Op Koers!: mythes doorprikt en zaadjes geplant

Net als collega Joyce, struinde blogger Gilles op zondag 13 oktober rond in het Vlaams Wielercentrum Eddy Merckx voor de eerste editie van Op Koers!. Met zeventien jaar fietservaring bezocht hij vooral de workshops voor gevorderde fietsers. Desondanks ging hij later op de dag huiswaarts met een rugzak aan nieuwe kennis.

23/10/2019 - Tekst: Gilles Bultinck // Foto's: Ruth Wytinck / Der Lokomotiv

Decompressie en een houten hoofd

Omwille van een serieuze decompressieperiode en een feestje de avond voordien, besluit ik mijn fietsspullen thuis te laten en daar heb ik al spijt van vanaf het moment dat ik de parking van het Vlaams Wielercentrum Eddy Merckx aan de Gentse Blaarmeersen oprijd. Een zalig herfstzonnetje bekampt de voorbijtrekkende bewolking, maar vooral: op de parking staan een hele tros Canyons en Cannondales te wachten om getest te worden en ook de lokroep van de wielerpiste klinkt luider dan ooit. Ik besluit dan maar dat dit de laatste dag van mijn vier wekende duren decompressiefase is. Zo veel mogelijk informatie verzamelen om gericht toe te werken naar de volgende doelen dan maar.

Foto rechts: na de outdoor clincics kon iedereen zijn (test)fiets schoonmaken met onderhoudsproducten van Peaty's.

Bij gebrek aan fietskleding geen initiatie veldrijden, een uurtje op de piste of een gravel ride voor Gilles.

Ik schuif met de andere deelnemers mee aan in het vergaderlokaal waar mijn eerste sessie van de dag zal plaatsvinden. Fietsbiomechanicus Jean Luc de Meyer geeft een uiteenzetting waarbij hij zal focussen op het verhogen van trapefficiëntie zonder daarbij te trainen op betere uithouding of spierversterking. Gewoon meer halen uit je huidige vorm. Als gediplomeerd luierik klinkt me dat als muziek in de oren. Bovendien ben ik erg benieuwd naar wat Jean Luc te vertellen heeft over traptechniek en cadans. Ondanks het feit dat ik altijd al meer het postuur van Jan Ullrich had, was ik geïntrigeerd door de hoge trapfrequentie waarmee Lance Armstrong serieuze resultaten boekte. De andere manieren waarop hij dat deed even buiten beschouwing gelaten natuurlijk. Het is niet de eerste keer dat ik Jean Luc zie. Al een paar jaar ging ik samen met mijn schoonvader naar Velofollies, waar Jean Luc met zijn zaak Bike eXperience steeds aanwezig is om zijn bikefitting te promoten. En ieder jaar opnieuw vraagt mijn schoonvader er een volledige uitleg, zegt hij dat hij een afspraak gaat boeken voor een bikefittingsessie én is het jaar rond vooraleer hij dat heeft gedaan, zodat we het jaar nadien opnieuw bij Jean Luc staan...

Bij gebrek aan fietskleren ook geen initiatie Zwift voor Gilles.

De illusie doorprikt

Ook nu weer hangt het publiek aan Jean Lucs lippen. Zelfs de zaal vol gevorderde fietsers staat perplex wanneer Jean Luc de eerste illusie doorprikt. “Tijdens de trapbeweging moet je enkel focussen op het duwen op de pedalen, niet op trekken.” Aan één zin heeft Jean Luc genoeg om de doorsnee fietser tilt te doen slaan. Maar aan het einde van de rit heeft hij dankzij zijn deskundige uitleg iedereen mee. “Onze spieren hebben twee standen. Aan of uit. Wie in de opwaartse beweging te veel spieractiviteit genereert, zal sneller vermoeid geraken.” Meer woorden zijn er niet nodig om lichte paniek te creëren onder de aanwezige fietsers. “Het is vooral zaak om het lichaam en het brein te trainen om de wisselwerking tussen links en rechts zo vlot mogelijk te laten verlopen. Dat wordt ‘pedal smoothness’ of ‘pedaalvlakheid’ genoemd.” Daarnaast onthouden we vooral dat de winter hét moment is om hieraan te werken. Best door bewust met je trapbeweging om te gaan tijdens rollensessies. Aan een lage intensiteit en met een lage cadans. “Het is aan te raden om dit telkens in blokjes van vijf minuten te doen. Geconcentreerd bezig zijn met je trapbeweging is voor het brein heel vermoeiend. Je kan je smartphone zo opstellen dat hij je beweging goed in beeld brengt, of eventueel iemand om assistentie vragen. Een andere optie is je rollen voor of naast een spiegel plaatsen zodat je je beweging zelf kan analyseren”, geeft Jean Luc nog een handige tip mee. Met die gedachte verlaat ik de ruimte samen met fietser Eric, die concludeert dat hij al zijn hele leven verkeerd trapt op de fiets.

De workshops en infosessies volgden mekaar een hele dag lang op.

Pijn hoort er niet bij

Het toeval wil dat ook mijn volgende sessie door Jean Luc de Meyer gegeven wordt. Deze keer over pijn en ongemakken op de fiets. “Al te vaak veronderstellen we dat ongemakken bij het fietsen horen. Laat me voor eens en voor altijd duidelijk zijn: dat is niet het geval”, steekt Jean Luc van wal. Woorden waarbij menig aanwezige fietser de wenkbrauwen fronst. We kennen immers allemaal de kleine kwaaltjes en irritaties die zich voornamelijk tijdens langere ritten manifesteren. “Welk segment van de wielersport we ook beoefenen, er is steeds een constante. Het zadel staat altijd achter de loodlijn van de as én een fiets is steeds symmetrisch. In tegenstelling tot de mens…” “Er zijn drie contactpunten: de voeten, de handen en het zitvlak. Hierbij wordt vaak vergeten dat de voeten het belangrijkste zijn. Alle kracht passeert immers die ledematen. “Een tweede vaak voorkomende vorm van pijn op de fiets is zadelpijn. Wanneer je hier zelf problemen mee ondervindt, wil dit niet meteen zeggen dat je je zadel moet vervangen. Een verkeerde zadelhoogte kan net zo goed problemen geven, net als bekkenscheefstand. Het is trouwens belangrijk om weten dat ons bekken erg gevoelig is aan stress of allergieën. Dit komt omdat er heel wat zenuwbanen passeren en omdat het spijsverteringsstelsel zich nabij bevindt”, geeft Jean Luc meteen nog een lesje in anatomie. “Uiteraard is ook de juiste zadelbreedte van belang.” “Pijnlijke of gevoelloze handen zijn dan weer een teken dat je bovenlichaam niet goed gepositioneerd is op de fiets. Meestal wanneer je te diep voorover zit. Ook een foute stuurbreedte is een veelvoorkomende oorzaak. De stuurbreedte moet gelijk zijn aan de schouderbreedte. Maar hier is de anatomische botbreedte de bepalende factor en niet de zijkanten van de schouders, zoals vaak gemeten wordt. Hier zit al snel twee centimeter verschil op.” Uiteraard gaat deze redenering alleen op voor racesturen. “Bij mountainbikes ligt het gecompliceerder. Hoe minder technisch je bent, hoe meer je gebaat bent bij een breed stuur. Wel is het een misvatting dat je stuur breed moet zijn om de longen alle ademruimte te geven. Bij een normale stuurbreedte hebben ze immers genoeg ruimte”, helpt Jean Luc om te besluiten nog een laatste waanidee de wereld uit.

Te veel yoga voor mij

Op het middenplein zie ik collega Joyce samen met een groepje core stability oefeningen doen dat het een lieve lust is. Iets te veel ‘yoga-like’ voor mezelf. Niet dat ik niet overtuigd ben van het nut van deze oefeningen, ik geef alleen de voorkeur aan de beslotenheid van mijn hobbyzolder. Desondanks sla ik wel een babbeltje met Angélique Dupré, die de sessies vakkundig begeleidt. Zij erkent het belang van core stability in het kader van blessurepreventie en een optimale seizoensvoorbereiding. “Eigenlijk is iedereen gebaat bij core stability. Het geeft ons lichaam meer weerbaarheid tegen kleine blessures.” De sessies duren een half uurtje en volgens Angélique volstaat dat. “Het is voor veel sporters moeilijk om zich enkel met core stability bezig te houden, dus raad ik steeds aan om wat tijd te nemen vlak voor of na een training. In de winter dus eventueel gekoppeld aan een beurt in de fitness of een rollentraining. Wanneer je de basisoefeningen onder de knie hebt, kan je eindeloos beginnen variëren. Zo zijn geen twee sessies hetzelfde en wordt het minder snel saai.”

Toch een beetje pijn

Stiekem schuif ik door naar het standje van Bienestar. Ondanks het feit dat ik hier nog geen meter gesport heb, sla ik de uitnodiging tot een massage niet af. En in tegenstelling tot fietsen (zie de uitleg van Jean Luc de Meyer), hoort een echte sportmassage wel pijn te doen. Ik verbijt de pijnlijke manipulaties van mijn beenspieren terwijl de masseur van dienst me in sappig Gents vertelt dat sportmassages heel nuttig zijn voor iedereen die regelmatig traint en zijn of haar prestaties wil verbeteren. “Zo’n massage versnelt de recuperatie, waardoor je fitter je volgende training kan aanvatten. Daardoor wordt ook de kans op blessures kleiner. Nu zie je veel sporters die op den duur langs de dokter passeren om dan doorverwezen te worden naar een kinesist. Een aantal van die gevallen zou nooit zover gekomen zijn, mochten ze tussendoor een aantal sportmassages genomen hebben." Dat laatste doe ik in ieder geval al goed. Nu nog trainen. En dus haast ik me na een leerrijk dagje huiswaarts om nog even op de rollen te rijden. Het seizoen 2020 komt er immers aan!