De kwarttriatlon van Eeklo, een stoeipartij in het Meetjesland

Terwijl in Nice de Ironman wordt ingekort omwille van de hitte, trek ik naar het iconische Meetjesland voor de triatlon van Eeklo. De Meetjeslandse Triatlon Vereniging (kortweg MTV) organiseert er een wedstrijd over een kwart van de Ironman afstand. Eén kilometer zwemmen in de lokale jachthaven, veertig kilometer stoempen door de polders en tien kilometer lopen rond het lokale industrieterrein. Het leukste onderdeel? Fietsen uiteraard. Al komt dat ook door het zwemmen.

13/07/2019 - Tekst: Steven Verniers // Foto's: Sandra Garré, Françoise Lecompte, Cindy De Volder, Johan Hooft

Alle goede dingen bestaan uit drie, zegt men. Ik neem het graag aan, maar dat zwemmen in een triatlon is in mijn geval niet veel meer dan een te langgerekt voorspel op wat volgt. Het mag duidelijk zijn dat mijn gevoel bij dit onderdeel recht evenredig is met mijn kunde is deze discipline. De openwaterangst heb ik echter recent van me afgezet, wat me toeliet triatlon te ontdekken als een mooie sport. Tenslotte zwem ik naar mijn fiets, telkens weer een mooi vooruitzicht.

Breaking the waves

Met mijn echtgenote wandel ik naar de startlocatie van het zwemmen, waar 175 atleten samentroepen op het grasveld bij de jachthaven. Zo meteen ga ik in het water dezelfde afstand terug. Dat vooruitzicht maakt het een erg lange wandeling. Eens aangekomen worden de atleten gesorteerd in drie ‘waves’, zoals dat in het vakjargon zo mooi heet. Heren met licentie, heren zonder licentie en dames. Van op de kade zijn we te onderscheiden door zwarte, blauwe en roze badmutsen. Die van mij is blauw. Er zit telkens vijf minuten tussen de start van de verschillende groepen. “Jullie mogen het water in,” zegt de official vlak voor de start. Eén voor één springen we het water in, de één voorzichtiger dan de ander. De start wordt straks gegeven achter een denkbeeldige lijn, terwijl iedereen zich in het water bevindt. Die lijn heeft voor mij weinig belang. Ik positioneer me achteraan, een beetje uit het gewoel dat straks ontstaat. Een wetsuit is vandaag niet toegelaten want de watertemperatuur bedraagt een aangename 23 graden. Het is een haat-liefde relatie, die ik met het zwemmen heb.

Angst voor het roze

Enerzijds is het prachtig, met links aangemeerde plezierbootjes en supporters die gewoon kunnen meewandelen langs deze zijarm van het Schipdonkkanaal. Rechts de groene berm met de velden, idyllisch zichtbaar vlak boven de waterlijn. Het is best aangenaam toeven in het water. Tegelijk gaat het verre van vlot, overvalt me te pas en te onpas de nood om schoolslag te gebruiken en val ik zelfs even te prooi aan een angst waarvan ik nog steeds de exacte oorzaak probeer te achterhalen. Zouden het de roze badmutsen zijn?

Stoeien met de maîtresse

Over halfweg zie ik plots roze badmutsen voorbij glijden. Ik lijk wel verankerd in het water te dobberen in vergelijking met deze vrouwelijke halfvissen. Mogelijks zijn het zeemeerminnen. Mijn ondertussen aangedampte duikbril belemmert me echter het zicht. Gechickt worden is een vrij recente wielerterm. Het betekent dat je als haantje wordt voorbijgereden door een chick op de fiets. Ik voel me geen waterhoen, maar word hier gechickt in het water, door een waterchick. Een bijzondere vorm van blijdschap treft me als de rode loper met wapperende gele ballonnen verschijnt. Het eindpunt van het zwemmen is zichtbaar. Ik voel vaste grond, klauter uit het water op plaats 108 en zet het blootvoets op een lopen naar mijn fiets. Links staat mijn wederhelft op het droge enthousiast te supporteren en een goede honderd meter verder staat mijn maîtresse op hoge velgen ongeduldig te wachten op een wilde stoeipartij. De sterren staan gunstig. Een glimlach kan ik niet onderdrukken. Let the games begin!

Krampen

In de wisselzone ben ik even traag als in het water. De kramp in mijn hamstring, terwijl ik mijn sokken probeer aan te trekken, is echter het laatste vertragende obstakel van mijn triatlon. Sommigen hangen hun schoenen al vast aan de klikpedalen. Mocht ik dat doen, dan verongeluk ik in de wisselzone of verlies ik er op z’n minst een teen. Geen optie dus. Pas als ik over de mat op mijn fiets spring - een wat overdreven beschrijving van de feiten is dat -  is er geen houden meer aan. Twee rondjes moeten we afleggen.

De kick na de chick

Het parcours vertoont aardig wat bochten van negentig graden en kent een tweetal licht oplopende stukjes. Het traject is heel erg rustig, je ziet amper een huis langs de smallere polderwegen. De wind heeft er vrij spel en gezien dit een non-stayerwedstrijd is, sta je er overal alleen voor. Wat ik absoluut prefereer. Met een wat dunner triatlonzeem vol goesting, ga ik dolenthousiast op pad. Als een bezetene trek ik aan mijn stuur om snelheid op te bouwen en zo snel mogelijk in mijn beugels te duiken. Het gevoel van snelheid terwijl ik mijn opzetstuurtje stevig vastklem en de grootste molen van mijn compact ronddraai, bezorgt me een gigantische kick.

Losgeslagen roofdier

Hier wordt mijn mindere zwemprestatie plots een meerwaarde. Doordat ik achteraan het veld start bij het fietsen en veel beter fiets dan zwem, begint een leuke inhaalrace. Doelwitten duiken op en bij iedere fietser die in mijn vizier verschijnt, pep ik mezelf hardop op. Het zijn als prooien voor een losgeslagen roofdier. Van sparen voor de loopproef is geen sprake, het is doorduwen en na elke bocht recht op de trappers om zo snel mogelijk de snelheid te herwinnen. Ik ben ondertussen flink opgerukt in het pak, al heb ik geen idee hoeveel plaatsen ik reeds gewonnen heb. Twee dames haal ik terug bij; de snelste der roze badmutsen lijkt definitief gaan vliegen. Ik heb alles gegeven en toch zijn er dertig mannen sneller dan ik. Helmpje af.

Van spons naar spons

De tweede wisselzone is makkelijker. Schoenen wisselen en de helm vervangen door een petje. Bij mijn allereerste triatlon vergat ik dat laatste en liep ik een eerste rondje met mijn helm op mijn hoofd. Nog zo veilig mocht je struikelen. Deze keer gaat het echter goed. Loopschoenen aan, petje op, nog een slokje water en weg. Ik heb wat te veel proactief gedronken op de fiets, merk ik al vrij snel. Het looptempo inschatten na een tijdrit van veertig kilometer valt ook niet mee. Je benen zijn de kluts kwijt en je hersenen weten het ook even niet meer. Ik probeer me niet te focussen op mijn uurwerk en een tempo te zoeken waarvan ik denk het aan te houden is tot de finish. Anders dan op de fiets is dat tempo uitgedrukt in minuten per kilometer. Ik schommel rond de magische grens van ‘vier’ en loop nu van spons naar spons. Het is drie uur in de namiddag, de temperatuur loopt aardig op en gaandeweg doet de geboden afkoeling meer en meer deugd.

Winnaar der oude blauwe badmutsen

Drinken doe ik amper, sponsen en bekers worden doelgericht aangebracht op polsen en nek als afkoeling. Ik voel me stilaan gechauffeerd. De passages langs de supporters geven telkens een morele boost. Het tempo van vier minuten per kilometer lijk ik voor het eerst in een triatlon aan te houden. Ik richt me nu op mijn concurrenten en mijn uurwerk. Het is helemaal niet meer duidelijk of mijn voorganger bezig is aan rondje één, twee of drie. Het is ik tegen de snelheidsaanduiding op mijn horloge. Voor het eerst haal ik uit het lopen, mijn beste onderdeel, zo mogelijk nog meer voldoening dan uit het fietsen. Onder de aankomstboog ben ik opgerukt naar plaats 37. Twintig deelnemers lopen de tien kilometer sneller dan ik. Na de race doe ik wat iedere sporter overkomt eens hij wat ouder wordt: een nevenklassement zoeken waarin hij wel nog goed scoort. Zevenendertigste algemeen, zesendertigste bij de heren. Zesde bij de veertigplussers, mijn leeftijdsgroep. Niet slecht. Vierde bij de atleten zonder licentie. Nog beter. Winnaar bij de veertigplussers onder die laatste groep. Halleluja! Die laatste neem ik mee naar huis. Winnaar der oude blauwe badmutsen. Dat kan tellen als referentie.

Goed gevoel

Plaats zevenendertig, zes, vier, of wat-dan-ook? Mijn gevoel zegt dat ik gewonnen heb. Niet van de overige atleten. Zij waren geen tegenstanders, zij waren toevallige figuranten in mijn eigen race. Als er een podium was voor wie huiswaarts ging met een goed gevoel, stond ik er zeker op. Geflankeerd door vele andere deelnemers. Triatlon is geen al te groot wereldje en de sfeer is er gemoedelijk. Dat hebben ze daar in Eeklo goed begrepen. Een zeer leuke wedstrijd, even toegankelijk voor wie er zijn debuut wil maken als voor wie meer ambitie heeft. Goed georganiseerd bovendien, met extra bonuspunten voor de fantastisch smakende watermeloen bij aankomst.

Met dank aan Futurum Quality Gear, partner van deze blog.