De vloek van het stiekem trainen

Stiekem er vanonder muizen en gaan trainen om op die manier een oneerlijke voorsprong te nemen op je fietsmakkers, wie doet het niet? Onze blogger is ervan afgestapt, sinds karma, Murphy en het lot hem het afgelopen jaar iets te veel hebben achtervolgd op zo’n stiekeme trainingstocht.

02/02/2020 - Tekst: Gilles Bultinck // Foto's: Gilles Bultinck

Verlossing

Het begon allemaal op een zonnige dinsdagmiddag begin maart 2019. Met een graad of vijf op de thermometer best koud, maar voor de rest zonnig en een staalblauwe hemel was het een van de eerste écht mooie fietsdagen van het seizoen. Eindelijk tijd om mijn fiets te laten losbreken van die verdomde rollen. Van achter mijn bureau staar ik naar buiten en beeld ik mezelf in hoe het zwakke zonnetje voor het eerst opnieuw haar stralen strooit op al die fietsers die weer ontwaken uit hun winterslaap. Werkverplichtingen gooien helaas roet in het eten, tot plots het verlossende bericht komt dat de namiddagvergadering omwille van omstandigheden wordt geannuleerd. Met nog een hele avond werk voor de boeg hét signaal om te ontsnappen en op de fiets te springen.

Redding

Ongeveer op het verste punt van mijn rit – twee uurtjes zal wel volstaan – draai ik het jaagpad van het Albertkanaal op. Zoals bijna altijd staat de wind vanaf hier lekker in de rug. De mentale boost neem ik er met plezier bij. Tot een paar kilometer later een collega-fietser staat te molenwieken in het midden van het jaagpad. Ik ga ervanuit dat hij een pomp of in het slechtste geval een binnenband wil lenen, maar tot mijn grote verbazing meldt hij me dat er een man in het water terechtgekomen is. Fietsschoenen uit, vest uit en via de steile oever tot aan de waterkant. De reddingsoperatie is gelukkig geslaagd.

Onderkoeling

Maar door mijn natte voeten en het afgeven van mijn vest aan de onfortuinlijke man, raak ik al licht onderkoeld nog vooraleer de hulpdiensten arriveren. Mijn stiekeme trainingstocht is uiteindelijk geëindigd in het politiekantoor van Herentals, inclusief zo’n modieus dekentje waarmee je moeiteloos buitenaardse radiogolven kan afweren.

Ontsnapping

Drieënhalve maand later is de koude verdwenen, en 25 juni is tot dan de warmste dag van het jaar. Geen last-minute ontsnapping deze keer, maar een minutieus geplande, doordeweekse Ardennentraining. Om 15 uur stop ik met werken en samen met ‘partner in crime’ Koen stap ik onmiddellijk de wagen in. Een kleine twee weken voor de Marmotte is het de ideale kans om nog klimritme op te doen. Een rit van 85 kilometer met 2.000 hoogtemeters zal wel volstaan in deze hittegolf. Rond 17 uur stappen we onze fiets op, en hoewel het onaangenaam warm is, hebben we er zin in. Na deze rit zijn we zeker klaar om af te zakken naar de Alpen. Gezien de hoge temperaturen, haspelen we onze training aan een gezapig tempo af. Omdat voldoende drinken belangrijk is, nestelen we onszelf in Stavelot op een gezellig terrasje. Het is dinsdagavond, maar hier hangt de sfeer van een zomerse vrijdagavond. Aan de tafels rond ons wordt de alcohol in stevige hoeveelheden geconsumeerd. Wij houden het op een cola, gevolgd door een tweede omdat het nu echt wel te warm aanvoelt om terug op de fiets te stappen. Tot slot vragen we in onze beste Frans of we onze bidons mogen vullen met kraanwater. Met gevulde bidons en stramme terrasbenen beginnen we aan de beklimming van de Haute-Levée. Na de Rosier volgen er nog een paar kortere klimmetjes tussen Spa en Remouchamps, waar we onze wagen geparkeerd hebben.

Kneuzing

Maar op nauwelijks een kilometer van onze wagen loopt het mis. Kameraad Koen blijft op de laatste helling van de dag wat achter. Ik besluit om boven niet te wachten, maar mezelf te laten bollen richting Remouchamps. Een automobiliste die linksop haar oprit opdraait, merkt me niet op vanuit de tegenovergestelde richting, en rijdt me aan in mijn linkse flank. Gevolg: een spectaculaire tuimelperte, fiets total loss en een paar uur in het ziekenhuis van Luik voor scans en onderzoeken. Onderzoeken die gelukkig geen breuken aan het licht brengen, maar wel tientallen wonden en kneuzingen. De extra training eindigt zo ei zo na in een forfait voor de Marmotte.

Verdringing

Eind januari heb ik de twee bovenstaande voorvallen uit mijn geheugen verdrongen wanneer een vrije maandagvoormiddag zich onverwachts aandient. Met de nieuwe fietsdoelen voor 2020 zeker geen overbodige luxe. Hoewel de Kempense wegen nog voorzien zijn van een hoop nattigheid, schijnt opnieuw de zon. Na twee uur bollen krijg ik een eerste tik. De avond ervoor niet deftig gegeten, en de benen lopen plots in sneltempo leeg. Even langs de kant voor een korte sanitaire stop en tegelijkertijd wat proviand opnemen. De geplande 100 kilometer zullen er 80 worden, want ik ben op 15 kilometer van huis met 65 op de teller. Toch weer een stevige training, en met een hongerklop heeft het geen zin om verder door te gaan. Ik spring na mijn korte pauze opnieuw op de fiets en voel mijn achterwiel onverwacht dansen onder mij. Hoewel ik me niet meer kan herinneren wanneer ik voor het laatst lek reed, is het me meteen duidelijk hoe de vork aan de steel zit. Een leegloper. De dader blijkt een stukje ijzerdraad te zijn.

Rotding

Op zich geen groot probleem, behalve wanneer het moertje op het ventiel van mijn band geen krimp geeft. Eindeloze pogingen – met en zonder handschoenen – om het rotding in beweging te krijgen, blijken vruchteloos te zijn. Oorzaak is een eerder project met tubelessbanden, waarbij latex in de velg is achtergebleven. Die latex is tijdens het fietsen langs het ventielgat over het ventiel gesijpeld, mooi tussen het moertje. Met de moed der wanhoop gebruik ik mijn huissleutel om de kapotte binnenband verder aan stukken te snijden, in de hoop het van zoveel mogelijk rubber ontdane ventiel door de velg eruit te kunnen duwen. Maar ook dat brengt geen zoden aan de dijk, het harde rubberen gedeelte waarmee het ventiel aan de rest van de binnenband zat, zal in geen honderd jaar door het smalle ventielgat passen. Een half uur blijf ik sukkelen en verder afkoelen, tot ik besluit om een hulplijn in te roepen. Ik sta op een plaats waar het dichtstbijzijnde huis in de verste verte niet te zien is, en kan dus niet anders dan iemand opbellen om me te komen oppikken. En dat omwille van een stomme lekke band.

Bedanking

Bedankt papa om mij temidden de velden te komen oppikken. Ik beloof plechtig dat ik nooit meer zal gaan fietsen op momenten waarop dat eigenlijk niet hoort!