Leve de eerste fietsreis!

Wat doet het met een mens om na zoveel maanden verlangen naar en mijmeren over andere fietsstreken eindelijk nog eens op fietsvakantie te gaan? Joyce trok enkele dagen naar de Ardennen en kwam met een nieuwe twinkeling in de ogen terug.

28/06/2020 - Tekst: Joyce Verdonck // Foto's: Joyce Verdonck

Geen bubbels meer

Het wordt niet simpel om een stukje over een eerste fietstrip te schrijven zonder overdadig gebruik van de woorden ‘bubbel’ en ‘staycation’. Ik kan die woorden niet meer horen of zien. De toeristische diensten mogen dan wel – terecht – hun kans geroken hebben om mensen warm te maken voor een trip in eigen land, de slogans om ons te overhalen op ontdekking in België te gaan, zijn weinig origineel te noemen. Toch kriebelt het. Mij krijg je voorlopig niet op een vliegtuig. Wie het wel doet, alle begrip, maar ik wacht toch nog liever even af. En als we de kranten mogen geloven, zit Frankrijk voor deze zomer nu al zo goed als stampvol, dus daar heb ik ook niet zoveel zin in. Ik ben tegenwoordig al met weinig tevreden. Met dank aan corona eer ik weer veel meer dan vroeger het kleine. Bij mijn eerste ritje naar Nederland een kleine twee weken geleden was ik zo blij als een klein kind. Had ik een staart, ik had ermee gekwispeld. Ik woon op een steenworp van de Nederlandse grens, maar had braafjes de regels gevolgd en cirkelde rond in Vlaanderen. Al zag ik ook wel op Strava dat vrienden toch de grens overstaken om over de betere Nederlandse polderbaantjes te gaan cruisen.

D' Ardennen?

Op Strava viel ook op dat zo ergens half mei de fietsers hun geduld op was en er ook al ritjes in de Ardennen te bespeuren vielen. Mocht het? Kon het? De regels waren wat vaag en rekenden op ons gezond verstand. Broekschijter als ik ben, waagde ik er me toch maar nog niet aan.

D' Ardennen!

Tot het dus officieel weer mocht. Een vriendin vroeg me of ik geen zin had om samen een paar dagen in de Ardennen te gaan fietsen. Ze was ingeschreven voor de LCMT in Houffalize, een meerdaags fietsevent in mei. Uiteraard was ook dat event geschrapt, maar deelnemers konden wel de tracks van vorig jaar opvragen. En ons plan was om samen een paar van de routes te rijden. Na eerst het weerbericht te hebben afgewacht, boekten we een schattig hotelletje in hartje Houffalize, dat tot onze grote verbazing zo goed als volzet bleek te zijn.

LCMT light

Zo druk als tijdens de La Chouffe Classic of de LCMT zelf was het natuurlijk niet, maar Houffalize liep toch aardig vol Vlaamse wandelaars en fietsers. Blij om weer wat meer bewegingsvrijheid te hebben en geen genoegen meer te moeten nemen met de Vlaamse bossen waar je de laatste weken over de koppen kon lopen.

Gods creatie

Drie dagen lang fietsten we de streek rond. De meeste routes liepen door het Groothertogdom Luxemburg waar we niet rouwig om waren. God had bij de creatie van de heuvels daar precies toch nog een net iets fijner plamuurmes genomen en de wegen zijn er ook van uitstekende kwaliteit. Niet dat we niet genoten van de uitzichten in onze eigen Ardennen, maar de kapotgereden wegen met een aaneenrijging van gevaarlijke putten, waren niet op één hand te tellen.

No stress

Gek genoeg ben ik nog maar weinig in de Ardennen gaan fietsen zonder een startnummer aan mijn stuur. Of het was voor de LCMT, een granfondo of een toertocht. Dat ik dit keer meer als toerist dan als hard trainende wielertoerist rondreed, was best een aangename ervaring. Geen slecht gevoel op de beklimmingen, want je wordt niet door honderd anderen voorbijgestoken. Geen tijdsdruk, geen gemiddeldes na te streven.

Terrasjes

Mijn vriendin en ik namen onze tijd voor de ritten. Waar we zin hadden om te stoppen, stopten we. En dat was ook nodig met de hittedagen van afgelopen week. In charmante Luxemburgse dorpen als Clervaux en Vianden nestelden we ons lange tijd op een terrasje. Er was geen druk om snel bij te tanken en weer door te rijden. Fietstoerisme met nadruk op het tweede woord. Zalig. Appelstrudel met een bolletje ijs? Waarom niet? De horeca moet extra gesteund worden toch?

Het nieuwe normaal

Uiteraard merk je aan alles dat corona in het leven aanwezig is, ook op vakantie. De lift in het hotel mocht alleen met je eigen bubbel genomen worden. Het buffet was afgeschaft, je kreeg bediening aan tafel. Tijdens onze terrasjes in Luxemburg waren we verplicht een mondmasker te dragen om naar het toilet te gaan. Dat hadden we niet in onze achterzak van ons fietsshirt gestoken. Dom. Maar zo erg is het niet om wat verder op onze route te hurken achter het struikgewas.

Mag het wat meer zijn?

In drie dagen tijd sprokkelden we 364 kilometer en 6000 hoogtemeters bijeen. We genoten van de lange hellingen. Zes kilometer aan een stuk klimmen, hoe lang was dat ook alweer geleden? En dan boven komen, een rode wouw boven je hoofd zien vliegen en eindeloos ver over een groen decor kunnen kijken. Of beneden in het dal de loop van een meanderende rivier volgen en zien dat de campings aan de oever stilaan ook weer bewoond zijn. ‘s Avonds een douche meer dan ooit op prijs stellen, uitgehongerd de plaatselijke Italiaan bezoeken en erna als een blok in slaap vallen. Om de dag erna weer de hele dag op de fiets te zitten.
Mag het meer zijn dan dat? Tuurlijk. Moet het meer zijn? Voor mij niet. Mijn eerste vakantiehonger is alvast gestild.