Strandjeanet

Het moet ondertussen twintig jaar geleden zijn dat ik mijn enige beachrace ooit reed, de Brinta (met een B, niet met een G) Beach Classic in Scheveningen. Met een aluminium Trek met 26” wielen en zwaar noppenprofiel op de banden. Het werd een martelgang en ik zwoor nooit meer aan beachraces deel te nemen. Maar zeg nooit nooit…

02/12/2017 - Tekst: Bart De Schampheleire // Foto's: Jochen Scheire en Christine Laplasse

Collega Tommy is helemaal verzot op beachracen en trekt op zijn Ednine VHD dan ook weekend na weekend van de ene strandkoers naar de andere. Of dat was toch het plan want bij de opwarming voor de De Panne Beach Endurance van vorige week kwam Tommy ongelukkig ten val, met een polsbreuk tot gevolg. En de Ednine VHD er voor dit weekend dus werkloos bij stond en ik me liet overhalen.

Aan de fiets zal het niet gelegen zijn.

Het is met een pak muizenissen in mijn kop dat ik richting Oostduinkerke kar. De thermometer van de auto twijfelt constant tussen 0 en -1, in de voorbije drukke werkweek heb ik amper een half uurtje op de rollen gereden en dat was meteen ook mijn aanpassingsperiode aan de Ednine. Minstens even onrustwekkend is dat ik weliswaar heel graag in het zand rij (zowel met fiets als crossmotor), maar eigenlijk hoef je met mij de zee het hele jaar door niet te dicht te benaderen. Tot de duinen vind ik best, het strand zelf haat ik als de pest. Dus laat ik mij in de zomer met plezier door de kinderen helemaal ingraven tot enkel nog mijn kaalkop boven het zand uitsteekt en ik voor de rest van de dag geen poot meer hoef uit te steken. En voor een winterse ‘uitwaaiwandeling’ op het strand moet je mij ook al niet bellen, met ijspegels aan mijn neus en vervroren ballen over het strand slenteren is niet mijn definitie van romantiek. Maar goed, vandaag zet ik al mijn vooroordelen opzij en ga ik mij nog eens helemaal smijten.

Koukleumen voor de start.

Twintig minuten voor de start neem ik plaats in startvak twee en mijn huppelpasjes en gemolenwiek helpen niet om de afkoeling tegen te gaan. Als de ruim vierhonderd man sterke meute weg sprint zit ik in de laatste honderd. Het gaat meteen keihard richting de waterlijn en na minder dan een minuut toont mijn hartslagmeter alarmerende waarden van 180 en meer. Linksaf richting Koksijde gaat het, met de wind schuin op kop. Ik wring mij in iets wat op een waaier gelijkt en flirt als voorlaatste van het clubje met de branding. Het ijskoude water spat tot boven mijn helm, al heb ik vooral medelijden met een aantal andere deelnemers. We zijn nog geen twee kilometer ver of ik heb al zeker tien man de hand zien opsteken en weg zwenken richting strand. Het regent gewoonweg lekke banden omdat het strand bezaaid ligt met miljoenen messchelpen. En die doen hun naam alle eer aan want ze fileren vakkundig de ultra zacht opgepompte strandbanden. Tubeless of met binnenband maakt voor de schelpen duidelijk geen verschil uit want bij sommige deelnemers zie ik de ‘latte’ in dikke stralen uit de band spuiten. De binnenband in de achterzak van mijn shirt stelt mij niet echt gerust, want aan de hoeveelheid lekke banden te zien wordt deze race een regelrechte loterij.

Sommige deelnemers gingen gewoon op de velg verder...

Als we het eerste keerpunt bereiken ben ik zeker al een man of tachtig voorbij gereden en de eerste ‘strandafgang’ rij ik vlotjes naar boven zodat ik nog eens een man of tien in mijn achterzak steek. Op het lang stuk langs de vloedlijn is het lastig inschatten waar je moet rijden en duik ik twee keer onnodig door een diepe en brede plas. De beentjes draaien onverwacht toch vrij goed en ik kan mijn positie in de waaier handhaven én mijn hartslag een beetje doen zakken. Toch begint het moreel tegen te sputteren. Want voor een beetje afzien haal ik beslist mijn neus niet op, maar ik wil wel dat er wat afwisseling in de activiteit zit. En dat mis ik toch wel in het beachracen. Keihard rechtdoor rammen is leuk voor eventjes, maar 44 kilometer aan een stuk? Pfff…

Om door het mulle zand te fietsen heb je het juiste materiaal en een goede techniek nodig. Jeffry Goethals toont hoe het moet.

Ook de twee volgende ‘strandafgangen’ rij ik vlotjes, weet ik veel dat de echte afgang nog moet komen. Net begonnen aan de tweede ronde wil ik een beetje van groepje naar groepje proberen rijden, al wordt dat plan in de kiem gesmoord als de achterband zoetjes aan leeg loopt. Ik draai van de vloedlijn weg, trek mijn handschoenen uit en monteer in een prima tijd (ik schat een minuutje of drie) een nieuwe binnenband. Hup, weer in het zadel en we zien wel waar het schip strandt. Nou, niet veel verder dus want nog geen kilometer verderop is het wéér raak en kan ik aan mijn twee kilometer lange strandwandeling terug naar de start beginnen. Daarbij krijg ik het gezelschap van nog een andere wandelaar zodat we een beetje tegen mekaar kunnen mekkeren en onze kennissen bij de finish op geen al te grote donderwolken getrakteerd worden.

In het mulle zand is de minste stuurfout fataal.

Op de terugweg draait mijn brein overuren. Vond ik het plezant? Als ik eerlijk ben met mezelf is het antwoord ‘nee’. Hoewel het beachracen met de nieuwe fietsen van het genre Ednine en de amper geprofileerde banden als de Vittoria Tattoo Lights een stuk beter gaat dan met die Trek van twintig jaar geleden, is het in essentie nog altijd een zaak van stoempen tot je er bij neer valt en de paar technische zones vallen een beetje te kort uit om mij scherp te houden. Maar ik heb het grootste respect voor de dames en heren die in deze discipline top uitslagen rijden want het beachracen is geëvolueerd tot een heel gespecialiseerde tak van de wielersport. De kans dat ik deze winter nog eens op het strand in actie kom, acht ik echter klein. En het kan mij geen bal schelen dat de bijnaam ‘strandjeanet’ mij tot het einde van mijn dagen zal achtervolgen…

Alle info over Ednine op www.edninebikes.com

Laatste artikels