Ötztaler Radmarathon 2019: Ich möchte ein Ötzi sein

De Ötztaler Radmarathon is een veeleisende cyclosportieve in het hart van de Alpen. Vierduizend deelnemers van verschillende nationaliteiten starten in Sölden voor een tocht van 230 kilometer door een -ook letterlijk- adembenemend landschap. Vier bergpassen en meer dan vijfduizend hoogtemeters later bereik je ‘das Ziel deiner Träume’ in datzelfde Sölden. Als ik gepolst word om in de buik van het Alpecin Cycling Team deel te nemen aan dit wielerfeest, is aarzelen niet aan de orde.

10/09/2019 - Tekst: Steven Verniers // Foto's: Mr. Pinko (Stefan Rachow), Sportograf, Steven Verniers

Op vrijdag goed negenhonderd kilometer met de auto is de eerste stap van een intensief weekend. Ik carpool met de sympathieke Nederlandse Kim. We kletsen ons een weg naar het dorp ten zuiden van Innsbrück en treffen er, enigszins uitgeteld, een wel erg levendig Sölden aan. Boven de hoofdweg hangen wielertruitjes, finisher trikots van de afgelopen jaren. Mensen lopen door de straat, vaak met fiets aan de hand en een rugnummer of stuurbordje zichtbaar. De gevel van ons hotel dient als steun voor koersfietsen. Op het bed in mijn hotelkamer vind ik deze boodschap: “Dear Steven, the season isn’t quite over yet. We have one more exiting ride for you to join. One of the hardest, yet most popular sporting challenges awaits you.”. Ik maak een weekend lang deel uit van het Alpecin Cycling Team, een groep die werd samengesteld om toe te leven naar een sportief hoogtepunt en daarbij professionele begeleiding krijgt. En hun hoogtepunt, de Ötzi, daar mag ik bij zijn. Hoe enthousiast iedereen ook is, ik hoor vooral het geknor van mijn maag en de roep van een bed.

Ervaring

Terwijl ik op de menukaart de Oostenrijkse keuken nogmaals doorneem, weet ik al lang dat het een Wienerschnitzel wordt. Naast me zit Marec, goed voor veertien deelnames en de meest ervaren kerel van het gezelschap. Aan de andere kant zijn vader Marko, nog meer begeesterd van dit rondje door het Ötztal. Ideaal om hen eens even aan de tand te voelen over die Ötztaler. Het is zondag niet de eerste keer dat ik een col zal opfietsen. Ik kan me best voorstellen wat me te wachten staat, toch is het nuttig om de eigenheden van deze tocht uit eerste bron te aanhoren. De kou komt naar voor als een niet te onderschatten tegenstander. Verder gaat het vooral over nergens de limiet overschrijden en bergaf geen risico’s nemen.

Sportethiek

De vader is 79 en reed de Otzi voor het laatst op zeventigjarige leeftijd. Hij behoort daarmee tot de oudste finishers van het evenement en haalt glimmend van trots oude verhalen naar boven. Eén keer had een kennis van hem zijn chip met iemand anders meegegeven terwijl hij in de wagen stapte, om zo aan een ‘finisher trikot’ te geraken. Die felbegeerde trui krijg je namelijk enkel als je binnen de tijdslimiet terug bent. Het bedrog werd opgebiecht en sindsdien spreekt hij niet meer tegen de man. “Das macht man nicht!”, was de conclusie kort en duidelijk.

De officiële aftermovie, met Ils Van der Moeren van het Grinta! Granfondo Team als tweede dame.

Wettervorschau

Op zaterdag, D-day -1, staat er een klassiek inrijtochtje op het programma. Kort en rustig, een stukje de Timmelsjoch omhoog en terug naar beneden. Goed voor wat kiekjes en om de fiets te testen die ik onder de kont geschoven krijg. Het is een Canyon Endurace, uitgerust met schijfremmen en velgen van zestig millimeter hoog. De pedalen die ik meebracht volstaan niet, volgens de mecanicien. “Die wegen drie kilogram!”. En dus monteren ze hun eigen paar, 23 gram lichter. Verder is er die dag nog één verplicht nummertje: de aanwezigheid op de briefing voor alle deelnemers. Ik schrok mijn pizza naar binnen en ben net op tijd om de eerste tip te aanhoren: laat niks in de auto achter, zeker geen fietsen. Die van mij stond al naast het nachtkastje. Na nog wat algemene tips over de staat van de wegen en een paar rondjes applaus voor de massa vrijwilligers, is het tijd voor het weerbericht. ‘Wettervorschau’, verschijnt er in het groot op het scherm. De presentator roept een specialist ter zake op het podium die in een niet te begrijpen Duits minutenlang slides en kaarten tevoorschijn tovert. Na de onwaarschijnlijk lange uiteenzetting over drukgebieden allerhande heb ik geen idee of het nu droog blijft of niet. Navraag bij omstaanders leert dat je het met een tijd onder de negen uur wellicht droog houdt. Nadien is er kans op onweer. Hevig onweer. Er is slechts één conclusie mogelijk: regenjas meenemen. Ik doe geen oog dicht in het vooruitzicht van bliksemschichten die zich rakelings naast me de Timmelsjoch inboren.

Bananentapijtje

De start van het wielerfeest wordt op zondagochtend om 6.45 uur gegeven. Omstreeks zes uur trekken we met z’n allen naar de startvakken in het centrum. Het is nog donker, best fris, en op een grasveld worden twee luchtballonnen opgeblazen zonder enige intentie om ze omhoog te laten. Ze hangen vast aan auto’s. We wachten aan de zijkant van het vak waar het lint als op de grond geduwd is. Van stress is weinig sprake bij mezelf, anderen zie ik jasjes aan- en uittrekken, naar de dichtstbijzijnde muur spurten om toch nog even te plassen. Ik ben ietwat overdreven gekleed met als grote voordeel dat ik het lekker warm heb. En, net als het volledige Alpecin team, eet ik een banaan kort voor de start. Op de briefing van Alpecin werden we namelijk verwittigd dat het eerste uur, de afdaling naar Ötz, vrij zenuwachtig is. “In dat eerste uur ga je zeker niks eten omdat je te veel bezig bent met sturen. Eet dus vlak voor de start nog iets, hadden ze gezegd. Een banaan bijvoorbeeld.”. En iedereen had goed geluisterd. Terecht. Naast onze plek ontstaat een tapijtje van bananenschillen…

Kleurrijke sliert

Van bij de start gaat het naar beneden. Snel, in peloton. Continu wisselen van plaatsen. Ik geef best aardig gas, denk ik, en toch word ik door horden andere fietsers voorbijgereden. Telkens denk ik: “Nu is het gedaan, er kan echt niemand meer achter mij rijden, enkel de bezemwagen volgt nog.”. Als ik dan achter me kijk, zie ik echter een lange kleurrijke sliert en kijk ik pijlsnel terug voor me.

Hij speelde accordeon

Voor ik het goed besef, een klein uurtje verder, wordt de accordeon samengeperst en blazen we in elkaars nek. Iedereen kiest voor of na de eerste steile strook een plekje om regenjas en handschoenen uit te trekken. Het is klimmen geblazen en het voelt al warm aan. Ik heb geen topgevoel. Zit die Rettenbachferner daar voor iets tussen?

Weiderost op de Koe-Tai

Op de Kuhtai blijft het peloton een lange sliert. Langs de kant van de weg grazen koeien alsof er niks aan de hand is, er hangt een reuzespandoek en boven is de bevoorrading. Team Alpecin heeft aparte bevoorradingen waar ik nieuwe bidons krijg met verse sportdrank. Vanessa duwt me op gang als een wielrenner die net pech had. Daags voordien had diezelfde dame me gewaarschuwd voor ‘Weiderost’. Dat zijn roosters die de runderen niet toelaten verder af te dalen. Net op de exacte plaats waar ze me voor had gewaarschuwd, staat een ambulance en liggen fietsen in de berm. Eentje zit bloedend in de berm met een verpleegster die voor zijn ogen staat te zwaaien. Focus! De afdaling naar Innsbrück is wel snel, maar niet erg technisch. Weiderost is het grootste obstakel.

Pompen bergop, drank inslaan en op gang geduwd worden: precies echt!

Zoeper!

De organisatie is top. Gisteren had ik nog raar opgekeken dat er honderden brandweerlieden meewerken aan dit event. Die zijn gewoon standby dacht ik. In de dorpen staat er echter om de honderd meter een brandweerman op het parcours. De route is verkeersvrij gemaakt en in de bewoonde wereld staan telkens weer veel mensen op de stoep. En die zijn enthousiast. In Innsbrück zit ik heel even alleen waar de weg bergop loopt. Voor of achter in geen vijftig meter iemand te bespeuren. De menigte roept me luidkeels toe in hun zo Duits klinkende “Super” [zoeper]. Bravo. Gute Leistung. Dat laatste begrijp ik niet helemaal, al laat het bijwoord me vermoeden dat het geen belediging is. Kippenvel. Mensen die me toejuichen als er niemand anders in de buurt is, probeer ik vanaf dan persoonlijk te bedanken.

Met de vlam in de pijp

De volgende gang in dit menu is de oude Brennerpas. Met de vlam in de pijp, scheur ik door de Brennerpas. Boven mij dertig tonnen diesel, ver van huis maar in mijn sas. Het is een loper. Op de grote plateau trek ik een spurtje om in te pikken bij een groepje. “Rij dat stuk niet alleen.”, hadden ze mij verwittigd. “Het is beter te wachten tot er iets voorbijkomt.”.

Mr. Pinko

Mijn gevoel wordt beter. Deze col lijkt slechts zelden een echte bergpas, al kom je ook wel op bijna 1400 meter uit. Mr. Pinko komt hangend uit een erg chique BMW van de organisatie, foto’s van me nemen. Ik stop bij de tweede Alpecin bevoorrading waar ik mijn eigen tasje heb klaarliggen. Ik neem wat gels mee en word terug op gang geduwd. Het parcours is na de afdaling die volgt erg simpel. Op, af, op, af. Te beginnen met de Jaufenpas.

Snowgirls…

Die Jaufenpas kan je beter niet onderschatten. Zestien kilometer lang. Zeven procent gemiddeld. Vrij gelijkmatige beklimming. Er heerst een serene stilte op de berg. Niemand praat. Ik kijk naar de rugnummers voor me en speel allerhande wiskundige spelletjes met de cijfers. Ik lees hun namen en onderdruk de neiging om die mensen bij de voornaam aan te spreken. Ik hoor het getik van sommige fietsen en mijn veel te hoge velgen zoeven als ik recht op de trappers langs een rots rij. Sommigen combineren de gekste kleuren en anderen zien er te gelikt uit. Een flauwe grappenmaker praat veel te luid in het Duits, niemand reageert. Zelf probeer ik het één keer. “Snowgirls” staat er op eentje zijn rug te lezen. “Your snowgirls will melt!”, probeer ik. Hij verstaat geen woord Engels. Ik doe geen pogingen meer en fiets verder in warme stilte. De reclame op de truitjes verraadt vaak de afkomst. Belgen en Nederlanders zijn sterk in de minderheid. Duits en Italiaans domineren in deze cyclo. De mentale strijd is begonnen.

Watermeloen

Na de zone in het bos kom je in een meer open vlakte. Met uitzichten, ook op de Red Bull boog dichtbij de top. Ik plan er de bidons bij te vullen en terwijl ik dat doe valt in mijn linker ooghoek een bak watermeloen op. Het is een volmaakte vicieuze cirkel. Rechts een stukje nemen, afknabbelen, links de vuilbak in. En repeat. Culinair het beste wat ik vandaag eet, samen met de sneden desembrood met kaas. De top lonkt, ik trek me terug in gang. Van alle mensen in mijn buurt, fiets ik deze erg goed op. Ik haal veel deelnemers in en word amper voorbij gereden. Het gevoel is goed. Zegezeker duik ik naar beneden, waar geen rustmoment is. De afdaling stopt op de rotonde, rechtsaf, start de Timmelsjoch.

Tunnelvisie

Ik stop om mijn windjack uit te spelen en even later nog een keer om mijn handschoenen uit te trekken. Die waren bij nader inzien niet alleen overbodig in de afdaling, ik vergat ze ook uit te trekken bij de eerste stop… Het hele proces van de Jaufenpass herhaalt zich. Alleen, tien kilometer langer. En ik ben niet meer bij de beteren in mijn buurt. We fietsen allemaal achter elkaar aan zonder veel positiewissels, zo lijkt het. De rode Canyon blijft lang in de buurt en licht me bij het “Labestation” in over wat volgt. “Nog twee kilometer makkelijk, dan zeven steile tot je daarboven bij die steen -zie je het?- de ingang van de tunnel hebt. Daar eindigt het.”. Bij het Labestation drink ik veel en krijg ik de cake maar moeilijk binnen. Geen goed signaal, al ben ik nog steeds zeker dat ik over een uurtje op de top sta.

Vuistje!

De laatste zeven kilometer van de Passo Rombo zijn indrukwekkend mooi. En lang. Af en toe ga ik eens recht op de trappers staan om andere spieren te gebruiken. De drukpunten onder mijn voeten zijn gevoelig, mijn rug heeft er ook bijna genoeg van en mijn achterwerk juicht als ik op de trappers loop. Ik heb de hele dag cartouchen gespaard en nu ben ik ze kwijt zonder te gebruiken. “Exact het concept van zo’n monsteretappe”, denk ik. Ik word nu enkel nog afgeleid door Sportograf en Mr. Pinko. De fotografen staan hier dik gezaaid. Ik positioneer me telkens zodat ik op de foto kleef. In de allerlaatste bocht die er toe doet vind ik Mr. Pinko terug, te herkennen aan knalroze pet. Er kan een gebald vuistje vanaf. De buit is binnen. Nog even doorduwen en ik rij de tunnel der verlichting in.

Piep Piep. Piep Piep. Piep Piep. Het ondertussen gebruikelijke ritueel. Telkens we een galerij of tunnel inrijden verliezen de fietescomputers hun gps signaal en gaan piepen. De langgerekte euforie start bij dit gepiep. “Der Tunnel ist flach.”, probeert een man die overduidelijk Nederlands is. “We hebben het gehaald.”, antwoord ik fijntjes. Wir haben es geschafft. Al wat ons nu nog rest is voorzichtig afdalen en mentale weerbaarheid tonen op die “Gegenanstieg” van twee kilometer. Inderdaad, twee oplopende kilometers in de afdaling. Om zot van te worden.

Ein Ötzi

Gelukkig is de weerman van de avond voordien anderhalf uur mis en ontloop ik de regen. De dames in ons gezelschap ontwijken de regen niet en krijgen gratis een gouden randje aan hun epische tocht. Dat natte randje hoef ik niet. Ik duik Sölden in dat nog steeds bruist van het volk. Duizend meter. Vijfhonderd meter. Alpecin crew links en nog eens gebalde vuisten. Brugje, waar ik er eentje te grazen neem die er nog amper over geraakt. De laatste bocht naar rechts. Links en rechts veel mensen die nog steeds enthousiast zijn. Ik gooi de armen in de lucht en constateer dat het bergaf gaat, gevolgd door een mensenzee kort na de aankomst. Armen rap weer naar beneden of ik lig gegarandeerd een paar meter na de streep op mijn smikkel. Das Ziel meiner Träume is bereikt. Het Finisher Trikot is het tastbare bewijs voor de voldoening die plots erg groot is. Een gevoel dat nog groter wordt, door het te delen met de anderen bij de barbecue nadien.

Daar doet een mens het uiteindelijk voor: het Finishers's Shirt...