De Wase Keikop: dokkeren in het Waasland

Een tijdje terug kreeg ik ‘De Wase Keikop’ in het vizier. Het evenement zou in 2019 voor het eerst georganiseerd worden. De titel zegt eigenlijk alles. Rijden over kasseien, in het Waasland. Soms kunnen de dingen heel simpel zijn. Mijn nieuwsgierigheid haalde al snel de bovenhand en vol goede moed laadde ik mijn fiets in de wagen om koers te zetten richting Waasland.

02/04/2019 - Tekst: Gilles Bultinck

Uiteraard weet ik wel dat er in Sinaai ergens kasseien liggen. Dat weet iedereen die ooit gekoerst heeft. Wie nooit in Sinaai heeft gereden, kan zich bezwaarlijk ex-renner noemen. Het gerucht gaat zelfs dat de nadarhekken aan de aankomstzone er in het Wase dorp permanent in de grond verankerd zitten, zo vaak worden er wedstrijden georganiseerd. Sinaai is dan ook het Mekka van de amateurkoersen. Maar goed, dat terzijde. Voor het overige denk ik vooral aan uitgestrekte polders als het over het Waasland gaat.

Plaats zat

Iets voor acht uur ’s ochtends bereik ik sporthal De Klavers in Belsele. Tot mijn grote verbazing is er nog ruim genoeg parkeerplaats vlak voor de deur. Bij het uitstappen hoor ik een collega-masochist fijntjes opmerken hoe leuk het is om eens geen kwartier te hoeven manoeuvreren alvorens een provisoir parkeerplekje te vinden ergens tussen een elektriciteitskast en een lantaarnpaal. Langs de zijkant van de sporthal verschijnen met mondjesmaat trosjes fietsers. Vermoedelijk zijn het dus vooral de lokale wielertoeristenclubs die de uitdaging vandaag zullen aangaan. Dankzij de voorinschrijving hoef ik niet aan te schuiven en kan ik me rechtstreeks melden aan de snelkassa. Wanneer ik zeg dat ik opteer voor de 125 kilometer – ook 90, 60 en zelfs een familietocht van 25 kilometer behoorden tot de mogelijkheden – krijg ik een vrij sarcastische “courage, meneer” toegewenst. Ja, het is nog vroeg in het jaar. En ja, vandaag zou mijn langste rit van het nog prille seizoen worden. Maar 125 kilometer is niet overkomelijk, toch?

Langs Durme en Schelde

Ik zet koers richting Tielrode, waar de licht aflopende Gentstraat dient als de ideale opwarmer om het kasseigevoel te pakken te krijgen. Aan de oever van de Durme groet ik vervolgens het standbeeld van de Veerman. Van mijn plannetje om aan te pikken bij een groepje, komt voorlopig niet veel in huis. Terwijl de ochtendmist in de polders stilaan optrekt, kruis ik gelukkig geregeld joggers en fietsers die mijn eenzaamheid verdrijven. Op de sticker met parcoursbeschrijving (handig om op je bovenbuis te kleven!) zie ik dat de volgende kasseistrook pas tien kilometer verderop ligt. Perfect om de benen warm te draaien. Het fenomenale zicht op de Scheldebocht in Temse went trouwens nooit. Tenzij misschien voor de residenten in de talrijke penthouses. Maar zij hebben waarschijnlijk meer betaald dan de 12 euro inschrijving die deelnemers aan De Wase Keikop dienden neer te tellen. In de Sint-Niklase Dennenstraat stuwt een licht zuiderwindje me volop voorwaarts. Met de handen in de beugel geniet ik van het zacht suizende asfalt onder mijn wielen. Tegenwoordig bol ik rond op een zogenaamde comfort-racer, waardoor aanpassingen aan materiaal op voorhand niet nodig waren. De 28 millimeter brede Vittoria Rubino banden volstaan ruimschoots. Breed genoeg om het nodige comfort te bieden, maar tegelijkertijd ook taai genoeg om te weerstaan aan de scherpe randen van de kinderkopjes die vandaag nog mijn pad zullen kruisen. Om nog te zwijgen van de zandpaadjes als vluchtoord voor de kasseien. Daar kunnen verraderlijk scherpe steentjes op liggen!

Erop of ernaast

In de verte zie ik een verandering in de samenstelling van het asfalt. Even denk ik dat het een optische illusie is. Maar nee, het gladde asfalt sluit naadloos aan op kasseien. Ik betrap mezelf op een eerste masochistische grijns, inclusief opgetrokken wenkbrauwen. Het einde van de straat is in zicht, dus ik trap even wat steviger door op de eerste échte kasseistrook van de dag. Dalende stroken tel ik principieel nooit mee. De Haaghoek is voor mij dan ook slechts een halve kasseistrook. Bij het rechts afdraaien van de Dennenstraat stel ik vast dat de volgende strook ligt te wachten. Op het eerste gezicht lijkt de Beeldstraat dubbel zo lang te zijn als de Dennenstraat. Die bovenbuissticker is blijkbaar enkel handig als je er daadwerkelijk op kijkt. Ik laat het gebrek aan parcourskennis niet aan mijn hart komen en moet voor een tweede keer op korte tijd lachen. Nu omdat ik een paar bandenafdrukken spot in het kantje naast de kasseien. “Watjes”, denk ik bij mezelf. Later zal ik daar nog op terugkomen, weet ik inmiddels. Aan het einde van de Beeldstraat is het nogal donker. Op de T-splitsing ontbreekt alle signalisatie naar links en/of rechts. Tot ik een fluo-pijl in het gezichtsveld krijg. De pijl wijst rechtdoor naar een – zo ervaar ik het toch – bospaadje. Op het paadje liggen houtstronken aan de kant. Het zaagsel dat is achtergebleven op het provisoir geplaveide wegdek ziet er nog vers uit. We zijn twee weken na de voorjaarsstorm en tot gisteren heeft er niemand aanstoot gemaakt aan de wegblokkade. Ik concludeer dan ook dat het bospaadje bij weinig wandelaars in trek is. Het zijn sadisten die ons hierdoor sturen. Volgens mijn bovenbuis heette het onbenullige paadje de Sint-Jacobsdreef. Slechts driehonderd meter lang en vermoedelijk daarom slechts drie sterren, ééntje minder dan de anderalve kilometer lange Beeldstraat van daarnet. Vlak voor de eerste bevoorrading in Kemzeke haalt een groepje mountainbikers mij in. Ze houden er een stevig tempo op na. Op de Heerweg nemen ze jammer genoeg allemaal de ruime betonnen boordsteen. Op één die-hard kasseifretter na dan toch. Die moet aan de inschrijving gezien hebben dat er gratis Kwaremontbier beloofd werd aan de fietsers die geen meter kasseien oversloegen. Daarvoor kom ik jammer genoeg niet meer in aanmerking want ik volg vlotjes over het gladde beton.

Geen vluchtweg

Bij de eerste bevoorrading tref ik allemaal heel vriendelijke medewerkers. Wat sportdrank, een suikerwafel, een banaan, en gaan! Nog 85 kilometer voor de boeg. Ik vertrek net voor een groepje aanstalten maakt om ook de tocht te hervatten. Toch duurt het nog een tijdje voor ze tot bij mij komen. Ik nestel me in het wiel en laat me enkele kilometers meevoeren. Tot aan de volgende kasseistrook zonder vluchtweg. De voorbije stroken koos ik – samen met mijn metgezellen – steevast voor het fietspad. Na dik tien kilometer kasseien was ik helemaal vergeten wat ik er zo fijn aan vind. Tot hier dus. De mannen voor mij vloeken en tieren terwijl ze van steen naar steen lijken te botsen. Ik rij ontspannen over de kasseien en geniet van het feit dat de anderen hier harder afzien dan ikzelf. Wanneer het te traag gaat, steek ik hen voorbij en dokker in mijn eigen tempo solo verder. Het is zeker geen fabeltje dat snel rijden over de kasseien comfortabeler is dan traag rijden. Alleen moet je het wel nog kunnen… Na een aantal richtingveranderingen ben ik mijn oriëntatie volledig kwijt. Ik laat me dus volledig verrassen door de talrijke Lokerse gehuchten die we passeren. Langs de Durme in Daknam kom ik op bekend terrein. Het is te zeggen, ik las onlangs een roman die zich hier afspeelt. Tot zover dus mijn terreinkennis. In de verte doemt het Daknamstadion op. Eén ding is zeker, Sporting Lokeren zal volgend jaar in de tweede voetbalklasse beschikken over een mooie accommodatie. Voor de tweede bevoorrading slalommen we doorheen het centrum van Lokeren. Een aantal geplaveide winkelstraten wordt mee doorgenomen en verschillende trosjes fietsers klitten bijeen. Samen laveren we doorheen het verkeer dat tegen het middaguur redelijk op gang gekomen is. Uit praktische overwegingen is het misschien handig om hier de bevoorrading te organiseren, maar de geplaveide winkelstraten en het drukke verkeer zijn geen meerwaarde voor deze tocht. Voor de rest ben ik absoluut blij om de bevoorradingspost te zien. Ook hier weer een hartelijke ontvangst. Voor het eerst sinds een aantal kilometer zie ik genoeg fietsers rond mij om ons een ‘peloton’ te noemen. Helaas wel naast de fiets en niet erop. Terwijl de rest – blijkbaar veel locals, te horen aan hun taaltje – besluit om er nog een moment van gezellig samenzijn van te maken, klik ik terug in voor de laatste derig kilometer.

“Zet ouw eigen derbij”

Wanneer Céline Dion in mijn hoofd bijna “Aaaaaaall by myself” begint te zingen, dendert een treintje van een tiental fietsers voorbij. “Zet ouw eigen derbij”, roept een vrouwelijke compagnon me toe wanneer ze op gelijke hoogte met mij komt. Het plaatselijke dialect uit een vrouwenmond is toch een afknapper. Als volleerde criteriumrijders draaien we een rondje in Sinaai-Dorp. Maar even later volgt bij de volgende splitsing een abrupt afscheid. In alle stilte volg ik rechtdoor richting 125 kilometer. De rest van het gezelschap draait de lus van 90 kilometer op. Daar ga ik dan, weer helemaal alleen.

Lege benen en een volle maag

Voor de zoveelste keer vandaag bijt een brug over de E17 met kleine hapjes in mijn kuiten. Voor zover ik nog enig besef van richting heb, weet ik dat ik nu aan de verkeerde kant van de snelweg zit ten opzichte van de aankomst. Ik rij dus nog weg van de plaats waar ik moet zijn en het is volgens mijn kilometerteller nog slechts tien kilometer. Er moet een goede reden zijn voor dit vreemde ommetje. En inderdaad, de finale heeft nog wat in petto. Ik word verrast door een klimmetje dat vertrekt in een Waasmunsterse woonwijk om dan over te gaan tot een rasechte kasseihelling. Als kers op de taart van deze eerste Wase Keikop kan dit zeker tellen. Ondanks voldoende bevoorrading onderweg, zijn de laatste restjes energie net uit de benen gelopen. Tevreden om mijn dosering en omwille van het feit dat ik heelhuids het einde haal, bol ik in Belsele de aankomstzone binnen. De gratis Kwaremont heb ik niet verdiend. Daarvoor mocht je geen meter naast de kasseien gereden hebben. Niet erg, ik moet toch nog met de wagen rijden. Maar eerst nog een verkwikkende douche. Zo kan ik op weg naar huis lekker fris de Burger King in Kruibeke binnenstappen. Naast de kasseien voor mij nog een reden om af te zakken naar het Waasland. Dik 25 kilometer kasseien in de benen en een Double Whopper in de maag. Dat pakken ze me alvast niet meer af!

Route info

Wil je de route van de Wase Keikop zelf eens narijden, download ze dan hier.

Met dank aan FUTURUM Quality Gear, partner van deze blog.