Vlaanderen fietst massaal voor de 1000 km

Geen grote pelotons die Vlaanderen doorkruisen voor Kom op tegen Kanker tijdens dit Hemelvaartweekend. Corona trok ook door de 1000 km een moddervette streep. Maar het event ligt allesbehalve aan de kunstmatige beademing. Meer dan 5000 mensen schreven zich in voor de virtuele versie van de 1000 km. Grinta!-eindredacteur Joyce trapte mee.

24/05/2020 - Tekst: Joyce Verdonck // Foto's: Joyce Verdonck

Vorig jaar reed ik voor het eerst als wegkapitein mee voor de 1000 km. Toen voor twee dagen. De verbondenheid en emoties onderweg waren zo pakkend dat ik er dit jaar voor de volle vier dagen bij wou zijn. Corona besliste er anders over. Naamgenootje Joyce Accoe, ook wegkapitein, contacteert me in april met de vraag om met ons tweeën als eerbetoon een ritje van 250 km bijeen te harken vanuit ons eigenste Meetjesland. Als uitlekt dat de 1000 km een virtuele editie in het leven roept via Keep Moving, het online platform van Golazo, is de finale duw in de rug gegeven. Via Keep Moving vorm ik een ploegje van drie vrouwen (ook vriendin Stephanie wil als kilometervreter wel wat lange ritten voor haar rekening nemen). In vier dagen tijd zitten we met ons drieën al aan de nodige 1000 km.

Koninginnenrit

Het orgelpunt van de week ligt op donderdag, op Hemelvaart. De koninginnenrit. We zijn het er al snel over eens dat gaststad Mechelen zeker op de route moet liggen. En misschien moeten we de verste middagstad Sint-Truiden maar als bestemming nemen. De laatste tijd experimenteer ik wat met verschillende routeplanners. Komoot, Routeyou, Strava, Garmin Connect... Hoe ik ook plan, ik krijg de route niet naar 250 km teruggebracht. Het wordt al snel duidelijk dat de trip 300 km lang zal worden. Geen van ons tweeën heeft die afstand al in de benen. Challenge accepted! Joyce 1 en Joyce 2 gaan ervoor! 300 is trouwens toch het nieuwe 200, niet?

Sneukeltoer

21 mei. 7u. Joyce 1 staat welgezind aan mijn deur in Kluizen. Ze draagt net als ik de officiële tenue van wegkapitein voor de 1000 km. Ondanks het vroege uur vertrekken we zonder mouwstukken. De temperaturen zijn al aangenaam. Het belooft een snikhete dag te worden. En met honderd kilo energierepen en –gelletjes in onze te kleine achterzakken hebben we geen plaats over voor mouwstukken. Joyce 1 heeft bovendien in haar fietskader een uitsparing waar ze extra eten en poeder voor in haar bidon kan in wegmoffelen. Ze sleurt zelfs oogdruppels mee voor haar lenzen en een powerbank om de gps en telefoon op te laden. Beiden zullen van pas komen. Via het veer in Doornzele steken we het kanaal Gent-Terneuzen over. Ons eerste traject brengt ons via Lokeren, de Durme en de Schelde tot in Temse. Binnen 200 km zullen we over diezelfde Temse-brug terugkeren naar huis. Maar zover zijn we nog niet. Om geen twee keer hetzelfde traject te nemen, rijden we nu niet via het water richting Boom, maar langs binnendoor over Bornem en Puurs. Dat België niet de prijs voor de beste fietspaden ter wereld zal krijgen, ondervinden we helaas meermaals vandaag.

Lege Grote Markt

Als Mechelen na 75 km in zicht komt, maakt ons hart een eerste vreugdesprongetje. Stilstaand voor verkeerslichten horen we van andere fietsers dat ze ons missen, krijgen we complimentjes en wensen ze ons succes. De 1000 km leven in Mechelen, ondanks alles. Over de kasseien stuiteren we naar het centrum van de stad. Op de Grote Markt, aan de Sint-Romboutstoren is het leeg en stil. Geen vlaggen, geen podium, geen duizenden mensen die mekaar in volle ontroering in de armen vliegen. Joyce 1 heeft het er zichtbaar moeilijk mee. Het gemis van het event dringt akelig tot ons door. Twee andere wegkapiteins staan ons op te wachten. Philippe had van Joyce 1 over onze plannen gehoord en wil samen met zijn vriend Patrick een eindje aansluiten tot in Leuven. Ik waarschuw hen dat ik niet het meest rechte pad neem, omdat ik onderweg nog enkele gemeenten wil meepikken voor mijn Long Term Belgium Challenge (challenge om in àlle Belgische gemeenten gefietst te hebben). Een keer levert dat een bobbelige singletrack op die bidons uit de houders laat wippen. Een tegenvaller voor een voor de rest fijn parcours. Ik ben blij dat we hoofdzakelijk vlot langs de verkeersvrije Dijle naar Leuven fietsen.

Privé-bevoorrading

Onder een brug wacht motard Davy, een vriend van Joyce 1 ons op. Een schat van een gast die ons vandaag twee keer zal bevoorraden. De bidons worden gretig bijgevuld. De temperaturen zijn al aardig geklommen en we kunnen niet genoeg drinken. Vlak voor Leuven waarschuw ik de twee volgende mannen dat we niet tot in het centrum van Leuven verder fietsen, maar hen stilaan verlaten richting Sint-Truiden. Patrick beslist in een opwelling om ook een scheut bovenop zijn rit te doen en wil ons verder vergezellen tot we op de terugweg opnieuw in de buurt van Mechelen komen. Philippe draait af. Vanaf dan wordt het parcours uitdagender. Glooiend, groener, verlatener. We verwonderen ons over zoveel natuurschoon in het Hageland. Zelfs als een helling plots onverwachts overgaat in rotkasseien en we ons in de hitte naar boven zwoegen, kan er nog een glimlach af.

Een bodemloos keelgat

Er lijkt wel een gat in onze bidons te zitten. Intussen is het wel al na de middag en is het niet meer evident om op een feestdag een winkeltje te vinden dat nog open is. Gelukkig passeren we iets nachtwinkelachtigs waar we een koel blikje cola achteroverslaan. Tevreden bollen we Limburg binnen. Terecht een fietsparadijs genoemd, waar we kilometerslang via uitstekende fietspaden Sint-Truiden bereiken na 150 km. We zijn halverwege. In de schaduw van een kerk wacht Davy ons op aan een pleintje. Uit de motorkoffers tovert hij een heel buffet tevoorschijn. Sandwiches, rijsttaartjes, koeken, frisdrank, chocomelk. De vele dankwoordjes neemt hij bescheiden in ontvangst. Wat een kerel!

Improvisatie

Het is uiteraard verre van de sfeer van een uitgelaten middagstad waar erehagen toeschouwers je toejuichen bij binnenkomst en je tijdens de lunch kan bijkletsen met jan en alleman. Maar we genieten met volle teugen. Dat picknicken en op een bankje zitten officieel nog niet zijn toegestaan, maakt dat we ons geïmproviseerd buffet hoofdzakelijk rechtstaand binnenspelen. Het begint ons stilaan wel te dagen dat we onderweg al veel tijd zijn verloren. Te veel en te lange stops. Ik begin te rekenen en fluister het vermoeden dat we ons zullen moeten haasten als we voor donker thuis willen zijn. Zo weinig mogelijk stoppen is de boodschap.

De warmste week

Niet stoppen is een onmogelijke opdracht. Met temperaturen rond de 30 graden kan je niet anders dan regelmatig stoppen om bij te tanken. Helaas vinden we onderweg weer quasi niks om drank in te slaan. Er zit niets anders op dan op goed geluk mensen aan te klampen. In Holsbeek zien we moeder en dochter net uit hun huis komen. Onze dorstige smeekbede vindt onmiddellijk gehoor. Mama is longpatiënte en dus extra waakzaam voor corona. Maar dochterlief vliegt onmiddellijk met onze bidons het huis in om bij te vullen. Flesjes cola volgen en we krijgen ook koeken aangeboden. Hun goedheid verbaast me. De dochter blijkt amazone te zijn en moet zich haasten voor haar training. Ze hoopt ooit de Olympische Spelen te halen. We beloven voor haar te zullen supporteren in dat geval.

Sterke Jan

De 1000 km maakt wat los bij mensen. Dat is zeker. We blijven mensen tegenkomen die spontaan voor ons een applausje inzetten. In de buurt van Sint-Truiden waren we ook al andere deelnemers aan de 1000 km tegengekomen. Mensen van ‘Sterke Jan’, een groot team dat elk jaar met velen deelneemt aan het event. De verbroedering was hartelijk. Al is er ook één negatieve noot tijdens de hele trip. Patrick en ik rijden achter elkaar op het fietspad. Joyce 1 rijdt net op de rijweg. Fout, ik weet het, maar dat een voorbijstuivende jeep luid toeterend een vol blikje bier naar ons hoofd mikt, is buiten proportie. Het blikje mist gelukkig doel. De drank spat eruit als het de grond raakt.

Maagproblemen

Er gebeurt zoveel onderweg dat het nooit saai wordt. De constant veranderende omgeving. Nieuwe streken ontdekken. De kilometers vliegen voorbij en de benen draaien vlot mee. Alleen de maag sputtert tegen in de warmte. Een uur lang vrees ik te moeten overgeven. Ook Joyce 1 krijgt ermee te maken. De beklimmingen in de buurt van Tielt-Winge maken het nog zwaarder. Weer een kasseihelling! En een paar keer moeten we over stroken zand en grind door wegenwerken. Maar de sfeer en de moed blijven van ongekend niveau. Ter hoogte van Mechelen nemen we afscheid van Patrick, onze compagnon de route. Hij wil ons trakteren op een ijsje in de stad, maar dat aanbod slaan we af. Het is al laat in de middag en thuis geraken voor de avond valt, wordt nu al een onmogelijke opdracht.

U-bocht

Even later gaat het helemaal mis. Een groot hek verspert ons de weg langs de Dijle naar Willebroek. Er zijn werken bezig en een stuk van ons traject is compleet onbereikbaar. Helaas zit daar ook een oversteek over het water in. Onze gps slaat tilt als we de omleiding volgen. Wat we ook proberen, we geraken niet terug op onze track. We blijven aan de verkeerde kant van het water zitten. “Maak een U-bocht”, is niet de boodschap die je op je gps wil lezen als die weg doodloopt.

Laatste stop

In Willebroek wacht ons nochtans een nieuwe privé-bevoorrading bij Grinta!-collega Luc. Joyce 1 geeft zijn adres in op haar gps, maar die slaat ook tilt. Na enkele kilometers zien we dat we in plaats van dichter nog verder van ons doel staan. Goede ouderwetse Google Maps op de telefoon raadplegen en we zitten eindelijk op de goede weg. Na een lange omweg bereiken we Klein-Willebroek voor rijsttaartjes en heerlijk frisse drank op het terras bij Luc. Ijswater met een citroentoets smaakt ineens beter dan welke gin-tonic ooit. We hadden ons voorgenomen om een minimum aan tijd neer te zitten, maar eenmaal aan het praten en drinken, loopt de tijd toch uit. Opnieuw schatten van mensen die ons verwennen op onze lange tocht. Onze coronabubbel is vandaag dan misschien wel wat te groot om goed te zijn, maar het is wel een gigantische bubbel vol liefde, belangeloze inzet en goedheid. Valavond halen wordt al onmogelijk. En we hebben geen fietslichtjes bij. Toch zijn we blij met de lange pauze. Op de fiets ondervinden we dat we een nieuwe adem hebben gekregen. Langs het kanaal en de Schelde rijden we naar Temse, de brug die we ook vanmorgen al namen. De lucht kleurt oranje en paars, de voorbode van een naderend onweer. Maar gelukkig waait het weg opzij van ons.

Zwart als de nacht

We zijn dankbaar dat de route van Temse naar huis vooral over kleine binnenbaantjes verloopt. Het begint te schemeren. Auto’s ontsteken hun lichten. Wij zetten onze bril af om beter te zien en krijgen constant beestjes in de ogen. Was het daarnet nog een tijdlang stil, we beginnen opnieuw te praten. Joyce 1 vertelt voluit over de tien jaar dat ze al koerst. Babbelen helpt om de tijd sneller te doen gaan, maar kan het vallen van de nacht niet tegenhouden. Joyce 1 belt snel naar een koersgezin op onze route om te vragen of ze fietslichtjes kunnen missen, maar helaas. Gelukkig kunnen we ter hoogte van Klein-Sinaai een fietssnelweg nemen waar we geen auto’s tegenkomen. Op 10 km van onze eindbestemming is het echt al pikkedonker. We zijn extra voorzichtig en beseffen dat niemand ons meer ziet fietsen. Paniek is er op geen enkel moment. Het meest schrik hebben we nog om politie tegen te komen en een boete te krijgen. Maar alles verloopt vlekkeloos. Zelfs door een verhard bospad fietsen in het donker overleven we. Als we eindelijk mijn straat bereiken na 305 lange kilometers doen we fietsend een high five. Ondanks corona. Handjes wassen doen we straks wel. Nu steken we even een pluim op onze helm.

Als ik de dag erna foto’s post op Instagram en die gedeeld zie door Kom op tegen Kanker, merk ik pas hoeveel gelijkgestemde zielen gaan fietsen zijn voor de virtuele 1000 km. Het lijkt wel of heel Vlaanderen op de been was. Veel mensen zijn even goeiedag gaan zeggen in Mechelen of een van de vier middagsteden. Hongerig naar hopelijk een nieuwe échte editie volgend jaar.

Zelf op zoek naar een nieuwe virtuele uitdaging? Surf dan via deze link naar het platform van Keep Moving.