Gilles bereikt Compostella. Via Palas de Rei

Grinta!-freelancer Gilles Bultinck fietst deze zomer van Vosselaar naar Santiago de Compostella. Op www.grinta.be houdt de fietsende burgemeester een dagboek bij. Ondertussen is Gilles aan de allerlaatste rechte lijn naar het bedevaartsoord bezig. De laatste etappe brengt hem van Palas de Rei naar het doel van zijn pelgrimstocht: Santiago de Compostella.

27/07/2019 - Tekst: Gilles Bultinck // Foto's: Gilles Bultinck

Rit 15: Palas de Rei - Santiago De Compostella

Goede voornemens zijn er om na te leven, en dus word ik vanochtend wakker vooraleer mijn wekker begint te tjingelen. Ik kijk door het raam in de richting waarvan ik denk dat Compostella ligt en zie een dreigend wolkenpak boven de verschillende heuvelruggen hangen. Ik maak mezelf weinig zorgen omdat het hier bij slecht weer nog steeds een aangename twintig graden is. Geroutineerd na vijftien dagen, pak ik mijn boeltje bijeen in de hotelkamer en stop ik alles in de juiste tassen zodat de gewichtsverdeling op mijn fiets dadelijk optimaal zit. Om nachtelijke overlast te vermijden, wordt de lift in de herberg waar ik verblijf ‘s nachts buiten dienst gesteld. Dan maar met fietsschoenen drie verdiepingen naar beneden over de marmeren trap. Want een lift maakt nu eenmaal meer herrie... Blijkbaar ben ik tien minuten te vroeg beneden voor het ontbijt. De ruimte naar de bar - die ‘s ochtends ook dienst doet als ontbijtzaal - is nog vakkundig gebarricadeerd. Dus neem ik een stoel en zet ik mezelf op het terras. Tientallen pelgrims wandelen voorbij. Ik wed dat er hier geen enkele passeert die vandaag Santiago de Compostella zal bereiken, in tegenstelling tot ikzelf. De ongelijke strijd tussen een fiets en een paar wandelschoenen wordt vandaag pijnlijk duidelijk.

Inktvis

Na een stevig ontbijt - ik heb mezelf voorgenomen om onderweg geen eten meer te kopen voor deze korte rit van zeventig kilometer - word ik vanuit Palas de Rei in dalende lijn gelanceerd richting Melide. Volgens mijn Spaanse vrienden kan je hier de beste inktvis eten, zo zeiden ze me gisteren. Waarom je de beste inktvis vindt in een dorpje op honderd kilometer van de kust, blijft mij een raadsel. In mijn ooghoeken zie ik wel langs alle kanten restaurants die tegen de sterren op adverteren met hun inktvis, die de beste is. Enfin, dat leid ik toch af van de foto’s en tekeningen die ik zie. Om borden te lezen in een taal die ik niet machtig ben, is de huidige verkeerssituatie niet veilig genoeg. Zonder moeite sjees ik tegen vijftig kilometer per uur door het dorpje.

Omdat ik vanochtend niet snel genoeg kon vertrekken, ben ik vergeten van mijn bidons te vullen. Gelukkig was er nog eentje gevuld met water. Ergens halfweg mijn rit stop ik voor de laatste keer deze reis bij een tankstation. Twee koude Aquariussen. Van cola heb ik stilaan genoeg, vandaar. Eentje gaat rechtstreeks in mijn thermobidon, van het tweede flesje neem ik een grote slok vooraleer ik het onder de elastiek van mijn zadeltas stop. Omdat je om het officiële Compostelaat (een bewijs van je bedevaart) af te halen tijdens de laatste tweehonderd kilometer minstens van iedere dag twee stempels moet bezitten, laat ik mijn credencial ook voor een laatste keer afstempelen.

Anticlimax

Nog snel een berichtje naar de supporters die in Compostella zitten te wachten om te vertellen dat ik vermoedelijk rond 10.45 uur zal arriveren en terug op gang voor de laatste 35 kilometer. De wolken hebben intussen hun dreigementen omgezet in daden, in de vorm van een verkwikkende smosregen. Het deert me weinig en in de wetenschap dat heel België vandaag zit te puffen bij veertig graden, geniet ik van deze douche die Moeder Natuur me geeft. Na een paar kilometer stop ik toch om een regenjasje aan te trekken. Niet omdat ik het koud krijg, wel omdat mijn GMS onbeschermd in mijn achterzak zit. Het hoesje waarin ik mijn telefoon normaal bewaar, zit al twee weken ergens ver weg in mijn bagage. Te lastig om onderweg snel foto’s te kunnen maken. Wanneer ik vlak voor mijn neus een groot vliegtuig scherp zie klimmen, weet ik dat ik niet ver meer van de luchthaven van Santiago verwijderd ben. Hier is mijn vriendin gisterenavond geland. Nog een dikke tien kilometer, en we zijn na vijftien dagen herenigd. De laatste hoogtemeters maken me dan ook niets meer uit. Behoedzaam omwille van het slechte weer en de grote drukte rijd ik Santiago de Compostella binnen. Ik heb geen idee waar de kathedraal zich bevindt. Mijn fietscomputer stuurt me er in principe zo naartoe, maar ik wil de laatste kilometers beleven op dezelfde manier als de wandelaars en volg dus de signalisatie door de stad. Ook al gaat het door een voetgangerszone. Ik pas me keurig aan en ga stapvoets verder. Tot ik op honderd meter van mijn eindbestemming word tegengehouden door de Guardia Civil. Het is vandaag de feestdag van de Heilige Jakobus en op het plein aan de kathedraal zijn tal van ceremoniële plechtigheden aan de gang. Fietsen zijn niet toegelaten. Via een ommetje probeer ik het plein langs een andere kant op te rijden, maar ook nu krijg ik het aan de stok met de arm der wet. Na een derde keer weggestuurd te worden, heb ik het helemaal gehad. Wat een anticlimax want voor een echte bedevaarder ligt de eindmeet voor de kathedraal. Volledig uitgeregend (maar droog onder mijn geweldig regenjasje) en enorm teleurgesteld bel ik naar ouders en vriendin om te zeggen dat ik het plein niet op mag. Ook voor hen een stevige ontgoocheling want ze stonden al paraat om me op te wachten. Niet het einde dat ik mezelf had voorgesteld, maar een terugblik op de afgelopen vijftien dagen verzacht de pijn. Het zal morgenvroeg alvast vreemd aanvoelen om niet op mijn fiets te stappen. Want hoewel er dagen waren dat het aanvoelde als ‘moeten’, ben ik vooral blij dat ik dit alles ‘mocht’ beleven.

Rit 16: Santiago - ?

Vandaag word ik door mijn biologische klok tijdig gewekt. Ik had mijn spullen al bijna ingepakt toen het begon te dagen dat ik vandaag niet zou fietsen. Na vijftien fantastische dagen die gestructureerd werden door ontbijt, fietsen, eten, fietsen, een pelgrimsmenu eten en afsluiten met een blog schrijven, begint mijn dag eerder doelloos. Te vroeg wakker om de toeristische troeven van Santiago te gaan bezoeken en een lichaam dat - nu de fiets geen spelbreker meer is - de kans schoon ziet om de signalen van allerlei kwaaltjes richting mijn hersenen te sturen. Ik moet ze toch nog even negeren, want vooraleer ik huiswaarts kan keren, staan er nog een aantal praktische zaken op het programma. Zo heb ik niet voor niets 2.150 kilometer gefietst vanuit mijn woonplaats Vosselaar tot helemaal in Santiago de Compostella. Vandaag ga ik op het pelgrimsbureau mijn officiële certificaat, het compostelaat afhalen. Maar eerst ervoor zorgen dat mijn fiets heelhuids terug in België geraakt.

Dag Nicky, tot binnenkort

Ik moet bekennen dat het afscheid me zwaar valt. Meer dan twee weken lang hebben ‘Nicky’ - het koosnaampje dat ik mijn Van Nicholas Yukon tijdens mijn tocht heb gegeven - en ik lief en leed gedeeld. Als een getrouwd koppel gingen we door goede en slechte tijden. Nu, na een intense twee weken, zie ik haar voor het eerst naakt, ontdaan van alle tassen. Wat is ze mooi, met haar sterk karakter van titanium en haar tijdloze uitstraling. Maar onze wegen scheiden hier voorlopig, het is het beste voor ons allebei. Zij wordt niet ontdaan van allerlei functionele onderdelen en ik blijf niet achter met de last. Spoedig zien we mekaar weer. Ik na een relatief korte vliegreis met overstap in Madrid, zij na een aangename tocht in de bestelwagen van Soetens Fietstransport. Dankzij de contactpersoon in mijn hotel die verantwoordelijk is voor het transport, wordt de pijn meteen verzacht. Na wat eenvoudig papierwerk en een minuutje of vijf om in alle intimiteit afscheid te nemen, gaan we elk onze weg.

Mijn weg loopt via het pelgrimsbureau. In tegenstelling tot gisteren, is er nu geen wachtrij. Bijna onmiddellijk mag ik mezelf aanbieden aan het loket, waar ik fier als een gieter mijn credencial bovenhaal. Wanneer de vriendelijke man achter de balie tot drie maal toe vraagt waar ik vandaan kom en langs welke route ik tot in Santiago ben gekomen én hij nadien nog naar een achterkamertje slentert, sluipt de angst me rond het hart. Ik heb alle moeite gedaan om tot hier te geraken, ik verzamelde plichtsbewust de nodige stempels onderweg en ik kreeg half de Guardia Civil op mijn dak omdat ik zo dicht mogelijk bij de kathedraal van Sint-Jakob wilde geraken. “Het zal hier toch niet waar zijn?”, denk ik bij mezelf. Maar dan vraagt de man me hoeveel kilometer de afstand van Vosselaar tot Saint-Jean-Pied-De-Port, het officiële begin van de camino francès, bedraagt. Intussen had ik mijn smartphone met Strava-app al bovengehaald om mijn beweringen met bewijzen te staven. Ik tel manueel de afstand van mijn eerste acht ritten op en schrijf het op een briefje voor de medewerker van het pelgrimsbureau, die voor het overige heel gedienstig is. Op zijn beurt begint hij op het briefje te kribbelen en niet veel later begint hij in sierschrift te schrijven op een document dat er erg officieel uitziet. Met een grote glimlach gooit hij mijn compostela en een afstandscertificaat op de balie, gevolgd door oprechte felicitaties. En ook mijn credencial krijg ik terug. Gelukkig, want dat stempelboekje heeft tijdens de afgelopen twee weken heel wat persoonlijke waarde gekregen.

Enric en Eduardo

Terwijl een flauwe zomerzonnetje doorheen het wolkendek tracht te breken, heb ik vandaag nog slechts één verplichting: Enric en Eduardo opwachten, de twee broers uit Spanje wiens pad ik tijdens de vier vorige dagen kruiste. Enric heeft me inmiddels al een SMS gestuurd met hun vermoedelijke aankomsttijd, en via zijn gedeelde livelocatie op Whatsapp kan ik volgen waar ze zich op dit ogenblik bevinden. Ik zie een bolletje op de kaart dat aan een slakkengang vooruit lijkt te gaan en dankzij de grijze rechthoek op diezelfde kaart, weet ik maar al te goed waar ze zich bevinden. Momenteel rijden Enric en Eduardo rond de luchthaven van Santiago de Compostella. Het zijn de laatste meters bergop, herinner ik me van gisteren. Van daar is het nog een kilometer of acht in dalende lijn richting Compostella. Dankzij de accurate locatietracker zie ik exact langs welke kant mijn twee nieuwe Spaanse vrienden het plein aan de kathedraal zullen opkomen. Na een warm weerzien en een korte verplichte fotoshoot op het plein, gaan we met z’n allen over tot de orde van de dag. Un Cerveza? Si! En zo sluiten we samen onze verschillende, maar zo gelijklopende avonturen af. Het wringt nog steeds dat ik gisteren niet met mijn fiets het grote plein op mocht rijden, maar het leven gaat verder. Of beter gezegd, na een pauze van vijftien dagen, gaat het leven nu terug beginnen. Maar deze ervaring neemt niemand me ooit nog af.

Met dank aan Van Nicholas, Craft, 7Mesh, PedalED, GripGrab, WoWoW – Raceviz, Abus, Sigma Sport, Knog, Topeak, Naqi, Lezyne, Selle San Marco, Look, Pirelli, Northwave, Futurum en Soetens Fietsvervoer. Na de bedevaart mag je op deze site van alle producten die Gilles onderweg testte 100% Getest verslagen verwachten.