Vals plat in de Scheldeprijs

Uren van ontbering hadden ze doorstaan, tijdens de donkerste maanden van het jaar. Om daarna stof te happen in de Gran Fondo Strade Bianche of om De Ronde Van Vlaanderen Cyclo af te vinken. De langste versie, uiteraard. Anderen zijn nog in voorbereiding op de hoogtemeters van Luik-Bastenaken-Luik. Wie bij mijn clubgenoten niet uit de toon wil vallen, kan maar beter ook een klassieker bijschrijven op zijn palmares. Ik koos de Scheldeprijs Cyclo.

26/04/2019 - Tekst: Luc Verdoodt // Foto's: Luc Verdoodt

“De Scheldeprijs wordt al jaren aangekondigd als het wereldkampioenschap voor sprinters. Deze vlakke en snelle rit zorgt voor een mooie afwisseling binnen de Etixx Classics Tour-kalender. Voor één keer laten we de hellingen en zware parcours links liggen en gaan we volop voor de grote plateau!” Zo staat het op de website. Helder, duidelijk en overtuigend. Toen ik me vorig jaar op een nieuwe koersfiets trakteerde, ging ik bewust niet voor een compact crankstel. Geen gevechten meer tegen de zwaartekracht. J’ai déjà donné, niet afzien kan ook plezant zijn. “Als afsluiter van de rit kan je de benen testen op de kasseien van de Broekstraat en verken je de lokale ronde waar enkele dagen voordien de nieuwe sprintkoning werd bekroond.” Een rechtstreekse link met de koers, wat kan een wielertoerist meer verlangen?

Anuna

Zoals gebruikelijk is bij classics, heeft de organisatie drie afstanden in de aanbieding. In dit geval 88, 116 of 157 kilometer. Vlak, vlakker, vlakst. De uitdaging zit ‘m dus in de lengte van de rit. Met een clublokaal op zo’n dertig kilometer van Schoten levert een aller-retour in combinatie met de kortste lus een totaalafstand op die aardig in de buurt komt van de langste variant. Het recept voor een tweevoudige dubbelslag. Een volledige klassieker afwerken én een autorit uitsparen. Tijdwinst voor de drukbezette medemens én Anuna De Wever te vriend houden. De respons op mijn WhatsApp-berichtje is misschien daardoor groter dan verhoopt. Een dozijn respondenten meldt zich, een pelotonnetje zowaar. Of beter, een grupetto. Bij De Dijkstampers uit Mechelen, want daar gaat het over, bestaat er namelijk geen A- of B-ploeg. Er is een “vroege vlucht” die ’s ochtends een half uur eerder vertrekt om een langere rit sneller af te leggen én een “grupetto” voor de langslapers die houden van fietsen aan een snelheid op mensenmaat. Niet onlogisch dat de oproep minder deining teweegbrengt bij de vroege vluchters, lieden wiens aandacht pas wordt gewekt als de hoogtemeters door het dak gaan.

Sorry, Anuna

Op woensdag had Fabio Jakobsen zijn concurrenten nog een lesje geleerd in een aangenaam voorjaarszonnetje. Korte mouwtjes bij renners en toeschouwers. Waarmee meteen wordt bewezen dat klassiekers en classics met dezelfde naam behoorlijk van elkaar kunnen verschillen. Wanneer ik enkele dagen later, op de vooravond van de tocht, mijn uitrusting klaarleg, stemt de KMI-app me niet bepaald vrolijk. Lange broek, overschoenen en nekwarmer blijken onmisbaar. De grupetto kalft af tot zeven eenheden, een vijftal vindt een toertocht zonder proloog en epiloog ruim voldoende en pikt pas aan bij de startboog. Sorry, Anuna. Het traject Mechelen – Schoten is een nagenoeg rechte lijn, zo sexy als … een rechte lijn. De eerste twintig kilometer loopt over de F1, de fietsostrade tussen Mechelen en Antwerpen. Fietssnelwegen zijn geen wegen om snel op te fietsen. Het zijn prima alternatieven voor forenzen die de autofiles beu zijn, dat wel, maar de talrijke paaltjes die wagens de toegang beletten, halen in één moeite de vaart uit alle groepjes toerfietsers. En wie op het idee is gekomen een fietsersbrug te bouwen met bankirai planken, heeft dat waarschijnlijk gedaan op voorspraak van een botchirurg of een fietsenmaker. Extreem glad zijn die dingen wanneer het heeft geijzeld. Stapvoets, los geklikt kan het nog net. Deel twee van de heenreis leidt door Mortsel en Deurne, over fietspaden aangelegd in betontegels. Benieuwd met welke bandendruk de profs dergelijk wegdek zouden bedwingen. Vermoedelijk rijdt niemand sneller over Antwerpse fietspaden dan Sep Vanmarcke. Ik vind het maar niks.

Het elfde gebod

Bij de start wordt er koffie geschonken, De Heer zij geprezen. Enige opwarming is welgekomen. Ik hoor schimpscheuten over de ene korte broek die wordt gespot en meng me in de oeverloze discussie die al enkele weken als een running gag door ons groepje waart: horen sokken onder dan wel boven de alomtegenwoordige beenstukken te worden gedragen? Leven en laten leven is een schoon credo, maar sommige vestimentaire keuzes doen pijn aan de ogen. We zien combinaties die echt pleiten voor een elfde gebod: “Gij zult uw koerskousen discreet dragen in het verborgene.” De wind waait behoorlijk krachtig uit noord-noordwest, precies daar waar het parcours naartoe leidt. De gevoelstemperatuur inspireert niet om een jasje uit te doen. De Scheldeprijs Cyclo evenmin. Het parcours begint met meer fietspaden. Geen royale boulevards zoals we die kennen uit Nederland, maar smalle stroken die om de haverklap worden onderbroken door kruispunten met verkeerslichten. De Scheldeprijs een vluchtkoers? Mijn Wahoo fietscomputer denkt daar anders over: 25,8 Avg Speed. Pas voorbij Sint-Job-in-‘t-Goor worden rustiger wegen opgezocht en krijgen we meer ruimte. Op de vierde, vijfde rij is het zelfs comfortabel toeven, de tegenwind valt schijnbaar mee. Tot je uit de slagorde komt. Een polaire vortex kletst je meteen gemeen in het gezicht. Gelukkig is de Scheldeprijs een koers voor sprinters. Waar houden die zich op? Beschut achter brede ruggen. Tot het keerpunt maak ik me hun leefwereld eigen.

Willie Wonka

De bevoorradingpost is een hoorn des overvloeds, Willie Wonka’s snoepparadijs zonder Oempa Loempas. Koude vreet energie, wij ook, misschien zelfs teveel voor de terugweg. De wind blaast nu perfect in de rug. Ik doe mijn duit in het zakje. Een eind in de dertig kilometer per uur kost geen enkele moeite. In Wortel en Rijkevorsel is het heerlijk fietsen tussen de landerijen. Een eenzame fietser passeert ons links, neemt gezwind tot vijftig meter voorsprong waarna zijn cadans hoekiger wordt. Even later halen we hem weer in. Tot zover de sportieve opwinding.

Eén ster. Maximaal.

Op het jaagpad langs het vredige Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten (een naam als een teloorgegane koers) blijft de bries ons gunstig gezind, net als op het ellenlange fietspad richting Schilde. Veilig, maar saai. Je zou toch verwachten dat er ook in de Kempen verkeersluwe achterafbaantjes te vinden zijn. Gezwind keuvelen we richting Broekstraat. Deze kasseistrook geldt als enige hindernis, daar moet van worden geprofiteerd. Bij het opdraaien ontploft de grupetto als een splinterbom. Iedereen ontbindt de duivels op een secteur die in Paris-Roubaix maximaal één ster zou krijgen. Achteraan beginnen hoeft geen probleem te zijn. De Broekstraat is 1.700 meter lang en breed genoeg om in te halen. Dus schakel ik bij. En nog eens. Ik voel kracht in de benen. Mijn kaduke rug speelt niet op. Eindelijk actie.

Vals plat

Pfffffffff. Pffffffff. Lucht ontsnapt fluitend uit een band. “Plat!” roept een gezel naast me, maar hij rijdt verder. Het geluid is vlakbij. Ben ik het? Kan niet anders, al merk ik geen verandering in het rijgedrag van mijn fiets. Pffffffff. Ik knijp de remmen dicht, stap af en controleer beide banden. Alles OK. Een raadsel. Dijkstampers laten niemand achter, dus tref ik een groepje wachtenden aan het einde van de kasseiweg. Iedereen heeft de leegloper gehoord, maar niemand heeft averij. Een lekgeslagen CO2 patroon in iemands zadeltasje is de enige denkbare verklaring voor de fantoom crevaison.

Via een smal fietspaadje – jawel – bereiken we de Churchilllaan. Cavendish, Kristoff, Kittel en Jakobsen konden hier al hun PK’s kwijt. Voor wij zelfs maar kunnen overwegen de ketting achteraan naar rechts te gooien, loodsen de te volgen pijltjes ons de speelplaats van het Sint-Michielscollege weer op. Geen rode vod, geen lead out, geen geveinsde eindjump. Vriendelijke vrijwilligsters hebben pasta gekookt. We laten etend een groepsfoto schieten terwijl zowaar de zon schuchter doorbreekt. Al kon het parcours aantrekkelijker, een afknapper was het niet. “Vijf uur aan een lage hartslag, da’s een goeie training,” vang ik op. “Voor veel profs is de Scheldeprijs ook niet meer dan een doorgedreven training. Hier worden we beter van.” Het blijkt te kloppen, in de omgekeerde richting is de fietsostrade warempel toch een fietssnelweg.

Met dank aan Futurum Quality Gear, partner van deze blog.