige dagen. Ik voel me in mijn sas. Met de hartslag onder controle rijd ik zowaar bij mijn makkers weg. Beducht voor wat nog komt, concentreer ik me enkel op de ademhaling en het tijdig drinken. Het schermpje met snelheidsindicaties heb ik weg geklikt. Zelfs de beste wielrenners winnen vaker niet dan wel. Er is bijna altijd iemand sneller dan jij, hoe snel je ook rijdt. Alweer een natuurwet waarmee niet te sollen valt. Het najagen van een vooropgestelde tijd is dus zinloos, daarom tel ik de kilometers niet af en word ik aangenaam verrast door een licht dalende strook. Mijn geheugen fluistert dat ik vlakbij de top ben. En bij een doening met terras waar lekkere bosbessentaart wordt geserveerd. Eén na één schuiven de gezellen een stoel bij. De ober kan onze vraag naar spuitwater amper bijbenen, zijn ogen staan dof. Le Markstein is zijn werkplaats, de schoonheid ervan ontgaat hem volledig.

Ver van huis

Onze recuperatie verloopt recht evenredig met de vochtinname en ik ben niet finaal naar de filistijnen. Integendeel. De optie op de beklimming naar de nabijgelegen Grand Ballon wordt gelicht. Vanochtend was een facultatief bezoek aan het hoogste punt van de bergketen nog een vraagteken, nu een leuk extraatje alvorens de Route des Crêtes aan te vatten. Op dit glooiende plateau richting La Schlucht, vergapen we ons aan onbezoedelde vergezichten. De lelijke Vlaamse lintbebouwing lijkt zoveel verder weg dan de 500 kilometer die Waze wil doen geloven. Fietsersgeluk laat zich niet altijd uitdrukken in cijfers.

Boys will be boys

Dag drie. Vandaag hebben we een afspraak met de geschiedenis, de Ballon d'Alsace, de eerste col die ooit in het parcours van de Tour werd opgenomen, staat op het programma. Als ultieme voorbereiding hebben we gezondigd tegen alle regels van de voedings- en trainingsleer. De aanwezige hobbykoks treffen alle schuld:  te veel, te lekkere spijzen op de vooravond, gevolgd door te weinig nachtrust. Tel daar de vertrouwde baguettes, yoghurt en rice crispies bij en het zal niemand verbazen dat Lotto-renner Viktor Verschaeve zijn KOM overeind blijft. Op de flanken van de bekendste aller Ballons ben ik nochtans getuige van een heftige broederstrijd. Twee reisgenoten bikkelen om de eer. Geamuseerd zie ik een fenomenale inzinking bij de ene, bezegeld met een genadeloos nekschot door de andere. Koers is koers, ongeacht de snelheid.
Ondertussen word ik fluks gepasseerd door een mij onbekende generatiegenoot. Hij groet vriendelijk alvorens op de top rechtsomkeer te maken. Terwijl wij daar uitgebreid water en cola tot ons nemen, zien we hem dit nummertje nog eens opvoeren. De aders liggen niet verzonken in zijn benen, maar hebben zich als klimop rond de spieren gewikkeld. Geen wonder dat één beklimming voor hem niet volstaat.
Na de afdaling scheuren we met een rotvaart over vlakke wegen richting Mélisey, de woonplaats van Thibaut Pinot, patroonheilige der niet ingeloste verwachtingen. Op deze symbolische plaats willen we lunchen. Ware het niet dat een voetbaltoernooi met landenteams daar anders over beslist. De waard van de enige horecazaak die open is, moet ons teleurstellen. Hij geeft er de voorkeur aan naar het voetbal te kijken in plaats van hongerige Belgen te spijzen. Les Bleus gaan voor op geldgewin, zelfs na anderhalf jaar coronamaatregelen.

Boys will be boys, part II

De Col du Ménil, een vluchtheuvel met pretentie, is de laatste hindernis van onze trip. We gaan all in tot het naambord, met inzet van tactiek, de laatste suikers en doodsverachting. Later, bij de BBQ wordt elke rit die we hebben gereden, geanalyseerd als ware het een touretappe. Stel je de tafel van Karl voor, maar dan zonder filmpjes over zonderlinge bergbewoners of bejaarde vrouwen die in een geitenstal kaas maken. Met straffere verhalen ook, en met hogere percentages in de glazen dan de gemiddelde hellingsgraad van de cols die we hebben afgevinkt.

La vie en Vosges

Op de terugweg naar een leven met verantwoordelijkheden, houden we halt in Epinal. Daar betwisten de Franse profs hun nationaal kampioenschap. De coureurs zien er als vanouds ondervoed en kwetsbaar uit. Maar ook heel vinnig en kwiek. We wandelen een helling op en voelen hoe de dénivellation zich vastbijt in de kuiten. Daar, op de steilste strook van het parcours, breekt de koers open. Aanvallers schakelen er een tandje bij waar wij geen kroontje op overschot zouden hebben. La Vie en Vosges, de slagzin op de vlaggen langs de kant van de weg, is niet hetzelfde voor wielrenners als voor wielertoeristen. Koersen en fietsen zijn twee totaal verschillende bezigheden. Een coureur ben ik nooit geweest maar een fietser zal ik altijd blijven. Dit reisje heeft me opnieuw verzoend met het bergop rijden. Misschien nog niet met het Alpinisme, maar toch minstens met het Ballonisme.