Het Kansas van Vlaanderen ligt in Limburg

Ook gravelevents worden gedwarsboomd door de coronacrisis. Vorig weekend moest Smugglers’ Path noodgedwongen forfait geven en de blik op 2021 richten. Om de organisatie een hart onder de riem te stoppen, verkende Bart samen met hen het parcours waarvan normaal zo’n 400 gravelfans hadden moeten smullen.

07/06/2020 - Tekst: Bart Vandermaelen // Foto's: Erwin Vaesen, Willem Vos, Bart Vandermaelen

Week tien van de lockdown in België. Met mondjesmaat versoepelen de coronamaatregelen in ons land, tot op een punt waar niemand eigenlijk nog precies weet wat mag en wat niet. Als wielertoeristen kunnen we niet klagen. We werden getrakteerd op de zonnigste april en mei ooit en al die tijd konden we nog gewoon naar buiten. We mochten doen waar we zin in hadden, zolang we maar in de buurt van ons kot bleven. Maar na die lange weken van solo- en duoritten in mijn eigen regio, de Vlaamse Ardennen, hunker ik naar wat afwisseling. Net op dat moment krijg ik een WhatsApp’je van Erwin ‘Voaske’ Vaesen, organisator van het gravelevent Smugglers’ Path in het Limburgse Hamont-Achel: ‘Goesting om volgend weekend mee het parcours van Smugglers’ Path te rijden, samen met mij en de andere Smugglers?’ Het is alsof er manna uit de hemel valt...

Smugglers’ Path werd #SmugglersDay

Ik schep even wat context: in het verlengde Pinksterweekend stond Smugglers’ Path bij mij op de agenda. Het zou de tweede editie van dit sympathieke gravelevenement worden en ik plande er voor Grinta! een uitgebreide sfeerreportage te maken. Over het parcours, de gezelligheid op de camping, de ontluikende gravelscène in België… Tot corona roet in het grind strooide en de organisatoren van Smugglers’ Path noodgedwongen de handdoek moesten gooien. Geen Smugglers’ Path in 2020, meteen 2021 dan maar. Al bleef men niet bij de pakken zitten: 30 mei, de dag waarop het event gepland stond, werd uitgeroepen tot ‘Smugglers Day’ en de Smugglers (want zo heet het organiserende groepje fietsvrienden) riepen iedereen op om die dag een avontuurlijk tochtje te maken, idealiter met de gravelbike. Als kleine ode aan het 150 km lange parcours dat hen bloed, zweet en vele uurtjes op Komoot had gekost, besloten de Smugglers om het op 30 mei samen te gaan rijden. En ik mocht dus mee…

Normaal had ik waarschijnlijk bedankt voor de twee uur durende verplaatsing van het Oost-Vlaamse Lierde naar het Limburgse Hamont-Achel. Maar zoals gezegd: na al die weken lockdown was dit het perfecte excuus om nog eens wat nieuw volk te leren kennen én een streek te ontdekken waar ik nooit eerder kwam. Toch is er ook twijfel. Mag ik al het halve land doorkruisen om daar te sporten met mensen die niet tot mijn bubbel behoren? Ik vraag het aan een bevriend agent en die stelt me wat gerust: het is op het randje, maar in principe mag je je fiets in de auto meenemen om ergens anders een tocht te doen. Ik waag het erop, vastbesloten om de regels rond social distancing strikt te respecteren.

Welkom in het Kansas van Vlaanderen

Klokslag kwart voor negen kom ik aan bij het chirolokaal van Achel. We spraken er af om negen uur en voor mijn metgezellen druppelsgewijs op onze rendez-vousplaats verschijnen, heb ik nog even de tijd om naar mijn smartphone te turen. Ik zie de hashtag #DirtyKanzelled meermaals passeren op Instagram. Ook dat is vandaag: een initiatief (en toegegeven: fijne woordspeling) van ex-profrenner en gravelambassadeur Laurens ten Dam. Een hommage aan het al even afgelaste Dirty Kanza (de gravelrace aller gravelraces) en een oproep aan gravelfans overal ter wereld om 100 of 200 mijl door het grind af te haspelen. Precies wat ik vandaag ga doen dus: zo’n 150 kilometer fietsen in een uithoek van Limburg, die al snel het Kansas van Vlaanderen zal blijken. Al doe ik het onder een iets andere noemer. Today is #SmugglersDay! En ondertussen is ons fietsgroepje compleet en vertrekkensklaar.

We starten in totaal met negen man: vijf ‘Smugglers’ en vier sympathisanten, waaronder mezelf. Onder leiding van ‘wegkapitein Voaske’ klikken we in de pedalen en vertrekken we voor onze tocht door Noord-Limburg en het Maasland. De kennismaking met de praatgrage Smugglers is hartelijk. Ondanks het feit dat ik vandaag niemand ken, voel ik me meteen welkom. Er wordt gegrapt, geplaagd en met een rondje ‘small talk’ monster ik even de capaciteiten van de mannen waarmee ik vandaag op pad ben. Willem heeft er dit jaar al 8000 km opzitten, Wout fietste vorig weekend nog 360 km rond Limburg (inclusief Voerstreek), Joris haalde het net niet als prof, Tom reed onlangs nog van Achel naar het Atomium en terug… Het begint me al snel te dagen dat ik vandaag niet met Janneke en Mieke op pad ben en dat ik zal mogen doen wat er op mijn truitje staat: Grinta tonen.

Even flirten met de grens

De naam Smugglers’ Path is niet toevallig gekozen. Na een paar opwarmingslusjes in de bossen rond Achel, gaat het parcours vrij rechttoe rechtaan richting Nederlandse grens. De streek waar men tijdens de Wereldoorlogen ongezien boter, tabak en verse Hollandse maatjes de prikkeldraad over smokkelde (dat laatste heb ik er maar bij gefantaseerd). Ook vandaag voelen we ons even terug in de tijd, want de grensovergangen zijn dicht. Afgezet met betonnen wegversperringen en nadarhekken om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Al houdt zoiets een beetje smokkelaar natuurlijk niet tegen en met onze gravelbikes is het maar een kleintje om de blokkades te omzeilen. Vooraleer u gaat steigeren, wees gerust: dit is burgerlijke ongehoorzaamheid in een extreme light-vorm. De drie kilometer die we in totaal op Nederlands grondgebied rijden, lopen parallel met de grens en zijn volledig offroad. We kwamen geen levende ziel tegen en al snel vervolgden we de rest van de route in ons eigenste Belgenland.

Stof happen

De grensstreek rond Hamont-Achel, Bocholt, Bree en Kinrooi is naast biljartvlak ook een prachtig lappendeken van stukjes bos en zanderige heides. De typisch Vlaamse lintbebouwing lijkt hier ver weg en met wat fantasie waan je je op sommige plaatsen op een Afrikaanse savanne. Het stralende zonnetje en de stoffige wegen dragen bij aan het idee dat we op safari zijn. Het was de voorbije maanden nog nooit zo droog en dus werden stroken die er anders keihard bijliggen, herschapen tot mul zand of soms centimeters diep stof. Rijden met een mondmaskertje was geen overbodige luxe geweest. Niet zozeer om het coronavirus, dan wel het Limburgs stof uit onze longblaasjes te weren.

‘En, wat vind je van het parcours?’

Dat is de vraag die elke Smuggler me onderweg meermaals stelt. De trots schemert door in de manier waarop ze dat doen. Ze zijn hier duidelijk fier op hun grindwegen. En terecht: de ontelbare gravelstroken liggen er vandaag heerlijk bij en met een parcours van 150 kilometer dat voor maar liefst 88% offroad is, schotelt Smugglers’ Path je een route voor om duimen en vingers bij af te likken. Hoe het komt dat de streek zo rijk is aan grindwegen, vraag ik me af? Net als in de betere Vlaanderen Vakantieland-reportage krijg ik van mijn gidsen een woordje uitleg. Dat er enkele kilometers verderop een grote steengroeve is waar ‘Maasgrind’ ontgonnen wordt. Dat zijn de fijne, okergele kiezeltjes waarmee quasi elke aardeweg hier in de buurt semi-verhard werd. Dankzij het sediment van de Maas is het noorden van Limburg nu dus een waar gravelparadijs. En de Maaskiezels zijn hier een beetje zoals de kasseien van de Vlaamse Ardennen. Om het in ‘Smugglertermen’ te duiden: stroken waar ‘de jongens van de meisjes gescheiden worden.’ En zo geschiedde ook vandaag, want de lange, rechte grindstroken werken voor mijn kompanen als een rode lap op een stier. De beuk wordt er bij momenten stevig ingegooid en op passages waar de wind gunstig waait, blijkt dit voor de locals de ideale dag te zijn om de PR’s op Strava nog een stukje scherper te stellen. Het devies is #Ridelikeasmuggler: niet omkijken en… gas geven!

Kuitenbijters

Na zo’n 60 kilometer eisen de Maaskiezels een eerste slachtoffer. Rob, ironisch genoeg de vaste fietsenmaker van de Smugglers, rijdt één van zijn tubeless-banden lek en staakt de strijd bij de eerste bevoorrading. Die is Limburgser dan Limburgs: rijst- en suikervlaai op de stoep voor de bakker. Calorieën die we kunnen gebruiken. Want na de mierzoete stop kondigt zich de pittigste, maar ook de mooiste lus van de route aan. We rijden naar de uitlopers van het Nationaal Park Hoge Kempen, waar we in de bossen wat hoogtemeters voor de wielen gegooid krijgen. Hier ben ik het als geboren en getogen inwoner van de Vlaamse Ardennen aan mijn stand verplicht om even uit mijn pijp te komen. Een paar van de heuveltjes kunnen gecatalogeerd worden als kuitenbijters en ze nodigen ons uit om eens lekker te rammen. Ondertussen begint de omgeving me ook al iets bekender voor te komen. In december reed ik er nog de Lumberjack Ride van Café Coureur in heel andere, haast zompige omstandigheden. Al kronkelen we hier vandaag door het woud dat het een lieve lust is en van enig gevoel voor oriëntatie schiet er al na enkele kilometers weinig over.

Als F-16’s op het grind

Later komen we opnieuw aan in Opitter: woonplaats van Kim Clijsters en het dorp waar we ons zo’n 50 kilometer eerder met vlaai hadden bevoorraad. De explosieve intervalletjes in het bos hebben bij enkelen van ons gezelschap het vet al serieus van de soep geschraapt. Had Smugglers’ Path gewoon doorgegaan, dan kon hier bijgetankt worden in brouwerij Cornelissen. Nu moet dat noodgedwongen (en haast letterlijk) in het plaatselijke Total-station. Terugkeren richting Hamont-Achel doen we via een kilometerslang grindpad langs de Zuid-Willemsvaart: een oud kanaal dat al de hele dag een rode draad door onze route lijkt te vormen. Al hebben de Smugglers nog één semi-toeristische attractie in petto: de luchtmachtbasis van Kleine Brogel. Opstijgende F-16’s zijn er vandaag niet te zien, dus lanceren we onszelf maar even op de gravelwegen naast de met prikkeldraad afgewerkte omheining van de basis. In tegenstelling tot wat we aan de Nederlandse grens deden, proberen we hier niet aan de andere kant van het hek te geraken. Dit is volgens de Smugglers de Amerikaanse zijde van de basis en de G.I. Joe’s lachen er niet mee. Een kernkop als souvenir zit er dus niet in vandaag, een afsluitend ijsje, enkele kilometers verder, gelukkig wel.

Wat een zonovergoten gravelweekend had moeten worden met biertjes op de camping en hamburgers op de barbecue, werd een daguitstap met vlaaien uit het vuistje en ijsjes op de stoep van het ijssalon. De belangrijkste smaakmakers waren gelukkig wel aanwezig: zo’n 150 kilometer van de mooiste gravelwegen in Vlaanderen, overgoten met een portie Limburgse gezelligheid. Want ook die viel op. Het aantal vriendelijke goeiedagjes die we van passanten kregen, was haast niet te tellen. De pH-meter die de zuurtegraad bij de bevolking meet, lijkt hier nog netjes in het groen te staan. En dus kom ik zeker terug naar Smugglers’ Path. Volgend jaar, als corona enkel nog een nare herinnering is.

Wil je zelf ook de streek van Smugglers’ Path verkennen?

Op de Komoot-account van Smugglers’ Path kan je terecht voor een pak mooie gravelroutes in Noord-Limburg en het Maasland.