Route 68: leve Jan Janssen!

“Ik fiets nog graag maar niet elke dag. Maar ik zal er klaar voor zijn”, had Jan Janssen ons vooraf laten weten. Pinkstermaandag was D-Day voor de sympathieke gebrilde Nederlander die een halve eeuw geleden de Tour de France won. ‘Route 68’, onze derde Grinta!-ride van het jaar, stond helemaal in het teken van Janssen en zijn eindwinst in de Tour van 1968. En uiteraard fietste de 78- jarige Janssen zelf mee…

30/05/2018 - Tekst: Frederik Backelandt // Foto's: Michaël Salens

Achtenzestig. Zoveel plekjes en genummerde stuurbordjes waren er vooraf beschikbaar. Niet meer. 68. Naar het gezegende jaartal waarin niet alleen de wereld kreunde onder een revolutionair klimaat maar waarin ook Jan Janssen de Ronde van Frankrijk won. De revolutie in de wielersport zou overigens pas een jaar later plaatsvinden, in 1969, toen de hegemonie van Eddy Merckx begon. “Ik wist wel dat het voor mij in 1968 moest gebeuren, hoor”, knipoogt Janssen voor de start van zijn hommagerit, terwijl hij z’n stalen Jan Janssen racefiets uit zijn wagen – met nummerplaat TOUR – 68, hoe kan het ook anders – tilt. Hij zal het tijdens de 94 km lange groepsrit nog herhaaldelijk moeten hebben over zijn Tourjaar. Janssen geniet ervan. Hij is een rasverteller die de ene na de andere sappige anekdote uit zijn mouw schudt. “De dag dat ik de Tour won, was de mooiste van mijn leven. Veruit. Je-zus man. Je wordt van de ene op de andere dag op een voetstuk geplaatst. Toen veranderde alles. Ik heb later aan Eddy Merckx, aan Jacques Anquetil en aan Bernard Hinault nog gevraagd wat hun mooiste overwinning was. En ze antwoordden stuk voor stuk de eerste Tourwinst. Ik heb dat gevoel ook mogen ervaren.” Misschien dat hij vandaag dat gevoel voor een stukje mag herbeleven…

Geen wollen trui vandaag
Ondertussen melden de deelnemers zich druppelgewijs aan. Veel Nederlanders natuurlijk maar ook flink wat Vlamingen. Die hebben het Jan al lang vergeven dat hij de Tour de France van 1968 op de valreep, in de slottijdrit, voor de neus van ‘hun’ Herman Van Springel heeft weggekaapt. “Nog niet zo lang geleden liep ik op de Meir in Antwerpen en werd ik aangesproken. ‘Gij hebt de gele trui gestolen van Herman Van Springel!’ Ik zei: ‘Kom, vriend, gaan we een pint drinken of gaan we het hier op straat uitleggen?’. Kijk, ik was die dag gewoon ijzersterk. Na nog geen tien kilometer kwam de motor met de ardoisier naast me rijden. Ik lag achter op Van Springel. Maar ik voelde me goed; ik had dat al tijdens de voormiddagetappe gewaar geworden. Ik stak ook vol zelfvertrouwen, trapte in de boter en had Herman de dagen voor die slottijdrit ook wat opgenaaid. Mentale oorlogsvoering: daar was ik godverdomme ook goed in, hoor. (Lacht) Zo van: ‘Herman, je rijdt niet goed; Herman, je zit verkeerd op je fiets; Herman, verhoog je zadel wat’. Dat soort van kloterij. (Lacht) Enfin, het tij keerde bij het volgende tussenpunt. Naarmate ik dichter bij Parijs kwam, stonden de mensen rijendik. ‘Jans-sen, maillot jaune!’, riepen ze. Godverdomme, ik vloog.”

Die bewuste zondag in Parijs is dus de mooiste dag van Jans leven geworden. Met recht en reden herdenken we die vandaag, met een tocht door de provincie Antwerpen en een stukje Kalmthoutse Heide. Een tocht van 94 km dus, vanuit startplaats Hoogerheide (waar de fietsfabriek van Jan Janssen is, nvdr.). “94? Waarom geen honderd?”, vraagt één van de deelnemers zich af. 94 was het rugnummer van Jan Janssen in de Tour van 1968. En zo staat vandaag werkelijk alles in het teken van de Tour van Jan. Ook de brillen van de deelnemende fietsers bijvoorbeeld. Voor iedereen werd een Jan Janssen lookalike zonnebril versierd. Die donkere zonnebril was vroeger Jans handelsmerk. Jan heeft overigens zijn gele trui van 1968 vandaag thuis gelaten. Hij kan er nog perfect in maar het wollen kleinood is niet het geschikte kledingstuk voor een zonnige en broeierig warme fietsdag zoals vandaag. Het is een zalig weertje.

Taart en bubbels
Tot de plaspauze, na ongeveer 45 km, verloopt alles voortreffelijk (met een verdwaalde Grinta!-fietsgids die de groep wat ophield als enige voetnoot, nvdr.). Een goed bollend peloton met Jan ergens goed verscholen in het pak, de motards van Motorbegeleding vzw die voor een veilige doortocht van de groep zorgen en veel en gezellig geklets. Na de plaspauze geraakt de rit wat ontregeld. De smalle wegen, de strakke tegenwind en een licht oplopende brug zorgen voor onrust en schade in de achterste gelederen van de groep. Verbrokkeling alom. Ik laat me uitzakken en krijg te horen dat Jan is gelost. En dat op zijn hommagerit! Vooraan wordt het sein gegeven om het tempo te drukken. Ik krijg Jan in het vizier en breng hem terug naar voren. Ik breng een ex-Tourwinnaar naar voren, flitst even door mijn hoofd. “Na die plaspauze ging het even te hard voor mij. Mijn motor heeft de tijd nodig om warm te draaien”, puft Jan. “Soms denk ik: ‘Janssen, wat ben je toch aan het klooien!’. Dat hart kan het niet meer hebben, jongen.”

Gruppo compatto! Jan en de andere achterblijvers zijn weer terug. Oef! En dan zie je de skills van de doorgewinterde ex-prof bovenkomen: Jan zigzagt meesterlijk door het peloton. De tussenstop in Wuustwezel lonkt, al doet een onverwachte processietocht in Sint-Lenaarts het tempo nog even stokken. Eens terug op koers kunnen we uitkijken naar een wel heel bijzondere bevoorrading. Aangekomen bij Bike Experience in Wuustwezel wacht Jan Janssen en zijn 67 volgers niet alleen een glaasje bubbels maar ook een heuse feesttaart, met alles erop en eraan. Een actiebeeld van Jan, alles gevend tijdens de slottijdrit van de Tour van 1968, ligt, gegoten in marsepein, centraal op de taart. “Zie die foto. Schitterend. Die wagens, die motorrijders…”, stamelt Jan met enige nostalgie in de stem. Hij mag de eerste snede toebrengen. Waarna iedereen op een stuk wordt getrakteerd.

Kartonnen zolen
Wat later nodigt Jean Luc de Meyer, zaakvoerder van Bike Experience, Jan Janssen uit naar binnen. In zijn bikefittingruimte laat Jean Luc het feestvarken plaatsnemen op een fiets. “Trappen, Jan!”, roept Jean Luc hem toe. Waarna een boompje wordt opgezet over de fietspositie vroeger en nu. “Man, er is zo-veel veranderd!”, zegt Jan terwijl hij van Jean Luc te horen krijgt dat ‘zijn hoeken’ – de virtuele hoeken die via het computeroog gemeten worden tijdens het trappen – goed zijn. “De evolutie in de bediening van de versnellingen zie ik sowieso als de grootse innovatie”, aldus Jan. “En de klikpedalen. En de schoenen. Vroeger hadden we die riemen en kartonnen zolen. (Zucht) Zere voeten dat we daarmee hadden, man! Ellende! We hebben enorm veel pijn geleden.” Jans verhalen dwingen respect af. Het is muisstil in de bikefittingruimte. Iedereen hangt aan zijn lippen. Af en toe stijgt er wel gelach op uit de groep, wanneer Jan nog eens uitpakt met een grappige tussennoot of een of andere kwinkslag. Maar het is duidelijk dat het respect van de 67 medefietsers voor deze Nederlandse wielerlegende groot is. “Het wielrennen heeft me alles gegeven maar ik heb er veel voor moeten doen en laten. Dat mag ik zeggen”, stelt Jan. Op de vraag of hij vandaag nog wielrenner zou willen zijn, antwoordt Jan heel snel en kordaat. “Direct. En ik denk dat ik nu minder zou afzien dan ik indertijd heb gedaan, al zijn die Tourmalet, Galibier en Mont Ventoux net zo hoog en lastig als toen. (Lacht) Koersen is natuurlijk véél gemakkelijker geworden. En daarmee wil ik geen ouwe vent zijn die erover doordramt. Ik wil die stelling onderbouwen. De Ronde van Frankrijk is 1.300 km korter geworden. Je wil niet weten wat voor dorst ik heb geleden; nu steek je je hand omhoog en komt er een soort bar aanrijden waarbij je kan kiezen welk drankje en smaakje je wil. Als je lek rijdt, ne t’énerves pas, want hup, achter de auto en ze brengen je terug in het peloton. Daar was vroeger niks van aan. Plassen? Op de fiets moesten we dat doen of je riskeerde de hele dag achter de feiten aan te rijden. Louison Bobet heeft zo een keer de Ronde van Italië verloren… Natuurlijk is het ook goed dat de omstandigheden voor de renners zijn verbeterd. Maar de slaven van de weg die wij waren, heb je nu niet meer. Alles is nu beter, moderner, professioneler. Het is veel meer geprogrammeerd, renners specialiseren zich nu ook, terwijl wij voortdurend aan de bak moesten.”

Slimme coureur
De taart is op, de champagneflessen zijn leeg. We zijn weer klaar voor het vertrek. Nog 25 km te gaan. De bruuske start na de plaspauze eerder in de rit indachtig, positioneert Jan zich helemaal voorin de groep. Hij heeft zijn les geleerd. Voor de rest van de rit zal hij er niet meer weg te slaan zijn. “Ik hoefde als coureur al niet uit de wind gezet te worden. Daar zorgde ik zelf wel voor. (Knipoogt) De tactiek heb ik nog. Ik was een slimme coureur. Als ik vroeger een stommiteit beging, was ik zo nu en dan in staat om die scheve situatie recht te zetten. Maar af en toe lukte dat niet. In de Tour van 1966 bijvoorbeeld, toen ik de gele trui droeg in de rit naar Turijn maar achterin het peloton bengelde en te laat doorkreeg dat er een offensief was van Lucien Aimar en enkele anderen. Ik had niks in de mot tot mijn sportdirecteur De Muer naast me kwam rijden en zei: ‘Aimar est parti!’. Toen ik vroeg waarom ik dat niet eerder wist, zei ie dat Radio Tour was uitgevallen. Heb ik tot op vandaag mijn twijfels bij. Ik ben toen geflikt en verloor die Tour. Ik had er twee op mijn palmares hebben kunnen staan.” De rit van vandaag draait natuurlijk niet om flikken of geflikt worden. Het draait om samen fietsen. Ride together. Met Jan Janssen die vandaag in de spotlights staat. De passage door de Kalmthoutse Heide is wondermooi. Hoogerheide komt dichterbij. In de slotkilometer kunnen sommige fietsers zich niet langer bedwingen en knallen ze richting ‘finish’. Alsof de glorie van de Vélodrome de Vincennes of de Champs-Elysées wat verder voor het grijpen ligt. Jan Janssen knijpt de remmen dicht. Hij is voldaan. Wij zijn voldaan. We zien veel blije gezichten. “En nu Kwaremont!”, krijst de voormalige wereldkampioen, winnaar van Parijs-Roubaix en de Vuelta en… van de Tour van 1968.