Een onbesuisd maar episch avontuur

De Epic Series zijn een reeks van uitdagingen in verschillende sportdisciplines. Naast een 300 kilometer lange wegrit en een trailrun van 100 kilometer, bevat de reeks ook een ‘Epic 200’ mountainbiketocht. Die vond dit jaar voor het eerst plaats in de omgeving van Maredsous. Het kostte weinig moeite om onze blogger Gilles te overhalen om in het avontuur te stappen.

11/07/2021 - Tekst: Gilles Bultinck // Foto's: Gilles Bultinck, Sportograf

Altijd zin

Of ik geen zin had om samen de Epic 200 te fietsen, vroeg mijn broer Michel een paar maanden geleden. Zonder zelfs maar te gaan kijken wat die Epic 200 nu juist inhield, zei ik ja. Een nieuw fietsavontuur is altijd welkom. Zeker nadat veel doelen het afgelopen anderhalf jaar in het water zijn gevallen. Geen Mallorca 312, al twee jaar geen 1.000 kilometer van Kom Op Tegen Kanker. Serieuze littekens op de ziel van deze fietser. Littekens die enkel kunnen verdwijnen dankzij nieuwe fietsdoelen. En dus is de Epic 200 meer dan welgekomen. Bijna gooit corona opnieuw roet in het eten. De oorspronkelijke Epic 200 wordt uitgesteld van 25 april naar 26 juni. En dus zit er niets anders op dan onze Airbnb om te boeken naar de nieuwe datum. Iets wat gelukkig zonder problemen lukt.

Beknopte verkenning

En dus trekken we een dag voor de Epic 200 richting Anhée, het dorpje langs de Maas tussen Namen en Dinant waar gastheer Pascal ons hartelijk verwelkomt. Via de RaVeL – kort voor Réseau Autonome des Voies Lentes, een netwerk van 1400 kilometer comfortabele fietspaden – rijden we richting startplaats Maredsous om te bekijken waar we ‘s anderendaags in alle vroegte aan onze tocht zullen beginnen. Onze kaderplaatjes mochten we al via de post ontvangen, waardoor we ons niet moeten aanmelden. Vlak voor Maredsous groeten we twee mountainbikers van de organisatie die bezig zijn met de laatste pijlen te hangen. Ze sturen ons in de richting van de start- en aankomstplaats via een paadje dat nog niet afgepijld is. Wat volgt is een hilarisch tafereel van een steile beklimming die zelfs zonder fiets amper te nemen is. We vragen onszelf af of de organisatie nog een klimtouw zal voorzien, of dat we gewoon verkeerd gereden zijn. Tot zover onze verkenning.

Leugentje om bestwil

Zowel Michel als ikzelf hebben weinig tot geen mountainbike-ervaring en weten dus totaal niet wat we mogen verwachten. De eerlijkheid gebiedt ons dan ook te zeggen dat we bij ‘mountainbike-ervaring’ in het inschrijvingsformulier een leugentje om bestwil hebben ingevuld. Wanneer er gevraagd werd naar de langste afstand op de mountainbike, heeft Michel zijn cijfers wat opgesmukt. Zelf ben ik ‘vergeten’ te vermelden dat mijn langste mountainbikeritten zich in de vlakke Kempen hebben afgespeeld, met een totaal van om en bij de honderd hoogtemeters. Over de afstand van 175 kilometer heb ik niet gelogen, ook al liepen de laatste 30 kilometer toen over gewone asfaltwegen. Maar 200 kilometer mountainbiken in en rond Maredsous, een bekende bron van abdijkazen en –bieren in de Ardennen, is toch een heel ander verhaal. In de plaatselijke Delhaize gaan we nog op zoek naar een deftig ontbijt alvorens we ons naar de plaatselijke pizzeria begeven voor de laatste koolhydraten. Helpt het niet, dan hebben we alvast een excuus voor een mindere prestatie.

Duffe koffie

Om 5 uur loopt onze wekker af. Een alarm midden in de nacht heeft onze beperkte nachtrust een paar uur eerder danig verstoord. In onze B&B vinden we een pot duffe koffie. We besluiten het er toch op te wagen. Want zonder koffie functioneren we beiden niet naar behoren. Nog een stapeltje voorverpakte pannenkoeken met choco of ahornsiroop naar binnen en vervolgens snel de fietsen op ons rekje. In tegenstelling tot gisteren, zullen we de twaalf kilometer tot de start met de wagen afleggen. Vandaag zal 200 kilometer wel genoeg zijn. In de andere kamer van onze B&B ligt een drietal nog vreedzaam te slapen. Zij zetten pas later op de dag aan voor de 100 en de 50 kilometer.

Tussen de echte bikers

Iets na 6 uur ‘s ochtends bereiken we de koer van de abdij. De voertaal is hier duidelijk Nederlands. Omdat we absoluut niet weten wat te verwachten, vertrekken we in het vroegste tijdslot. De finish gaat immers onverbiddelijk dicht om 21 uur. Met een achterstand van 12 minuten op ons vooropgestelde schema, zetten we aan voor een lange dag vol bikeplezier. We worden langs alle kanten voorbijgestoken door echte bikers, compleet voorzien van rugzak, camelbak of andere attributen waar wij geen weet van hebben. Het lijkt wel alsof we hier helemaal uit de toon vallen tussen deze doorwinterde mountainbikers. En dat blijkt ook wel in de technische afdalingen. Onze techniek ligt nog bij Pascal in de B&B, grappen we. Maar onze ‘moral’ stijgt al snel wanneer we terug groepjes oprapen die ons in de eerste beklimming voorbij gevlogen kwamen. Als er iets is waar we beter in zijn, dan is dat duidelijk doseren.

Duffe koffie: deel twee

Na een kleine twee uur vraagt Michel, die in het leger de nodige training gehad heeft, om een sanitaire stop in te lassen bij het eerstvolgende bosje dat we tegenkomen. Terwijl ik langs de kant sta te lachen, word ook ikzelf getroffen door de vloek van de duffe koffie. Met de nodige moeite wacht ik mijn beurt af en maak ik dankbaar gebruik van het resterende velletje keukenrol dat Michel uit zijn zadeltasje toverde.

Geen schrik voor plassen

Een paar honderd grammen lichter vatten we de volgende beklimming aan. Het duurt niet lang vooraleer we mannen beginnen inhalen die een paar minuten eerder nog met ons aan het lachen waren toen we langs de kant stonden. Op de meeste plekken ligt de ondergrond er perfect bij. Maar bij de eerste de beste plas kunnen we onze lach moeilijk bedwingen. Al die mannen die onbesuisd en zonder aan hun remmen te komen iedere technische afdaling nemen, staan nu plots stil, op zoek naar een spoor waarbij ze zichzelf of hun dierbare tweewieler niet besmeuren. Eindelijk komt onze Kempense ervaring van pas. Net zoals bij de eerste de beste winterse toertocht knallen we er zonder nadenken door. Bij iedere plas die we tegenkomen, winnen we bijna een halve minuut op alle anderen. Gekke jongens toch, die mountainbikers.

Straffe Dimi

Na een kleine drie uur bereiken we de eerste keer terug het startpunt in Maredsous voor de eerste bevoorrading. We hebben het langste stuk zonder proviand overleefd met enkel een kleine frametas en onze achterzakken. Vanaf nu zijn we gerust dat al die rugzakken echt wel overkill zijn. Aan de bevoorrading zien we Dimi, die in hetzelfde dorp als ons woont en ooit nog binnen dezelfde wielerclub als ikzelf actief was. Hij blijkt helemaal in zijn eentje aan deze onderneming bezig te zijn. Met de steun van zijn vader die zich langs het parcours posteert met zijn camionette. Straffe kost, ik zou er vermoedelijk zelfs niet aan beginnen.

'Pushbiken’ hoort erbij

Wat volgt is een constant haasje-over. Dimi met meer techniek, wij net een tikkeltje sneller bergop. Intussen ontdekken we ook dat met de fiets omhoog wandelen bij het mountainbiken hoort. Ineens begrijp ik ook de vraag van collega Joyce die gisteren nog stuurde om te vragen of er veel wandelwerk op het parcours was. ‘Pushbiken’ heet dat blijkbaar in biketermen. Sowieso is de Epic 200 voor ons dus al een leerrijke ervaring. In het begin maak ik me sterk dat ook Mathieu van der Poel nooit van z’n leven boven geraakt op de plaatsen waar ik voet aan de grond moet zetten, maar naargelang de kilometers vorderen, kies ik soms bewust om te wandelen. Om de benen te ontlasten, en gewoon omdat het nagenoeg even snel gaat. Het pushbiken is soms ook gewoon een noodzakelijk kwaad om een volgend stuk fenomenale natuur of uitdagende singletrack te bereiken. De kennismaking met deze streek is in ieder geval meer dan aangenaam te noemen. Tussen kilometers 100 en 170 is het vet helemaal van de soep. De bevoorrading die we midden in dat gedeelte tegenkomen blijkt op nog geen kilometer van onze B&B te liggen. Even spookt het door mijn hoofd om binnen te draaien, maar gelukkig ligt onze sleutel in de wagen aan de aankomst.

Het weerzien en de heropflakkering

Aan de laatste bevoorrading – nog steeds met Dimi dicht in onze buurt – krijg ik een heropflakkering. Michel, die beduidend beter voor de dag komt dan ikzelf, schuift aan voor ‘duizend cola’s’. Ik hou het zelf op vier stuks. En dan staat daar plots Joyce, bezig aan de 100 kilometer en net zoals ons aan de laatste ravito toegekomen. Een korte babbel en selfie voor de collega’s later gaan we ieder terug onze eigen weg. De hoogtemeters gaan stilaan richting de 4000, en dus weten we dat het zwaarste werk erop zit. Met bijna 10 uur op de fiets hebben we het stilaan wel gehad. We peppen onszelf mentaal op. Van de twintig kilometer die nog te gaan zijn, zijn er tien bergaf en vijf over de vlakke, geasfalteerde RaVeL. Komt helemaal goed! We houden er nog even de vaart stevig in. Een aantal fietsers maken dankbaar gebruik van onze slipstream.

Het compliment

Een tweetal dat niet precies weet hoe lang ze nog te gaan hebben, vraagt hoeveel kilometers er op onze tellers staan. Honderdvijfentachtig, antwoorden we waarheidsgetrouw. De twee, die klaarblijkelijk op pad zijn voor de 100 kilometer, reageren nogal verbouwereerd dat we gek zijn en best nog fris ogen. Met dat compliment indachtig bereiken we uiteindelijk nog vrij vlot de eindmeet. Meteen gaan onze gedachten uit naar de twee flesje Maredsous Tripel die in de koelkast van onze B&B op ons staan te wachten.

I'll be back

Uiteindelijk hadden we zo’n 11 uur en 21 minuten nodig om de streep te bereiken. Ruim binnen de tijdslimiet dus. Of het avontuur voor herhaling vatbaar is? Zeker wel, maar daar gaan we vandaag toch even niet meer aan denken.