Een beetje verliefd op de Amstel Gold Race

De route van de Amstel Gold Race is een achtbaan waarin je elk gevoel voor oriëntatie dreigt te verliezen. Het moet bovendien zowat de enige klassieker zijn die je bijna volledig op een fietspad kan afleggen. Als je niet vies bent van wat schlagers en klimmen in een wondermooie omgeving, moet de Amstel op je palmares staan. Dat kon ik zelf ontdekken tijdens de langste tocht van de Toerversie, goed voor 240 kilometer. Noch discotheek, noch lege kruk. Wel warm en druk.

06/05/2019 - Tekst: Steven Verniers // Foto's: Steven Verniers, Sportograf

De route van de Amstel Toerversie wijkt, net als bij de Ronde van Vlaanderen, af van de wedstrijdversie. Voor ons dus geen zestien keer de Cauberg, maar slechts één keer, als slothelling. In een eerste lus ga je Noordwaarts om na honderd kilometer terug door Valkenburg te rijden voor de start van de tweede lus. De route op een kaart getekend ziet er wat belachelijk uit, als een papiertje met wat gekrabbel. Het gebied waarin gefietst wordt is niet danig groot, en je neemt zowat elke molshoop mee. De omgeving is echter wondermooi. Zonder dat er lastige hellingen in zitten, heb je bij de doortocht door Valkenburg reeds duizend hoogtemeters op de teller staan. In vergelijking met de Ronde zijn de hellingen over het algemeen minder steil, maar wel talrijker. De aanloop is bovendien meer geaccidenteerd in de Amstel.

Start bescheiden?

Daags voor de Toerversie ga ik mijn stuurbordje afhalen in het Amstel Gold Race Experience Center, aan de voet van de Cauberg. Er is een kleine expo opgezet met enkele sponsors. Het gros van de aanwezigen komt evenwel voor de hoofdsponsor: een Amstel Gold op het terras. Ik kijk wat rond naar attributen, foto’s van alle oud-winnaars en retro fietsen, en zit meteen in een Amstelstemming. Het weer is prima, het wemelt van fietsers en de horeca doet gouden zaken. Met mijn ‘startbescheid’ op zak fiets ik over de Cauberg terug naar mijn overnachtingsadres in Mechelen, nabij de Gulperberg. Ik lees ’s avonds nog even het stukje in ‘De Klassiekers’ dat over deze koers gaat en popel inmiddels van ongeduld. “Draaien en keren, voortdurend op en af. Het sloopt je.”, onthoud ik uit de tekst. Hier heb ik lang naar uitgekeken en nu is het zo ver. Het is mijn intentie om vroeg te vertrekken en op de route in te pikken vlak na de officiële start. Op die manier hoop ik de grote drukte te vermijden.

En route

Om 5.50 uur zit ik op de fiets. Tien minuten later nader ik de Gulperberg, met links van mij een volle maan en rechts de oranje gloed van de opgaande zon. Het is niet meer pikdonker, maar wel muisstil en nog best fris. Een haas sprint verrast weg in de wei bij het zien van een fietser op dit uur. “De Paashaas betrapt”, schiet door mijn gedachten. De Gulperberg zit trouwens niet in de toerversie, dus ik vind het helemaal niet zo erg om deze er bij te nemen. Boven op de top tref ik drie Belgen die zich net als ik een weg zoeken naar de start. Eens boven op de Cauberg, want daar kom ik uit, rij ik niet naar beneden voor de start. Ik steek een hoekje af richting Geulhemmerberg. Daar begint mijn Amstel, 240 kilometer lang. Ik ben zowat de eerste ’en route’, van medefietsers is nog geen sprake. De stewards kijken verschrikt op bij het zien van deze vroege vogel. De fotograaf van Sportograf rept zich naar zijn fototoestel, maar komt te laat. Op de enige kasseien van de dag, de Maasberg, word ik voorbijgereden door een duo. Daarna weer een hele tijd niks meer. Het koudste van de dag heb ik gehad. Vanaf nu gaan we richting twintig graden en meer.

Naar de spoedarts

De eerste bevoorrading kondigt zich aan. Laura Lynn galmt er door de luidsprekers en is actiever dan de menigte. Het is acht uur, de windstopper mag al in de achterzak. Bij het wegstoppen van dat kleinood slaat het noodlot toe. De veiligheidsspelden schieten los en ik begeef me naar de werkloze sportdokters met mijn hoogdringende probleem. Een dame met grijze krullen bevestigt mijn nummer zoals dames met grijze krullen dat kunnen. Muurvast. Oerdegelijk. Ze doet me denken aan de oude dame daags voordien, toen ik een ijsje ging kopen om af te koelen. “Ik heb net mijn achttiende verjaardag gevierd, mijnheer.”, begon ze trots het gesprek. Het gaat uiteraard snel over de Amstel. “Kom je zelf fietsen, of om te kijken? Vroeger ging ik met mijn kinderen kijken, nu hoeft dat niet meer zo nodig. Het is wel nog steeds een erg leuke dag, feest. Ze passeren drie keer in ons dorp, weet je?”.

Fotografenspurtje

Het parcours is inderdaad amper een zakdoek groot. Dat ervaar ik zelf wanneer ik een pijltje mis. Nu ja, pijltje? Er hingen vijf grote onmogelijk te missen pijlen in verschillende kleuren onder elkaar, en die wezen allemaal naar rechts. Ik hield even geen rekening met fietspaden waar je in twee richtingen kan fietsen en sloeg overtuigd links af. Mis dus. Na pakweg één kilometer word ik tegemoet gereden door pelotons met stuurbordjes. Ik herken de bocht. Hier was ik een tijdje geleden al eens. Ik keer mijn kar, sla een praatje met de Brit die zijn vrouw tracht te volgen en neem deze keer de juiste richting op het fietspad. Ik draai en keer dat het een lieve lust is, heb geen idee meer waar ik me juist bevind. Het is echter overduidelijk dat je nooit ver af bent van een punt waar je al bent geweest. Of straks nog eens komt. Pas bij de Fromberg ben ik georiënteerd. Het is er kalm en ik trek een fotografenspurtje richting camera’s. Zo kom ik in Valkenburg en bijhorende verkeersdrukte. De motards draaien er overuren om iedereen rechts van de weg te houden.

A bright, bright, sunshiny day

Deel twee van de route, richting meest zuidelijke en tevens hoogste punt van Nederland, ken ik veel beter. Maar dan moeten we wel eerst door een wegversmalling die een heuse opstopping veroorzaakt. Iedereen te voet. “It’s gonna be a bright, bright, sunshiny day”, spelen ze kort nadien op de meest hellende strook van de Bemelerberg. Tien uur ondertussen. Handschoenen en armstukken zijn opgeborgen. Met de zon reeds gul van de partij, flirten we bij Voeren nog even met de Belgische grens en trekken dan richting Meschberg en Loorberg, waar ik voor het eerst het gevoel heb echt te klimmen. Vlak voor de Loorberg was er een eerder hectische bevoorrading met een massa volk. Rijen dik probeerden er aan sportdrank te geraken, dat geduld kan ik niet opbrengen. Een vriendelijke dame vult mijn bidon bij met kraantjeswater, ondertussen doe ik me tegoed aan mijn favoriet uit het buffet: een -wat ik zou noemen- confituurtaartje. Overdrijven doe ik echter niet want zo meteen kom ik terug in Mechelen en daarvan maak ik gebruik om even te stoppen bij ons vakantiehuisje. Pannenkoeken, sandwich, cola en een dosis gezelligheid. Net had ik nog het gevoel dat mijn energiepeil dalende was, nu ben ik heel zeker dat niks me er nog van zal weerhouden Valkenburg te bereiken.

Ik zag twee Bären

Na mijn middagstop geniet ik van de Camerig. Dat is volgens Cotacol Encyclopedie nochtans de lastigste helling van Nederland. Zelf ga ik bij het restaurant Buitenlust liever links want daar zitten heuse haarspeldbochten verscholen. De route gaat nu naar rechts. Eventjes zit ik in een denkbeeldige strijd met een onbekende, om dan via Kasteel Vaalsbroek de klim naar het Drielandenpunt in te zetten. Het is ook het enige stukje route op Belgische grond. Ik rij vanuit België langs meer haarspeldbochten naar het hoogste punt van Nederland en vervolg dan de weg richting Vaals, Vijlen en Hijgend Hert. Ik krijg die melodie van “sunshiny day” niet meer uit mijn hoofd. Tijdens een langere tocht is er altijd een moment waar de euforie of adrenaline overneemt. Dat moment is nu aangebroken. Daar is de laatste bevoorrading. Vlak voor ik er aankom spreek ik iemand aan over zijn shirt. “Ich bin ein Bär.”, staat er. Het is een beer. “We zijn met twee.”, vertrouwt hij me toe. “Maar mijn maat zit al wat hoger.”. “De groeten aan Dirk.”, gooi ik er achteraan, want met Opperbär Dirk De Bruyne heb ik al meermaals gefietst. Er volgt een lange afdaling naar de echte finale.

A bloc rijden

Die finale begint voor mij met de Kruisberg. Het is meteen ook de eerste berg waar ik er niet in slaag een eigen tempo te rijden. Plots is het druk en rijden er fietsers over de volledige breedte van de smalle weg. Ik vermoed dat verschillende afstanden net zijn samengesmolten. Van hetzelfde laken een broek op de Eyserbosweg en het te smalle fietspad van de Midweg. Motorrijders waker er de ganse dag over dat de afgescheiden fietspaden worden gerespecteerd en wijzen enkelingen terecht die dat niet doen. Soms zorgen linten ervoor dat er geen andere optie is dan op het fietspad rijden. Op de Midweg is dat misschien een brug te ver, want je creëert blokrijden op een hellend fietspad terwijl ernaast een wel erg lege weg ligt te blinken. Schin op Geul. Keutenberg. Verschrikking van het slot, vrees voor de kuiten. Toeschouwers moedigen ons aan in aanloop naar de voet terwijl ik rechtsboven in mijn gezichtsveld een weg recht naar de hemel zie lopen. Een stairway to heaven, zo lijkt het.

Bermtoerisme

Links zitten supporters in de berm, ze zijn met veel. Rechts zijn er mensen naar boven aan het stappen, ze zijn ook met veel. Daartussen zoeken moedige krijgers zich een weg naar de top. Het wordt minder steil, nog minder steil, bijna vlak. Dalen doet het pas kilometers later. In de berm liggen afgepeigerde fietsers in de zon. De terrassen zijn al een tijdlang volzet en overladen met wielertoeristen. Sommigen rijden nog, maar zien er behoorlijk choco uit. Ik rij nu van groepje naar groepje richting Valkenburg. Iedereen wordt op de linkerhelft van het wegdek gedwongen om Valkenburg in te rijden. En dat blijft zo op de Cauberg. Valkenburg is overrompeld, de bars beleven hoogdagen, de muziek staat overal luid en Nederlandse Limburgers zijn enthousiaster in hun aanmoedigingen dan Vlamingen. Ik probeer helemaal links van de weg een paar plaatsjes op te schuiven. Pas na het bekende brugje komt er ruimte. Nog een flauw stukje bergop en dan, in de verte, de boog. Een speaker roept mijn naam af, mijn Amstel stopt daar waar Van der Poel daags nadien geschiedenis schrijft. Een medaille en bijhorende herinnering zijn mijn deel.

Een beetje verliefd

Aan de finish is er niet alleen een massa volk, gratis Radler en een reusachtig spandoek ‘Proficiat Klasbakken’. Er is ook André Hazes die over de zonnige weide galmt bij de finish. Een waanzinnig mooie fietsdag in een heerlijk decor is voorbij gegleden. Ik trakteer mezelf op een ijsje en fiets richting Mechelen. Waar vanmorgen de maan stond, staat nu de zon. Amstelland, ik ben een beetje verliefd.

Met dank aan Futurum Quality Gear, partner van deze blog.

Hieronder nog enkele sfeerbeelden. Navigeer van de ene foto naar de volgende door op de witte balkjes onderin het beeld te klikken.