Gilles fietst naar Compostella. Via Roubaix en Compiègne

Grinta!-freelancer Gilles Bultinck fietst deze zomer van Vosselaar naar Santiago de Compostella. Op www.grinta.be houdt de fietsende burgemeester een dagboek bij. De eerste twee ritten leiden hem naar Roubaix en Compiègne.

13/07/2019 - Tekst: Gilles Bultinck // Foto's: Gilles Bultinck

Rit 1 - donderdag 11 juli - Vosselaar-Roubaix

Na veel voorbereiden en lang aftellen, is het op donderdagochtend 11 juli eindelijk zover. Het plan is simpel, in 15 dagen naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela fietsen vanuit mijn woonplaats Vosselaar (overigens ook een gekend bedevaartsoord bij ingewijden). Samen met enkele vrienden en collega’s van wielertoeristenclub De Bokkespurters wil ik om 8 uur ‘s ochtends beginnen aan mijn eerste rit die me via Antwerpen en Oudenaarde tot in Roubaix moet brengen. Al jaren droom ik ervan om zelf eens een rondje op de legendarische velodrome te rijden en de kortste weg naar Compostela ligt niet zo ver uit de richting. Een vijftiental fietsers (en een handvol supporters) verzamelen aan het gemeentehuis om mij te escorteren in het begin van mijn rit.

Tegenslag is ook een slag

Nog voor we goed en wel vertrokken zijn, is er al de eerste tegenslag. Nu ja, tegenslag. Het is mijn eigen schuld dat ik mezelf overslapen heb en in zeven haasten vergat van mijn ‘Credencial’ - het stempelboekje van de pelgrims - in te pakken. Gelukkig werd ik hierop attent gemaakt door een bezorgd clublid. Na een ommetje langs thuis, kunnen we met de hele bende iets later dan gepland dan toch koers zetten richting Antwerpen. Langs het kanaal Dessel-Schoten staan we in geen tijd in... Schoten. Via het Albertkanaal trappen we tot aan het Havenhuis, waarna we de Scheldekaaien op rijden tot aan de Suikerrui. Een terrasje bij café Den Engel kan toch niet ontbreken?

Afscheid 1

Na de veel te snelle koffie (volgens de technici die het podium voor Vlaanderen Feest aan het opbouwen waren zaten de fietsers gruwelijk in de weg) nam ik afscheid van mijn tijdelijk pelotonnetje met daarin ook mijn schoonvader Paul en mijn vriendin Yenthe. Laatstgenoemde overtrof zichzelf door een fietstocht van bijna honderd kilometer te maken, enkel en alleen om mij uit te zwaaien (en onderweg wat terrasjes te doen).

Afscheid 2

Met vier echte die-hards (Marc, Jef, Marc en Jos) maak ik via de voetgangerstunnel de oversteek naar linkeroever, in de Kempense volksmond ook weleens ‘de verkeerde kant van’t water’ genoemd. Als ik even aan kop kom, word ik al snel tot de orde geroepen. “Ik zal nog genoeg in de wind moeten rijden”, klinkt het. En gelijk hebben de mannen want vanaf het moment dat ze in Sint-Niklaas richting huis draaien, sta ik er alleen voor. De rest van mijn rit zal de wind nagenoeg vol op de snuit staan.

Niet vergeten: eten!

Al snel kom ik tot de conclusie dat ik nog iets vergeten ben, namelijk eten meenemen. Ik voelde beetje bij beetje de benzinetank leeglopen, maar kwam langs de Schelde verder niets tegen. Per toeval kom ik in Melle uit op het parcours van de kermiskoers, een paar minuten voor de start. Ik loop er een paar oude bekenden van de supportersclub van Michael Van Staeyen - die later de wedstrijd zou winnen – tegen het lijf en nestel me in het zonnetje op het terras. Oh ja, het terras was niet van een café, maar van een frituur. Beter kon ik het niet treffen. Een friet, vleeskroket, kippenvingers en twee cola’s later, zet ik mijn trip verder. Zonder al te veel na te denken, heb ik op voorhand mijn route gebouwd via Strava, en liet ik “volg populaire fietswegen” aangevinkt. Die frats brengt me nu over de kasseien van de Lange Munte. Gepakt en gezakt geen echte aanrader. Met weinig overschot geraak ik tot in Oudenaarde waar ik op de Grinta!-redactie Claudine twee cola’s ontfutsel. En die bleken achteraf gezien broodnodig om de laatste veertig kilometer tot in Roubaix af te leggen.

De poort tot de hel staat open

Gelukkig staan de poorten van de wielerbaan open. Blijkbaar wordt de piste 364 dagen per jaar als een soort park in de stad gebruikt. Al snel vind ik dan ook een vrijwilliger om een foto te nemen terwijl ik zelf met mijn fiets op de velodrome poseer. Nadien nog even de GPS ingesteld naar het hotel, waar ik rond 18 uur arriveer. Na het inchecken en een verkwikkende douche, ga ik op zoek naar eten. Niet evident op het moment van de halve finale van de Africa Cup tussen Ivoorkust en Algerije en blijkbaar elke restauranthouder in Roubaix Algerijns bloed heeft. Pizza dan maar. Dat de halve finale door de Algerijnen gewonnen werd, heb ik overigens geweten. Nog tot ruim na middernacht rijden er colonnes toeterende wagens voorbij het hotel. Slapen gaat dus iets minder vlot dan gehoopt.

Rit 2 - vrijdag 12 juli - Roubaix-Compiègne.

Vanaf 6u30 is er ontbijt te krijgen in het Kyriad Hotel, dus niet veel later zit ik in de eetzaal. Als enige hotelgast. De twee bediendes zijn blij dat ze iets omhanden hebben, dus word ik goed gesoigneerd. Omdat ik gisteren bijna overslapen was, at ik te weinig om te vertrekken. Deze fout zal ik niet opnieuw maken. Ik wil om 7.30 uur vertrekken vandaag om de ochtendspits in Roubaix voor te blijven, gisterenavond bij aankomst had ik immers al met genoeg fietshatende chauffeurs kennisgemaakt. Ondanks mijn goede voornemens, geeft de klok 7.55 uur aan als ik inklik. Niet omwille van het uitgebreide ontbijt, maar wel omdat ik al mijn gerief uitgepakt en over de hele hotelkamer verspreid heb. De optimale gewichtsverdeling en de meest praktische plaatsen om alles op te bergen, heb ik nog niet gevonden. Maar het gaat iedere dag een beetje beter. Niet vergeten dat het voor mij de allereerste keer is dat ik aan “bikepacking” doe.

Werenfried Tuurlinckx

Na anderhalf uur sukkelen om de centra van Roubaix en Lille te doorkruisen (met prima fietspaden maar duizend verkeerslichten) komt mijn rit na dertig kilometer pas goed op gang. Enfin, goed. Een hatelijke tegenwind zorgt ervoor dat ik niet meteen tempo kan maken. Maar de kilometers tellen vlotjes op. De zon speelt verstoppertje achter het wolkendek, naar mijn aanvoelen is het dan ook niet zo warm. Het lichte, ademende fluojasje dat ik over mijn shirt draag, is met momenten zelfs aan de frisse kant. Dankzij dat kleinood voel ik me onderweg trouwens veel meer op mijn gemak, vooral naar achteropkomend verkeer toe. Rond 11u stop ik voor een koffie en een cola bij een taverne in een gehucht waarvan de naam me volledig ontgaan is. Ik ben nog niet tot in een winkel geraakt, dus eten heb ik niet op zak. Eten doe ik in Bapaume. Een cheeseburger met frietjes en twee cola’s. Voedingsexperts zullen me wel doodschieten, maar ik had er gewoon zin in. Een uur later kan ik mezelf wel doodschieten omdat ik er niet aan gedacht heb om mijn bidons opnieuw te vullen. Dan maar een Bar Tabac binnen. Daar bestel ik opnieuw twee cola’s - mijn favoriete bestelling de laatste twee dagen - en drink ze op mijn gemak aan de toog uit. In de vallei van de Somme bots ik op onverwachte beklimmingen, die leiden tot mooie uitzichten over de streek. Elk nadeel heb z’n voordeel, niet? In Roye, op 35 kilometer van mijn bestemming Compiègne, loop ik een supermarkt binnen voor wat proviand om het tot aan het einde te rekken. Het laatste stuk staat de wind overigens vol in de rug. In de licht dalende stroken maak ik goed wat vaart.

Op weg naar het hotel in Compiègne rij ik toevallig voorbij de Sint-Jacobskerk. Ik stap er even binnen in de hoop een stempel te kunnen scoren voor mijn pelgrimsboekje, maar dat is vergeefse moeite. Behalve een vijftal toeristen is er in de kerk niemand te bespeuren. Dan maar een stempel laten zetten aan de onthaalbalie van het hotel. Veel minder charmant, maar het telt even goed.

Niet door, maar langs Parijs

Omdat mijn hotel buiten het centrum ligt, besluit ik om ter plaatse het avondmaal te nemen. Een goeie biefstuk-friet gaat er altijd in, al moet ik de komende dagen toch eens gaan minderen met frietjes. Na het avondmaal zoek ik in mijn hotelkamer op het internet naar een slaapplaats voor morgen. Aangezien ik in Toury niks vind, verleg ik mijn route richting Chartres. In plaats van dwars door Parijs, loopt mijn nieuwe route nu langs de rand van de stad. Benieuwd of de lokroep van de Eiffeltoren luider klinkt dan het irritante, corrigerende gepiep van mijn fietsnavigatie.

Met dank aan Van Nicholas, Craft, 7Mesh, PedalED, GripGrab, WoWoW – Raceviz, Abus, Sigma Sport, Knog, Topeak, Naqi, Lezyne, Selle San Marco, Look, Pirelli, Northwave, Futurum en Soenens Fietsvervoer. Na de bedevaart mag je op deze site van alle producten die Gilles onderweg testte 100% Getest verslagen verwachten.