Gewikt en gewogen

De voorjaarsklassiekers zijn niet alleen een eerste krachtmeting voor profs, ze zijn ook een maatstaf voor wielertoeristen. Hoe goed zijn de benen na de winter? Gaapt de conditionele afgrond of valt de schade nog mee? Je kan tijdens de eerste voorjaarsritten afgaan op je gevoel. Een subjectieve waarneming van een eventuele trainingsachterstand. Of je kan het professioneler aanpakken met een inspanningstest. Ik koos voor het laatste.

06/03/2019 - Tekst: Joyce Verdonck

Een test voelt altijd een beetje als een examen. Je hebt wel wat geblokt – of getraind in dit geval – maar je weet dat het lang niet voldoende was. Slecht weer, de doelen zijn nog veraf, een verkoudheid die je parten speelt: altijd excuses genoeg om het harde trainingswerk voor je uit te schuiven. Toch is zo’n test zinvol om gerichter naar je doelen toe te kunnen werken. Om te weten in welke hartslagzones je moet trainen, bijvoorbeeld. De voorbije jaren liet ik in het begin van het jaar altijd een test afnemen. Als triatlete op de lange afstand is dat bijna een even grote vanzelfsprekendheid als dat chocolade bij Pasen hoort. Dit jaar kon ik mijn test koppelen aan het event Mon Ventoux dat Sporta organiseert van 20 tot 23 juni, uiteraard op en rond de Mont Ventoux. De zwaarste tocht die je daar kan kiezen is La Cannibale die op 173 km 4.529 hoogtemeters in de aanbieding heeft. Als deelnemer moet je een medisch attest kunnen voorleggen. De organisatie helpt je daarbij door zelf medische keuringen te organiseren en wie wil kan daar een uitgebreide inspanningstest aan koppelen.

Zenuwen

Ik koos voor zo’n test in Roeselare. In het lokaal van het AZ Delta zitten al een paar mensen zenuwachtig te wezen. Mensen van allerlei achtergronden. Zo is er Ronny, een jonge zestiger, die al meer dan de helft van zijn leven fietst en zichzelf een fietsverslaafde noemt. Er is ook Cathy die pas begonnen is met fietsen en vreest te licht te zullen uitvallen vandaag. Haar hele straat, zo vertelt ze, had zich geëngageerd om samen de Ventoux te beklimmen. Zoals dat altijd gaat met weddenschappen schieten er nog drie mensen over die in juni richting Provence gaan. Cathy is erbij. Ze weet dat ze nog veel spreekwoordelijke boterhammetjes moet eten voor ze de top van de Ventoux kan bereiken, maar zo’n test kan haar helpen om zinvoller te trainen en sneller progressie te maken.

Op zoek naar efficiëntie

Begeleider Jeroen legt nog even het verschil tussen aëroob en anaëroob sporten uit. Het komt erop neer dat hij via de test zal bepalen aan welke hartslag je het meest efficiënt sport. Tot waar je melkzuurgehalte laag blijft en tot welke hartslag je vooral vetten verbrandt en zo weinig mogelijk suikers. Daarvoor moet je in het zadel. Vrouwen beginnen aan 60 Watt en krijgen er om de drie minuten een lap van 30 Watt bij. Mannen starten bij 80 Watt en voelen telkens een verhoging van 40 Watt.

Vingers in de neus

De eerste blokken van 3 minuten zijn kinderspel. Jeroen komt op het einde van zo’n blok wat bloed prikken in mijn oor om mijn lactaatwaarden te meten, maar het eerste deel van de test verloopt met de vingers in de neus. Toch druipt het zweet als een niagarawaterval van me af in de warme ruimte. In het begin neem ik nog de moeite mijn gezicht af te vegen, maar naarmate de wattages boven de 200 gaan, laat ik mijn stuur niet meer los. De benen moeten het werk doen, al snok ik aan het stuur als was ik de piloot van een ruimteschip dat belaagd wordt door vijandelijk vuur in Star Wars. Ik hou het even vol tot 270 Watt, maar dan lijkt het alsof iemand de stekker uit mijn benen trekt. Vol. Of leeg. De test zit er erop. Nog een laatste bloedprik.

Stabiel op de weegschaal

In afwachting van de resultaten passeer ik eerst nog langs keuringsarts Tom Teulingkx. De weegschaal op (help!), een paar stabilisatieoefeningen (ik neem een paar complimentjes in ontvangst, hebben de winterse avonden op mijn yogamatje toch hun nut gehad), een controle van mijn hart via een ECG in rust (kerngezond) en het doornemen van de klassieke vragenlijst (geen roker, geen aandoeningen in de familie, dat soort zaken.) Tom vertelt dat SKA, het Verbond van Keuringsartsen graag meewerkt aan de onderzoeken in aanloop naar Mon Ventoux. Te vaak beschouwen mensen een medische keuring als een formaliteit en gaan ze snel even voor een goedkeuring langs bij een huisarts. Toch hoor ik dat jaarlijks verontrustende zaken aan het licht komen bij een grondige test. Sommige deelnemers worden doorverwezen voor verder onderzoek. En af en toe komt het voor dat deelnemers daarbij afgekeurd worden voor zware inspanningen. Stel dat zo iemand geen test laat afnemen en aan een beklimming van de Ventoux begint... Uiteraard geeft een test geen 100 procent zekerheid over je hart of je gezondheid in het algemeen. Maar het valt toe te juichen dat de organisatie al van bij de inschrijving er je aandacht op vestigt.

Goed gekeurd en goedgekeurd

Op het einde wacht de proclamatie. En die bevestigt wat ik elk jaar te horen krijg. Ik zit iets te stevig in het vlees (woeps), heb een stevige basisconditie, maar train te eenzijdig en te veel binnen mijn comfortzone, waardoor ik snel doodval als het even pittig wordt. Bij twee derden van de testers is het net omgekeerd. Een geringe basisconditie en te vaak in het rood trainen. Die krijgen de raad om vaker rustige duurtrainingen af te werken. Ik moet daarentegen wat meer tussensprintjes plaatsen op training en algemeen wat hoger in hartslag fietsen. Mezelf leren pijn doen. Als je me binnenkort in de Vlaamse Ardennen met een Titi Voeckler-grimas een helling ziet opkruipen, het is dat ik mijn huiswerk serieus neem. Wie weet lijkt die Ventoux op 22 juni dan wat minder steil.

Alles over Mon Ventoux vind je op de website van de organisatie.