Rondje Valkenburg: eindelijk nog eens een startnummer

Ooit al koeien in het begin van de lente uit hun stal zien komen? Eindelijk weer gras onder hun poten voelen, doet ze dartelen in de wei als peuters op een springkasteel. Met hetzelfde springerige gevoel stapte Joyce vorig weekend op de fiets voor Rondje Valkenburg, een organisatie van Count Me In. Voor het eerst dit seizoen kon ze nog eens aan een groepsevent deelnemen.

13/09/2020 - Tekst: Joyce Verdonck // Foto's: Joyce Verdonck, Count Me In

Meer dan een nummer

5u45. De wekker loopt af. Op een zondagmorgen is dat hard vloeken. Maar het is voor een hoger doel. Ik kijk uit naar de tocht van vandaag. Ik mag me laten verrassen door een parcours dat anderen voor me hebben uitgestippeld. Hoe lang is dat geleden, de laatste maanden moest ik voor elke rit zelf in de weer op RouteYou. Bovendien zou ik – ook een welkome afwisseling na mijn vele solotochten – weer eens het gevoel hebben deel uit te maken van een community. Nooit gedacht dat ik zo opgewonden zou zijn om nog eens een nummer aan mijn stuur te hangen en een polsbandje te dragen.

Hoogtemeters in de Lage Landen

Na een autorit van twee uur draaien we de parking op van Sportoase in Tongeren. We, dat zijn mijn maat Tim en ik. Tim wordt binnenkort voor de tweede keer papa. We waren samen ingeschreven voor de Amstel Gold Race Toerversie. Nu dat event voor de tweede keer verschoven is, acht hij de kans klein dat hij binnenkort met twee kleine ukkiepukkies nog veel aan fietsen toe zal komen. Het lijkt me leuk om hem mee op sleeptouw te nemen in een van de mooiste fietsstreken uit de lage landen. Nu ja, ‘laag’. Er staan ons 2000 hoogtemeters te wachten op een parcours van 140 kilometer. Wie voor de rit van 200 kilometer kiest, moet 3000 hoogtemeters overwinnen.

Coronaproof

Organisator Count Me In heeft er alles aan gedaan om het event coronaproof te maken. Mondmaskers zijn uiteraard verplicht aan het onthaal waar we ons startnummer afhalen. Daarnaast is afgestapt van het principe om in pelotons te rijden. Elke deelnemer heeft een paar dagen voor het event een mail ontvangen met de gpx. Pijlen hangen er niet langs het parcours. Je rijdt louter op je eigen gps. Starten kan gespreid tussen 7 uur en 10 uur, waardoor vermeden wordt dat zich grote groepen vormen. Daarom heeft de organisatie de speciale toelating gekregen om tot 500 deelnemers te gaan. Het event is helemaal uitverkocht.

Fiets versus auto

Een geleidelijke opwarming is er niet bij. Al na een goeie kilometer gaat het omhoog. Voor we het beseffen, duiken we de taalgrens over naar een voor ons onbekend stukje Wallonië. Constant klimmend en dalend rijden we nabij Oupeye het Albertkanaal en de Maas over. De gps toont een zigzagwegje aan onze rechterkant. Helaas is de weg afgezet voor een of ander luidruchtig auto-event. Normaal zou ik luidkeels vloeken, maar in deze coronatijden ben je blij voor een ander dat die ook eens kan buitenkomen. We worden rechtdoor gestuurd, langs de drukke parallelweg naast de Maas. Wat verderop staat een vrijwilliger – wellicht in allerijl opgetrommeld om verloren rijdende fietsers bij te staan – en roept iets over “tweede rotonde” en “rechts”. Op die rotonde draaien helaas twee straten naar rechts. Onze gpsen spreken elkaar tegen. En blijkbaar ook die van andere deelnemers. Niet iedereen neemt dezelfde weg naar boven. Gelukkig komen ze elk terug uit op het officiële parcours.

Hoe verder, hoe hoger

We naderen stilaan de Voerstreek, een klein Vlaams eilandje tussen Nederland en Wallonië. Plots komen de beelden uit de jaren ‘80 van een furieuze José Happart weer boven. Happart die niet wilde weten van de vervlaamsing van de Voerstreek. Die strijd mag dan wel afgekoeld zijn, onze verovering van de Voerstreek moet nog beginnen. De klimmen worden langer, de vergezichten adembenemender. Wat maakt deze streek toch zo anders dan pakweg de Vlaamse Ardennen? De weidsheid, concluderen we. Je kijkt veel dieper het land in. We duiken de Nederlandse grens een eerste keer over. Meteen bolt het asfalt onder onze wielen vlotter. Het moet gezegd, in België mag je van geluk spreken dat op sommige afgelegen wegen er nog wat asfalt tussen de putten ligt. We belanden op de eerste van twee bevoorradingen. Alles individueel verpakt, geen gegraai in bakken met koeken. Bekertjes staan er niet, je bidon vullen doe je zelf aan een groot vat. Veilig genoeg, lijkt me.

Safety first bij de bevoorradingsposten

Hoogste punt

Voorbij Heijenrath fietsen we opnieuw naar de Voerstreek. Er wachten ons de langste beklimmingen van de dag. Mijn gps geeft aan dat we weg zijn voor een klim van 7km. Af en toe krijgen we wel wat recuperatie, maar het duurt toch een tijdje voor we op het hoogste punt van de dag staan, eveneens het hoogste punt van Nederland. Het drielandenpunt waar België, Nederland en Duitsland samenkomen. Ik herken de Koning Boudewijntoren die over de streek uitkijkt. Hier ging ik jaren geleden in de horecazaak schuilen voor de felle regen die de Amstel Gold Race Toertocht teisterde. Vandaag schijnt de zon en slalom je tussen horden toeristen die komen wandelen op 300 meter hoogte. De families wandelen vrij dicht bij elkaar. De anderhalvemeterregel wordt hier duidelijk niet zo nauw genomen. Een zalige afdaling volgt. Langere klimmen volgen er niet meer, wel steilere. Mijn god, wat doen sommige beklimmingen in Nederlands-Limburg pijn! Je mag al blij zijn als het stijgingspercentage onder de tien procent blijft. Vaak zit je erboven. Het is de tweede keer in mijn leven dat ik hier fiets. De namen van de beklimmingen zeggen me niet zo veel, al blijken we wel regelmatig delen van het officiële Amstel-parcours te volgen. De uitzichten, de prachtige natuur, de leuke vakwerkhuizen en zalig bollende wegen, ik blijf maar “mooi, mooi” herhalen. Na elke bocht wacht alweer een nieuw decor voor een postkaart.

Maak een U-bocht

Het is verrassend hoeveel smalle baantjes door de heuvels lopen. Het lijkt soms een wirwar. En dat kruispunten lang aan het zicht onttrokken worden door het reliëf en de bomen maakt het er niet makkelijker op. Het is kopje erbij houden. Toch missen we in volle afdaling wel eens onze afslag en moeten we op onze stappen terugkeren. Gelukkig staat het geluid van mijn gps aan die me bij elke vergissing op tijd verwittigt. Niemand wil na een afdaling van twee kilometer vaststellen dat hij opnieuw helemaal naar boven moet. Als ik na een gemiste afslag op Tim sta te wachten, stopt een andere deelnemer bij me. Hij heeft een probleem. De batterij van zijn gps heeft zijn beste tijd gehad. “Ik heb nog 8 procent”. Met nog zeker 50 kilometer te gaan, weten we beiden dat zijn gps het niet voldoende lang zal trekken. Wat nu? Hij hoopt andere deelnemers te kunnen volgen. Ik vrees voor hem het ergste. Met maar 500 deelnemers moet je al veel geluk hebben om mensen te vinden die net hetzelfde tempo aanhouden. Pijlen hangen er zoals gezegd niet, dus hij zal zich af en toe behelpen met Google Maps op zijn telefoon.

Smullen

Ik heb nooit het gevoel in een dik pak te fietsen. Ook aan start, aankomst en bevoorradingen is er van drukte geen sprake. Meer zelfs, op sommige stroken lijkt het alsof we alleen op pad zijn. Alleen in het hart van Nederlands Limburg is het vrij druk. En dat komt niet door ons event. We kruisen tientallen keren andere groepen fietsers. Zondag fietsdag, ook voor de wielertoeristen uit de streek die hun wekelijkse ritje komen rijden, voor ze ’s middags met een stukje Limburgse vlaai bij de koffie voor de televisie kruipen om naar de Tour te kijken. Vlaai. Zouden we? Tim had vooraf aangekondigd er een sneukeltoer van te willen maken. Dus als we op een zonnig terras een leeg tafeltje ontdekken, is de verleiding veel te groot. Eentje met appel voor mij en eentje met kersen voor Tim. Een stuk of tien wespen zeten meteen de aanval in. Ook aan onze fiets merken we dat een zwerm wespen een klein feestje houdt rond de bidon van Tim. Van social distancing hebben die duidelijk nog niet gehoord.

Wind op kop

Vanaf het dorpje Margraten gaat het hoofdzakelijk naar beneden tot aan de Maasvallei. Helaas voor ons speelt de wind vanaf hier in ons nadeel, wat ook de vlakkere stukken lastig maakt. Als we het water oversteken, wachten ons nog twee klimmen en wat vals pat terug naar Tongeren. Met de finish in zicht, prevelen we in koor dat we blij zijn niet voor de 200 kilometer te hebben gekozen. Het was een mooie rit, maar een stevige. Gelukkig trakteert de organisatie op een lekkere portie pasta. Af te halen met mondmasker en na de handen te hebben ontsmet. In coronatijden een veilig, mooi event organiseren, het kan.

Zelf een event van Count Me In meemaken? Op 21 maart 2021 organiseren ze Rondje Spijkenisse. Op 26 juni 2021 is er Rondje Biesbosch. Meer info via deze link.