Ode aan de zomermountainbike

Ooit begon ik als wielertoerist in een klein clubje in Zelzate. En daar was de ongeschreven regel heel eenvoudig. In de zomer fiets je op de weg. Eind september wrijf je nog een keer goed met je kuisvod over je fiets, zet je de ketting flink in het vet en gaat je racer vervolgens op stal. Van oktober tot ergens in februari trek je er met de mountainbike op uit. Stampen in de modder. Meer schuiven dan rijden. Langer aan je fiets staan kuisen dan je ermee gereden hebt. Zelf vind je na twee douches nog zand tussen je bilspleet en in je neusgaten. Maar dat hoort zo. Dacht ik toen.

17/08/2019 - Tekst: Joyce Verdonck // Foto's: Joyce Verdonck

Offroadmonster

Het was pas na enkele jaren dat ik door kreeg dat mountainbiken eigenlijk een zomersport is. Dat je best ook met je offroadmonster in goed weer en bij droge ondergrond kan gaan bollen. Sindsdien maak ik elk jaar de belofte dat ik ook in de zomer de verharde paden wil verlaten. Zodra mijn belangrijkste triatlonwedstrijden gepasseerd zijn en ik niet meer op de weg moet rollen, komt ook mijn mountainbike naar buiten. Meestal ergens in augustus.

RIP Bjorg

De voorbije weken keerde ik alle kleine paadjes in mijn buurt alweer binnenstebuiten. Een zalig weerzien. Maar ik wou meer en dus vlooide ik de mountainbikekalender uit om een paar toertochten mee te pikken. Zo belandde ik vorige week op de VTT in Knesselare. Een knappe organisatie met heel veel passages door bossen richting Aalter en Hertsberge. Dat ze ook langere tochten aanboden van 75 en 100km was een extra meevaller. In de winter blijven de meeste VTT’s ergens hangen bij ritten van 30 of 50km. Nog een reden om in de zomer te mountainbiken, er worden die periode meer marathons aangeboden.

Knesselare, helaas kwam de gemeente de laatste week in het nieuws met de dood van Bjorg Lambrecht. De pijn om het verlies van hun kampioen in wording was ook voelbaar op de rit. Met een brandende kaars bij zijn portret aan de inschrijvingen en een grote foto op de bevoorrading, kon je niet anders dan zelf een klein gebedje richten tot Bjorg. Rust in vrede, Matchbox.

Geen slippertje

De weersomstandigheden waren niet helemaal zomers te noemen. Met een stormachtige wind en soms wat miezelregen, was ik blij om af en toe in de bossen beschutting te vinden. Maar los daarvan, reed ik toch lekker in korte broek en korte mouwen. Geen gedoe met drie lagen kledij zoals in de winter. Geen overschoentjes die aan de tip van je schoen omhoog krullen als je eens voet aan de grond zet. Geen bezwete handschoenen die je op de bevoorrading nauwelijks uit of aan krijgt. Geen vijftig bandanas rond je kop terwijl je neus er toch nog af vriest. Ondanks de fikse regenbuien van de dag ervoor lagen alle paden goed berijdbaar. Ik maakte flink tempo en zag bossen en mooi heidegebied langs me voorbijschieten. Sommige stukken herkende ik van de winter-VTT in Ruiselede. Met het verschil dat de technische stukken nu heel makkelijk te nemen waren. Geen enkel slippertje in modder, want die was er niet.

Knesselare in de tropen

De natuur is ook zoveel mooier dan in de winter. Niet dat het hier in november niet prachtig is met alle herfstkleuren. Maar nu, met alle bomen nog in het groen, de varens die een meter hoog schieten, de bloemen in de bermen en de heide in bloei, krijgt er nu off road op uit trekken echt wel een meerwaarde. Op een bepaald moment, toen ik een bos in kronkelde met enkele kleine poelen en de varens die er sierlijk een buiging over maakten, waande ik me eventjes in een tropisch regenwoud. Dat gevoel krijg je hier no way in pakweg februari. (Ik moet er eerlijkheidshalve wel aan toevoegen dat brandnetels die langs je blote benen strelen en het gevaar op tekenbeten, kleine minpuntjes zijn.) Bijna op het einde van de rit reden we een hele tijd langs het kanaal Gent-Brugge. Langs het jaagpad kan je hier als triatleet eindeloos rechtdoor in de beugels trainen. Dat er ook een mooi technisch stuk ligt, was voor mij een complete verrassing. Aan de ene oever duik je van het jaagpad een paar keer recht naar beneden en moet je evenveel keer weer steil naar boven. Af en toe moest ik zelfs te voet. Het zand lag zo droog dat ik er bijna een duinengevoel van kreeg. Knesselare-Plage.

Verborgen parels

Op het kanaal passeerde een groep kajakkers die het vakantiegevoel nog meer onderstreepten. Ik kreeg daardoor warempel zin in een Apérol Spritz. Terwijl ik in de winter op de fiets alleen maar snak naar een warme chocomelk. Eens de brug over, doken we aan de andere oever alweer naar beneden. Geen technisch stuk dit keer, maar een lange rechte singletrack dichtbij het water. Alweer een verborgen parel die je als wegfietser niet ziet, ook al fiets je er op een paar meter afstand voorbij. Ik bedenk dat ik aan verschillende fietsvrienden vroeg om mee te gaan, maar ik vaak het standaardantwoord kreeg. “Mijn mountainbike? Die haal ik pas binnen enkele maanden uit.”
Ze weten niet wat ze missen.

Met dank aan Futurum Quality Gear, partner van deze blog.