Gilles fietst naar Compostella. Via Las Herreriàs en Palas de Rei

Grinta!-freelancer Gilles Bultinck fietst deze zomer van Vosselaar naar Santiago de Compostella. Op www.grinta.be houdt de fietsende burgemeester een dagboek bij. Ondertussen is Gilles aan de laatste rechte lijn naar het bedevaartsoord bezig. In zijn voorlaatste blog fietst hij langs Las Herreriàs en Palas de Rei.

24/07/2019 - Tekst: Gilles Bultinck // Foto's: Gilles Bultinck

Rit 13: Astorga - Las Herreriàs

Ondanks dat de proloog van de Ronde van Léon onder mijn slaapkamerraam nog tot na middernacht doorging, heb ik geslapen als een roosje. Voor het eerst sinds lang geeft mijn hartslagmeter nog eens een rusthartslag van onder de veertig slagen per minuut aan. Goed voor het vertrouwen dus, voor de rit van dik 95 kilometer die vandaag op het programma staat. Ik sukkel even om Astorga met de fiets te verlaten. Bij een toevallige passage langs de kathedraal stop ik dan maar voor een foto. Terwijl ik mijn fiets laat poseren, word ik aangesproken door een Spaanse pelgrim. Hij vraagt me waar je een stempel kan krijgen. Ik zeg hem dat ik het niet weet, wat ook zo is. Ook niet meteen mijn grootste bezorgdheid, aangezien ik vanochtend bij het uitchecken nog een stempel in mijn ‘credencial’ liet zetten.

Het kan niet anders dan dat er vanochtend veel pelgrims vanuit Astorga zijn vertrokken. In de eerste kilometers zie ik slierten wandelaars achter elkaar aanhinken als stonden ze aan te schuiven op de Mount Everest. Aan een verkeerslicht tracht een wielertoerist - zo eentje van het genre ‘look pro, go slow’ - met een veel te dure tweewieler indruk op me te maken door een blitzstart te nemen van zodra het licht op groen springt. Dat is echter buiten mijn tweezijdige mountainbikepedalen van Look gerekend. Het duurt een meter of vijftig vooraleer hij me bijhaalt en uit eerlijke schaamte mij ineens voorbijgaat en achterlaat.

Koffie malen

Vanaf de eerste meters ben ik erg behoedzaam. Ik leerde de afgelopen week al dat een berg omhoog rijden niet hetzelfde is met ettelijke kilo’s bagage aan je fiets. Tijdens de eerste kilometers raap ik al heel wat toerfietsers op. Zij zijn misschien wel iets te bang voor de Cruz de Hierro, merk ik aan hun koffiemolentje. Tussen al die toerfietsers ook een dame die ik gisteren in de buurt van Sahagun al eens passeerde. Haar opvallende oranje uitrusting vergeet je niet snel, vandaar dat ik haar onmiddellijk herken. Plotseling krijg ik ook de wielertoerist van eerder aan de verkeerslichten opnieuw in het vizier. In eerste instantie wil ik hem niet bijhalen, omdat ik geen zin heb in spelletjes. Maar zelfs op mijn eigen rustige tempo kom ik meter per meter dichter. Wanneer ik hem dan uiteindelijk toch maar passeer, is hij zo nobel om te erkennen dat het niet zijn beste dag is. “Of ik met een elektrische fiets rij”, vraagt hij me. Ik zal het maar als een serieus compliment bekijken.

Zelf heb ik nog geen last van de warmte, het is vrij wisselvallig met de zon die verstoppertje speelt achter de wolken om er vervolgens weer razendsnel van achter te komen. Her en der staan wandelaars te pauzeren onder een verdwaalde boom langs de weg en twee fietsers hebben er niet beter op gevonden om de schaduw van een gracht die droog staat op te zoeken. Aan mijn omgeving af te leiden, heb ik stilaan het hoogste punt van deze klim bereikt. Maar ook dat heb ik deze week al een paar keer verkeerdelijk gedacht.

Daar zijn Eduardo en Enrique weer

In een bergdorpje volg ik de route voor wandelaars. Dat blijkt de verkeerde te zijn, maar gelukkig zijn daar mijn twee verkenners Eduardo en Enrique. Zij zijn vanochtend een dik uur eerder vertrokken in Astorga, maar zijn nog niet verder geraakt dan hier. Hun eerste koffiestop hebben ze al gehad en samen bereiken we de top van de Cruz de Hierro. Best een grote ontgoocheling want wie hier een enorm metalen kruis verwacht, komt ontzettend bedrogen uit. In de afdaling richting Ponferrada laat ik mijn kompanen al snel achter. De weg is slecht en loopt steil naar beneden, met een aantal verraderlijke bochten die pas laat opduiken. Met mijn schijfremmen ben ik dan ook stevig in het voordeel ten opzichte van mijn twee Spaanse lotgenoten met hun matig onderhouden vehikels.

Gravel, omdat het kàn!

Bij het buitenrijden van het stadje waar Kwiatkowski in 2014 wereldkampioen werd, passeer ik een klein kerkje met daarvoor een oude man aan een tafeltje. Hij deelt er stempels uit voor in het pelgrimsboekje. Als die man hier zoveel moeite zit te doen, stop ik ook maar. Na Ponferrada krijg ik nog een aantal mooie stukken offroad voorgeschoteld. Hoewel noch mijn fiets, noch mijn banden hier eigenlijk voor ontworpen zijn, doorstaan ze opnieuw glansrijk de test. Omdat ik in de eerste week dagelijks ritten van 160 à 180 kilometer aflegde, maak ik mezelf wijs dat ik vandaag voor een rit van ‘slechts’ 95 kilometer niet hoef te eten. De Cruz de Hierro is toch al achter de rug en vanaf nu zou het alleen maar bergaf of vlak zijn. Nou moe, draait dat even anders uit. De laatste dertig kilometer is de brandstof volledig op en zwijmel ik richting mijn herberg voor vandaag. Gelukkig ben ik hier om te genieten en niet om te presteren. En dus nestel ik me op het terras van de herberg waar ik meteen een pelgrimsmenu laat aanrukken. Kip met frieten en een dessert voor 8,50 euro. Oh ja, de karaf rode wijn is ook in die prijs begrepen. Santé!

Rit 14: Las Herreriàs - Palas de Rei

Geen idee of het komt omdat mijn lichaam niet meer mee wil of omdat het besef is gekomen dat mijn fantastische trip bijna ten einde is, maar in ieder geval geraak ik vanochtend weer moeilijk op gang. Het is al 9.15 uur wanneer ik mijn kamersleutel afgeef aan de receptie van El Capricho de Josana in Las Herreriàs, een herberg met ontzettend vriendelijke mensen die helaas enkel Spaans spreken. Tot mijn verbazing zie ik Enrique en Eduardo op het terras van mijn herberg zitten. Zij zijn een half uur geleden vertrokken vanuit hun herberg tien kilometer terug en vonden het tijd voor een koffiestop. Niet toevallig, zo blijkt. Ze hadden mijn fiets zien klaarstaan tegen de gevel en besloten om me te verrassen. Voor de vierde dag op rij komen we elkaar zo tegen.

Op en af. Altijd maar op en af

Samen met mijn twee Barcelonese vrienden beklim ik aan een gezapig tempo de Alto do Cebreiro. Voor mij is de temperatuur aangenaam, terwijl Eduardo en Enrique net hun jasje hebben uitgetrokken. Drieëntwintig graden is voor hen blijkbaar echt wel aan de frisse kant. Eenmaal boven hebben de beide broers het blijkbaar wel warm genoeg want ze besluiten dat het tijd is voor een biertje. Ik neem voor de vierde keer in vier dagen afscheid. Zij kunnen het zich veroorloven om zo snel al te stoppen want ze rijden vandaag slechts tot Sarria, precies halfweg mijn tocht. Na de Cebreiro gaat het bergaf en vervolgens terug naar boven tot de Alto do San Roque, waarna hetzelfde spelletje volgt tot boven op de Alto do Poio. Het dalen en opnieuw stijgen prikkelt serieus de benen. Ik kan me alleen maar inbeelden hoe die van Eduardo en Enrique hier straks gaan voelen na hun biertje.

Het einde in zicht?

Na een snelle en overzichtelijke afdaling moet ik nog één heuvelkam trotseren vooraleer ik kan bijtanken op een terras in Sarria. Ik neem er mijn tijd - kwestie van mijn avontuur opnieuw wat te rekken - en krijg dat manoeuvre onmiddellijk erna als een boemerang terug in mijn gezicht. De temperatuur is inmiddels opgelopen tot 38 graden en het stuk dat volgt is het minst schaduwrijke van heel de dag. Tijdens de twee uur die volgen kom ik geen wandelaar of fietser meer tegen en hoewel ik in Sarria genoeg heb gegeten en gedronken, stop ik boven op één van de duizend venijnige klimmetjes om nog proviand te laden. Niet dat ik het voorlopig nodig heb, maar zo kan ik toch even van de fiets en daarna kan ik met een gerust gemoed verder. Achter elke heuveltop ligt immers een volgende klim te wachten.

Santiago lonkt!

In Palas de Rei aangekomen, wil ik graag inchecken en mijn fiets stallen in de herberg waar ik gereserveerd heb. Helaas zit er net een grote groep pelgrims te eten waardoor de barman geen tijd heeft om me de opslagruimte voor fietsen te tonen. Ik word dus bijna verplicht van eerst nog iets te drinken en dat doe ik ook zonder morren. ‘Una cerveza grande por favor’, het enige zinnetje Spaans dat ik na een week in Spanje uitgesproken krijg zonder over mijn tong te struikelen of Google Translate te gebruiken. Wat morgen betreft, neem ik mezelf voor om zo vroeg mogelijk te vertrekken, want Santiago lonkt!

Met dank aan Van Nicholas, Craft, 7Mesh, PedalED, GripGrab, WoWoW – Raceviz, Abus, Sigma Sport, Knog, Topeak, Naqi, Lezyne, Selle San Marco, Look, Pirelli, Northwave, Futurum en Soenens Fietsvervoer. Na de bedevaart mag je op deze site van alle producten die Gilles onderweg testte 100% Getest verslagen verwachten.