Binnen wordt het nieuwe buiten?

Voorlopig lijkt de herfst verdacht veel op een nazomertje, ideaal om kilometers te verzamelen in de buitenlucht. Slaan de herfststormen je binnenkort toch om de oren? Blijf dan niet bij de pakken zitten maar schiet je indoorseizoen op gang. Onze redacteurs gingen alvast aan de slag met enkele populaire en minder populaire trainingsplatformen. Drie weken na mekaar lees je hier hun ervaringen. Handdoek over het stuur, ventilator aan: laat het zweet maar spatten.

08/11/2020 - Tekst: Luc Verdoodt, Steven Verniers // Foto's: Luc Verdoodt, Steven Verniers

Bkool

Op 5 april jongstleden hield een gretige Greg Van Avermaet zijn kameraad Oliver Naesen af. Eindelijk mocht hij zich winnaar noemen van de Ronde van Vlaanderen. Hij deed dat niet in Oudenaarde, maar thuis in het Waasland, in een hobbykamer. Voor een groot deel van de 700.000 Sporza-kijkers dat de wedstrijd live volgde, was het de eerste kennismaking met virtueel wielrennen. Het was voor velen niet evident de prestaties van de zwoegende coureurs naar waarde te schatten. Ook ik moest even wennen aan de zuiderse vegetatie die wedstrijdplatform Bkool naar de Vlaamse Ardennen had overgeplant. De voorbije winters was ik actief geweest op Zwift en dus gewend geraakt aan fietsen langs de lavastromen van het eiland Watopia en over de fietsostrades boven Central Park in New York. Maar elke fietsende Vlaming is zo vertrouwd met de echte bergjes van Vlaanderens Mooiste dat het moeilijker is om te geloven in een Oude Kwaremont zonder kasseien, dan om hem effectief op te knallen.

Wennen aan virtuele ik

Mezelf herkennen in mijn Bkool-avatar is al even lastig. Het is overduidelijk geen klimmerstype. Tot zover iedere gelijkenis met mijn eigen fysionomie. Of het zou het geslacht moeten zijn, want dat is de enige variabele in mijn account die een impact heeft op de beeltenis van mijn virtuele ik. Mijn lengte wordt niet gevraagd, maar ongeacht welk geboortejaar of lichaamsgewicht in invoer, het blijft dezelfde breedgeschouderde spierbundel met een stel bovenbenen waar André Greipel zelfs in zijn topdagen jaloers op was geweest. In de kleerkast van dit Jerommeke hangt één kit, zwart met gele accenten. Ik begrijp dat je al fietsend punten verdient die je in een shop kan omruilen voor een alternatieve uitrusting - van bijvoorbeeld Kom Op Tegen Kanker of profteams zoals Lotto-Soudal of Alpecin-Fenix - maar welke inspanningen je daarvoor precies moet leveren, wordt nergens duidelijk gemaakt.

Alleen op de wereld

Bij Bkool kan je makkelijk zelf GPX-bestanden uploaden om je favoriete trainingslus onbeperkte te herhalen. Uiteraard peddelt je Avatar dan moederziel alleen rond. Dat maakt niet veel uit wanneer je ondertussen een serie bekijkt of je partner ervan probeert te overtuigen dat je zonder gravelbike een outcast dreigt te worden. Maar wanneer je via de smart trainer onbekende fietsers uit verre landen wil uitdagen tot een duelletje, schiet je met die functie niet veel op.

Op zoek naar vriendjes

Door middel van een filter kan je op zoek gaan naar een traject op maat. Lagos de Covadonga of Alpe d’Huez te zware kost? Dan maar een vlak rondje in Palm Beach. Dat sluit al beter aan bij mijn aspiraties. En dan komt dé achilleshiel van Bkool bloot te liggen: het is (nog) niet erg populair. Op het door mij gekozen circuit van 16 km is slecht één andere gebruiker actief. Hij of zij rijdt erg traag en floept al na enkele minuten van het scherm. Ook al passeer ik regelmatig enkele zwaaiende toeschouwers langs de kant van de weg, zonder extra afleiding is dit oersaai. Een transfer naar de Velodromo Luis Puig in Valencia biedt gelukkig soelaas. Daar draaien namelijk al 15 zielsverwanten hun rondjes. Na enkele minuten bevind ik me in een groepje dat zich organisch lijkt te vormen.

Dubbelgangers

Drie renners die worden gepasseerd pikken aan. Eentje komt met een rotvaart van achteruit voorbij gezoefd maar houdt dan de benen stil en nestelt zich in de slipstream. Draften kan inderdaad en dat merk je meteen. Zonder met elkaar te kunnen communiceren, lukt het aardig om allemaal regelmatig op kop te komen en de snelheid om en bij de 38 km/u te houden. Beschut kost dat nauwelijks moeite, voorin duw je al gauw 60 a 70 watt meer. Ik blijk trouwens niet de enige neofiet in de kuip te zijn, meer dan de helft draagt net dezelfde outfit als ik en is dus nog niet lang genoeg actief om een persoonlijke look aan te schaffen. Omdat we ook allemaal dezelfde musculatuur hebben, verlies ik mijn poppetje soms zelfs uit het oog. Toch begin ik me te amuseren. De vaart zit er goed in en wordt stelselmatig wat opgevoerd. De spanning op mijn benen neemt aangenaam toe.

Sudden death

Tot mijn avatar plots verdwijnt. Eens de vooraf gekozen afstand afgelegd - in mijn geval 40 km - wordt de rit abrupt afgebroken. Uitfietsen doe je dan ter plaatse en onzichtbaar. Een uur is voorbij gevlogen. De Velodromo is dus uitermate geschikt voor ongeplande tussendoortjes. Een collega heeft op Strava een berichtje bij mijn rit gepost: “Virtueel indoor fietsen, spreken we dan van een tautologie of van een pleonasme?” Ik zal erover nadenken tijdens mijn volgende baansessie.

Je kan Bkool een maand lang gratis gebruiken. Een abonnement kost 9,99 euro per maand. Voor een jaarabonnement betaal je 96 euro. 
(Tekst: Luc Verdoodt)

The Sufferfest

The Sufferfest is misschien wel de oudste speler op de markt, want een tiental jaar terug brachten ze reeds DVD’s op de markt om indoor bij te fietsen. Gelukkig voor ons evolueerden ze mee en bieden ze nu een erg nette goede interface aan om indoor te trainen. Raar genoeg, enkel niet beschikbaar voor Android toestellen. Wel voor Apple en Windows. Wahoo Fitness heeft het bedrijf overgenomen, maar via ANT+ of bluetooth kan je alle trainers op de markt eenvoudig connecteren. The Sufferfest, what’s in a name, richt zich vooral op gestructureerde work-outs, en liefst van een wat hogere intensiteit. Ook kan je trainingsschema’s voor meerdere weken in je kalender plannen. Die interface via Bluetooth loopt soepel, voor je het weet kan je fietsen.

Zegt niet FTP maar 4DP

Sufferfest onderscheidt zich op twee vlakken van de rest. Ten eerste bieden ze naast gestructureerde work-outs voor fietsers ook workouts voor krachttraining, lopers en zelfs mentale training / yoga. Ten tweede gebruiken ze niet de traditionele FTP als uitgangspunt, maar wel een 4DP profiel. Samengevat: men onderzoekt in de test je maximale output over verschillende tijdsduren. Daaruit leidt de programmatuur dan af als je eerder een sprinter bent, dan wel iemand met een grote uithouding, of uitmuntende Watt/kg verhouding (een klimmer). Om te zien elk type ik dan wel mag zijn, onderga ik zelf de 4DP test. Het aanbod bestaat verder dus bijna uitsluitend uit intervaltrainingen. Recenter in het aanbod is de Team Scream, waarbij je met een onboard camera meedraait in een ploegentijdrit. Bij doorsnee workouts kan je via de ERG mode je weerstand automatisch laten aanpassen, bij de 4DP test moet je uiteraard gewoon zo hard mogelijk trappen.

Pinguïns

Het scherm tijdens de test is eenvoudig. Onderaan staan de blokken en wat zij verwachten dat mijn output zal zijn. Sufferfest baseert zich daarvoor op de geschatte FTP waarde die ik ingaf bij de settings. Ze zitten er trouwens erg kortbij, zo blijkt. Ik moet achtereenvolgens twee keer voluit spurten en vervolgens één keer vijf minuten, één keer twintig minuten en als laatste één minuut volle gas gaan. Onderaan staan alle parameters opgelijst op het scherm. Hartslag, wattage, trapfrequentie en de structuur van de training. Terwijl ik fiets zie ik beelden van Sagan tijdens de Ronde van Vlaanderen die hij won. De combinatie van de beelden en de muziek, samen met de teksten die op het scherm verschijnen, doen hun werk als stimulator erg goed. Het is echt aftellen en alles geven tot de streep in Oudenaarde. De beelden linken echter niet aan de weerstand. De Paterberg voelt niet zwaarder dan de afdaling ernaartoe. Bij de inspanning van één minuut volgt er een ander filmpje waarbij ik de laatste kilometer van een wedstrijd moet afmaken in de spurt. Ergens tussen de onderdelen moet ik zelfs even vijf minuten rondstappen. Echt waar, als onderdeel van. Pinguïns paraderen over het scherm op dat moment.

Geen avatar

Na de virtuele rit krijg je dan netjes een samenvatting met alle parameters. Ondertussen wordt alles gesynchroniseerd naar bijvoorbeeld Strava of TrainingPeaks. Sufferfest is erg goed in het motiverende gedeelte, al zijn de filmpjes uit races van weleer toch vooral afleiding. Van een avatar zoals in Zwift is geen sprake. Ohja. Het resultaat van mijn test? Ik sta te boek als een tijdrijder. Met andere woorden: de twintig minuten vonden ze het beste onderdeel van mijn test. Meteen krijg ik dan ook een mailtje met welke trainingen prima zijn om die sterke kant uit te diepen, en wat ik best begin te doen om aan de zwakke punten te werken. De animatie bij Sufferfest zit in de beelden van profkoersen die ze projecteren, samen met de teksten die verschijnen en bijhorende muziek (soms).
Sufferfest biedt een gratis periode van twee weken aan, waarin ook jij kan testen welk type je bent. (Tekst: Steven Verniers)