Gravelbiken in Graubünden

Gravelbiken en Zwitserland, dat kan geen verkeerde combinatie zijn. In Graubünden zijn ze trots op hun landschap en wordt er al veel op de mountainbike gefietst. Racefietsers zie je er echter minder, wellicht vanwege 'onbekend maakt onbemind'. De toeristische dienst wil daar verandering in brengen en organiseerde daarom een kennismakingstrip: gravelrijden langs de oevers van de Achter-Rijn.

26/10/2018 - Tekst: Roel van Schalen // Foto's: Roel van Schalen

Als je een uitnodiging krijgt om te gaan gravelbiken in één van de mooiste regio’s van Zwitserland, dan kan het wikken en wegen snel gaan. Binnen een seconde is het hele proces wel afgerond. Gravelbiken, dat is dé trend van het moment en Zwitserland, dat klinkt sowieso als een klok. De enige bedenking vooraf was de periode waarin de gravel-experience zou plaatsvinden: midden oktober. Ik denk dan bij bergen meteen aan sneeuw en kou en grijze wolken die tussen de bergtoppen gevangen blijven zitten en er hun regen of andere ongein uitstorten. Maar die vrees bleek ongegrond. Je hebt tegenwoordig immers zoiets als de opwarming van de aarde en die zorgde dit jaar voor een extreem lange nazomer, met temperaturen tot 25 (!) graden. Zo kan het dus gebeuren dat je medio oktober op 1.600 meter hoogte met korte mouwen en korte broek door prachtige berglandschappen fietst terwijl het zweet soms net zo hard onder je helm vandaan parelt als de Rijn langs Chur stroomt. Laten we maar zeggen dat de opwarming van de aarde zich van zijn zonnige kant liet zien.

Gravelrijden ten top!

Start in Chur

De oudste stad van Zwitserland, Chur, is het startpunt voor een driedaagse kennismakingstrip met Graubünden, het grootste en meest oostelijke kanton van het land. Omdat het stadje van 37.000 inwoners op slechts zeshonderd meter boven de zeespiegel ligt en omringd is door bergketens waar vaak een warme luchtstroom doorheen trekt, is het klimaat er het hele jaar door milder dan elders. Chur prijst zichzelf aan als hoofdstad van de mooiste mountainbikeregio van het land en beroemt zich er dan natuurlijk ook op dat zevenvoudig wereldkampioen crosscountry Nino Schurter er woont. Om maar te zeggen dat je hier alle kanten op kan om je MTB-hart aan zijn trekken te laten komen. Maar precies omdat het klimaat zo lekker zacht is en het wegennet met Zwitserse precisie is aangelegd, kunnen ook racefietsers zich hier prima vermaken. En gravelrijders dus, de nieuwste tak van sport die een mooie brug vormt tussen de beide disciplines. Een gravelbike heeft een meer ontspannen geometrie dan een koersfiets en dikkere, meestal geprofileerde banden zodat je er ook prima offroad mee kunt gaan. Graubünden zou een heel netwerk van gravelpaden rijk zijn; voeg daar wat soepele singletracks aan toe waar een mountainbikeparadijs zijn naam aan ontleent en ik zag de lange dagen in het bergschoon al helemaal voor me.

Links: Chur is de oudste stad van Zwitserland. Rechts: De Viamala kloof is smaller dan smal.

Culinair genieten

Op de vooravond van de eerste fietsdag krijgt ons reisgezelschap van acht journalisten een rondleiding door Chur. Altijd leerzaam, een beetje achtergrondinfo over de plek waar je bent, bijvoorbeeld dat de eerste sporen van bewoning in deze vallei dateren van elfduizend jaar geleden. Of dat er in het compacte middeleeuwse centrum een achthonderd jaar oude kathedraal te vinden is, enkele kerken en één van de tachtig kastelen van een of andere toenmalige vorst. Wie minder onder de indruk is van al die geschiedenis kan zich altijd tegoed doen aan de ontelbare winkels en boetiekjes in de stad. Het zouden er zo’n driehonderd zijn, vaak ingepakt in knusse hoekjes van de gevelhuizen, met uitingen van (opnieuw) de Zwitserse precisie in allerlei soorten en maten. Handwerkkunst, kristalwerken, maar ook culinaire specialiteiten en wijnen zijn volop voorhanden. Aan souvenirs geen gebrek dus. Een deel van de lekkernijen krijgen we even later voorgeschoteld in een streekrestaurant. Zarter Nüsslisalat mit Waldpilzen an einem Kräuterdressing vooraf, Wildgeschnetzeltes an sämiger Rotweinsauce, Preiselbeeren en Butterspätzli als hoofdgerecht en een herbstliches Dessert na. Onze gids Nathalie Schneitter waarschuwt ervoor dat het niet alleen een graveltrip, maar ook een culinaire trip zal worden deze week. Opgelet dus dat je niet teveel naar binnen werkt!

Een mountainbiketrail hier en daar is ook op een gravelbike best te doen. En dolle pret!

Chur-Thusis

De volgende ochtend starten we om 9 uur voor een ochtendetappe van veertig kilometer van Chur naar Thusis. Vanuit de stad is het slechts een paar kilometer naar de oevers van de Rijn die hier nog niet heel breed is. Het gravel knerpt onder de wielen en we zetten er meteen flink de vaart in. Na een hele dag in de auto zitten en een avond door de stad wandelen, willen de benen maar wat graag. De groep lijkt het wel aan te kunnen en Nathalie laat begaan. Ze was tot voor kort nog profmountainbikester, werd voor Zwitserland zelfs vijftiende op de Olympische Spelen van Beijing (2008) en haalde ook een nationale titel bij de Elite binnen. Tegenwoordig geeft ze tv-commentaar bij mountainbikewedstrijden en zit ze in de organisatie van enkele bikefestivals in haar thuisland, zo vertelt ze vol enthousiasme.

We zijn nog niet zo lang onderweg of het eerste point of interest is daar: Reichenau, de plek waarop de Voor-Rijn en de Achter-Rijn bijeenkomen en verder stromen als de Rijn. Niet heel spectaculair allemaal om te zien, maar als je even verder denkt toch ook weer wel. Zo’n rivier ontspringt ergens als bergstroompje en baant en vindt zich een weg door het landschap naar de zee, duizenden kilometers lang, niet te stoppen en niet te temmen door de mens. Een kanaal is nog te graven en te 'managen', maar een rivier, dat is een gegeven waar je geen sluisdeuren in kunt bouwen om het waterpeil te regelen. Daar moet je gewoon mee omgaan. Waar een mens toch over te mijmeren komt tijdens die uren op de fiets…

Na een korte pauze bij de volgwagen die ons op bepaalde punten opwacht vatten we de klim van de dag aan, naar de Glaspas. De gravelpaden van langs de rivier veranderen in asfalt en dat vind ik iets minder. Nathalie oppert dat ik ook de MTB-routebordjes kan volgen, die hebben meer onverharde stukken. Ik neem de tip ter harte en volg de MTB-routebordjes, de rest van de groep peddelt rustig door op de verharde weg. Achteraf gezien een wijselijk besluit want ook de mountainbikeroute naar de top is overwegend verhard, maar wel veel steiler. Zo steil dat ik een paar keer moet stoppen om bij te komen van een op hol slaande hartslag. Af en toe kruis ik de gewone weg, die geleidelijk oploopt en veel vlotter fietst. Ik ben waarschijnlijk al te ver heen om nog helder te kunnen denken want opnieuw kies ik bij de eerstvolgende afslag de richting waarin het MTB-pijltje wijst. Om een lang verhaal korter te maken: ik raak verdwaald, zie mezelf met fiets en al een grashelling van meer dan 45 graden op worstelen, stap voor stap, met na elke tien stappen een pauze. Uiteindelijk moet ik Nathalie bellen om de weg te vragen. Volledig leeg bereik ik de top, bij Berggasthaus Beverin, waar de rest lekker in de zon zit, met het eerste verfrissende drankje al achter de kiezen. Ik weet al wat ik dit jaar aan Sinterklaas vraag: een opfriscursus zelfkennis.

Een fikse maaltijd doet altijd wonderen voor een afgejakkerd lijf en een halveliterglas cola (x 2) kan in zo’n geval ook geen kwaad. Zienderogen opknappen heet dat. Heerlijk is het eigenlijk, jezelf de vernieling in rijden en dan met zon, gezelligheid en een prachtig vergezicht weer bij zinnen komen. Vanaf het terras kijk je hier uit op de spitse Piz Beverin, met 2.998 meter hoogte een flinke joekel van een berg.

Als zo'n beloning je wacht op de top, dan is het afzien in de klim snel vergeten, niet dan?

‘What goes up must come down’ geldt ook voor fietsers die bergen bedwingen en de afdaling naar Thusis is er eentje om niet snel te vergeten. We nemen de mountainbiketrail naar beneden, een prima te behappen pad voor geoefende bikers met dikke banden en voorvering, een uitdaging voor rijders op 32 of 35 mm gravelbandjes en een stijf frame, een afrader voor minder ervaren fietsers. Maar wat een fun! En wat een prachtig landschap! Mijn benen voelen de kwelling van daarstraks natuurlijk nog wel, maar met deze panorama’s en met het vooruitzicht dat de singletrack zo nog wel even duurt, doen ze toch minder pijn. Al ben ik ’s avonds na het viergangendiner van pompoensoep, Capuna Crush Alva, varkensmedaillon met worteltjes en aardappelpuree en sorbet als dessert maar wat blij dat ik vroeg onder de wol kan.

De slechte weg naar Capuns

Op donderdag valt het startschot iets later, om 09.30 uur, moet er vanuit het vertrek aan hotel Weiss Kreuz in Thusis meteen stevig geklommen worden over de oude bergweg (tegenwoordig ligt er een tunnel) richting de Viamala kloof, al duurt de rit niet heel lang. De Viamala (‘slechte weg’: via mala) is nu een toeristische attractie, waar de Achter-Rijn zich door tussen de hoge bergwanden door wurmt. Vroeger vormde deze kloof een beruchte en gevreesde doorgang omdat er slechts een zeer smal pad langs de rotswanden tot driehonderd meter hoogte leidde. De mythes en de tragische verhalen die hiervandaan komen vind je op tegelbordjes langs de trappen die tot in de krochten van de Viamala reiken. Leuk om met jonge kinderen te bezoeken, maar zelf zouden we eerder opteren voor een vette canyoning die je in de zomer in deze kloof schijnt te kunnen doen. Leuk is de scheepstoeter die ergens op een hoek in de kloof is opgehangen en waar je geluid doorheen kunt brullen, wat dan griezelig donker weerkaatst tussen de hoge wanden. Volwassen mannen worden op zo’n moment weer ondeugende kwajongens.

Links: Eerst het dal uit klimmen, over steile boerenweggetjes. Rechts: Dan met gezwinde vaart genieten van een trail bergaf!

Na de toerist te hebben gespeeld, zetten we koers naar Zillis, om daar even snel de plaatselijke kerk binnen te lopen. Die heeft een prachtig plafond met tientallen beschilderde panelen waarop van alles te ontdekken is. Met een vergrootspiegel kun je op je gemak elk schilderij afzonderlijk bekijken zonder nekpijn te krijgen van het naar boven turen. Heel erg de moeite waard, ik vond dit kerkje interessanter dan de kathedraal van Chur. Vervolgens gaat het naar de lunchstop bij Gasthaus Alte Post, aan de overkant van de straat. Daar huist en kokkerelt Frau Schwarz en ze maakt de beste ‘Capuns’ van het land. Jamie Oliver kwam de kunst van het bereiden ervan bij haar afkijken, is op een tv-schermpje aan de wand te zien. Capuns zijn een lokale specialiteit van gehakt en groenten, gewikkeld in snijbietbladeren. Ze doen denken aan blinde vinken en hebben ook een dergelijke textuur, maar dan met groenten erdoor. Hoe dan ook, vier stuks zijn genoeg voor een voldaan gevoel.

Links: Vier Capuns zorgen voor een volle maag. Rechts: Even een buitenband stikken.

Na de lunch moet ik eerst nog een buitenband repareren. Net voordat we Zillis binnen waren gedenderd over een rotsachtige trail was ik met de zijkant tegen een steen gekwakt en daar kon de fragiele Switchback Hill band van Compass niet tegen. Onze Amerikaanse collega Cory die in Tsjechië woont haalt een eenvoudig reiskitje met naald en draad tevoorschijn en stikt de flinke scheur netjes dicht, zodat de nieuwe binnenband er niet meer door naar buiten kan bollen. Weer wat bijgeleerd! De band zal het de rest van de tijd prima uithouden.

Het kerkje van Zillis is absoluut een bezoekje waard.

Vol zin en met frisse benen – want er zitten nog maar weinig kilometers in – hervatten we richting Andeer, waar hotel Weisses Kreuz ons zal herbergen. Ze zijn maar wat trots op dat ‘witte kruis’ in hun nationale vlag, onze Zwitserse vrienden, want ook het hotel-restaurant waar we morgenmiddag nog zullen lunchen heet Weiss Kreuz. Drie verschillende hotels in drie dagen, drie keer dezelfde naam! Wie weet worden we nog eens ridders in de orde van het Witte Kruis.

Amper het dorpje Zillis uit duiken we rechts het veld in en openbaart zich een heerlijk singletrailtje. Niet heel lang, wel leuk, maar daarna wacht het betere klimwerk weer. Ofschoon veel bergweggetjes amper gemotoriseerd doorgaand verkeer te verwerken krijgen, zijn ze vaak toch verhard: gebetonneerd met een grasstrook in het midden. Dat rijdt gemakkelijker voor de landbouwers, vandaar. Ook voor gravelbikers rijdt dat gemakkelijker, maar eigenlijk kwamen we nu net voor die gravel… Aan de andere kant: als het altijd zo steil bergop gaat als hier in Graubünden, dan is de steun van verharde ondergrond ten opzichte van die van slippend gravel op den duur niet meer te versmaden. Na het steile klimmen op de boerenweggetjes belanden we op de autoweg naar boven toe. Die is gemaakt voor baroudeurs, voor liefhebbers van de grote plaat. Heerlijk. Even later volgt een weg met honderd bochten het dal in. We kruisen één enkele auto, wel zo rustig hier dus. In Andeer bezoeken we in de late namiddag nog een Sennerei (kaasmakerij) en proeven we een prijswinnende kaas in jonge, belegen en oude variant. De ammoniakgeur die in de rijpingskelder hangt, voel ik de volgende dag tijdens het fietsen nog altijd diep in mijn neus.

Links: Uitleg krijgen over kaasproductie. Rechts: het rijpingsproces verloopt per kaas anders.

Gravelbiken als verbroedering

En plots is het alweer vrijdag, de laatste dag van deze trip. Op papier een korte dag want na een lunch in eindstation Splügen zal het fietsgedeelte erop zitten en wacht de reis terug naar alledag. Een korte dag betekent in Zwitserland niet automatisch een gemakkelijke dag: vanaf het hotel naar de rand van het dorp is het vijfhonderd meter vlak, vanaf dan klimt de weg meteen steil omhoog. Zo steil dat de ketting achteraan op het kransje met 40 tanden gaat, terwijl de fietscomputer 13% hellingsgraad aangeeft. Perfect om de ochtendkoude snel te kunnen afschudden, minder weldadig voor de kuit- en bovenbeenspieren die nog in ontbijtmodus staan en de hoogtemetersmaaltijd van gisteren aan het verteren zijn. Ik ben niet de enige die koud verrast wordt want ook bij de rest van de groep verstommen de stemmen. Maar als je dan na een paar lastige kilometers warmgedraaid bent en het ritme te pakken hebt, dan werkt het gezamenlijke stilzwijgende afzien op de bergflanken als een stevig bindmiddel met je reisgenoten. Met z’n allen in hetzelfde schuitje zitten helpt om de momenten van ‘wat doe ik hier?’ te overbruggen en al fietsend die zoveelste sectie van 18% bedwingen terwijl je aanmoedigingen krijgt van de anderen is toch telkens een kleine beloning. Gravelbiken als verbroedering…

Hoe sterk is de eenzame fietser...

De mooiste beloning – eentje die al het ploeterwerk de moeite waard maakt – krijgen we vandaag bovenop de bergkam, vlakbij de zendmast die we vanuit het dal al konden zien. Daar zitten we dan in het lange gras, een lange pauze genietend aan het bergmeertje Lai da Vons dat blauwgroen glinstert in de stralende herfstzon, met een werkelijk fantastisch uitzicht over bergtoppen in alle richtingen, inclusief eeuwige sneeuw. Ideaal voor een dagje fotoshoots of heroïsche drone-opnamen. Of een adembenemend huwelijksaanzoek, ik zeg maar wat.

Van gravelbiken in de bergen word je flink, en soms zelfs flitsend!

Op de weg naar beneden wordt de idylle lichtjes afgeremd door een viersterren mechanisch probleem: de achternaaf heeft zelf-frezende activiteit ontplooid, daarbij het freewheel ter ziele helpend. De achterderailleur kotst vervolgens voortdurend de ketting af en om het frame van de OPEN U.P. testfiets niet nog meer te bezoedelen, demonteer ik de ketting. Daar is een Aaron Gwinnetje (*) in de maak! Gelukkig gaat het vanaf nu ook echt alleen maar naar beneden, zoals Nathalie beweert, en is het geen bewering vanuit Zwitsers perspectief, zoals meestal. Een ‘gemakkelijke singletrack’ voor een Zwitser blijkt voor ons laaglanders al snel een ‘downhill-sectie’, een ‘niet zo steile klim’ noemen wij een ‘serieuze col’. Maar de afdaling naar Splügen is inderdaad 100% downhill – je hoeft niet één keer bij te trappen - en ook aan deze kant van de berg heb je werkelijk prachtige panorama’s, met de Sufner See onder in de diepte.

Met de bike-buddies nagenieten van een inspannende maar zalig zonnige week.

Heelhuids bereik ik  Splügen. Die missie is dan toch volbracht, de zelfoverschatting wordt met de jaren minder. Een heel mooi dorpje trouwens, dat Splügen, zeker de moeite waard om er eens rond te fietsen. Doe je dat, trakteer jezelf dan meteen op een doortocht in hotel-restaurant Weiss Kreuz. Voor ons is het lunchdiner in dit in prachtig moderne stijl gerestaureerde oude hotel het toetje van de reis. Het uitzicht over het dorp door het gevelhoge raam is fantastisch, het eten is van het hoogste niveau dat we deze week tegenkwamen. Met je bike-buddies in zo’n setting nagenieten van heldhaftige graveltoeren, veel meer kan een mens zich niet wensen!

Voor meer info over graveltrip-reizen in Graubünden klik hier.

Een onweerstaanbare teaser-video vind je hieronder:

(*) De Amerikaanse downhiller Aaron Gwin won in 2015 de wereldbekerwedstrijd in Leogang ondanks een gebroken ketting direct na de start.