De annexatie van de Mont Ventoux bij Vlaanderen

La Cannibalette is meer dan een fietstocht over vier cols waaronder twee maal de Mont Ventoux. Dat ondervond blogster Joyce. Haar verslag uit het zadel is er een over vuile blikken, murw geperste konten en vooral veel blijdschap.

01/07/2019 - Tekst: Joyce Verdonck // Foto's: Joyce Verdonck, Sporta en Joe

“Nog vijf minuten, dames en heren. Vijf minuten voorrrrr de starrrt.” Christophe Vandegoor entertaint even voor half zeven Place de la République in Bédoin. Luide rockmuziek schudt niet alleen de deelnemers aan de Cannibale en de Cannibalette wakker, maar het hele dorp. Iedereen, behalve de persoon voor me op het toilet. Ik sta al een eeuwigheid aan te schuiven. Schiet toch op mens. De vrouw voor me in de wachtrij geeft het op en mompelt iets over een struik opzoeken. “Nog drie minuten. Mag ik Wout Van Aert vragen zich naar het podium te begeven om het startschot te geven.”

Gekraak(t)

Eindelijk gaat de WC-deur open. Ik geef haar de vuilste blik die ik maar kan geven en wring me naar binnen. Ik ben maar net op tijd klaar. Wout Van Aert geeft het startschot en dan zet de groep zich in beweging. Dit is niet de grote drukte van een Marmotte of Maratona. Binnen het kwartier is iedereen verrassend vlot de startboog doorgereden op weg naar de eerste beklimming van de Mont Ventoux. Toen de wekker twee uur geleden zijn werk deed, verwenste ik nog het vroege startuur. Nu ben ik blij met de frisse ochtendlucht. De zon geeft nog niet van jetje – de voorbije dagen waren tropisch - en we bereiken het steile bos richting Chalet Reynard in aangename temperaturen. Op wat gefluit van vogels en gekraak van een paar slecht afgestelde fietsen na, is het muisstil. Niemand zegt een woord. Niemand is echt wakker of iedereen ziet al af. Het is jaren geleden dat ik de Ventoux nog eens vanuit Bédoin beklom. Ik was bijna vergeten hoe steil deze klim is. Zeker het stuk door het bos, 10 km aan 10%, vloek ik me binnensmonds een weg naar boven.

Keuze genoeg

Iets voor negen uur bereik ik de top. Op datzelfde moment begint een groep vrouwen beneden aan hun klim. [email protected] is een onderdeel van dit grote fietsevenement Mon Ventoux en daagt vrouwen uit tot een sportiever leven. De Ventoux beklimmen is de motivatie, de kers op de taart. Dat is het toffe aan dit event van Sporta. Er zijn verschillende formules waaruit de ruim tweeduizend deelnemers kunnen kiezen. Beginnend fietser? Dan kies je voor [email protected] of de Ventourist, waarbij je één keer de Ventoux beklimt. Wil je ernaast ook wat extra kilometers, dan schrijf je in voor de Ventousiast en rij je eerst een lus van veertig kilometer voor je de Ventoux opstormt. Voor de meer geoefende fietsers is er la Cannibale (173 km, 4564 hoogtemeters, zes cols met twee keer Mont Ventoux) of la Cannibalette (131 km, 3560 hoogtemeters, vier cols met twee keer Mont Ventoux).

Tussen de Kanarieberg en de Taaienberg

Waar en hoe laat je ook aan je uitdaging begint, vroeg of laat eindig je op het dak van de Provence. De tweeduizend deelnemers zijn als mieren die uit de drie startplaatsen hun weg naar boven vreten en uiteindelijk samen de berg overmeesteren. Vroeger was ik van mening dat je geen evenement nodig hebt om de Ventoux te beklimmen. Dat je het in je eentje even goed kan. Die berg ligt er toch 365 dagen per jaar. Waarom betalen als je een week later gratis kan afzien op dezelfde berg? Hoe langer ik vandaag aan het fietsen ben, hoe meer ik mijn mening herzie. Het is fijn om te midden van gelijkgestemde zielen te zijn. Bijna allemaal Vlamingen bovendien, waardoor je het gevoel hebt dat de Ventoux in Vlaanderen ligt. Tussen de Kanarieberg en de Taaienberg, daar ergens. Het is handig om onderweg gepamperd te worden op de bevoorradingen en je je geen zorgen hoeft te maken dat je bidons tijdig worden bijgevuld. Na de lange afdaling stop ik aan de bevoorrading in Sault. Mediafiguur Rani De Coninck maakt er zich op voor haar beklimming van de Mont Ventoux. Begin dit jaar had ze nog nooit op een koersfiets gezeten en nu al deze uitdaging. Ze zal er nog in slagen ook, verneem ik enkele uren later.

Bekende Vlamingen

Rani is in het gezelschap van handbiker Marc Herremans en ex-motorcrosser Joël Smets die achterwaarts de berg gaat oprijden. Met een zadel op zijn stuur en achteruitkijkspiegels even de bekendste berg van Frankrijk op. Zot zijn doet geen zeer. En al zeker niet voor een goed doel. Ik denk aan de tandem die me in het begin van de dag voorbij is geflitst. Sportarts Tom Teulingkx en ex-voetballer Thomas Caerts zamelen geld in om kinderen met kanker op sportkamp te sturen. Toen ze me voorbij stormden, klonk net keiluid “Highway to hell” van AC/DC uit de box achteraan op hun tandem. De perfecte soundtrack van de dag. Uiteraard zijn er afgetrainde granfondorijders die een scherpe tijd nastreven in de Cannibale, maar zij vormen niet de hoofdbrok.

Praatjes en platgetreden paadjes

Om meer van de sfeer en de omgeving te kunnen genieten, heb ik bewust voor de iets kortere Cannibalette gekozen en rij ik gedoseerd. Kort na Sault nestelt een man zich in mijn wiel. “Je vindt het toch niet erg he,” vraagt hij, “want sommige mensen kunnen dat niet verdragen.” We raken aan de praat. Dat hij zeker niet bij de snelste fietsers is. “Want 96 kilo zwaar.” En dat het een lange dag wordt. Hij rijdt de lange Cannibale en heeft er geen idee van wanneer hij binnen zal zijn. “Als ik maar finish.” Twee keer in het jaar komt hij naar de Ventoux. Eén keer voor dit event en in september nog eens. “En dan is het hier leeg. Zeker hier, in de streek meer richting de Drôme, zie je geen kat.” Dat had Dominique, de eigenaar van mijn vakantieverblijf ook al verteld. “De meeste toeristen blijven hangen rond de Ventoux of aan de westkant ervan, de buurt van Bédoin, Malaucène. Maar aan de andere kant, alles voorbij Sault, daar komen niet zoveel fietsers. Nochtans zijn de beklimmingen daar ook zeer mooi. Lange cols, met brede, goed onderhouden wegen. Een gevolg van de nucleaire basis daar.” Ik moet hem gelijk geven. Hoe verder we wegrijden van de Ventoux, hoe overweldiger en robuuster het landschap wordt. Hoe meer ik het gevoel heb richting Alpen te trekken. De tweede col van de dag, de Col de l’Homme Mort, is een makkie. Op de top staan een paar supporters. Een man houdt zijn hand open. Winegums! Een fractie van een seconde twijfel ik. Hoe lang liggen die al in die zweethanden? Maar ik neem er toch één aan en steek het snoepje genietend in mijn mond.

Donkere wolken bij l'Homme Mort

De lange, bochtige afdaling van de Col de l’Homme Mort geeft me helemaal het gevoel in de Alpen te zijn. Weg is de lavendel. Helaas is ook de zon weg. Boven me pakken donkere wolken samen. Al zeker een kwartier is een naderend onweer hoorbaar. Twee kilometer voor ik de bevoorrading in Séderon bereik, vallen de eerste dikke druppels. Net als de sluizen helemaal opengaan, gooi ik aan de bevoorrading mijn fiets opzij en zoek ik de beschutting van de brede kruin van een plataan. In de tent staat iedereen al dicht op mekaar gepakt te schuilen. Een vrijwilliger komt rond met belegde broodjes. Dat smaakt na al die zoete energiegels.

Eddie

De komende uren zal ik nog een paar keer getrakteerd worden op een regenbui, al duurt het nooit lang en drogen de wegen snel weer op. Een tijdje sluit ik aan bij een groep mannen die bij mij in het hotel zitten. Het zijn collega’s van Springbok Coaching, die als teambuilding aan Mon Ventoux deelnemen. Er zijn wel meer bedrijven die zich hier met een groep werknemers hebben ingeschreven. We praten over de overweldigende omgeving, het nieuwe album van Eddie Vedder en wat er nodig is voor een goeie sfeer op het werk. Al pratend schieten de kilometers asfalt sneller onder ons door.

Godslastering

De Col d’Aulan is een makkelijk klimmetje en de terugweg naar Sault verloopt langs een mooie kloof en het prachtige Montbrun-les-Bains, een middeleeuws dorp dat tegen een heuvel aankleeft, te midden van de lavendel. Van de deelnemers van de langere Cannibale hoor ik dat hun twee extra klimmetjes ook pareltjes waren. Het klinkt misschien als godslastering, maar persoonlijk vind ik alles rond de Mont Ventoux mooier dan de berg zelf. Tuurlijk is de beklimming mythisch en moet je als zelfverklaarde fietsfreak ooit eens naar boven. Maar grote delen van de beklimming, zeker vanuit Bédoin en Sault is er geen fluit te zien behalve een eindeloos bos. De top is indrukwekkend, ja, maar dan zit je meestal al zo steendood dat je toch niet verder kijkt dan je voorwiel of je fietscomputer die in slowmotion optelt. Geef mij dan maar deze extra lus ten noorden van Sault. Of de opwarmingsritten die organisator Sporta de dagen voordien had uitgestippeld. Drie uitgepijlde lussen die je op eigen houtje kon gaan verkennen langs wijngaarden, de Gorges de la Nesque en de grillige rotsen van de Dentelles de Montmirail. Ik had drie dagen voor de bestorming van de Ventoux al gretig de omgeving verkend. Wellicht daardoor rij ik la Cannibalette eerder met een vakantiegevoel dan met het idee dat ik aan een wedstrijd deelneem.

Voor alle leeftijden

Op één van die lussen reed ik Paul tegen het lijf. Een sportieve zeventiger en grapjas. “Mijn vrouw ligt aan het zwembad. Ze zweet wellicht meer dan wij.” Paul is er 72 en een ex-marathonloper. “Ik heb er 33 gelopen in elf jaar tijd. En een paar jaar geleden fietste ik de Ötztaler Radmarathon, maar dat zou nu niet meer lukken. Elk jaar dat er bijkomt, gaat er vijf procent van mijn conditie af. Hier wou ik wel graag nog eens meedoen.” Granfondo’s hanteren vaak scherpe tijdslimieten die voor sportievelingen als Paul niet meer haalbaar zijn. Hij is dankbaar dat er organisaties als Mon Ventoux bestaan waar de fun en de ervaring primeren.

Aftellen

Terug naar de Cannibalette. Er wacht me nog de tweede klim naar de top van de Ventoux. Dit keer vanuit Sault. Ik kijk naar boven en zie opnieuw grijze wolken samenpakken. “Hopelijk extra kledij mee? Je kan naar boven, maar het is er wisselvallig en koud.” Zo erg als in mei 2013 toen ik op de top in een sneeuwstorm terecht kwam, zal het wel niet zijn zeker? Op mijn tocht naar boven kruis ik deelnemers die hun afdaling al hebben ingezet. Richting terrasjes ongetwijfeld. Ik moet nog een paar uur geduld hebben. Moeilijk is de beklimming van Sault tot Chalet Reynard niet, maar ik weet dat de laatste zes kilometer andere koek zijn. Gelukkig staat er boven een milde wind en blijft ook de regen uit. Ik tel de kilometers af.

Say cheese

Het witte weerstation met zendmast op de top lijkt na elke bocht nog verder weg te kruipen. Het kransje fotografen aan de zijkant schenk ik mijn meest fake glimlach. “Très bien, madamme. Good job. Looking good.” Af en toe ga ik op de trappers lopen. Niet voor de foto, maar om mijn murw geperste kont wat verluchting en verlichting te gunnen. Eindelijk bereik ik de top en de finish. Aan het bord dat 1909 hoogtemeters aangeeft, is het drummen voor een foto. Blije, vermoeide gezichten willen een selfie voor het thuisfront. Het ultieme bewijs dat ze de reus klein gekregen hebben. Ik duik het souvenirwinkeltje in voor een cola. Daar was ik al ruim een uur over aan het fantaseren. Maar mijn maag is uit protest tegen alle gelletjes in staking gegaan. Ik krijg nauwelijks de helft binnen.

Blijdschap alom, de reus is getemd.

Afterparty

Uren later vul ik samen met honderden anderen de restaurants in Malaucène. Het getetter wordt luider naarmate de karaffen tafelwijn leeg geraken. Het merendeel van mijn tafelgenoten trekt nog naar de afterparty in Bédoin met Discobaar A Moeder. Ik ben behoorlijk moe en kies voor mijn bed. Achteraf gezien de verkeerde keuze. Ik hoor de ochtend nadien dat ik één en ander gemist heb. “Er sprong daar nu toch een snel madammeke op het podium om te schudden met haar kont!” Misschien kom ik volgend jaar nog eens terug mét party. Want dit event is te leuk om niet nog eens te willen meemaken.

Met dank aan Futurum Quality Gear, partner van deze blog.