De vleugels van Velodux

Onze Man was begin november te gast bij DT Swiss en nam er deel aan de Red Bull Velodux, een urban cross in het kasteelstadje Estavayer-le-Lac. Geen Red Bull-event zonder grensverleggende twist erin, zelfs niet in het keurige Zwitserland, dus een garantie op spektakel is er sowieso.

25/11/2017 - Tekst: Roel van Schalen // Foto's: Marc Gasch

We zijn met vier journalisten te gast bij de wielenbouwers van DT Swiss. Eerst een paar dagen gravelrijden in het Jura-gebergte en als toetje de Red Bull Velodux, een veldrit hors catégorie zou je kunnen zeggen. De graveltochten zijn perfect bevallen: prachtige omgeving, lekker pittige work-outs en dat allemaal onder een zalig gesternte met herfstzon, blauwe luchten en milde temperaturen. Ik ben klaar voor de uitsmijter, die illustere Velodux, waarvan ik al veelbelovende filmpjes heb bekeken op internet. Op weg ernaartoe gooi ik in de groep wat de naam ‘Velodux’ toch wel betekent. Eerst is er schouderophalen, ze weten het ook niet precies, dan het vermoeden dat het zoiets moet zijn als ‘Koning der Fietsers’. ‘Dux’ is immers latijn voor ‘leider, heerser’. Velo, dat spreekt voor zich. Komt trouwens ook uit het latijn, als afkorting van het Franse ‘vélocipède’, wat een samenvoeging is van ‘pède’ en ‘velocis’, wat dan weer een vervoeging is van ‘velox’, latijn voor ‘snel’. Tot zover de etymologie, het is nooit verkeerd om de oorsprong der dingen te kennen.

Van de lichte huiver die ik vandaag voel, ken ik de oorsprong al: het zijn de talloze herinneringen aan de pijn van melkzuur die een wedstrijddag hoe dan ook met zich meebrengt. Ik heb al geruime tijd niet meer in koersmodus gestaan, maar een enkele blik op een rugnummer en de millimol-spiegel begint spontaan te stijgen. Misschien dat het zo meteen wel beter wordt, als ik het parcours zie en weet wat me te wachten staat.

Foto: Voor de start is alles nog pais en vree in de startboxen.

Opwarmen
Het strijdperk ziet er indrukwekkend uit. Twee grote Red Bull bogen markeren de startzone. Met dranghekken zijn boxen gecreëerd voor elk duo, want de Velodux is een urban cross voor koppels, waarbij de renners om beurten een toertje rijden. Je start vanuit de box, rijdt er na een ronde weer in en dan pas mag je maat vertrekken.

Naast ons is een jong duo aan het opwarmen. De ene jongen lijkt veel op Lars van der Haar. Smal gezicht, spits bekkie, en een zelfbewuste uitstraling die Vlamingen eenkennig doet worden. Ik moet meteen denken aan ‘Large’ van der Haar. Het schijnt namelijk dat Lars zich wel eens laat voorstaan op zijn groot geschapen derde been. Naar Lars wordt daarom in de wandelgangen van het veldrijden gekscherend ook wel verwezen als ‘Large’. Ik las het ooit in de regionale krant die het Belang van een zekere provincie vertegenwoordigt, in een groepsinterview met meerdere veldrittoppers uit het Nys-tijdperk. In zo’n einde seizoen vraaggesprek wordt er al eens gerept over andere zaken dan Grifo of Rhino, en rollen er hier en daar saillante feitjes van de tongen. En die kunnen best beeldbepalend zijn.

Ik ben benieuwd naar de exploten die de Large uit de box naast ons straks ten tonele gaat brengen. Je weet het niet met die spichtige mannetjes, jong van lijf en leden, met doelbewuste blik en materiaal dat klinkt als een klok, en daarbij is hij zich monomaan aan het warm rijden op een rollenbank van Tacx, te herkennen aan de lichtblauwe Dutch Design rollen met conische uiteinden. Large-uit-de-box is trouwens niet de enige die zijn spieren op die manier al in verleiding brengt, het lijkt wel of de helft van het peloton zijn kaalgeschoren benen losjes warm aan het masseren is op een fietstrainer in een of andere vorm. Die menen het serieus!

Mijn Nederlandse collega en ploegmaat van vandaag Rob is niet onder de indruk: “Da’s bij elke veldrit zo. En in België is het helemáál te gek, daar komen zelfs de nieuwelingen met een camper aanzetten met alles erop en eraan.”

Ik zelf ben wel onder de indruk, mijn contacten met wedstrijdmilieu’s zijn al ettelijke jaren opgedroogd en bij de tijd ben ik kennelijk niet meer. Ik ga dan maar opwarmen op de gouwe ouwe manier: rondjes verkennen.

Foto: Een rockgarden op een cyclocrosser vergt wat lef. Ploegmaat Rob doet het met verve.

Verkennen
De eerste meters grasland verraden nog niets, behalve dat mijn banden veel te hard staan voor snelle bochten. Verderop ligt de eerste kunstmatige hindernis: een waterbak. De parcourslinten laten toe om het water te vermijden door over de wal van de uitgraving te sturen, en alle verkenners doen dat massaal. Veel waterschade voorkom je daarmee overigens niet, want de blubberstrook die volgt, doet je ketting krassen en het noppenprofiel vol lopen.

Dan volgt de bestijging van de kasteelmuur, het eerste stukje fietsend, het tweede stuk via een middeleeuwse trap van wel 40 geblokte treden. Dank u god om mij kuiten te hebben gegeven, ik herinner ze mij weer.

Foto: De waterbak was zo erg nog niet.

Op de bovenste verdieping van het vestingstadje begint het Velodux-avontuur echt. Je rijdt door de torens, moet door smalle poortjes, over verhoogjes, langs kantelen af, de kasseien op, los grint door. Dat zijn dan de architecturale obstakels. Voor die extra edge die elk Red Bull evenement vergezeld laat gaan van de belofte dat je (minimaal in lichte mate) een tikje gestoord moet zijn voor deelname, zorgen bij deze Velodux een ramp, een zandstrook, een artificiële kuipbocht en een rock garden. Allemaal kuitenbijters in de zin van dat ze zweethandjes oproepen als je er voor het eerst op af gaat. De tweede keer trouwens ook nog, en in mijn geval zelfs de derde keer opnieuw.

De zandbak bijvoorbeeld is niet zo onschuldig als het klinkt. Je komt erin via één van de uitgespitte sporen, maar tegen het einde van de strook zijn er geen sporen meer en als je dan je stuur te veel ‘stuurt’, kon het wel eens gebeuren dat het onder je vandaan zwiept, met salto voorover eraf tot gevolg. Vandaar dat er ter plaatse een massa publiek staat. En het krijgt waar voor zijn geld! Maar niet van mij ☺.

En dan is daar het pièce de résistance van het parcours in Estavayer-le-Lac: een stenen trap van 104 treden, van bovenaan de vestingmuur terug naar het laaggelegen grasland. Klappertanden op een koersfiets, oogbollen die stuiteren in hun kassen, je helm op half zeven. En een iPhone die uit je achterzak glipt, zoals mij gebeurde. Ik zou heel de koers niet aan die trap wennen, bleek achteraf. Telkens begaf ik me op de grens van wat mens en machine aankonden, geholpen en/of aangedreven door spontane gedachteloosheid in combinatie met krampachtige overconcentratie. De trap kwam gewoon aan als beeldframe in de film van de ronde, ik bewoog mij erin, en liet spieren en hersen-spanning het nodige doen om heelhuids onderaan te geraken. Uren nadien was ik nog verweesd over hoe ik vier wedstrijdafdalingen ongeschonden had doorstaan. Adrenaline geeft je vleugels, dat moet het zijn!

Foto's: Niet te overmoedig jumpen op die ramp jongens ...

Le Mans
Terug naar het begin. De start van de Velodux is er eentje van het Le Mans-principe. Te voet starten en zo dan snel mogelijk naar je bolide toe. Veldrijder Rob Meeuwessen zal voor ons die Le Mans voor rekening nemen, loopgetraind als hij beweert te zijn. Ik moet zijn Open U.P. gravelbike opspringklaar houden voor hem. Prima rolverdeling, want zijn veel jongere en veel beter getrainde benen kunnen vermoedelijk beter met acuut melkzuur om, daarnaast is Rob bekend met startgewoel en ten slotte lijkt het me ook niet erg om nog wat verder de kat uit de boom te kijken.

Als het startschot valt en de meute de startzone in komt gestormd, is het hek van de dam. Wat een rugnummer niet losmaakt in de mens! Rennende atleten kruisen op de fiets springende atleten en omgekeerd, botsen, struikelen, vallen, en de buitelingen buitelen over elkaar heen. Large-uit-de-box heeft zich laten wegdrummen in de Le Mans-chaos en meldt zich pas tientallen plaatsen achter Rob aan zijn box. Ter meerder onheil zoekt en vindt hij in de schermutseling om zijn fiets aan te nemen van zijn spichtige teammaat ook nog het contact met moeder aarde, ongewild, want ik hoor hem grommelen. Het is een komisch tafereel. Ik lach in mijn vuistje, want ik ben ook maar een mens en leedvermaak is aan mij niet geheel onbesteed. Het gaat wel meevallen met de exploten van Large deze cross.

Foto: De kasteeltrap op rennen doet je beseffen wat kuiten zijn.

Rob is niet zo snel gestart als de competitierenner in mij stiekem hoopte. Het was ‘een gekkenhuis’, zou hij later verklaren over die lopende start. Er moet getrokken, geduwd, geschopt en geslagen zijn, en voor je het kon weten, was je al tig plaatsen naar achteren verbannen, aldus de overlevering. Rob koerst de eerste ronde tussen de 30e en 35e plek, ver van de bloementuilen. Maar niet getreurd, houd ik mijn innerlijke competitierenner voor, zijn we hier niet voor de fun? En vooral om heelhuids naar huis en haard heimreisen zu können? Mwah. Het waren al nooit argumenten die mijn competitiedrift werkelijk konden beteugelen…

Toch is de plek in de middenmoot van het veld een realistische voorlopige afspiegeling van de krachtverhoudingen. Het hakt er nogal in om vanuit stilstand ineens op te rukken naar de lactaatgrens en daar dan 7.10 minuten te blijven, want zo lang kost het mij om een ronde te slechten. De pauze van telkens 7.00 minuten (zo lang doet Rob over een ronde) is dus welkom. Het leuke eraan is dat je elke ronde opnieuw vertrekt alsof je net start. Het maakt helemaal niet uit dat je maar 25e ligt, je maakt er gewoon een persoonlijke bijdrage aan het teambelang van. Goed op techniek rijden, geen onnodige fouten maken en goed indelen. Elke trap maximaliseren, big fun is het!

Gaande de wedstrijd komt zoals verwacht de duuruithouding per koppel boven drijven en gestaag winnen we plekjes in de rangschikking, om als 17e te finishen. Niet slecht tussen 70 koppels van Zwitsers hipster-, incrowd- en veldritgeweld.

Foto: Na afloop van elke heldenkoers is er heldenbier. Dat van Velosophe in dit geval.

Om af te koelen van het eigen wedstrijdavontuur kijken we hoe de Elite-categorie het er vanaf brengt. Met de broers Flückiger, oud-Olympisch kampioen op de weg Pascal Richard en ex-juniorenwereldkampioen mtb Simon Andreassen staan er bekende namen aan de start. Maar de bekendste van allemaal is Fabian Cancellara. Die man moet meer van huis zijn dan toen hij nog renner was, zo vaak duikt hij op op uiteenlopende plekken op de aardbol. Als niet-crosser en renner uit competitie doet Cancellara het heel behoorlijk in de technisch veeleisende Velodux. Hij en zijn teammaat worden op 2 ronden gezet door de snelle jongens, maar ‘Cance’ dokkert wel meer dan een uur lang ongeschonden de trappen af. Zonder motortje! Maar wellicht wel mét Red Bull, want dat geeft je vleugels. Toch?

Foto: Gastheer Matthias van DT Swiss kan wel een Red Bull gebruiken...

Laatste artikels