Post-corona Maratona

Iedereen heeft ernaar uitgekeken. Verlangd. Ja zelfs gehunkerd. De honger is groot en de zenuwen staan op scherp. De Maratona dles Dolomites is één van de eerste grote granfondo’s die na anderhalf jaar lockdownmiserie groen licht krijgt. En dat konden we uiteraard niet zomaar laten voorbijgaan. We stuurden onze man de Dolomieten in voor één van de mooiste én zwaarste tochten waaraan je op twee wielen kan deelnemen.

01/08/2021 - Tekst: Bart Vandermaelen // Foto's: Bart Vandermaelen - Sportograf

Wanneer ik daags voor de Maratona in Corvara aankom, knijp ik mezelf even in de arm. Gaat dit echt gebeuren? Fiets ik morgen werkelijk de meest iconische granfondo ter wereld? Mag ik genieten (en afzien) op een paar van de mooiste cols die er in de Alpen te vinden zijn? Ik kan het haast niet geloven. Noem me gerust een eersteklas chançard, want je zomaar even inschrijven voor de Maratona kan je wel vergeten. Vorig jaar waren er meer dan 30.000 gegadigden voor een startnummer. Een onschuldige hand lootte er 9000 gelukkigen uit. Uiteraard werd de Maratona toen afgelast om de ons welbekende reden en dus mocht iedereen zijn of haar ticket op 4 juli 2021 van onder het stof halen. Ik heb de uitslag van de loting niet nagelbijtend moeten afwachten. Zelf heb ik me de afgelopen jaren ook meermaals proberen inschrijven. Telkens tevergeefs. Maar dit jaar werd ik een handje geholpen door de mensen van Selle Italia. Als één van de hoofdsponsors van het event mogen zij elk jaar enkele journalisten optrommelen en via een speling van het lot belandde het uitnodigingsmailtje in mijn mailbox. De hashtag ‘#sorrynotsorry’ is hier op zijn plaats!

Fietsers heer en meester

Daags voor het evenement hangt er in de dorpen van Alta Badia een festivalsfeertje. Het aantal Maratona-vlaggen en spandoeken in het straatbeeld is werkelijk ontelbaar en er heerst een opgewekte ambiance. Alles wordt in gereedheid gebracht voor de grote dag en fietsers krioelen als mieren door de straten van Corvara. Het charmante en anders zo rustige dorpje is het epicentrum van de festiviteiten. Auto’s en motards moeten hier dit weekend noodgedwongen een paar toontjes lager zingen. Tijdens de Maratona is het hele parcours verkeersvrij, maar ook de dagen voordien zijn wielertoeristen al heer en meester op de bergpassen. Men lijkt het er hier graag bij te nemen. Haast iedereen in deze streek leeft van het toerisme en dat krijgt dankzij de Maratona dles Dolomites ieder jaar een gigantische boost. Zeker nu men hier maandenlang op zwart zaad heeft moeten zitten, zien de dorpelingen de enorme instroom aan fietsfanaten graag gebeuren. ‘Bëgnudüs’ ofte ‘welkom’ in het Ladinisch, de aparte taal die in Zuid-Tirol gesproken wordt, krijgt dit jaar een extra dimensie.

Dreigende wolken

Alsof een deelname aan de Maratona nog niet genoeg is, krijg ik van Selle Italia een spiksplinternieuwe Pinarello Dogma F onder de kont geschoven. Werkelijk een allround raket van het zuiverste water, die pas binnen enkele maanden te koop zal zijn. Tijdens een opwarmingsritje op de Passo Gardena groeit mijn enthousiasme, maar ook mijn stresslevel. Niet zozeer omwille van de 140 kilometer en 4500 hoogtemeters die morgen op het menu staan. Wel door het vroege startuur én de weersvoorspelling. Het startschot voor de Maratona des Dolomites wordt gegeven om 6u30. Dat is voor een avondmens als ik een grotere marteling dan een rit over zeven Alpencols. Bovendien is het weerbericht voor morgen hoogst onzeker. Het gaat sowieso regenen, alleen weet niemand wanneer de hemelsluizen precies zullen opengaan. Wanneer ik naar boven kijk, bekruipt me een gevoel van onzekerheid. De zaterdag was zonnig gestart, maar intussen slibt de lucht potdicht met dreigende wolken. Tegen de avond begint het te regenen en stopt het niet meer. Met een klein hartje kruip ik, tegen mijn natuur in, al rond 22u onder de wol. Uiteraard duurt het een eeuwigheid vooraleer ik de col richting dromenland heb bedwongen.

Twijfel over het strijdplan

Om vier uur ’s ochtends rinkelt de wekker van mijn smartphone. Een paar keer snoozen brengt geen soelaas: ik ben een wrak. Het voelt als de ‘morning after’ nadat ik een avondje op het middenplein van het Kuipke heb doorgebracht tijdens de Gentse Zesdaagse. Weliswaar zonder zware maag. Ik trek de gordijnen open, maar het is nog pikdonker buiten. De straatverlichting wordt gereflecteerd in de plassen op de parking van het hotel. Het heeft vannacht gegoten, maar het is godzijdank gestopt. Ik check een paar weerapps en die voorspellen unaniem een droge voormiddag en plensbuien kort na twaalven. Ik had vooraf een duidelijk plan: ik zou de Maratona op een rustig tempo fietsen en ten volle van de omgeving genieten. No pressure. Maar daar begin ik nu over te twijfelen. Geef ik niet beter gas op de lolly om voor de regen binnen te zijn? De kans dat ik mezelf dan vroegtijdig opblaas, is groot. Ik heb amper ervaring met lange klimritten als deze en ik wil er geen calvarietocht van maken. Soit: de benen zullen snel bepalen wat het wordt. Aan het ontbijt hoor ik alleszins weinig gepraat in de eetzaal. Ik ben duidelijk niet de enige die moeite heeft met het vroege uur. Ik steel met de ogen van deelnemers die er ervaren uitzien. Wat werken zij zoal naar binnen voor een tocht als vandaag? Dat ‘afkijken’ heeft me gisteravond alleszins een heel karig avondmaal opgeleverd: een paar borden droge pasta en rijst met wat parmezaan. Tot zover het genieten van de heerlijke Italiaanse keuken. Terug in mijn hotelkamer speld ik mijn rugnummer op en duffel ik me in. Op 1600 meter hoogte is het ook in juli fris aan de vis om halfzes ’s morgens. De splinternieuwe Pinarello Dogma F heb ik vannacht naast het bed gezet. Hij lijkt me glimmend toe te lachen. Showtime!

Avanti!

Wanneer ik om iets voor zes richting startlijn fiets, komt een waterzonnetje voorzichtig over de bergkammen piepen. Zouden we dan toch geluk hebben vandaag? Niet iedereen is ervan overtuigd. Onderweg kom ik mensen tegen die van kop tot teen een plastieken pak over hun koerstenue hebben getrokken. Zoiets wat ze ook in Covid-testcenters dragen. En in Fukushima. Kledingfabrikanten investeren miljoenen euro’s in innovatie, nieuwe materialen, ademend vermogen van regenkledij… En dan heb je mensen die in een soort lijkzak dé tocht van het jaar aanvatten. Ik kan er niet bij met mijn verstand, maar een hilarisch zicht is het zeker.

De gigantische omvang van het evenement wordt me eigenlijk nu pas duidelijk. De startzone, die net buiten het dorpje La Villa ligt, is wel een kilometer lang. 9000 Fietsers gaan vandaag de uitdaging met zichzelf aan, maar het lijken er een pak meer. Dankzij mijn persaccreditatie mag ik haast helemaal vooraan de menigte plaatsnemen in het startvak van Selle Italia. Van hieruit kan ik het aftellen richting startschot perfect volgen. De spanning wordt richting zenit gestuwd. Twee helikopters molenwieken boven onze hoofden, speakers hitsen de deelnemers op zoals alleen Italianen dat kunnen, een brassband speelt vrolijke deuntjes. Wanneer een knal weergalmt in de prachtige Badia-vallei, doen we van ‘avanti’ en trekt een haast eindeloze, kleurrijke stoet zich op gang.

Meteen bergop

Dat het hier voor heel wat mensen niet zomaar een plezierritje is vandaag, wordt me al in de eerste hectometers duidelijk. Ik word op weg naar Corvara langs alle kanten voorbijgesneld door laagvliegers die als één van de eersten aan de Passo Campolongo willen beginnen. Het kriebelt om in een wiel te kruipen en met een paar snelle mannen mee te glippen, maar mijn verstand houdt de touwtjes gelukkig stevig in handen. Al voor de eerste klim een cartouche verschieten tijdens een tocht met meer dan 4000 hoogtemeters, is niet meteen een topidee als je hier niet specifiek voor hebt getraind. Ik peddel dus aan mijn eigen tempo verder en vat na een viertal kilometer de Campolongo aan. De eerste van zeven hindernissen vandaag. Die Campolongo is vrij kort, nooit steil en zigzagt vanuit Corvara richting Arraba. Je wordt meteen getrakteerd op een adembenemend uitzicht over het stadje en de massieve Sassongher-rots die erboven uittorent. Het ligt er allemaal prachtig bij, want de ochtendzon tekent echt wel present. Wanneer ik in de buurt van de top om me heen kijk, zie en hoor ik mensen die hier al even op hun adem trappen. Er was quasi geen vlakke aanloop naar de eerste streep bergop en dus is het voor velen al meteen een onprettige kennismaking met het parcours. Ook onprettig: een valpartij in één van de eerste haarspeldbochten in de afdaling. Een paar fietsers gingen er enkele seconden voor mij neer en krabbelen recht wanneer ik voorbij kom. Zuur! Je hebt dan het geluk dat je uit 30.000 man bent geloot en dan ga je na tien kilometer al op je flikker…

Ciao Fausto!

Na de afdaling van de Campolongo, draaien we in Arraba meteen de Passo Pordoi op. En zo gaat het quasi de hele dag: zeven keer op en af, zonder vlakke stroken waar je even kan recupereren. In één van de eerste bochten, of beter gezegd ‘tornanti’ van de Pordoi, spot ik een wielergrootheid. ’t Is te zeggen: een man die mee wielergrootheden creëert. Niemand minder dan Fausto Pinarello fietst ook mee vandaag en startte net als ik in de voorste gelederen. ‘Ciao Fausto!’ Hij spot natuurlijk meteen de blitse Dogma F waarmee ik op pad ben en vraagt zich luidop af hoe ik die te pakken heb gekregen. Een kort babbeltje volgt vooraleer ik hem en zijn gevolg achter me laat.

De Pordoi laat zich van zijn mooiste kant zien. De ochtendzon schijnt vol over de groene alpenweides en een paar wolken hangen als sluiers rond de majestueuze rotsen van dolomiet. Bovenop de Pordoi roep ik nog eens ‘Ciao Fausto!’, maar dan in de richting van het standbeeld van Fausto Coppi. ‘Il Campionissimo’ schreef hier wielergeschiedenis, ik vandaag iets minder. Al moet ik zeggen: het gaat me verre van slecht af.

Ik voel me prima in mijn sas, maar boven hou ik toch een eerste keer halt voor een foto bij enkele alpenhoornblazers. Hun melodie klinkt als een soort ‘Last Post’ voor zij die vandaag dreigen te sneuvelen. Zelf ben ik vastbesloten om de Maratona tot een goed einde te brengen.

360 graden genieten

Het eerste deel van de Maratona is de ‘Sellaronda’ en dus volgt na de afdaling van de Pordoi alweer meteen de beklimming van de Passo Sella. De overgang van bergaf naar bergop is hier vrij brutaal en ik voel de benen eventjes branden. Het is de eerste, maar zeker niet de laatste keer vandaag. Bovenop de Sellapas is het uitzicht werkelijk fenomenaal. Of je nu kijkt in de richting van Valle di Fassa en de Marmolada, de pieken van Sasso Lungo of Val Gardena: het is 360 graden puur genot. Al zou ik er een hele dag kunnen blijven, lang wil ik er niet treuzelen. Ik wil toch een iet of wat acceptabele eindtijd neerzetten én er verschijnen al stilaan meer wolken rondom de hoogste bergpieken. De voorspelde regen zal er weldegelijk komen en een natte afdaling van de Passo Giau of de Valparola kan ik missen als zadelpijn. Na de Sella ga ik ook vlotjes over de Gardenapas, die vanuit deze richting een stuk korter en makkelijker is dan vanuit Corvara, maar tijdens de tweede passage over de Campolongo kan ik maar moeilijk een prettig ritme vinden. Ook al ben ik tijdens de eerste 50 kilometer van het parcours niet kwistig geweest met de krachten, er staan al meer dan 2000 hoogtemeters op mijn Garmin en dat laat zich stilaan voelen. Bovenop de Passo Campolongo hou ik halt in de bevoorradingszone en neem ik even de tijd voor een hartig broodje tussen alle zoete troep door. De klim die me het meeste angst inboezemt, komt er nu snel aan: de Passo Giau.

Eventjes Egan

Vooraleer je de voet van de Giau bereikt, fiets je vrij lang in dalende lijn. Twee knikjes in het parcours onderbreken de duikvlucht. Ik sluit hier even aan bij een groepje dat er stevig de pees op legt en dan is het eindelijk zover: na 87 kilometer steek je een bergriviertje over en draai je linksop. Een verkeersbord laat weten dat ook de Passo Giau vandaag ‘aperto’ is. Open om duizenden fietsers flink te doen tandenknarsen. Een tweede bordje langs de weg laat weinig aan de verbeelding over: de klim duurt 9,9 kilometer, stijgt aan gemiddeld 10 procent en heeft uitschieters tot 15 procent. Het is me al in de eerste meters duidelijk dat deze klim niet alleen een fysieke, maar ook een mentale beproeving wordt.

Op de vorige cols nam ik al rijdend telkens nog een pak foto’s en selfies, maar op de Giau gaat de focus automatisch uit naar één ding: boven geraken. Mijn blikveld vernauwt zich tot mijn voorwiel en een paar meters asfalt ervoor. Er fietst hier vandaag een pak volk rond en toch hoor je haast niemand praten. De adem wordt gespaard. In het tunneltje op zo’n zes kilometer van de top, echoën alleen ronddraaiende kettingen en de signalen van fietscomputers die hun verbinding met de satellieten kwijt zijn… Ik lijk op de Giau geen poot vooruit te komen, maar toch raap ik de ene na de andere fietser op. Daar probeer ik wat moed uit te putten, terwijl ik de bordjes van de haarspeldbochten tel. Tornante 20, tornante 21, tornante 22… Op 29 ben ik boven! Je kan de ‘refugio’ op de top van de Giau al van ver zien liggen, maar hij komt tergend traag dichterbij. De supporters van Joao Almeida hebben hier de afgelopen Giro serieuze schilderwerken uitgevoerd op het wegdek, maar dat mocht niet baten. Bernal won toen de ingekorte etappe met finish bovenop de mythische bergpas. Ik voel me ook heel eventjes Egan wanneer ik het matje van de tijdsmeting overschrijd en ik het apparaat hoor piepen bij het herkennen van de sensor aan mijn stuur. ‘Fucking made it!’ Weerstaan aan de lokroep van de bevoorradingszone lukt me niet en dus stop ik voor een stukje taart. Al krijg ik nu amper een hap door mijn keel. Ik ben choco en op de top van de Giau is door de wolken amper nog wat te zien van de omgeving. Dat belooft voor de Passo Falzarego, de laatste grote hindernis vandaag.

De laatste afdaling

Gelukkig blijkt die Falzarego best goed mee te vallen. Deze col is wat langer dan de Giau, maar een stuk minder steil en er zit zelfs een welgekomen vlakke strook in. Dat scheelt toch een slok op de borrel. Toch ben ik maar wat blij als het einde van de klim in zicht komt. Al is er ook nog een ‘fuck my life’-momentje wanneer blijkt dat na de Falzarego de weg nog een kilometer blijft oplopen naar de top van de Passo Valparola. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd op deze bergflanken hard gevochten in de bittere kou. De vele loopgraven die in de rotswanden zijn uitgehouwen en het fort op de top van de Valparola herinneren aan die donkere bladzijde in de geschiedenis van de streek. Vanaf dat fort gaat het nu nog een laatste keer pijlsnel bergaf richting San Cassiano en La Villa. Het klimmen ging doorheen de dag alsmaar moeizamer, maar dalen gaat me steeds beter af. Waar ik aan het begin van de dag nog met een struisvogelei in de broek naar beneden ging, gaat het nu toch al een stuk zelfverzekerder. Dat is mede ook te danken aan de Pinarello Dogma F die ook aan hoge snelheden een uiterst stabiele fiets blijkt te zijn. Eentje waarmee je altijd en overal tot op de centimeter precies kan insturen. Wat een machine…

De Muur van La Villa

Wie na de afdaling van de Passo Valparola denkt dat hij rustig kan uitbollen richting Corvara, die is eraan voor de moeite. Want vooraleer je over de finish komt, moet de ‘Mür dl Giat’ nog overwonnen worden.

De ‘Kattenmuur’ is een onding van zo’n 200 meter en een stijging van 20 procent. De sadist die op het idee kwam om dit nog in het parcours te stoppen, mogen ze voor mijn part de Maratona eens laten rijden op een fiets zonder zadel. Er wordt op de Mür dl Giat door de deelnemers gevloekt, gespuugd, gezwalpt en vaak ook afgestapt. Maar gelukkig hoef ik dat gezichtsverlies niet mee te maken en geraak ik heelhuids boven. Dit soort werk zijn we in de Vlaamse Ardennen wel gewend. De zeven cols die eraan voorafgingen iets minder…

De eindmeet van de Maratona overschrijden is toch een emotioneel momentje. Een magnifieke tocht die al lang op de verlanglijst stond, heb ik eindelijk kunnen afvinken. Het was één van mijn mooiste dagen op de fiets ooit en dat doet me wat. Ik heb genoten, met volle teugen. Maar bij momenten ook afgezien als de beesten. Maar dat hoort er nu eenmaal bij. Tijd voor een pintje? Tijd voor een pintje! En terwijl ik aan de aankomst mijn lippen aan een glas Dolomiti Pils zet, gaan de hemelsluizen voor de rest van de dag open. Chanceke!

Zelf ook goesting gekregen om de Maratona dles Dolomites te fietsen in 2022? Op de website van de organisatie kan je je nu al registreren. Inschrijven en… vingers kruisen is de boodschap.

Heb je eerder goesting gekregen om je ook zo’n magistrale Pinarello Dogma F aan te schaffen? Hou dan zeker de website van Carbonbike, de importeur van Pinarello in België, in de gaten! Vanaf het najaar is de fiets beschikbaar voor het grote publiek.