Van Peloton de Paris naar Roubaix (en terug)

Peloton de Paris, de alleraardigste fietswinkel / fietsbar in Mechelen, organiseerde vorig weekend hun eerste bikepacking event. Yves Van De Ven fietste mee in het peloton en hoopt van harte dat dit geslaagd event opvolging krijgt.

01/06/2018 - Tekst: Yves Van De Ven // Foto's: Yves Van De Ven

Bikepacking dus, een soortement fietsreis waarbij je volledig op jezelf aangewezen bent en bijgevolg alles wat je denkt nodig te hebben op je eigen fiets meezeult. Zoals de titel reeds doet vermoeden was het opzet van deze rit een tocht van Peloton de Paris in de Hoogstraat in Mechelen helemaal naar de Franse stad Roubaix, meteen ook de twee enige verplichte checkpoints.

Over checkpoints gesproken, er waren er maar liefst 45 welke je optioneel in je uit te stippelen parcours kon verwerken. Van iconische plaatsen zoals het Centrum van de Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde of de wielerbaan van het Kuipke in Gent over mythische bulten als daar zijn de Koppenberg en de Paterberg tot onbeminde kuitenbijters als de Mont Saint-Laurent. Hoe meer checkpoints, hoe meer avontuur! En hoe zwaarder de rit, wat we al snel zouden ondervinden.

Samen met Jef – Bobby voor de vrienden – zou ik de rit rijden en ik was als Chinese vrijwilliger voor de uitwerking van de route aangeduid. Met Ride with GPS stippelde ik vier routes uit met daarin àlle checkpoints verwerkt. Overmoedig, zonder enige twijfel, maar direct ook het recept voor een doldwaas avontuur. Bring it on!

Bakken en braden op Vlaamse veldwegen.

Op zaterdagochtend om acht uur werd er afgesproken in Peloton de Paris voor een latte macchiato en belangrijker, de start van de rit. Vluchtig monsterden we ‘het gerief’ van onze lotgenoten alvorens op de fiets te springen voor de eerste etappe van de dag. Vertrekken deden we in een groep van acht, maar al snel besliste de GPS dat we alleen verder moesten. Zo kozen wij resoluut voor de Vlaamse Ardennen, ons niet geheel onbekend, waar we voor de gelegenheid kleppers zoals de Bosberg en de Muur van Geraardsbergen eens langs de andere kant zouden beklimmen. Bij temperaturen van ruim dertig graden niet eens een slecht plan, al leerden we snel dat afdalen op kasseien mogelijk nog meer van je vergt dan ze te beklimmen. Vijftien checkpoints en 128 kilometer verder was een spaghetti bolognese ons deel in Oudenaarde.

Op zaterdagochtend waren de Rapha fietshandschoenen nog intact, op zondagavond niet meer.

De tweede rit die ons op zaterdag vanaf Oudenaarde richting Roubaix moest brengen werd er eentje met hindernissen. Amper Oudenaarde buiten merkte ik dat ik mijn Rapha fietshandschoenen niet meer aan had. Voor zeventig euro maakt een mens als eens even snel een retourtje richting CRVV, waar de handschoentjes op de kasseien in de zon lagen te blinken. Wat een geluk. Nog voor de Koppenberg maakte ik uit stilstand een halve tuimelperte, niet veel later gevolgd door een dominoval met mijn achterwiel en derailleur als voornaamste slachtoffer. Een bezoekje aan de fietsenmaker drong zich op voor enig oplapwerk aan m’n derailleur en het rechten van m’n wiel. We verloren een uur, reden zo’n tien kilometer rondjes, maar konden uiteindelijk de tocht opnieuw aanvatten.

Een vakman hoeft maar op zijn kalender te kijken om te weten hoe laat het is.

Op de zaterdagnamiddag kregen we aan een sneltempo de bekendste scherprechters van het Vlaamse voorjaar voorgeschoteld: Koppenberg, Paterberg, Taaienberg, Kwaremont, Hotond… noem maar op. Kers op de taart was een rondje op de piste van Roubaix bij valavond. Op de markt van Roubaix viel ons na 83,5 kilometer en twaalf extra checkpoints nog een bescheiden applaus te beurt van de reeds gearriveerde collega bikepackers die zich er tegoed deden aan frisse pintjes en pizza. Dag één klokten we zo af op zo’n 220 gereden kilometers. Een deugddoende douche, vettige kebab en frisse pintjes hadden we wel verdiend.

Het initiële plan was om op zaterdagavond het Heuvelland nog voor onze rekening te nemen, maar dat viel door pech en zelfoverschatting in het water. Ontbijten in het hotel om 7.30 uur was een optie, maar er werd unaniem beslist om ’s nachts richting Ploegsteert te fietsen. Het mag verbazen, maar om zes uur in de ochtend was er in de regio al een behoorlijk aantal fietsers kilometers aan het malen.

VDB Forever. Dus ook om zes uur 's ochtends.

De ontdekking van het weekend was voor mij ongetwijfeld het Heuvelland. De klimmetjes (Monteberg, Banenberg, Zwarteberg, Catsberg) volgen elkaar er even snel op als in de Vlaamse Ardennen, maar zijn van een ander kaliber. Gemoedelijker, op de Kemmelberg na. Mooie verzichten ook, om nog te zwijgen van de onverwachte stukken waar we asfalt, kasseien en betonplaten inwisselden voor avontuurlijke stukken door velden en bossen. Heerlijk!

Genieten van de vergezichten in het West-Vlaamse Heuvelland.

Na een bescheiden ontbijt op de markt van Ieper, dokkerden we verder om enkele steden op ons lijstje aan te vinken. Een eindeloze gewestweg bracht ons tot Wevelgem waar het jaagpad langs de Leie ons verder tot Kuurne en Harelbeke leidde. Tussen Waregem en Deinze stonden de laatste klimmetjes (Vossenhol, Nokereberg en Korte Asstraat) op het menu – net als de obligatoire spaghetti bolognese - waarna het over ’t Kuipke in Gent in rechte lijn richting Mechelen ging. De laatste kilometers pikten we ons wagonnetje aan bij een olijk zestal dat een aangenaam tempo wist te onderhouden. Geëindigd zoals we gestart waren, in goed gezelschap: toch ook het doel van zo’n weekend, denk ik dan!

In 36 uur zaten we op een kwartiertje na 21 uur in het zadel. In die bijna 21 uur trapten we 457,5 kilometer en 3.669 hoogtemeters weg. Nog eentje voor de boekhouding: op de Grote Markt van Antwerpen na wisten we ook alle checkpoints te bezoeken. Makkelijk was het allemaal niet, episch des te meer. Een avontuur dat smaakt naar meer. Kunnen we dat afspreken?