Der Lokomotiv stoomt naar de Kilimanjaro

Al sinds mijn zes jaar verkoop ik aan de Gentse grootwarenhuizen ‘peetjes’ voor het goede doel, eerst voor Vredeseilanden en nu voor Rikolto, de opvolger van Vredeseilanden. Rikolto organiseert al acht jaar mountainbikereizen naar de regio’s waar projecten worden ondersteund en iedereen die aan zo’n reis wil deelnemen moet drieduizend euro inzamelen voor de projecten van Rikolto. Ik schreef mij in voor de Kilimanjaro Classic 2018 die voor midden september in Tanzania op de planning stond.

20/12/2018 - Tekst: Bart De Keyser // Foto's: Bart De Keyser

De reis duurde gigantisch lang, de nacht was veel te kort en bood amper 2,5 uur slaap. Bij het ontbijt puzzelen we onze fietsen bij elkaar. Daarna zijn we klaar voor tachtig kilometer stof vreten. Geen twee kilometer van de route is verhard, de lucht is licht bewolkt, de temperatuur perfect, de route niet technisch. Voor de middag fietsen we veertig kilometer over gravelwegen door de savanne. Voor de middagpauze rijden we ons wel vast. De plek aan de Panagani-rivier waar een kano ons zou overzetten, blijkt overstroomd. We waden kniehoog door het water, keren uiteindelijk een stukje terug en vragen in het laatste dorpje dat we passeerden de weg. Uiteindelijk vinden we de kano – een uitgeholde boomstam – even verder stroomopwaarts. De boterham met avocado die we aan de overkant opeten smaakt dubbel zo lekker daarna.

Na de middag is het even zoeken om opnieuw op de track te raken. Die belooft veel stof. Ik verlaag de bandenspanning een beetje zodat de Exploro nog makkelijker zijn weg kan vinden op de zowaar wat Kempisch aandoende wegen. Het beeld naast de weg is minder Kempisch: met links een baobab en rechts een enorm rijstveld waar Rikolto jaren geleden hielp met het irrigatiesysteem. We kruisen de Panganirivier opnieuw, klimmen kort en eindigen na 83 kilometer in Neewa Ya Mungu, onze slaapplaats. Mama Massai (Frida), al jaren vrijwilliger voor Rikolto en werknemer van de overheid, verwent ons met superlekker eten, een frisse pint en een heerlijk bed.

Improviseren met de Lefty

We komen al iets meer in het Afrikaanse ritme, pole pole wordt langzaam ons deel. Een pak later dan gisteren vertrekken we voor een héél rustige rit van 65 kilometer met driehonderd hoogtemeters. Onderweg zullen we een pilootproject bezoeken waar ze watermeloenen, tomaten en ander lekkers kweken. Finishen zullen we in Moshi, aan de voet van de Kilimanjaro. Tot zover de theorie! In de praktijk valt ons plan in het water en dat mag je gerust letterlijk nemen. We worden opnieuw gedwarsboomd door de overstroming die ons gisteren al parten speelde en moeten improviseren. We volgen mooie singletracks, licht heuvelend, dorpje in, dorpje uit. We passeren ook een steenbakkerij. We genieten, behalve Piet die remhoefbevestiging van zijn Leftie ziet afbreken. André (aka ‘den Tafi’) bedenkt een oplossing en fixeert de remhoef met twee moertjes die eigenlijk het ventiel van je binnenband op zijn plaats houden. Ik assisteer een beetje. Na een bezoek aan het pilootproject stuiven we acht kilometer door het stof, de laatste twintig kilometer bollen we over asfalt voorbij grote suikerrietplantages en een gigantische suikerfabriek. De stad waar we slapen dampt van de uitlaatgassen die tegen de flanken van de Kilimanjaro blijven hangen. We kopen een cola in een lokaal winkeltje en brengen de fietsen in orde. Samenvatting van de dag: in het stof ploeteren, duiken, vallen, stof vreten; fiets herstellen à l’improviste en genieten van de loden zon, de fiets, het gezelschap, van Afrika. De hele dag op de achtergrond: de Kilimanjaro die ons uitnodigend aankijkt. Morgen is het zover, dan beklimmen we een stuk van haar flanken.

Kili-kili uit de nineties

We moeten vroeg uit de veren. Vanuit Moshi beginnen we met een stevige klim van twintig kilometer en meer dan duizend hoogtemeters. De klim leidt ons naar een passievruchtenkwekerij, ook een project van Rikolto. Boeiend… en lekker. De klim zelf is prachtig: pittig steil (maar niet té) met voldoende recuperatiepunten en achter iedere pedaalslag een nieuwe, potentiële foto. Smullen! De hele klim door lacht de top van de Kilimanjaro ons toe. Onderweg kom ik te weten dat de top al met een fatbike bereikt is. Ik droom ervan om misschien ooit de eerste gravelbike daar te fotograferen. Maar niet vandaag! Na de passievruchtenproeverij klimmen we nog even verder richting top. Speedy Gonzalez (Andrea) stuift voorbij met een brede glimlach en een vrolijk “Bye bye!”. Dat doet hij op zijn perfect onderhouden mountainbike uit de nineties, al kan hij wel nieuwe kogellagers gebruiken. Sander meldt tijdens de middagpauze dat het zwaarste deel van de route erop zit. We krijgen nog uitsluitend afdalingen, hooguit lichtglooiende wegen. Mijn soort parcours dus, al loopt mijn 3T Exploro tegen zijn grenzen aan als het te rotsachtig wordt. Ik kan dus niet de rechte lijn volgen, maar moet in plaats daarvan tussen de stenen door slalommen omdat mijn gravelbike anders alle kanten opstuitert. Plots verandert de ondergrond. Asfalt! Dat is ook de reden dat ik fietskoerier Stijn en de eerder vermelde Speedy Gonzalez afstand zie nemen, net op het moment dat ik moet ‘druppelen’. Dat is: wachten aan het kruispunt zodat je de volgende fietsers de weg kan tonen. Met Jan, de man die op zijn beurt voor mij druppelt, stuif ik zo snel mogelijk naar voren. Het is wel uitkijken geblazen voor onverwachte hindernissen: verkeersdrempels, bochten die plots in gravel aangelegd zijn, een brug die een paar centimeter hoger ligt. Over overwegend goed asfalt komt de hele groep uiteindelijk aan in het volgende stadje waar we een half uurtje pauze nemen met een cola. Daarna blijkt de route toch iets meer te glooien dan voorgesteld: het ideale traject om met Stijn en Speedy Gonzalez de sportieve strijd aan te gaan. Twintig kilometer rij ik aan maximale hartslag, het melkzuur spat alle kanten op. En ook al is er geen tijd voor foto’s of aandachtig rondkijken, toch blijft het genieten van dit prachtige, golvende landschap. We wachten de rest van de groep op om samen de veertien resterende, dalende kilometers over de gravelweg naar Lake Chala te rijden: onze overnachtingsplaats voor vandaag en meteen ook de plek waar we morgen een rustdag inlassen.

Ter plaatse, rust!

Vandaag is rustdag: pole pole voor de volle honderd procent! We ontbijten heerlijke laat met zicht op het sublieme kratermeer, wandelen door een canyon naar een andere krater en keren terug naar het meer voor een verboden duik in adamskostuum. Zwemmen mag hier eigenlijk niet, dus mogen we van de gids enkel zwemmen in het stuk dat vanaf de bovenkant van de krater niet te zien is. Stiekem genieten! Na een overheerlijke curry, gemaakt met de pompoensoep van gisterenavond, gun ik mijn fiets een onderhoudsbeurt. Ik reinig en smeer de ketting en controleer de volledige fiets. Op het einde van de eerste dag verloor ik een schroef en een afdekplaatje van mijn zadelklem. Ik versterk de tape die mijn zadel voorlopig op zijn plaats houdt. De remmen zijn een andere uitdaging. Toen ik voor mijn vertrek een nieuwe remleiding monteerde, ondervond ik al problemen om die te ontluchten. Ik vreesde toen al dat ik de hele klus tijdens de Kilimanjaro Trip zou mogen overdoen. Die vrees blijkt nu helaas gegrond. Ik moet de remblokjes niet alleen licht opschuren, maar ook de rem ontluchten wat bij Sram sowieso geen eenvoudig klusje is. Het duurt lang, al is het uitzicht mooi en de muziek aangenaam.

Joep op kop

Vandaag neemt Joep een vroegere start. Zo bengelt hij niet de hele dag achteraan en hoeft hij niet het gevoel te hebben dat hij de groep ophoudt. Dat is overigens niet zo, maar een jeep die de hele dag achter je aan rijdt, voelt inderdaad als een soort zwaard van Damocles. Die stress vermijdt hij liever. Jan en ik vergezellen hem. Na twintig kilometer is er een bevoorrading: daar samen aankomen met de groep is het doel voor deze ochtend. We banen ons eerst een weg door maïsvelden, hogerop rijden we over mooie singletracks door bananenplantages. Joep is ontspannen en fietst stevig door, ondanks de pittige hellingen. Af en toe wandelt hij een stukje: geen erg, zo komen we er ook. Ruim voor de rest van de groep arriveert, stoppen we in de buurt van de bevoorrading om wat te socializen met de lokale bevolking. Joep laat zijn fiets testen, wij onze brillen. “Leuke momenten als deze: dat is waarom ik hier zo graag afzie”, lacht Joep en ik kan hem geen ongelijk geven. De rest van de groep komt aan, we pauzeren met een overheerlijk stuk fruit, vullen onze drinkbussen en ik ontsmet een paar schrammen die ik opliep door een lompe val deze voormiddag. Gelukkig liepen zowel mijn Exploro als ikzelf geen verdere schade op. Na de pauze vervolgen we de route over een grote asfaltweg. En ja hoor, het spelletje van twee dagen geleden met de Siamese berggeitjestweeling start opnieuw. Demarreren, gegrepen worden en opnieuw gaan. Ik heb echter het gevoel dat Speedy Gonzalez vandaag niet zo sterk is als de vorige dagen, verder in de rit blijkt dat ook te kloppen. We houden even halt aan het punt waar we het asfalt verlaten en een steile klim moeten beginnen. Terwijl we de rest van de groep willen laten terugkomen, worden we omsingeld door meer dan honderd schoolkinderen die eigenlijk hun weg naar huis moeten aanvatten. We beslissen daarom om toch al te vertrekken, één van ons blijft om de rest de weg te wijzen. De schoolkinderen vinden het leuk om met ons mee te lopen. Van één van hen ben ik bijzonder onder de indruk: een jongetje met rode trui slaagt erin om bij mij te blijven. Ook al rij ik vaak twaalf kilometer per uur, in een zeldzame afdaling zelfs tot dertig kilometer per uur: ik blijf zijn stappen en hijgen horen. Chapeau voor zoveel grinta! Als ik iets verderop moet pauzeren om de groep de weg naar rechts te tonen, beloon ik hem met een nougat. Na het eten klimmen we verder door dit mooie continent. Via een gezellige markt bereiken we opnieuw een asfaltweg en niet veel later ook onze eindbestemming voor vandaag. 55 kilometer en 1.500 hoogtemeters: het was stevig genieten. Met een niet zo frisse Kilimanjaro-pint overlopen we onze dag en kijken we uit naar morgen, met meer van hetzelfde op het menu.

Go, Joep!

Net als gisteren vertrek ik met Joep een kwartiertje vroeger. Vandaag vergezelt Steven ons. De eerste twintig kilometer klimmen we over asfalt in terrasjes naar boven. Het landschap is vandaag veel minder spectaculair, met veel pijnbomen die de hoogte inschieten en een beetje aan de Ardennen doen denken. Op een zeldzaam open stuk doemt de Kilimanjaro mooi en groot voor ons op. Net voor de top, op 2.200 meter, haalt de groep ons in. Zij stoppen om te hergroeperen. Joep en ik rijden door zodat we niet uit ons ritme raken. We hebben de juiste flow gevonden en op vraag van Sander blijven we op de asfaltweg tot de middagpauze. Dat vlot aardig, we arriveren er vroeg en zonder honger bovendien. Er resten ons nog twintig kilometer tot de finish en dus beslissen we de laatste loodjes op sportvoeding af te leggen. Het landschap verandert totaal: we rijden opnieuw door savanne op een heerlijke gravelpiste. Joep lijkt te vergeten dat hij aan het klimmen is en vertelt honderduit. In het volgende dorp roepen kinderen ons, zoals overal, “How are you?” toe. Ik slaag erin om hen met een “Go, Joep!” voor Joep te laten supporteren. Joep geniet en versnelt. Even verderop lassen we een pauze in, met een Red Bull uit de lokale winkel. Die geeft Joep blijkbaar zoveel vleugels dat hij denkt zonder ketting verder te kunnen. Mis Joep! Ik herstel de ketting zodat we snel weer op pad kunnen. Ik blijk het euvel jammer genoeg net niet snel genoeg te kunnen verhelpen: de eerste van de achteropkomende groep haalt ons nét voor de finish in. We sluiten de dag af in een tentje op een school onder een heldere sterrenhemel, na een heerlijke maaltijd bereid onder supervisie van SOS Piet. Een betere dag kon ik me niet wensen. Heerlijk ontspannen genieten van wat de dag ons bracht. Pure vakantie!

WTC de potspurters

Sneller dan verwacht breekt de laatste fietsdag aan. Een kudde olifanten animeerde mijn maag vannacht. Niet het vroege vertrek – 7 uur ‘s ochtends – maar wel de nachtelijke spurtjes naar de pot zullen mijn dagritme bepalen. Mijn ontbijt bestaat uit één soldatenkoek en een immodium. Met dat schamele ontbijt stappen Joep en ik de fiets op voor een tocht van 87 kilometer, opnieuw voor de rest van de groep vertrekt. Ik laat Joep weten dat de pikorde vandaag verandert: hij mag mij dit keer naar de finish helpen. En ja hoor, de eerste helling rijdt hij me los uit het wiel. Ik forceer me zo hard dat ik een scherpe steen niet zie liggen waardoor ik een scheur in mijn buitenband trek. Ik herstel de band, pulk er alle doorns van de laatste vijf dagen uit en plaats een nieuwe binnenband. Het kost ons veel tijd, maar dan zijn we weer vertrokken: op naar de ingang van een nationaal park waar ze wél wild hebben. Op de korte klimmetjes kan ik het wiel van Joep maar net volgen. De groep haalt ons in net voor we aan de afdaling beginnen. In het park is het hoofdzakelijk dalen of vlak. Het worden dertig kilometer trails om duimen en vingers bij af te likken, ware het niet dat er over een groot deel van de route lange tijd geen voertuig gereden heeft. In combinatie met de uitzonderlijk hevige regen zorgt dat voor overwoekerde wegen met planten – van het stekelige type helaas. Resultaat: al snel loopt de ene na de andere band leeg. Lang voor we het park verlaten zitten we door onze voorraad binnenbanden heen en ook de voorraad bandenpleisters slinkt zienderogen. Andrei besluit dan maar zelf pluggen te maken met toiletpapier en latexmelk, die in de meeste banden toch aanwezig is. Zowaar geniaal en efficiënt! Gelukkig is het park ook meer dan een lekke banden avontuur. Op de zeldzame momenten dat ik erin slaag naast de weg te kijken – ik heb al mijn concentratie nodig, want mijn reactievermogen en trail-leessnelheid zijn flink geslonken – zie ik hoe onbeschrijfelijk mooi het hier is. Ik heb zelf jammer genoeg het geluk niet om wilde dieren te spotten, op een tiental giraffen na die vanaf de ingang in groep naar de voederplaats beneden lopen. De rest van de groep ziet een beetje vanalles, Piet ziet zelfs een (roze) olifant. Veel later dan voorzien nemen we ons middagmaal. Dat bestaat in mijn geval uit wat gummibeertjes en één boterham met confituur. Na de middag besluiten we in groep naar de Simbafarm te fietsen waar we de nacht zullen doorbrengen. Dat loopt al bij al redelijk vlot, al haalt kleine schade ons uit het ritme. Zo moeten Kristof en Stijn af en toe een beetje lucht bijpompen in een heel trage leegloper en Benny’s fiets lijkt deze reis wel een vogeltje te hebben opgegeten. Op de tonen van het getsjilp van zijn Specialized bereiken we de laatste helling. Daar begint het spelletje met de lekke banden opnieuw. Wannes is de eerste die voor de bijl gaat, gevolgd door enkele anderen. Op zeven kilometer voor de finish is het mijn beurt. Ik krijg niet eens de band van de velg. Totaal uitgeput duw ik een stuk nougat in mijn keel en een minuutje later krijg ik weer wat nieuwe energie. Mijn band is net hersteld als de laatsten mij passeren. Andrei pompt de band op en plaatst het wiel in de fiets. Compleet uitgeput bereik ik de lodge waar ik me in het gras laat neervallen.

Genoten heb ik, al heb ik vandaag enkel gezien wat er zich vijf meter voor mijn wiel afspeelde en kon ik slechts enkele foto’s nemen. Het feit dat ik ziek deze etappe heb overleefd, geeft me veel voldoening. Jammer dat ik morgen opnieuw naar huis moet. Maar nieuwe avonturen komen er zeker aan!