#RideSolo500 als eresaluut aan de Ronde

Vergeet de Festive500. Er valt nog maar weinig te vieren, of het moet zijn dat we in ons Belgenlandje nog buiten mogen fietsen. #ridesolo is onze nieuwe realiteit. Al de voorjaarsdoelen vielen in het water, en dus is een alternatieve uitdaging leuk meegenomen. Blogger Steven combineerde twee van die ideeën tot één en beleefde zo een ‘Goede Week’ met meer dan vijfhonderd kilometer op de teller.

12/04/2020 - Tekst: Steven Verniers // Foto's: Steven Verniers

500 in een Goede Week

In de eerste week van april valt er ‘royal mail’ in mijn brievenbus. Post uit Engeland: een badge, naar aanleiding van de Festive 500 eind vorig jaar. ‘Job done’, staat er geschreven. Ik ben echter net gestart aan een nieuwe ‘job’: #ridesolo500. Fiets 500 kilometer in de eerste week van de paasvakantie. De ‘Goede Week’, met Pasen als afsluiter. Waar ik me tussen Kerst en Nieuw nog op de social rides richtte, betekent sociaal dezer dagen ‘solo’. Bijgevolg ga ik alleen op pad, net zoals ik dat al deed van bij het begin van de maatregelen. Nog een verschil met de eindejaarperiode? Waar mijn wederhelft toen nog onbegrijpend vroeg ‘Ga jij nu alweer fietsen?’, neigt het nu steeds meer naar ‘Zou je niet eens…?”

Een één-twee-drietje

De puzzel moet goed vallen. Puzzelstuk één. Dat de economische werkloosheid me treft, helpt me wel op weg als je het hebt over tijd om te fietsen. Twee. Grinta lanceert net dan een actie om 500 kilometer te fietsen in de zonnigste week van het jaar. Dat verzacht het leed. Drie. Wim, bezieler van de Gentse Velomoaten, lanceert een andere hashtag om in de Heilige Week de Ronde te eren. Bedoeling: de vele wielermonumenten bezoeken tijdens de solo ritjes. Nog steeds een vriendengroep fietsers, die er nu solo op uit trekken met allen hetzelfde doel. #velomoatenerenderonde: spitsvondig en leuk. Ik combineer de twee hashtags, en ga vijfhonderd kilometer lang op zoek naar monumenten. Ik ‘hartje’ de Ronde.

Rit 1: Briek Schotteplein – 100 km

Als je het hebt over de Ronde, heb je het over Flandriens. En als je spreekt over Flandriens, denk je als eerste aan Briek. De man is door zijn wat hoekige stijl de opperFlandrien, die op vandaag het best geïmiteerd wordt door Tiesj. Briek is tweevoudig Rondewinnaar en claimt de copyright van enkele spraakmakende quotes. Ik ga vandaag voor deze: ‘Je moe zere rien, aje zere moe rien’ Je moet snel rijden als je snel moet rijden. Of daar zin in hebt. Het doel leent zich perfect voor dit doel. Via het jaagpad naar Desselgem, en terug. Drie flauwe bochten op 100 kilometer. Opzetstuurtje, check. Briek werd geboren in Kanegem. Hij woonde echter lang in Desselgem en reed er ook zijn eerste koers. Daarom is hij er ereburger en kreeg hij net daar een heel geslaagd pleintje met drie kunstwerken. Naast de Ijzeren Briek, is er ook een borstbeeld en een gigantisch grote foto van kunstfotograaf Stephan Vanfleteren. De aankomststreep van Desselgem Koers ligt om de hoek. En over dat ‘zere rien’? Er is een zuiderwind vandaag. Het is alsof Briek blij is met het bezoekje en me terug naar huis blaast.

Rit 2: Kapelmuur – 165 km

De Rondefinale zoals ik de Ronde leerde kennen gaat over Muur en Bosberg. Dat gevoel krijg je niet uitgewist na een paar rondjes Kwaremont. Als ik dat traject echt nog eens wil fietsen vanuit het Meetjesland, leg ik mezelf meteen heus dagtripje voor. Veertig kilometer vooraleer ik in Oudenaarde sta, en van daaruit begint mijn ‘trip down memory lane’ bij de Molenberg (Boonen/Cancellara). Van daaruit richting Haaghoek, Leberg en Berendries (Armstrong reed daar nog vooraan). Van daaruit naar de Valkenberg (Van Petegem) en Ten Bosse (Museeuw).

Een coupe

De Eikenmolen laat ik links liggen, want dan zie ik de beelden van Stijn Devolder voor me, terwijl ik het meer had voor Tom in de groep daarachter. Bovendien hoort het saaie stuk over Parike Berg erbij zoals aardbeien in een coupe fraises. En de Kloosterstraat, die ik leuker vind dan de Vesten.
Boven neem ik even de tijd om die Muur van wat dichterbij te bekijken. Hoe vaak ben ik daar al geweest, en even vaak gaat het rechts van de kapel snel verder. Niet vandaag. Ik neem de Muur in me op. Willy Verhegghe is er alom tegenwoordig met twee gedichten. Eén daarvan gaat over de Muur zelf. ‘De Muur van Geraardsbergen staat als een pantsercolonne van kasseien te wachten en lacht zijn stenen bloot.”
Ik fiets verder over Bosberg (Edwig) en Congoberg (het ommetje waard) naar Meerbeke (Hoste). Daar vind ik aan de kerk een monument waar ooit de streep lag. Ook van de partij: Willy. “Wit en waakzaam wacht de eindmeet op wat komen gaat”. Mijn streep ligt een eindje verder, en de wind werkt vandaag niet mee. De coupe fraises smaakt echter wonderwel. Het vooruitzicht van iets lekkers geeft me wel vaker de kracht voor die laatste loodjes.

Rit 3: Noël Foré – 70 km

Noël wie? Noël is een man uit het Meetjesland en won in zijn carrière zowel Roubaix als Vlaanderen, maar ook Gent-Wevelgem en de E3 prijs. Geen kleintje dus. Toen Eeklo het Dorp van de Ronde was, kreeg hij een ereteken aan het zwembad. Ik trek er vandaag op uit met de gravelfiets en neem zowat alle onverharde wegen in de buurt mee. In Eeklo maak ik een ommetje richting zwembad. Het zwembad is echter verhuisd, en het monument verhuisde mee. Ik maak dus een groter ommetje langs het nieuwe zwembad.

Waar een Willy is ...

Op de steen staan de overwinningen van Noël en, echt overal aanwezig, Willy met een gedicht. “Noël Foré, man met Kerstmis in de naam… Gezegend met de oude glans der Flandriens, rijdende rots in de branding van de koers, tot hij geknield naast de gevallen engel zat, en de kleuren van de regenboog rond Jempi’s lijf, in het duister van de dood verdwijnen zag.” Noël was de ploegleider van Jempi en boog zich als eerste over zijn lichaam.

Schoone premiën

Bij mijn thuiskomst in Evergem passeer ik ook nog de Velodroomstraat. Wist je dat de tweede Ronde ooit aankwam in Evergem, op de lokale velodroom? Marcel Buysse won toen na enige commotie. Supporters zouden de spurt verstoord hebben. De vier jaren nadien was er geen Ronde. In 1915 en 1916 werd in volle oorlog wel een wedstrijd gereden op dezelfde velodroom. Officieel zijn die echter niet opgenomen als Ronde. Vijfhonderd meter verder wacht het gezin met mini hamburgers. Gravel & burgers, perfecte combo.

Rit 4: Flandriens – 80 km

Drie Flandriens ga ik vandaag opzoeken. En die hebben niet allemaal de Ronde gewonnen. Maurice De Waele en Lucien Buysse geraakten in de jaren ’20 niet verder dan vierde plaats in Vlaanderens Mooiste. Ze slaagden er beiden wel in de Ronde van Frankrijk te winnen. Maurice heeft een afbeelding in Lovendegem naast de Brasserie ‘De Flandrien’. Lucien staat aan de kerk van Wontergem met een stenen beeld. Die laatste heeft zelfs zijn eigen biertje: Buysse bier. Bier met een sterk verhaal. Iets verderop, nadat ik de gevreesde Poelberg ben opgereden, ligt Kanegem. Dat is de geboorteplaats van Briek Schotte. Hier staat Briek levensecht afgebeeld op een kasseistrookje naast de kerk.

Wat Maurice en Briek nog gemeenschappelijk hebben? Ze worden allemaal vergezeld van een stukje proza van de hand van Willy. Willy is de Flandrien der dichters. “ Vanachter Leuvense stoven kwamen ze, met forse kop en pezige benen, ze hadden poten aan hun lijf, en trokken er harder dan anderen, mee aan het stuur.” Anders als op dag één moet ik nu nog 40 kilometer tegenwind naar huis fietsen. De boodschap van Briek komt aan: “Wij koersten nog individueel, ’t was in onze tijd nog elk voor zijn skelle” Geen rug om me achter weg te stoppen, alleen tegen de wind. Beetje vloeken, ik zou het niet anders willen. Echte Flandriens rijden solo tegen de wind in. “Ik duwde op mijn pedalen tot ik niet meer wist van welke parochie ik was.”

Rit 5: ‘Koarle’ – 135 km

Voor de laatste etappe trek ik nogmaals richting Vlaamse Ardennen, hart van de Ronde. In de Ronde van Vlaanderenstraat staat het grootste monument, dat van Karel ‘Koarle’ van Wijnendaele. De man werkte in 1913 voor Sportwereld, de Vlaamse sportkrant, en lag mee aan de basis van de allereerste Ronde. Nadien werd hij zelfs mede-eigenaar. Ik trek langs de Schelde naar Oudenaarde, passeer Ruien waar Eddy Merckx (tweevoudig winnaar) zijn laatste koers reed. Na Kluisberg en Knokteberg kom ik zo aan het doel van vandaag. Een stukje weg dat afwijkt van de Nieuwe Kwaremont en alle Rondewinnaars op de grond geschreven heeft. Mooi!

Er zijn grenzen

De herdenkplaten en monumenten bieden een super leuk doel voor de ritten in mijn #ridesolo500, meer verbonden kan ik tijdens de Heilige Week niet zijn. Jammer dat ik niet even over de grens kan wippen om wat Noord-Franse kasseien mee te nemen.

Verborgen parel

Afsluiten doe ik evenwel in schoonheid. Met stenen. Die van de Kwaremont en een verborgen pareltje: Rampe. Als je in Kwaremont op het plein komt en voor de verandering eens niet rechtdoor fietst, maar links gaat en dan de eerste rechts, kom je op een verborgen kasseistrookje. Een mini Paterberg vlak voor de echte, met de fantastische naam ‘Rampe’.

Helden

Afsluiten doe ik met Paterberg en Koppenberg. Op die laatste staan namen geschilderd van zorgverleners met ronkende achternamen: Stuyven, Van Aert, Wellens, … Een zeer mooi initiatief, ik zit midden in de koers en mijn benen weigeren stilaan dienst. ‘Moeheid zit vooral in de kop, meer dan in de benen’, zei Briek. En dus stampte ik verder, ook de laatste vijftig kilometer met tegenwind. De Ronde, dat is ook: “Skone koers, harde koers, ne koers voor dorebijters.” Carbon fiets, lycra pakje, en in de kop een Flandrien.

Solo was niet alleen

Vijfhonderd kilometer heb ik solo gereden. Nooit was ik echter alleen, met dank aan #ridesolo500 en #velomoatenerenderonde. Mijn koershelden waren steeds in de buurt, en ook aan de helden van de zorg reden met de vele beren en spandoeken met me mee. Dankzij hen was er van een ‘dip without a bib’ geen sprake, en werd het een ‘Goede Week’ in het zadel.