Tips voor citytrips: Amsterdam op een drafje

“Je moet maar eens naar Amsterdam komen deze zomer. Kunnen we samen op een terras een pintje pakken”, had mijn collega gezegd. “Prima”, had ik geantwoord. “Ik kom deze zomer wel eens af.” Wist hij veel dat ik op de fiets zou komen… Tijd voor een terrasje!

26/07/2020 - Tekst: Bart De Schampheleire // Foto's: Bart De Schampheleire

Vertoonde onze vakantiekalender vroeger al verdacht veel gelijkenissen met een schilderij van Mondriaan (we werken met kleurtjes om aan te geven wie van ons vijf werkt, thuis is, ergens op kamp gaat of oma en opa bezighoudt), dan hebben we met dank aan vriend corona de jongste maanden een nieuwe standaard gezet op gebied van chaos. En zo blijkt er out of the blue ineens voor mij een compleet vrij weekend op de kalender te staan. Kids op kamp, vrouw op vriendinnenweekend en voor de rest de grote leegte. Even snel Google maps er bij gepakt en Amsterdam blijkt qua afstand redelijk te doen voor een weekendtrip. Hotelletje geboekt, WhatsApp berichtje “Zaterdagavond vaasje bier kantelen in Amsterdam?” verstuurd en fiets met minimale bagage bepakt. Time to roll!

Mist als voorbode

Omdat ik de voorbije weken nogal gesukkeld heb om RouteYou-routes deftig op mijn fietscomputer te krijgen, ben ik deze keer voor de extreme luiheid gegaan. Gewoon Google Maps de fietsroute van bij mij thuis naar het Volkshotel in Amsterdam laten berekenen, omgezet naar een GPX-bestand op www.mapstogpx.com (aanrader!) en voor de terugrit hetzelfde principe gehanteerd, maar dan met een ommetje want twee exact dezelfde ritten in één weekend is ook zonde van de moeite. Om op zaterdag op een redelijk uur in Amsterdam aan te komen, wil ik straks om 9.18 uur in Breskens de ferry naar Vlissingen nemen. Breskens is een kleine zestig kilometer van bij mij, dus wip ik om 7 uur in het zadel. De arm- en beenwarmers bewijzen samen met het petje onder mijn helm en mijn windvestje prima diensten want het is een koele, mistige ochtend. Niet dat ik er om maal want koele, mistige ochtenden zijn heel vaak de voorbode van zonnige dagen. Laat maar komen!

Op reserve

Ik weet dat ik straks op de ferry een mondmasker moet dragen en aangezien ik twintig minuutjes over heb, duw ik nog voor ik de ferry terminal naar binnen stap een paar boterhammen achter de kiezen. Van de 186 beschikbare plaatsen in de boot zijn er slechts een vijftigtal gevuld, anderhalve meter afstand bewaren vormt dan ook geen enkel probleem. Luttele minuten later laat ik mij door een heerlijk briesje langs Middelburg noordwaarts richting Oosterscheldekering duwen.
Ik herinner mij de verzopen editie van de Grinta! klassieker “Rondom Zeeland” toen we hier in de gietende regen en bij vijf beaufort tegenwind in het wiel van Johnny Hoogerland collectief dood gingen. Van afzien is er deze keer geen sprake, ik geniet van de uitzichten en hou een lekker tempo aan zonder een trap te veel te geven. In mijn achterhoofd ben ik al met de terugrit van morgen bezig. Dan zal ik volgens de weervoorspellers de hele dag tegenwind hebben en dus wil ik vandaag ‘op reserve’ in Amsterdam geraken. Al is ‘op reserve’ uiteraard een relatief begrip als je 230 kilometer af te haspelen hebt.

Gravelicious

De Brouwersdam tussen Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee blijft een bijzondere plek. Hoog op de dijk fiets je er tussen het Grevelingenmeer en de Noordzee. De plek waar Grinta!-fan van het eerste uur Dirk tijdens die verzopen Rondom Zeeland op zijn krent ging zitten, zijn schoenen uittrok en uit elk van zijn stappers een kleine halve liter water goot. Richting Ouddorp ligt er geen fietspad naar Nederlandse maatstaven, maar moet ik een kilometer of drie over een gravelpaadje van amper een halve meter breed. Het uitzicht over het Grevelingenmeer is subliem, maar ik geniet slechts met mate want het leeuwendeel van mijn aandacht gaat naar het grindpad en mijn ijver om valpartijen en lekke banden te voorkomen. Als ik tussen Stellendam en Hellevoetsluis de Deltageul oversteek, laat ik Zeeland achter me en rij Zuid-Holland in. De open ruimte waar de Zeeuwen elke dag van kunnen genieten, maakt stilaan plaats voor meer verstedelijking en de uitgestrekte industrie van het Rotterdamse havengebied. In al mijn luiheid bij de creatie van de route heb ik niet eens gemerkt dat ik tussen Rozenburg en Maassluis nog een veerpont moet nemen. Al kost de overtocht twee keer niks en sta je ook in vijf minuutjes tijd aan de andere kant van het water.

Fietsen en varen

Maassluis blijkt een charmant dorpje te zijn met kanalen en grachten waarop de terrassen van de horecazaken drijven. Ik nestel me in de zon en bestel een oer-Hollandse portie sportvoeding: “Ober, twee broodjes kroket alstublieft.” Omdat iedereen recht heeft op een afwijking nietwaar… Vanaf Maassluis kom ik in een compleet ander Nederland terecht. Zo plat als een pannenkoek en met een aantal drukke dorpscentra te midden van het groen dat door massaal veel kanalen, rivieren en plassen wordt doorsneden. Mijn gemiddelde snelheid duikt naar beneden want in de dorpen en steden verlies ik bij elk stoplicht tijd en ondertussen is het ook gigadruk op de fietspaden. Wat minstens even hard opvalt is de drukte op de plassen en kanalen. Alles wat min of meer drijft wordt door de Nederlanders op een zonnige dag te water gelaten en de riviertjes blijken ook openlucht zwemparadijzen. Kinderen plonsen vanaf bruggen en pontons het water in terwijl tieners en twintigers op sloepen mini-Tomorrowlands organiseren. Al die sloepen en zeilboten zorgen er trouwens voor dat ik nog meer vertraging op mijn schema oploop want ik kan ondertussen niet meer bijhouden hoeveel keer ik halt heb moeten houden voor een open gedraaide brug of sluis. Niet dat ik mij er echt druk in maak, het komt straks op geen half uurtje eerder of later aan in Amsterdam.

Bounty’s. Altijd weer Bounty’s…

Dwars door Delft, langs Voorburg en Voorschoten rij ik door naar Leiden waar ik tussen de Kagerplassen en het Braassemermeer koers zet richting Aalsmeer en Amstelveen. Ik geniet van de omgeving, verbaas me over de grote hoeveelheid reigers en ooievaars die ik in de weiden spot en trap lustig verder. Ik schat nog minder dan een uur te rijden te hebben, maar de brandstoftank is bijna leeg en dus stop ik bij een snackbar voor een koffie, een cola en mijn ‘guilty pleasure’ op lange fietstochten: Bounty-repen. Op het terras geraak ik aan de praat met een bejaard koppel waarvan mevrouw een Poolse blijkt te zijn. Het doet haar zichtbaar deugd dat ik weet dat Generaal Maczek een groot stuk van Vlaanderen en Nederland heeft bevrijd, met dank aan de Grinta! Liberation Ride van vorig jaar. “Als het over de oorlog gaat, denken ze hier altijd aan Amerikanen en Engelsen terwijl ‘wij’ ook ons deel van het werk gedaan hebben”, meldt ze met gepaste trots. Het zijn dit soort toevallige ontmoetingen die fietstochten net dat tikkeltje extra geven…

Stadsvlucht

Door het Amsterdamse Bos fiets ik de stad in. Ik laat me charmeren door de uitgestrektheid en diversiteit van het domein want bosgebied wordt er afgewisseld met grote ligweiden, openluchtzwembaden en uitgestrekte vijvers. Lijkt me een ideale plek om naartoe te vluchten als je op een klein appartementje in de stad woont. “Niks natuurlijks aan, alles door de mens aangelegd. Best wel knap”, zal mijn Amsterdamse collega er ’s avonds over vertellen. Nadat ik mijn intrek heb genomen in Het Volkshotel (“Ja hoor, de fiets mag gewoon mee op de kamer. Geen enkel probleem”) en ik mijn fietskleren heb gewassen onder de douche, legt de pasta met zeevruchten een prima basis voor een paar Natte, het donkere bier van de Amsterdamse Brouwerij ‘Tij. Schol.

En dan zit het tegen. De wind

Het eerste vliegtuig dat ik de volgende ochtend vanaf Schiphol zie opstijgen, bevestigt mijn vrees dat de weervoorspellers hun werk deze keer goed hebben gedaan. Vliegtuigen stijgen altijd tegenwind op en deze stalen vogel kiest resoluut voor het zuiden. Dat wordt dus afzien vandaag. Door het Amsterdamse Bos gaat het weer naar Amstelveen en Aalsmeer, maar op de terugweg kies ik voor een meer oostelijke route langs de Westeinder Plassen. In Alphen aan de Rijn draai ik rondjes omdat ik maar niet kan uitvissen over welke brug en langs welk kanaal ik mijn route verder moet zetten, het aanbod is simpelweg te groot en het feit dat ze hier zelfs op de fietspaden rotondes hebben maakt het er niet eenvoudiger op. Met een beaufort of vier pal op de neus kan ik niet anders dan het stuur diep in de beugels vastpakken om toch een beetje tempo te kunnen maken. Niet dat het zo indrukwekkend is, dertig kilometer per uur is in deze omstandigheden al een hele prestatie. In de buurt van Zevenhuizen, iets ten noorden van Rotterdam, fiets ik langs het Rotte, een waterplas langs een kanaal waar de oude windmolens in rijtjes staan opgesteld. Het is dé typische Nederlandse ansichtkaartfoto, maar ik weiger te stoppen om een plaatje te schieten. Ik zit immers in het wiel van drie sterke Nederlanders die tegen de wind in beuken en dat is me nu toch even iets waardevoller dan de foto van het jaar. Sorry…

Muren van containers

De passage dwars door Rotterdam en het eindeloze aantal stoplichten doet me weer veel tijd verliezen. Ik heb dan ook geen tijd en zin voor een ‘klassiek middagmaal’ (zoals in een restaurant waar je gaat zitten en bestelt), dus plunder ik een winkel bij een tankstation. Zoute chips, sandwiches, cola, Red Bull, water en Bounty’s uiteraard, veel Bounty’s want ik heb al diep in mijn krachtenarsenaal moeten tasten en het is nog 150 kilometer tot thuis. In de indrukwekkende Maastunnel hoef ik tot mijn grote verbazing geen mondmasker te dragen waarna ik ten zuiden van Rotterdam door het uitgestrekte havengebied fiets. De zeecontainers staan er zo hoog gestapeld dat het wel flatgebouwen lijken, de fietspaden zijn lang en kaarsrecht. En de wind, die blijft me maar geselen…

Paard en stal

Via Spijkenisse en Hellevoetsluis kom ik weer bij de Deltageul, bekend gebied van mijn heenrit. En het lijkt wel alsof ik met het binnenrijden van Zeeland ook de grootste portie tegenwind voor vandaag heb gehad. De wind ruimt stilaan van zuid naar west zodat ik op Neeltje Jans als de kapitein van een koopvaardijschip op de zijwind leun. Met een klein ommetje langs het stemmige Veerse Meer zet ik er richting Middelburg en Vlissingen spoed achter. Als ik een beetje gas geef, haal ik de boot van 16.48 uur en moet ik voor 20 uur thuis geraken. Vijf minuutjes voor de afvaart sprint ik door het betaalpoortje van de ferry terminal, minder dan een half uur later zit ik in Breskens aan de appelcake met koffie en cola. De noodzakelijke energie voor de laatste zestig kilometer. Met de wind nu vol in de rug vlieg ik terug naar België. Deze keer niet over Sluis en Brugge, maar richting Sint-Laureins en Maldegem. Ondanks de 460 kilometer die ik dit weekend al heb weggetrapt, draaien de beentjes nog redelijk soepel. Met moeders legendarische oneliner “Een paard dat zijn stal ruikt, loopt altijd sneller” in gedachten knijp ik de laatste restjes energie uit mijn kuiten. Dat ik de laatste vijftien kilometer in de stromende regen afleg, kan de pret niet drukken. Een mens moet positief blijven denken. De fiets moest toch gewassen worden…