Drenthe 200: sterven en verrijzen

Vorig jaar nam ik voor het eerst deel aan Drenthe 200, een tweehonderd kilometer lange offroad race/toertocht door (u raadt het wel) de Nederlandse provincie Drenthe. Op 28 december 2018 stond ik er opnieuw aan de start, samen met twee fietsvrienden en op een compleet andere fiets. Het werd weer een ritje om in te kaderen…

30/12/2018 - Tekst: Bart De Schampheleire // Foto's: Eppo Karsijns

“En we gaan aftellen, dames en herrrrren. Nog derrrrrrtig seconden tot de starrrrt”, meldt de speaker met sappig rollende R. Ik heb nog geen minuut geleden mijn tas met droge kleding afgegeven bij de vrachtwagen die alle spullen naar de verzorgingspost bij kilometer 103 zal brengen en wring me als allerlaatste in het startvak van de fatbikers. We waren deze ochtend vanuit ons hotel in Groningen een beetje laat naar startplaats Roden vertrokken en toen fietsmaatje Koen één van zijn fietshandschoenen maar niet kon vinden gingen we zodanig in de zoektocht op dat we niet door hadden dat de klok sneller dan verwacht richting 6 uur kroop. Half in paniek schakel ik de verlichting op mijn stuur, zadelpen en helm in en door de stress slaag ik er niet in om de aan/uit knop van mijn fietscomputer te vinden. Net als het apparaat opstart wordt de meute los gelaten en nog geen tweehonderd meter verder is mijn Drenthe 200 al bijna voorbij…

Voor een rit van 200 km heeft een mens zo zijn bedenkingen. En als de jurywagen er al zo smerig bij staat, dan belooft dat weinig goeds...

Uit koers geslagen

De pakweg vijftig fat bikers zijn helemaal vooraan gestart, met in startvak 1 vlak achter hen een paar honderd gretige wedstrijdrijders op ‘normale’ mountainbikes. Die willen allemaal in een gunstige positie aan de eerste offroad strook na vier kilometer beginnen en dat leidt tot een chaos van jewelste. De fatbikers worden langs links, rechts én door het midden voorbij geknald door de wedstrijdrijders en daarbij rijdt één mountainbiker keihard tegen het linker uiteinde van mijn stuur. Nog een geluk dat ik op een stevige fatbike met moddervette banden op weg ben, of ik was genadeloos tegen de grond gegaan met ongetwijfeld 25 man over mij heen. Maar ik slaag er in om overeind te blijven en ben nu helemaal wakker. Welkom in Roden. Welkom in Drenthe 200.

De omstandigheden zijn in niks te vergelijken met vorig jaar. Al om 6 uur in de ochtend is het ‘aangenaam’ fietsweer met een graadje of vijf, amper wind en er wordt voor vandaag ook geen neerslag voorspeld. Vorig jaar was het bij de start al bitter koud en had het de weken voor het evenement bijna onophoudelijk geregend. Al op de eerste offroad stroken stonden we tot aan de enkels in de bagger, nu vlieg ik met mijn fatbike aan 25 kilometer per uur over die stroken. Vertrokken van op de eerste rijen ben ik inmiddels ingehaald door een paar honderd topfitte wedstrijdrijders op 29” mountainbikes en ik haak mijn wagonnetje vast aan een groep van een man of twintig dat er stevig de pas in houdt. In gestrekte draf gaat het over vlot rollende zandpaden langs kanalen en door bossen en hoewel ik de achtergrondverlichting van mijn fietscomputer niet heb aan staan voel ik dat de snelheid constant boven de dertig per uur ligt. De rood/witte pijlen van ‘Op Fietse’ zijn perfect zichtbaar opgesteld zodat ik de GPX-track op mijn Bryton fietscomputer niet hoef te consulteren en waar een pijl wat moeilijker te zien zou zijn, is er een rood knipperlicht op aangebracht. Heerlijk professioneel georganiseerd dus, net als de seingevers die overal waar we een drukke weg moeten dwarsen het verkeer eventjes voor ons stil leggen en ons aanmoedigen.

In gestrekte draf gaat het over zandpaden langs kanalen. Van de overkant van het water levert dat magistrale beelden op.

Overmoed onder de helmmuts

Vlak voor de eerste bevoorrading in Balloo doorkruisen we het Balloerveld, een schitterend natuurgebied dat een beetje als duinen aanvoelt. Op de Canyon Dude fatbike kom ik er vlot doorheen want zit ik een half metertje naast de ideale rijlijn, dan zweven de 4” brede Schwalbe Jumbo Jim banden probleemloos over het mulle zand. Als ik bij de verzorgingspost in Balloo een eerste keer goed naar het schermpje van mijn fietscomputer kijk, lees ik een gemiddelde snelheid van net geen 27 kilometer per uur af en slaat de schrik mij om het hart. “Dit is veel te hard, dit hou ik nooit vol”, flitst het door mijn gedachten. Maar toch blijft een gevoel van overmoed onder mijn helmmuts aanwezig. “Het parcours ligt er duizend keer beter bij dan vorig jaar. Blijven rammen dus, want dit is een uitgelezen kans om een mooie tijd neer te zetten in de Drenthe 200”, roept het duiveltje van op mijn andere schouder in mijn oor. Ik laat mijn bidon bijvullen, spoel een krentenbol door met twee stevige koppen warme bouillon en gris nog een banaan en een energiereep mee voor de volgende twintig kilometer. Fietsmaatje Koen stuift op zijn fatbike voor mij het donker in, Bart 2 moest op zijn gravelbike vanuit startvak twee vertrekken en heeft die tien minuten achterstand duidelijk nog niet goed kunnen maken. Houden zo, gas geven!

Ja, Alex, ik vind je een bikkel. Maar stop nu g#dverd#mme met in mijn ogen te schijnen met die koplamp van je.

De manège van Balloo is de eerste verzorgingspost waar ook de fatbikers het Makro Foodpoint aanvallen.

Ganzenpas

Vorig jaar was het al lang licht toen ik de bevoorrading in Balloo verliet, deze keer is het nog aardedonker en dat geeft me moed. Ik reken in mijn hoofd uit hoeveel tijd ik voor lig op mijn schema van vorig jaar en ga helemaal op in de inspanning. Richting Gieten hou ik er stevig de vaart in want ik weet van vorig jaar dat er een aantal technische stroken op een vaste mountainbikeroute zitten aan te komen. Stuiterde ik daar vorig jaar op mijn crossfiets nog hulpeloos in het rond met mijn smalle bandjes, dan wil ik daar het voordeel van de fatbike maximaal benutten. En dus wil ik liever geen tragere deelnemers voor mij op de singletracks zodat ik die zones volgas kan nemen. Dat lukt aardig, maar door het betere stuurwerk kom ik amper aan drinken en eten toe. Omdat bij de tweede bevoorradingspost mijn bidon nog meer dan half vol is en mijn achterzakken nog uitpuilen van het proviand, stoom ik door. Langs meertjes waar duizenden ganzen voor een oorverdovend concert zorgen. Op de bulten rond de plassen mogen we net zoals vorig jaar wat hoogtemeters sprokkelen en het vraagt flink wat energie om de fatbike iedere keer vlotjes boven te krijgen. Zonder dat ik het echt in de gaten heb, vloeit de kracht uit mijn benen weg en tegen dat we bij de verzorgingspost van Schoonloo aankomen besef ik dat ik met een gigantisch probleem zit: de brandstoftank is leeg… Hoewel ik al anderhalve maand op de Canyon Dude rij als voorbereiding op de Drenthe 200, slaag ik er nog steeds niet in om mijn inspanning op de fatbike te doseren. Door het hogere gewicht van de fiets en de extra rolweerstand van de zacht opgepompte 4” brede banden (amper 550 gram druk), verkijk ik mij telkens weer op de hoeveelheid energie ik verbruik om de fiets op tempo te houden. En dat dreigt mij nu zuur op te breken.

Bij een normale rit is het geen probleem dat je na tachtig kilometer door je beste krachten heen zit, maar dit is Drenthe 200. En ook al ligt het parcours er perfect berijdbaar bij, nog 120 kilometer met lege benen door fietsen is absoluut geen optie. Er rest me niks anders dan bij de verzorgingspost in Schoonloo een wat langere pauze in te lassen. Merk trouwens op dat ik in dit verhaal constant de term ‘verzorgingspost’ gebruik. Want wat in Vlaanderen ‘een bevoorrading’ heet, is in Drenthe 200 veel meer. Hier word je niet gewoon ‘bevoorraad’, hier word je ‘verzorgd’. Er is vanalles te eten, je kan kiezen uit sportdrank en water, er is een medische hulppost en er liggen zowaar energierepen en gels van Clif Bar. Ik ga een paar minuten op een strobaal zitten, duw een banaan en een energiereep naar binnen en pers een zakje energiegel tussen mijn tanden. Het spul kleeft sterker dan secondelijn, maar ik hoop vooral dat het werkt. Ik weet dat bij de verzorgingspost van Beilen, na 103 kilometer, een uitgebreide bevoorrading met warm eten wacht. Het plan is om tot daar rustig door te fietsen, in de hoop dat ik wat van de voorbije tachtig kilometer kan herstellen om de volgende honderd goed door te komen. Ik probeer over te schakelen naar de ‘genietersmodus’, kijk zo veel mogelijk om me heen en zuig de fantastische paden en schitterende omgeving gulzig in mij op. Als je Drenthe 200 op deze manier fietst, dan is de rit het mooiste visitekaartje dat de provincie Drenthe zich kan dromen. Maar omdat ik het tempo drastisch heb moeten laten zakken, word ik nu constant voorbijgereden door fietsers die ik normaal gezien tussen mijn boterham zou leggen als ontbijt. En dat vreet aan mijn moreel. Een marathononderneming als Drenthe 200 is sowieso veel meer een mentale dan een fysieke kwestie. Je wordt constant heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees. “Ga ik het halen?” en “Ben ik niet te hard aan het fietsen?” worden afgewisseld met regelrechte genietersmomentjes. Als ik -nog altijd met lege benen- mijn fatbike door een reeks kombochten in het bos jaag, kan ik niet anders dan als een ervaren vrachtwagenchauffeur luidkeels ‘Met de vlam in de pijp, scheur ik door de Brennerpas’ te zingen. De andere deelnemers kijken mij wat raar aan, al ben ik er van overtuigd dat ik niet het enige curiosum ben dat ze vandaag onderweg zullen tegenkomen.

De kachel brandt weer

Van tegenkomen gesproken, tegen dat we in Beilen zijn begin mijn motor stilaan weer aan te slaan. Door er wat verse houtblokken op te gooien is de kachel weer beginnen branden. Bij de post in Beilen sla ik twee stevige bekers tomatensoep achterover terwijl ik mijn fietsverlichting in mijn tas opberg. Als ik het tempo weer wat kan optrekken, hoop ik tegen 16 uur terug in Roden te zijn en zal ik mijn grote lampen niet meer nodig hebben. Mijn noodverlichting hou ik wel in mijn rugzak, één van de twee reservebinnenbanden die ik bij heb haal ik uit mijn rugzak en berg ik in mijn bagagetas op. Zo, dat scheelt ook weer 390 gram op mijn rug voor de komende honderd kilometer. Als ik mijn bagagetas bij de vrachtwagen inlever, probeer ik in te schatten wat de andere deelnemers nog in de tank hebben zitten. Ik zie al redelijk wat grauwe aangezichten en hoop er daarvan de komende honderd kilometer nog een aantal voorbij te fietsen. Gaan met die banaan.

Soms slingerend door het bos, dan weer volgas tussen de plassen door. Drenthe 200 laat het mooiste van de provincie zien.

Soldatenmoed

Van vorig jaar herinner ik me dat je de tweehonderd kilometer lange lus grosso modo in een noordelijke en een zuidelijke zone kunt opdelen. In het eerste en laatste kwart van het parcours (de noordelijke stukken dus, vlak onder Roden) liggen vooral rechte paden door het bos en langs kanalen. De zuidelijke helft van het parcours (zeg maar van Gieten tot Appelscha) loopt bijna constant door het bos waar de singletracks zich in sneltempo opvolgen. Begon de ellende hier vorig jaar pas goed met ijskoude temperaturen, snoeiharde wind en veel neerslag, dan geniet ik deze keer met volle teugen van de fietservaring. Mijn onderrug, schouders en handen doen wel al gruwelijk pijn, maar er zit opnieuw poer in de kuiten en ik haal ondertussen weer veel fietsers in. Dat geeft soldaat De Schampheleire moed en op de langere bospaden leg ik me helemaal plat op mijn Zirbelaci opzetstuurtjes om de snelheid op te krikken. Bij de verzorgingspost in Dwingeloo gris ik een handvol wine gums mee, in blijde verwachting van de leuke singletracks die tussen Dwingeloo en de volgende verzorgingspost in Appelscha liggen te wachten. Nog vrolijker word ik van de gedachte dat er straks in Appelscha pannenkoeken zullen zijn. De sombere gedachten die mijn hoofd van kilometer tachtig tot honderd bezetten zijn helemaal weg en als ik bedenk ‘dat het nog maar zestig kilometer tot de finish is’, zet ik mezelf weer met de beide voetjes op de grond. Want ‘nog slechts zestig kilometer’ is nog altijd een flink eind fietsen. Dat is méér dan de gemiddelde offroad toertocht in Vlaanderen of Nederland en we hebben al 140 kilometer achter de kiezen. Ik schakel een half tandje terug om niet voor de tweede keer op één dag in de val van de overmoed te trappen.

Bas Peters zegeviert voor het derde jaar op rij, dit keer in een recordtijd. Ondertussen ben ik nog volop bezig met de Drenthse heide de verkennen.

Geen hel, geen bord

Vier pannenkoeken en drie flinke bekers cola verwelkomt mijn maag bij de verzorgingspost in Appelscha. Er staan 156 kilometers op de teller en ik worstel alweer met een nieuw dilemma. Als ik binnen de tien uur de finish wil halen, dan moet het tempo omhoog. Maar wil mijn lichaam dat nog wel? En hoe zal het beruchte Janpad er bij liggen? Want de ellendigste strook van heel Drenthe is opnieuw in het parcours opgenomen en de foto’s van het pad die ik daags voor de rit zag, voorspellen weinig goeds. Ik heb echter een goed gevoel op de fiets, lig heel vaak plat om mijn stuurbeugeltjes en rij vlak na Appelscha zonder veel problemen twee andere fatbikers uit het wiel. Vroeger dan verwacht en zonder enige aankondiging beland ik op het Janpad. Ik herinner mij dat er vorig jaar een groot bord ‘Welkom in de hel, welkom op het Janpad’ in de akker stond, maar dat heb ik dit jaar niet gezien. “We hebben het bord niet geplaatst omdat het Janpad er te goed bij lag. We vonden niet dat het dit jaar de term ‘hel’ verdiende”, zal wedstrijdorganisator Marco Bos me later op de dag verklaren. Vergeleken bij vorig jaar is het Janpad ‘a walk in the park’. Er ligt wel modder, maar met een beetje stuurmanskunst en de keuze van het juiste spoor valt er vlot doorheen te fietsen. En het is natuurlijk een stuk makkelijker als je hier bij daglicht doorheen kunt baggeren, in het aardedonker is spoorzoeken veel minder evident. Langs het Janpad staat er veel publiek en de aanmoedigingen geven mij een mentale boost. Nog twintig kilometer, dat is nog minder dan een uur fietsen. Het gas mag nu helemaal open, de tank mag compleet leeg.

Ook al lag het Janpad er redelijk goed bij, na 180 kilometer offroad fietsen wordt elke modderstrook een uitdaging.

Roden zien en sterven

De terugkeer naar Roden loopt over veel mooiere paden dan vorig jaar en bij de laatste bevoorrading in Een beperk ik mij tot twee bekers cola. Nog een paar paden door het bos, op een paar kilometer van de finish aangemoedigd worden door de lokale scoutsgroep en dan de hoofdstraat van Roden opdraaien: het doet wat met een mens. Na 10 uur en 14 minuten bol ik als 360ste over de streep en ben ik net zoals vorig jaar fier als ik mijn finishersmedaille om de hals krijg. Want ook al waren de omstandigheden een pak beter dan in 2017, ik ben blij dat ik de uitdaging op de fatbike tot een goed eind heb gebracht.

Nog een paar pannenkoeken in Appelscha naar binnen schuiven en dan op naar Roden waar elke deelnemer door speaker Michaël Wiese als een held wordt onthaald. Elf uur non stop aan de microfoon, ook voor de omroeper is Drenthe 200 een marathon!

1000 deelnemers, 1000 verhalen

In de lekker warme feestzaal van ‘De Pompstee’ tref ik Koen en Bart. Koen heeft ongelooflijk hard gefietst en is als derde fatbiker over de streep gekomen, Bart had minder geluk toen hij een bocht miste, de gracht in dook en daarbij zijn knie aan flarden reed. Bij de verzorgingspost van Appelscha werd hij door het Rode Kruis aangeraden om uit de wedstrijd te stappen en bracht de organisatie hem met de wagen terug naar Roden. Terwijl ik mijn portie boerenkool met worst én vleessaus (een kuiltje in de boerenkool he-le-maal vol saus!) naar binnen speel, hoor ik een andere deelnemer zeggen dat er over de Drenthe 200 van 2018 veel minder zal worden nagepraat dan over de editie van 2017. Ik snap zijn redenering, maar ben het er niet mee eens. Want iedereen die op 28 december 2018 deelnam, beleefde een schitterende fietsdag en kwam met een uniek verhaal terug. En dat op zich zijn al redenen genoeg om in 2019 weer aan de start te zijn. Schrijf mij maar op, Marco Bos. I’ll be back!

Outfit check Drenthe 200

Helm: Specialized Airnet Helmmuts: GripGrab Lightweight Thermal Skull Cap Halssjaal: GripGrab Multifunctional Reflective Hi-Vis Neck Warmer Bril: Smith Optics PivLock Arena Onderhemd: Skinfit Klima Windblock Zip Shirt Shirt lange mouw: Grinta! Jersey LS Prof Tempest Bodyfit by Bioracer Windvest: Grinta! Prof Body Windblock by Bioracer Lange broek: Sportful Fiandre Pro Sokken: GripGrab Spring/Fall Sock Schoenen: Gaerne Carbon G. Sincro Inlegzolen: Sidas Overschoenen: Sealskinz Lightweight overshoe Handschoenen: GripGrab Raptor Windproof Lightweight Full Finger Glove.

Route check

Hier vind je de route op RouteYou.

Food & drink check

Tijdens Drenthe 200 at ik vier krentenbollen, vier pannenkoeken, twee plakken peperkoek, drie bananen, drie energierepen, een handvol TUC koekjes en een tiental wine gums. Aangelengd met twee bekers tomatensoep, twee bekers bouillon, vier cola’s, drie energiegels en ongeveer drie liter sportdrank.

Benieuwd naar de fiets waarmee ik Drenthe 200 reed? De test van de Canyon Dude CF 8.0 lees je hier.

Bekijk hieronder het filmpje van Drenthe 200.