Summit 2 Summit Ride: Over de hoogste toppen van de laagste landen

Jacques Brel zong destijds over zijn “Vlakke Land” waarin “hemelshoge kerken de enige toppen zijn”. Bij Limburg Crossborder Cycling denken ze daar duidelijk anders over. Op de kortste en mogelijk natste dag van 2018 fietsten honderd enthousiastelingen tussen de twee hoogste toppen van de beide Lage Landen de Summit 2 Summit ride.

08/01/2019 - Tekst: Steven Verniers // Foto's: George Deswijzen jr.

Logeren doe ik bovenop de Gulperberg. In volle Amstelstemming passeer ik vroeg in de ochtend Maria, die boven op de berg een religieuze trekpleister is. Haar bevoegdheid bestaat uit ‘goede oogsten’ en ‘algemene noden’, las ik een dag eerder. Nu ben ik op weg naar de start van de Summit 2 Summit Ride. Mijn algemene noden zijn vooral frisse beenspieren en geen al te frisse weersomstandigheden, goed 120 kilometer dwars door de Ardennen is geen lachertje diep in de winter. De eerste tekenen zijn echter positief: er valt geen sneeuw, zoals het jaar voordien.

Nog voor ik de start bereik, piekt mijn hartslag. Niet van de beklimming van de Camerig, de zwaarste helling van Nederland. Die doe ik rustig en boven op de top is het eenzaam en stil. Plots hoor ik in het struikgewas links van de weg veel geritsel. Ik tuur in het donkere bos, zonder resultaat. Nog geen seconde later rent een kudde everzwijnen de weg over, hooguit vijftig meter achter me. Ik zie al voor me hoe deze losgeslagen beesten me ter plekke verorberen en trek een spurtje. Ze verdwijnen aan de andere kant van de weg terwijl ik voor me de Boudewijntoren zie opduiken. Deze vijftig meter hoge toren prijkt bovenop het Drielandenpunt (322m), langs Belgische zijde. Links daarvan spot ik de Wilhelminatoren, een zestien meter lagere uitkijktoren op Nederlands grondgebied. Vrijwel direct na de afdaling van de Camerig begint de klim naar het hoogste punt van Nederland. De eerste summit van de dag is alvast beklommen. De tocht zelf moet echter nog starten. En die gaat van het Drielandenpunt, met 322 meter het dak van Nederland, naar Signal de Botrange, het hoogste punt van België (694 meter).

Vlammen op de Venbahn

Ik monster een bont allegaartje tweewielers bij de start, terwijl ik van mijn koffie nip. Crossfietsen, mountainbikes en gravelfietsen. Opvallend deel dames in de groep. Ik stop nog snel een reep in de achterzak bij de daar reeds aanwezige pepernoten. Met Nederlands proviand ga ik op queeste naar de hoogste top van België. De start is gemeenschappelijk, daarna trekt iedereen zijn eigen streng op basis van het aangleverde gpx-bestand. Vrij snel ontstaan groepjes groot en klein. Het lot, of de kracht in de benen, brengt me bij Peter-Paul Zalm. Peter-Paul is een goedgemutst man van de streek en oprichter van SWETT cycles, volledig customized fietsen van kleuren tot afstelling. De modellen zijn genoemd naar locaties uit de Voerstreek en bovendien individueel genummerd. Op zijn Smockelaer rijdt hij met me mee richting Venbahn, waar een stop voorzien is met een kerststol. We zijn nog niet echt ver en toch gaat deze mix tussen rozijnenbrood en suikerbrood er al in als zoete koek. Heerlijke energie, duidelijk te verkiezen boven de standaard bananen wat mij betreft.

Pompen en net niet verzuipen

Na de korte stop duik ik de RaVel op. Die is getekend door de wind, bezaaid met takjes en bladeren. Vettig hier en daar, de wind op de neus en continu vals plat omhoog zonder veel bochten. Een mentale test, zeker als je ook nog eens alleen komt te rijden. De kilometerpalen tellen op en ik tast in het duister omtrent de lengte van dit pad. Het is er wel rustig, ik hoop dat er geen wilde dieren een oversteek plannen. Er komt mij een groepje voorbij en pik ik aan. Een rustmomentje op weg naar Sourbrodt. Het regent ondertussen. Onophoudelijk. Op het enige stukje gravel zakken mijn banden iets dieper in de zachter wordende ondergrond.

De korte of de lange pijn?

Signal de Botrange, of Mont Rigi, kan je vanuit verschillende hoeken bereiken. Jalhay is de langste beklimming van België. Die kant dalen we straks af. Wij komen via de RaVel bij Sourbrodt en gaan van daaruit rechts af richting top. Het grootste deel van de beklimming hebben we dan echter achter de rug. Aan mijn linkerzijde herken ik het hotel waar ik ooit verbleef voor een korte trip naar de sneeuw. Ik vraag me af of die vervelende honden daar nog rondlopen. Het regent nu echt goed door en de keuze wordt straks doorrijden om de pijn te verkorten, of stoppen op de top om de pijn te verzachten. Het laatste loodje is niet zwaar in dit geval. Het gaat nu weliswaar steiler omhoog dan langs het jaagpad. Het is echter nog steeds niet steil te noemen en bovendien ben je op een tweetal kilometer boven. Van alle kanten is dit de makkelijkste manier om op het dak van België te geraken in termen van percentages. Ik sta 694 meter hoog, meer dan het dubbele van deze ochtend. Het is kletsnat, mijn handen hebben het ondertussen koud, mijn handschoenen zijn doorweekt en mijn schoenen lijken wel opvangbakjes. Het is mistig en grijs. Ik besluit binnen te gaan voor een verpozing en blijk niet de enige met die voorkeur. Het is een raar taaltje daar boven in de “auberge”. Iets wat het midden houdt tussen Vlaams, Frans en Nederlands. Dit moet zijn hoe crossborder klinkt. De handschoenen zijn uitgewrongen en de “tarte au riz” besteld. De vensterbank en stoelen hangen vol handschoenen, buffs en jasjes. De warmte doet ons herleven in het grote etablissement dat zich in kerstsfeer hult. Het contrast met de kille toiletten waar je zowat in open lucht zit, is groot.

Ook grijs en grauw heeft de regio wel iets. Rechts twee gekke mannen, de kerstman en iemand die op weg was naar Roodkapje.

Met de wind in de rug

Enigszins opgedroogd wip ik terug in het zadel voor de laatste vijftig kilometer. Jacques Brel zong daarover: “Wanneer de zuidenwind jubelt langs de baan. Dan juicht mijn land, mijn vlakke land.”. De terugweg is korter want heen reden we met een grote boog. Bovendien moeten we nu netto bergaf en noordwaarts. Dat betekent vandaag ook geruggesteund door de wind, net zoals in het lied. De toon is meteen gezet want de afdaling naar Jalhay is lang.  Beneden komen we voor een route barrée te staan. Rechts of links van de werkzaamheden is er wel aan de fietsers gedacht. Een beetje veldrijden is het. We kunnen ons op enigszins verhard terrein met stenen naar boven hijsen. En daar boven, als bij toeval, komt de kerstman naar buiten gestapt. Hij gaat maar al te graag op de foto met de moedige strijders op twee wielen, vooraleer in zijn eigen slee verder te gaan.

Ga terug naar start

In Gemmenich kom ik op de route die we vanmorgen hebben afgedaald. Langs hier loopt het terug omhoog naar die andere summit op Nederlands grondgebied. De klim begint bij de karakteristieke spoorbrug en loopt met enkele haarspelden door tot de Boudewijntoren. Een Nederlands koppel komt boven op de Vaalserberg naar me toe en zegt: “Lekker weertje, hè. Moet je nog ver?”. “Gulpen”, zeg ik, “Ik moet naar Gulpen”. Om er dan lekker stoer aan toe te voegen: “Ik kom van het hoogste punt van België.”. Het gesprek wordt vervolgens eerder klassiek van aard: “Nou, jij liever dan ik hoor.”. Een slechte foto later begin ik aan de laatste kilometers van mijn rit.

Moeder Maria

Maria wacht me geduldig op in Gulpen. Ze heeft slechts half in mijn noden voorzien. Ze lijkt me echter te begrijpen waar het om draait bij fietsers die op zoek zijn naar mooie herinneringen. De Summit 2 Summit Ride is met zijn goed duizend hoogtemeters niet bijzonder zwaar. De afstand van bijna 120 kilometer putje winter in combinatie met de aanhoudende regen gaven hem toch een episch randje. In Gulpen plaats ik mijn fiets met grote tevredenheid tegen een soort caravan, er staan 150 kilometer meer op de teller dan deze ochtend. Een warme douche en een uurtje gloeiende handen later is ook deze tocht een fijne fietsherinnering.