Uitgeregend tijdens Iedereen 1000

Ik hoorde nog eens ergens bij. Er was nog eens iets te doen. Dat het pokkenweer was, maakte het wat lastig. Maar ik was blij met Iedereen 1000. We hadden nog eens een doel om voor te fietsen.

23/05/2021 - Tekst: Joyce Verdonck // Foto's: Joyce Verdonck

Een klein watvoorafgingetje.

Twee jaar geleden reed ik als wegkapitein mee in de grote pelotons van de 1000 km voor Kom op tegen Kanker. Vorig jaar ging dat event niet door wegens corona. Met een collega-wegkapitein fietste ik toen een tocht van 300 kilometer om het gemis goed te maken. In onze officiële oranje kapiteinstenue pikten we nog een paar andere kapiteins op en zwaaiden naar vriendelijke supporters. Dit jaar planden die vriendin en ik opnieuw een stunt. We zouden voor 400 kilometer gaan. Zeiden we ergens begin dit jaar met een felle bek. Een realitycheck begin mei leerde ons dat geen van beiden al veel trainingsritten boven de 100 kilometer had gereden. En we zijn niet alleen. De hype van de eerste lockdown met de massa fietsers die zich aan ultratochten waagden, lijkt wat voorbij. Mensen zaten vorig jaar veelal thuis van het werk en hadden meer tijd. Maar ook, het nieuwe is er wel wat af, van die extreem lange tochten.

Acht routes

En toen werd Iedereen 1000 gelanceerd. Voor 10 euro maakte je tussen 10 en 16 mei deel uit van een virtueel peloton. De organisatie had acht uitgepijlde lussen van 125 kilometer elk uitgetekend, verspreid over heel Vlaanderen. Allez roulez! Je kon je voor extra geld in het laadje ook laten sponsoren voor elke kilometer. Maar ik heb nooit graag geschooid bij familie – de verplichte lotjesverkoop op school en in de sportclub was elk jaar weer een gruwel – dus ik liet die sponsoring achterwege. Maar trappen zou ik!

Eiffeltoren

Pech met het weer helaas. Wat is dat toch met de lente dit jaar? Precies of de zon en droog weer zijn samen aan de andere kant van de wereld in quarantaine gegaan. Op maandag valt het nog mee. Samen met een vriendin fiets ik een kort ritje in eigen buurt met een bezoekje aan de Eiffeltoren van Ursel als hoogtepunt. Ik ken het Meetjesland als mijn broekzak, maar die had ik nog niet gezien. Van alle volkse kunst tentoongespreid in voortuintjes, spant die voorlopig de kroon. Uiteraard minder groot dan de concurrent in Parijs, maar toch nog ferm uit de kluiten gewassen met een gigantische ster bovenop. Onze selfiesessie met slappe lach duurt bijna even lang als de uiteindelijke fietstocht.

Vloeken op het weer

Ook dinsdag geen lange rit. Met Ine Beyen blik ik aan de kust een reportage in voor de volgende Grinta! We ontsnappen aan de felste onweders die links en rechts van ons losbarsten. We wilden eigenlijk een extra lusje bovenop de geplande route fietsen, maar één oog op de buienradar en we wisten wel beter. Met het verlengde weekend voor de deur plan ik toch een paar langere ritten voor Iedereen 1000. Mijn doel is om aan ten minste 500 kilometer te geraken. Peter van de actie Frank Deboosere mag dan wel iedereen warm maken om mee te fietsen, hij had toch wat beter weer mogen bestellen. Ze voorspellen iedere dag hevige buien. Ik berg mijn plannen voor een tweedaagse trekkingstocht solo door de Ardennen op.

Superman Geert De Vlieger

Intussen spatten de heldhaftige tochten van andere deelnemers van Instagram. Ex-rode duivel Geert De Vlieger schudt bijna elke dag 200 kilometer uit zijn benen. Hij zal de week afkloppen op 1308 kilometer. Een beer van een vent! Waarom lijkt slecht weer hem toch niet te kunnen deren? Op de app van Iedereen 1000 posten deelnemers gretig foto’s. De meesten fietsen in groep. Sommigen hebben een naam op hun fiets gekleefd, de naam van een vriend of familielid die vecht tegen kanker. Zelf krijg ik bij mijn foto’s likes van mensen die ik totaal niet ken. Ondanks het feit dat we niet in grote pelotons kunnen fietsen en we elkaar onderweg nauwelijks tegenkomen, is er toch een grote solidariteit.

Flandrien

Donderdagmiddag vloek ik hevig. Ik heb het net op alweer een korte rit gehouden omdat het maar een paar uurtjes droog zou blijven. De rest van de middag valt er geen druppel uit de lucht. Van vrienden in de Ardennen hoor ik dat het daar ook droog is gebleven. Ook de dag nadien houden ze het op een paar spatters na droog. Terwijl het thuis water giet en ik niet op de fiets geraak. Miljaar he!

Zaterdag zweer ik revanche. Mijn fietsvriendin haakt op het laatste moment nog af – stomme regen – maar ik zet met de auto koers naar Aalter waar ik zal inpikken op de lus West-Vlaanderen Noord, een lus van 125km die me helemaal naar zee zal brengen. De hele autorit regent het. Ik tart het lot en denk dat het uiteindelijk wel zal meevallen. Honderd keer check ik voor het uitstappen de buienradar. De voorbije dagen bleek die ook al onbetrouwbaar, ik zet mijn 4G uit, verman me en stap uit. Op dat moment passeert een kennis. Hij kijkt naar boven en fronst: “Toch niet de hele rit? Helemaal alleen?”

Bluvn goan

Het laatste extraatje dat ik nodig heb. Zeg me dat iets niet slim is en ik doe het. Een bovendien is de regen overgegaan in motregen. Dat zal wel meevallen toch? Nee dus. De landelijke wegen liggen modderig. Na nog geen vijf kilometer ben ik helemaal nat en voel een vieze brij door mijn broek zich een weg zoeken naar mijn bilspleet. Geen fijn gevoel maar ik grijns. Ik fiets toch maar. Ik denk aan alle mensen die vechten tegen kanker. Wat is een beetje regen vergeleken met de miserie die zij doormaken? Hoe geestig is dit trouwens? Nog eens een route die helemaal uitgepijld is. Ik voel evenveel enthousiasme als tijdens mijn eerste ritten als beginnende wielertoerist twintig jaar geleden. Pijltjes! Hoera! Ik hoef nauwelijks op mijn gps te kijken. Onderweg hangen spandoeken van Kom op tegen Kanker. Een paar keer staat acteur Rik Verheye himself me aan te moedigen. Dat het een kartonnen versie is met een spreuk in zijn handen maakt niet uit. “Bluvn goan!” Ik beloof het. Ik geniet van de route. Zelfs van de plensbui ter hoogte van De Haan. Ik ben fier om nog eens mijn tenue van wegkapitein aan te trekken.

Eén andere deelnemer haalt me in en rijdt een tijdje met me mee. Helaas is hij bijna aan het einde van zijn rondje. Ach, wat heb ik dat socializen met onbekenden gemist. Laat volgend jaar toch maar een gewone editie van de 1000 kilometer plaatsvinden. Net de verhalen onderweg maken het zo’n mooi event.

Waarom? Daarom!

Ik eindig mijn weekje Iedereen 1000 op 364 kilometer. Veel minder dan ik had gehoopt. Maar ik weet meteen weer waarom we moeten blijven trappen tegen kanker. Op zondag, als Iedereen 1000 afsluit, valt mijn oog op een onheilspellend bericht op Instagram. Goedele, een ex-kankerpatiënte die ik in twee jaar geleden leerde kennen tijdens de 1000 km is tijdens een fietstocht zwaar gevallen. Gebroken pols en elleboog. Dubbele zorgen, want doordat ze maar weinig klieren meer in haar arm heeft zitten na de kankeroperatie, is het nog afwachten of de dikke arm vanzelf weer een normale vorm krijgt. Kanker is a bitch. Zelfs nadat de ziekte is overwonnen, blijft het deel uitmaken van je leven. Voor alle Goedeles in deze wereld sta ik volgend jaar gegarandeerd opnieuw aan de start van de 1000 km, in welke vorm dan ook.