Hartelijk (en groot) Limburg

Limburg is een fietsparadijs. De provincie doet stevige investeringen in fietstoerisme en huisvest daarnaast een aantal toonaangevende bedrijven. Voorts is Limburg een gastvrije provincie met een warm hart. En dus legde kledijfabrikant Bioracer de link tussen beide zaken door de schouders te zetten onder ROND-JE Limburg. Het doel? Acht weken op rij de provinciegrenzen – goed voor dik 300 kilometer – rond fietsen en zo geld inzamelen voor het streekfonds Een hart voor Limburg. Blogger Gilles sloot aan bij de openingsrit.

07/03/2021 - Tekst: Gilles Bultinck // Foto's: Gilles Bultinck

Het streekfonds Een hart voor Limburg zamelt gelden in om vervolgens financiële steun te kunnen bieden aan verschillende projecten om de kansen te bevorderen van maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Voor dat goede doel wordt momenteel dus ook geld ingezameld door middel van de actie ROND-JE Limburg. In dat kader zullen de komende acht vrijdagen verschillende groepjes fietsers een volledige ronde rond de provincie rijden, goed voor een tocht van een dikke 310 kilometer. Op de openingsrit op vrijdag 5 maart was de eer weggelegd voor verschillende ambassadeurs van Bioracer. En dus pikten wij ons wagonnetje aan om te genieten van al het moois wat Limburg te bieden heeft, om de provinciegrenzen op te zoeken, en om onze eigen grenzen te verleggen.

In groepjes van vier

Ook een organisatie voor het goede doel is gebonden aan de geldende coronamaatregelen. Daarom is het plan om vanaf 7 uur ‘s morgens te vertrekken in vijf groepjes van vier fietsers met enkele minuten ertussen. Die strakke planning houdt in dat ik om kwart na vijf uit bed moet. Snel een hapje eten en beginnen met een autorit van een dik uur richting Borgloon, waar Café Coureur gelegen is. Volgens de eigen slogan is de koers er koning, en de fietser keizer. Reden genoeg dus om start- en aankomstplaats te mogen zijn van ROND-JE Limburg. Ik kom zo ongeveer al laatste aan op de parking van Café Coureur, waar ook al de assistentietruck van Bioracer klaarstaat. Deze rijdt naar de vier voorziene bevoorradingsplaatsen en neemt naast proviand en wisselstukken ook de reservekleding van de fietsers mee. Netjes geordend in een apart bakje per fietser. Als de hele organisatie zo gesmeerd loopt, staan we er in ieder geval goed op.

Windop vertrekken

Rond kwart na zeven is het de beurt aan mijn groepje om in de pedalen te klikken. Vandaag wordt de route in wijzerzin gereden, omdat de voorspelde noordoostenwind dan gunstig zou staan in de winderige Maasvallei. Beginnen doen we dus doorheen het prachtige Haspengouw richting Landen om meteen het meest zuidwestelijke punt af te vinken. Met wattages of kilometers hou ik mezelf vandaag niet bezig. De routeweergave laat ik op mijn fietscomputer voor de zekerheid wel aanstaan. Het tempo zit er stevig in, en dat verrast me enigszins. We spelen al snel haasje-over met andere groepjes en in ieder groepje zie ik mensen zitten waarvan ik denk dat ze dit geen 300 kilometer volhouden. Zelf kom ik tot het besef dat ik een ontzettend domme beginnersfout gemaakt heb. Ik ben vertrokken met water in de bidons met het gedacht om vanaf de eerste bevoorrading over te schakelen op een isotone dorstlesser. Op zich geen verkeerd plan, ware het niet dat de eerste bevoorrading pas na bijna 90 kilometer gepland is. En dus verorber ik met plezier de repen die we van 3 Action aangeboden krijgen.
Tussen Sint-Truiden en Herk-de-Stad passeren we een heleboel dorpjes en gehuchten die me wonderwel bekend voorkomen van in de tijd dat er hier elke week nog een wielerwedstrijd voor nieuwelingen of junioren plaatsvond. De Limburgse gastvrijheid is een huizenhoog cliché, maar tot op heden heb ik het nog nergens ontkracht zien worden. Ook niet in ons gezellig fietsgroepje, waar ik toch een buitenstaander ben. En wat dan gezegd van de ontvangst bij Bioracer. Een welgemeend applaus is ons deel, net zoals de nodige aandacht van de meest vooraanstaande krant van de provincie.

Na een ommetje rond Tessenderlo blijven we in de nabijheid van de provinciegrens met Antwerpen. We passeren Ham en Leopoldsburg, waarna we ons richting Lommel op een boogscheut van de toeristische attractie ‘Fietsen door de bomen’ bevinden. Ik bevind me op bekend terrein en deel met plezier mijn terreinkennis met Kenneth, naast wie ik een paar kilometer op kop rijd. Iets wat Kenneth overigens de ganse dag doet. Als langeafstandstriatleet heeft hij een ongelofelijke motor. Maar als West-Vlaming vloekt hij toch even dat we één van Limburgs meest bekende toeristische fietsattracties links, enfin rechts, laten liggen.

Wraps, soep en koffie

Intussen rijden we al een tijdje langs het water. Langs het kanaal naar Beverlo vertel ik Kenneth aan de zinkfabriek dat hier de film ‘Groenten uit Balen’ is opgenomen. Voor de rest probeer ik zoveel mogelijk mijn adem te sparen. Bij het opdraaien van het Kanaal Bocholt-Herentals, met de wind nog steeds vol op de snuit, besluit ik even de luwte op te zoeken. Zo ben ik zeker dat mijn spijsverteringsstelsel ook wat tot rust komt voor de bevoorradingsstop in Lommel-Kolonie. In tegenstelling tot collega Pieter laat ik de pasta met pesto aan me voorbijgaan en kies ik voor een wrap met kip. En ook de lauwwarme soep gaat vlotjes binnen. De schrale wind maakt dat de tussenstops nog lastiger zijn dan het fietsen zelf. Dus gooien we er nog een hete koffie bovenop om de innerlijke mens te versterken, terwijl we afscheid nemen van Marc Wauters. De Soldaat fietste in een voorgaande groep het stuk van Tessenderlo tot Lommel mee, en zoekt zich zo dadelijk een weg huiswaarts richting Hasselt. Zonder fiets-gps, maar voor een man met zo’n ervaring mag dat geen probleem zijn. Niet dat Marc zo van de oude stempel is. Hij rijdt immers rond met een hedendaagse Ridley-fiets, maar de fietssteun voor zijn navigatietoestel stond nog op een andere fiets.

Zelf zoeken we nog even het hoge noorden op. Aan de Achelse Kluis is het bijzonder rustig, zelfs op een weekdag is het er normaal drukker. De sluiting van de horeca maakt de omgeving blijkbaar toch wat minder interessant voor wandelaars en fietsers. Niet lang na de tweede bevoorrading maken we noodgedwongen een eerste tussenstop omwille van pech. Na 170 kilometer hebben we onze eerste lekke band, dat valt best nog mee. En in het zonnetje is het heus zo slecht nog niet aan de Achelse Kluis. Terwijl Toby zijn band vervangt, mijmer ik over het geweldige broodje vleeskroket dat ik hier in andere tijden ooit nog at.

Hol van Pluto

Na passages langs Bocholt en Bree krijg ik echt het gevoel dat we ons in het hol van Pluto bevinden. Zelfs de chauvinistische Limburgers in ons gezelschap moeten die stelling beamen wanneer we een wegwijzer richting Stramproy zien. “Waar zijn we in godsnaam beland?”, klinkt het. Kort opzoekingswerk bij één van de pakweg twintig sanitaire stops van de dag leert me dat Stramproy het eerste dorpje over de Belgisch-Nederlandse grens is. Het weetje dat de Zangeres Zonder Naam er een groot deel van haar leven woonde, maakt dat ik de naam van dit dorpje niet snel meer zal vergeten. Eindelijk, denken we met z’n allen wanneer we in Kessenich na meer dan 200 kilometer beginnen aan het stuk met rugwind. Langs de Maas bollen we in vliegende vaart zuidwaarts. De snelheid zakt nooit ver onder de 35 kilometer per uur. Dit is dus de reden dat we ROND-JE – ja nog steeds als verkleinwoord – Limburg in wijzerzin rijden. Heerlijk gewoon. Al worden we dankzij een paar meanders snel weer met beide zitbeentjes op het zadel geduwd.
Op kilometerpunt 230 is het tijd voor de derde en voorlaatste bevoorrading. Deze is mooi opgesteld aan het veer tussen Meeswijk en het Nederlandse Berg aan de Maas. Voor sanitaire stop elfendertig stap ik zelfs even voorbij een grenspaal. Wat mij betreft is dit echt wel een essentiële verplaatsing. Omdat de laatste groep schijnbaar ver achterligt op schema, en we met deze rugwind niet meteen de behoefte voelen voor een vierde bevoorrading, zorgen we ervoor dat we onze lichtjes al op onze fietsen monteren. De zon schijnt duidelijk al een stuk flauwer, en de avond kan snel gaan vallen.

De Alpe d’Huez van Limburg

Eens Lanaken gepasseerd, begint ons gezelschap zich op te maken voor de befaamde Slingerberg in Kanne. Zonder schroom wordt de beklimming door mijn gezelschap bestempeld als de Alpe d’Huez van Limburg. Ondanks de schoonheid van het korte klimmetje, jammer genoeg op een ruw wegdek, is het toch eerder een Poggio dan de Alp. Maar ook die doet na 260 kilometer pijn in de benen. Boven worden we beloond met een uitzonderlijk uitzicht. Zoals gevreesd door sommigen en gehoopt door anderen, is de geplande vierde bevoorrading niet aanwezig. Maar we kunnen nog verder. De laatste 50 kilometer rijden we pal richting het westen, richting de ondergaande zon. De ‘poeier’ is al lang uit mijn benen, waarschijnlijk opgelost in het water van de Maas. Ik bevind me letterlijk en figuurlijk ergens tussen licht en duisternis. Van de basiliek van Tongeren zien we in de verte nog net het silhouet dat zich aftekent tegen de steeds donker wordende hemel. De mannen waarvan ik vanochtend nog dacht dat ze het einde niet zouden halen, ogen daarentegen elk uur beter.

Onvergetelijk ondanks lekke band

In het duister is het genieten. Ondanks de nodige voorzichtigheid, krijg ik zelf nog te kampen met een lekke band. Een nagel die er los doorheen gegaan is. Brute pech, maar het gevoel dat deze gekke onderneming bijna tot een geslaagd einde gekomen is, maakt dat het me niet kan deren. Het gelukzalige gevoel waarmee we twaalf en een half uur na ons vertrek opnieuw de Oorsprongstraat in Kerniel opdraaien, is moeilijk te omschrijven. Na 306 kilometer op de fiets geven we een applaus. Aan elkaar, maar ook aan onszelf. Deze dag zullen we niet snel vergeten. De wind en de lange afstand maakten er een echte beproeving van. Maar het beperkte doch aangename gezelschap en de prachtige omgevingen, zorgden voor een onvergetelijke ervaring. Limburg zit voor altijd in mijn hart!