De Lienzer Monster Runde

Dertig jaar geleden fietste blogger Steven samen met zijn ouders een stukje van de Drauradweg. Nu trok hij terug naar Lienz, met een wat ambitieuzer plan: De Lienzer Monster Runde. 3500 hoogtemeter op pakweg zeventig kilometer, waarvan dertig klimmen aan minimum tien procent. Huiver mee.

09/08/2020 - Tekst: Steven Verniers // Foto's: Steven Verniers

Lienz, een stadje in Oostenrijk, is nostalgie voor me. Jeugdsentiment. Goed dertig jaar geleden was het de eerste buitenlandse bestemming (Monschau tellen we even niet mee) die ik met mijn ouders maakte. Met de auto naar de bergen, het was een avontuur dat zijn gelijke niet kende. Lang voor ik een fiets als ontspanning zag, werd er tijdens die reis zelfs gefietst van Sillian naar Lienz. De Drauradweg. Toeristen stappen gewapend met een (huur)fiets op de trein naar Sillian en keren dan al fietsend terug. Stroomafwaarts uiteraard, het hele traject lichtjes bergaf. Van het meer van Misurina even verderop had ik nog geen weet, laat staan van Tre Cime di Lavaredo. En aan de Kronplatz ten Westen van Sillian had nog niemand aan een fiets gelinkt. Een dagje bergaf peddelen, dat was het doel. Toen.

Bucketlist

Lang voor het corona vrije hotel in ons vakantiedorp Tröpolach ontwaakt, sta ik vandaag al met een flesje ontsmettingsmiddel in de hand aan het ontbijtbuffet. Het is een gezinsreis maar ik ontbijt vandaag solo. Mijn dag. Vandaag is de reden waarom de fiets achter de auto door half Europa mee zeulde. Zo meteen haal ik de gravelfiets uit het skidepot en begeef me met de auto naar Lienz, veertig kilometer verderop. Nikolsdorf om precies te zijn, langs het jaagpad dat de Drau volgt. Stroomopwaarts begeef ik me richting Lienz. Een met klinische precisie uitgedokterd plan om de benen al een beetje op te warmen voor de zware dag die ik mezelf cadeau doe. Met de Drauradweg als centrale as, allesbehalve het doel. Nee, het fietspad is vandaag de verbinding tussen de drie monsters die zich verschuilen op de groene flanken rond Lienz. Een ritje in Oost Tirol dat al lang op mijn bucketlist prijkt.

Hellingen…

Van een fietsreis was dit jaar geen sprake, en dus trok ik richting bergen met een voorbereiding die zich beperkte tot de Citadel van Namen en de Hellingenroute in Heuvelland. Veertig hellingen kreeg ik daar voorgeschoteld, samen goed voor één col. De Climb Pro functie op mijn Garmin fietscomputer herleidde die bij de start meteen tot acht. Om van een helling te spreken moet de vermenigvuldiging van lengte (in meter) en percentage, 3500 of meer bedragen. Eén kilometer aan 3.5 procent dus, of 500 m aan 7 procent. 500 m lang en 3.5 procent gemiddeld zijn ook de minimale vereisten die Garmin stelt. Die acht hellingen en 32 andere hindernissen zijn trouwens een aanrader om zelf eens te gaan fietsen. Ook dit event - voorzien op 15 augustus - moest jammer genoeg de duimen leggen tegen Corona.

… en bergen

Lienz dus. Een geografische verduidelijking. Lienz is het knooppunt van twee rivieren. De Isel stroomt er in de Drau. De twee dalen vormen zo drie gebergtes rondom het stadje, en op elk van die flanken verschuilt zich een onbekende monsterlijke klim. Men spreekt van ‘die Drei Grossen’ en van de Lienzer Monster Runde. Dertig kilometer klimmen, nooit onder de tien procent. Oostenrijk staat niet bekend om het zuinig omspringen met percentages, maar dit is extreem werk. De zwaarte-index, een eenvoudige berekening voor de zwaarte van cols, gebruikt net als Garmin lengte en gemiddeld percentage. Het percentage wordt gekwadrateerd en gedeeld door de lengte. Ik bespaar je de wiskundige formule. Onthoud: als je de hoogtemeters kwadrateert en deelt door de lengte van de beklimming, bekom je hetzelfde resultaat. De Dolomitenhutte scoort met haar zeven kilometer even zwaar als de Mont Ventoux. Bij de Hochteinhutte en Zettersfeld kom je al snel bij de grootteorde van de Zoncolan.

Gratis naar boven

Bij mijn vertrek in Nikolsdorf groet ik de dingen. De schoonheid van een dal is soms net zo krachtig als het uitzicht op de top. Enkele vroege vogels kruisen me al skeelerend, twee bikepackers en een tandem zijn ook reeds op pad. Ik fiets ofwel langs de rivier, ofwel naast het treinspoor. Soms netjes tussenin. Nog voor Lienz moet ik linksaf het brugje over richting Tristach. Een klein weggetje zonder noemenswaardige wegwijzers is de toegangsweg naar de eerste van drie Mautstrassen, tolwegen. Het grote voordeel daarvan is dat ze zeer verkeersarm zijn en dat je als fietser altijd gratis omhoog kunt.

Oude heer

Bij de eerste hectometers, het tempo inmiddels gezakt naar maximum tien km/u, word ik ingehaald. De snelheid waarmee ik word ingehaald is indrukwekkend. Het blijken twee bejaarde dames te zijn die me met hun grijze haardos gezwind voorbij gaan op hun e-bike. Het verschil is immens, geen volgen aan. Ik ben blij dat het e-bikes zijn. Gruss Got! De weg kruipt omhoog in een bos, het uitzicht is minimaal op een enkele keer na. Vooral bij het tolstation waar de slagboom open staat en de jongedame me vriendelijk succes wenst. De fietsbeleving beperkt zich tot geduldig trappen en de afstand tergend traag zien vorderen. Ik beklaag me m’n zwaardere gravelfiets en bredere banden, al had ik daar een paar dagen eerder op de off-road beklimming van een onbekende alm net veel profijt van. De beklimming valt me een pak beter mee dan de Zoncolan. Het gaat niet snel, er is echter wel een regelmaat. Ik zit in m’n tempo, één met de fiets.

No cash

Na een uurtje klimmen bereik ik een parkeerplaats waar wandelaars hun spullen uitpakken. Een grindweggetje (toch de juiste fiets!) brengt me tot helemaal bij de hut. Het terras zweeft boven de afgrond en het uitzicht op de Lienzer Dolomieten is zelfs op deze grijze dag indrukwekkend. Om buiten te blijven is het me echter te fris. De twee kranige dames zitten al aan de pinten, ik houd het op een Almdudler. Qua uitzicht niet al te verschillend trouwens, die twee. Ik heb enkel een bankkaart op zak en dat levert me de nodige problemen op om te betalen op 1600 meter hoogte.

Sagan komt hier ook

Er hangt een koerstruitje vol handtekeningen tegen de muur, dat mijn aandacht trekt. De vriendelijke uitbaatster gaat echter graag in op mijn vraag of de Bora mannen vaak op bezoek komen. Ze blijkt Slovaaks en connecties te hebben met de heer Sagan himself. Jaarlijks komt Bora met een team naar boven gereden. Met trots vertelt ze over de specifieke voedingseisen die de heren hebben, en mijn Duits reikt niet ver genoeg om daar erg diep op in te gaan. Iets met Italianen en het vlees. Of het gebrek eraan. De internetsnelheid is nog trager dan mijn klimtempo. Het drankje raakt uiteindelijk toch betaald. Monsters afdalen is ook niet evident. Van zodra je de remmen lost, duik je in een rotvaart naar beneden. Ik hoop dat het droog blijft. Alleen op pad in de bergen, het is altijd een beetje een onwennig gevoel.

De man met de hamer

Aan de andere kant van de Drau ligt de Hochsteinhutte, op papier de langste en zwaarste van de dag. Met zijn 2000 meter in elk geval de hoogste. Ik fiets kort langs de rivier en aanschouw met verwondering een man in een kayak op de wilde bergrivier. Heel kort moet ik op de drukke weg om dan meteen rechts snel hoogte te pakken op weg naar Bannberg, tussenstation van deze beklimming met 500 meter verpozing. De brede strook met goed asfalt is met goed tien procent het makkelijkste deel en gaat vlot. In het bergdorp Bannberg wordt het na de afslag plots erg smal en laat de klim meteen zijn ware aard zien. Van hieraf zijn we terug vertrokken voor vele kilometers aan twaalf procent tot de top. De man met de hamer klopt vooralsnog enkel letterlijk palen in de grond, langs de kant van de weg.

Geen kaisersschmarren

Het uitzicht op het dorp en de fotogenieke kerktoren is prachtig, nadien hult ook deze beklimming zich in een groene stilte. Het duurt en blijft duren. Het wordt alsmaar kouder en het eindpunt is ook hier een kille Parkplatz, van waaruit wandelaars vertrekken. De hut ligt drie grindbochten verder op meer dan 2000 meter, een hoogte die de parking net niet haalt. Het is berekoud boven, ik loop achter op schema en de geplande kaisersschmarren laat ik varen. Het vergezicht is immens. Jammer dat het geen heldere dag is. Boven staat een klok: ‘Eine Glocke für Frieden und Freundschaft’. Wel een klok, geen kaisersschmarren. Jammer. Alleen fietsen doet je een tussenstop al eens vaker overslaan.

Alle goede dingen bestaan uit …

Aan de andere kant van Drau en Isel ligt nog Zettersfeld, ook wel Hochlienz genaamd. Daarvoor moet ik kort door de stad laveren, om dan via Thurn naar boven te fietsen. Het gebrek aan eten doet me slap voelen en ik plan een hamstersessie. Zinloos, uiteraard, een wanhoopsdaad. Mijn maag uit meteen haar bezwaren, wat niet bevorderlijk werkt in de eerste steile kilometers. Een fanfare brengt enig jolijt langs de kant van de weg, maar eens ik de laatste huizen van Thurn achter me laat, rest enkel de eenzame strijd. Ik moet hier door het gras om de slagboom te ontwijken. Ook hier zijn er net als op de andere hellingen regenafvoeren in de weg. Als dat al een afleiding wordt, is het ver gekomen. Ik haal nog een fietser bij op een e-bike. Platte batterij, zo blijkt. Die van mij is terug wat opgeladen, het gevoel is beter dan in het eerste deel. Anders dan in de voorgaande twee heb ik nu wel enkele stukken waar je eindeloos de vallei in kijkt.

Col-lectie

Nog in tegenstelling tot de andere twee heeft de top niks te bieden buiten een bordje van het gehucht Zettersfeld. Daar sta je dan, in een piepklein gehucht na 3500 hm op dertig klimkilometers. Tevreden, want alweer eentje van de bucketlist afgevinkt. Voldaan, met enkel nog een afdaling voor de boeg. Al moet je deze route voor de pure schoonheid niet aanvallen. Dan scoorde de Egger Alm met zijn veertien ‘Kehren’, ontiegelijk oude chalets en lokale zuivel stukken hoger. Dat je er offroad verder kon langs paarden en koeien naar de Poludnig Alm was een meerwaarde en de overlopende marmot een voltreffer. Maar voor mijn col-lectie, is de Lienzer Monster Runde er eentje om in te kaderen.

Die Drei Grossen van de Lienzer Monster Runde.