Een dag in het vagevuur

Met Luik-Bastenaken-Luik werd een streep getrokken onder het klassieke voorjaar. Op Parijs-Roubaix na werden alle belangrijke koersen afgewerkt. Gelukkig trakteerden de renners ons op ouderwets koersgedrag, want zelf classics afwerken zat er voor de gewone sterveling niet in. Tenzij net die ene dan.

25/04/2021 - Tekst: Luc Verdoodt // Foto's: Sander Graumans, Luc Verdoodt

Zin?

“Iemand zin in A Day in Hell?” De WhatsApp-groep-voor-langere-ritten-op-verplaatsing was bij gebrek aan concrete doelen stilaan verworden tot een vergaarbak van (f)lauwe memes en vermoeide woordspelingen. Classics afgevoerd, BRM’s uitgesteld en coffee rides naar fietsbarretjes zijn niet bepaald aanlokkelijk als je staand op de stoep je flat white moet degusteren. Maar de suggestie om een dag in de hel door te brengen leek op iets waarvoor ons groepje was ontstaan: een fietstocht buiten de straal van één uur rond het clublokaal. De interesse was vlug gewekt. Zou de overtuiging volgen?

Indigestie

De link in het berichtje leidde naar een logo dat niet zou misstaan op Graspop en vervolgens naar de webstek van Rapha. Als eerbetoon aan de geannuleerde kasseiklassieker had het kledingmerk wereldwijd routes uitgetekend die enigszins geïnspireerd waren op rotwegen van Parijs-Roubaix en die op eigen houtje dienden te worden afgelegd tijdens het weekend van de uitgestelde koers. Ik las ook iets over jezelf uitdagen, wat de drang om verder te lezen terstond deed wegebben. Viroloog, bubbel, knuffelcontact, versoepeling en uitdaging. Dat zijn de woorden die ik het voorbije jaar een keer te vaak heb gehoord. Ze staan min of meer in willekeurige volgorde, al dingt de challenge - of de uitdaging - toch nadrukkelijk naar de eerste plaats. Ja, ik fiets graag. Een ommetje middenin de werkweek of een dag vullende lus tijdens de vakantie? Count me in. Jammer genoeg dreigt dergelijk ontspannen vermaak te verdwijnen. Tochten heten nu uitdagingen. Wat zou je maar tien hellingen beklimmen als het er ook dertig kunnen zijn? Dirk De Wolf fietst 1000 dagen na elkaar, het is een kwestie van tijd voor iemand haar of zijn fifteen minutes of fame opeist door 1000 nachten na mekaar te fietsen, liefst op onverharde wegen met een aambeeld op de rug. Lees je hier de frustraties van een ouder wordende cyclist die het moeilijk heeft met het groeiende fysieke onvermogen? Wie weet, maar het valt niet te ontkennen dat het begrip uitdaging danig dreigt te devalueren.

Miserie, miserie

Veel woorden om uit te leggen dat ik niet meteen om was, en dan heb ik het nog niet gehad over mijn vermijdingsgedrag wanneer er kasseien in het spel zijn. Als jongeling heeft het afvinken van de Vlaamse hellingen me menig prettige middag bezorgd, maar naarmate de jaren van verstand vorderden, bleek ik een zintuig te hebben ontwikkeld dat feilloos parallelwegen detecteert waardoor hotsebotsen over kinderkopjes niet hoeft. Spaakbreuken, lekke banden, … been there, done that. A Day in Hell? Nah.

Psycho

Maar de menselijke psyche is een raar iets. Het zaadje dat aanvankelijk in onvruchtbare grond leek geplant, begon toch te ontkiemen. Ik wierp mezelf rationele argumenten voor de voeten om in te kunnen gaan op de uitnodiging. Heeft de fabrikant mijn fiets niet voorzien van het stickertje ‘Tested on pavé’? En ligt het tijdperk van 23 mm bandjes niet al ver achter ons? Waarschijnlijk is elke kasseiweg netjes afgezoomd met een geëffend paadje. Wat een onzin, allemaal, die onnodige peptalk. De goesting om nog eens deel te nemen aan een fietsevenement was al weken dusdanig aan het woekeren dat ik mee moest. Wat, waar, hoe dan ook.

Old skool

Net als alle wielerliefhebbers hoop ik na iedere stoffige editie op een natte Parijs-Roubaix, maar nu ik heb toegehapt om zelf de Antwerpse Day in Hell te rijden, mogen de keien droog blijven. De dagen vooraf check ik een keer of twintig de weersverwachting. Koud wordt het sowieso - waar zit je nu, Anuna? - maar de hoeveelheid regen varieert van app tot app. Wat er ook van zij, ik rijd. Ik meen zelfs enige kriebels in de buik te ontwaren wanneer ik het parcours bestudeer. Erg uitdagend - dat woord - is het niet, maar het is meer dan zomaar een rit, ze heeft namelijk een officiële naam!
Omdat over kasseien rijden een anachronisme is, laat ik de fancy graanmengeling aan de kant en ontbijt ik met twee oerdegelijke rijsttaartjes. Na twaalf kilometer pik ik aan bij een trio clubgenoten.

Mixed relay

Het gelegenheidskwartet is evenwichtig samengesteld: twee vrouwen, twee mannen. Het loskomen van de corona-verveling primeert bij alle vier op het opdrijven van de cijfertjes op de GPS. De kille noordooster blaast zowaar de wegen droog die er een kletsnat etmaal op hebben zitten. Acht blije benen bevestigen dat het een goed idee was om de kasseien van Groot-Antwerpen op te zoeken.

Dokkeren

Ergens tussen Kessel en Nijlen, bij het kruispunt met de Hemelweg, draaien we rechts de Helleweg in. Een grapje van de parcoursbouwer, een egaler wegdek is ondenkbaar. We kronkelen verder over verlaten betonbaantjes richting Albertkanaal. De automatische versnellingsbak stationair in keuvelstand. Pas na 55 km, in de buurt van Pulderbos, duikt de eerste echte kasseistrook op. Hij is langer dan verwacht. Ik twijfel tussen de bolle rug in het midden en de met putten bezaaide onverharde rand.  De handen losjes op het stuur, de fiets krijgt vrijgeleide om zelf zijn weg te zoek. Zo stond het ooit te lezen in Grinta! en het werkt. Eén keer dreigt het achterwiel uit de pas te lopen, maar de fun factor is sterker dan het schrikken. Bij het Fort Van Oelegem is het weer van dattum, opnieuw dokkeren. Een automobilist uit de tegenovergestelde richting heeft geen voeling met zondagsrijders op de koersfiets en maakt door zijn gestage snelheid duidelijk niet te zullen wijken. Doorgaans ontlokken asociale lieden mij een resem lelijke woorden, waarschijnlijk ook een obsceen gebaar. Maar ik ben blij in het hier en nu en tel mijn zegeningen. De verzuurde chauffeur wacht een saaie middag bij een chagrijnig wijf. Dat weet ik wel zeker, het weze hem gegund.

Facelift

De Broekstraat herken ik als die ene bescheiden hindernis uit de Scheldeprijs. De stenen zijn er gelegd door een dwangmatige aannemer die geen oneffenheden verdraagt. Bocht naar rechts, langs het kanaal peddelen we richting Schoten en Antwerpen, waar de eigenlijke start van deze rit ligt. De fietsinfrastructuur die her en der de parking en de haven met ‘t Stad verbindt is voortreffelijk. Vanop een voor mij nieuwe fietsbrug rol ik de metropool binnen waar ik heb gestudeerd, gefeest en gewoond, maar die ik haast niet meer herken. De lokale burgervader liet zich onlangs op TV ontvallen dat hij zijn stad fraaier wil doorgeven aan zijn opvolger dan hij ze van zijn voorganger heeft gekregen. Aan politieke commentaren zal ik me via dit medium niet wagen, maar wat de fietsvoorzieningen betreft, lijkt BDW in zijn ambitie te zullen slagen.

Koekenstad

In het centrum van Antwerpen gaan we gemaskerd op zoek gaan naar koffie en gebak, met het nodige oponthoud. De binnenstad is weliswaar fietsvriendelijk maar biedt de koersfiets onvoldoende ruimte om hem te gebruiken waarvoor hij is bedoeld: sneller rijden dan 25 km/u. Later, op de fietsostrade tussen Deurne en Lier, lukt dat wel. De wind blaast gunstig, de hel is nergens meer dan een mild vagevuur en er verschijnen lichte barsten in de grijze hemel.
Bij Lint kies ik voor het brede fietspad naast de laatste keienstrook. Er zit geen nummer op mijn rug gespeld, ik moet niks. Behalve dan de laatste twaalf kilometer alleen naar huis. “We gaan dit vaker doen. Als het warmer is.” Ik roep het ter afscheid en hoor meteen dat ik het fout heb. De temperatuur maakt helemaal niet uit. Of de naam van het evenement de lading dekt evenmin. Simpelweg Ja zeggen op een uitnodiging volstaat.