Vlaanderen verwelkomt de regenboogstrijd

De strijd om de regenboogtrui van 2020 op en rond het Italiaanse circuit van Imola is nog niet gestreden, of wij blikken al een jaar vooruit. In 2021 keert de belangrijkste eendagswedstrijd van het jaar voor het eerst in 19 jaar terug naar België. Onze blogger ging in het spoor van onder andere ex-wereldkampioen Johan Museeuw mee op verkenning op het parcours waarop volgend jaar de honderdste wereldkampioenschappen verreden zullen worden.

27/09/2020 - Tekst: Gilles Bultinck // Foto's: Flanders 2021

Met open armen werden de prominenten, met UCI-voorzitter David Lappartient op kop, op 18 en 19 september ontvangen in Vlaanderen. Over exact een jaar zal het WK, 19 jaar na Zolder 2002 en exact 100 jaar na de eerste wereldkampioenschappen opnieuw in ons land neerstrijken. Om het parcours dat Vlaanderen in petto heeft te presenteren, mochten Eddy Merckx en Johan Museeuw opdraven. Merckx omdat hij nu eenmaal de allergrootste is, en Museeuw omdat hij als renner de belichaming was van de Flandrien. Laat dat nu net het type zijn dat de parcoursbouwers in gedachten op het hoogste schavotje zagen staan toen ze met de wegrit aan de slag gingen.

Organisatie met ervaring

De tijdritten zullen afgewerkt worden op een biljartvlakke omloop tussen Brugge en Knokke-Heist. Kan mooi zijn, maar vooral de wegrit van de elites doet dromen. Vanop de Grote Markt van Antwerpen – sinds een aantal jaren ook de vertrekplaats van de Ronde van Vlaanderen – begeeft het peloton zich via Mechelen en WK-dorp Keerbergen richting aankomstplaats Leuven. Vanaf daar bestaat het parcours uit een mix van plaatselijke ronden en twee Flandrienlussen. Een benaming die hoge verwachtingen schept. Maar in het organisatiecomité, dat een samenwerking is tussen Flanders Classics en Golazo, zit meer dan genoeg ervaring om die verwachtingen in te lossen.

Geslaagde kloon van de Ronde

En dus is het na de verplichte onthullingen en ceremonies eindelijk tijd om de fiets op te stappen. Ongetwijfeld zal het oude stadscentrum van Leuven volgend jaar mooi in beeld komen. Wielerliefhebbers kennen de hellingen van de plaatselijke ronde ongetwijfeld van de Grote Prijs Jef Scherens en het Belgisch Kampioenschap van 2010. De Wijnpers, Sint-Antoniusberg, Keizersberg en Decouxlaan zijn de gekende scherprechters in de Leuvense binnenstad. En na een wedstrijd van 256 kilometer met dik 2.500 hoogtemeters kan ook de licht hellende aankomststrook mogelijks voor een verrassing zorgen.  Maar het zijn allemaal maar faits-divers in vergelijking met de befaamde Flandrienlus. Die dient door de heren elite twee keer afgelegd te worden, terwijl de dames elite en beloften één keer over de grotere lus richting Overijse, Tervuren en Huldenberg gestuurd worden. Die kloon van de Ronde van Vlaanderen in de Druivenstreek is trouwens best geslaagd. Op de meeste hellingen zal het verschil niet gemaakt worden. Daar zijn ze doorgaans te kort voor. Maar de opeenvolgende speldenprikken zullen zonder twijfel de kuiten van de renners folteren. Gelukkig zijn er onderweg nog genoeg kasseien om een eventuele schifting te maken. De Moskesstraat en de Bekestraat doen de hartslag in geen tijd de hoogte in schieten. Wat die eerste berg betreft, verdenk ik de organisatie er zelfs van om aan de gemeente Overijse de opdracht gegeven te hebben om de asfaltlaag te laten verwijderen. Wat overblijft is een ondergrond in kasseien die van bovenaan de helling naar beneden gekapt zijn om zo een iet of wat verhard pad te vormen. En hier moeten de renners onderweg dus twee keer overheen. De koers winnen kan je er niet, ze verliezen daarentegen...

Niet voor een (Italiaanse) sprintkoning

Wat die eerste berg betreft, verdenk ik de organisatie er zelfs van om aan de gemeente Overijse de opdracht gegeven te hebben om de asfaltlaag te laten verwijderen. Wat overblijft is een ondergrond in kasseien die van bovenaan de helling naar beneden gekapt zijn om zo een iet of wat verhard pad te vormen. En hier moeten de renners onderweg dus twee keer overheen. De koers winnen kan je er niet, ze verliezen daarentegen... Als klap op de vuurpijl wordt per Flandrienlus twee keer de Smeysberg bedwongen. Een steile rotzak die gekend is tot ver buiten de streek. Bij de eerste beklimming zie ik een nieuwbouwwoning in opbouw. Ik verklaar de mensen die hier vrijwillig gaan wonen voor gek. Fiets maar even naar de bakker, moeder. Bij onze tweede passage, en met een aantal hellingen extra in de benen, ben ik nog meer overtuigd van mijn stuk. Eén ding is zeker. Flandrienweer zal niet nodig zijn om het WK van 2021 heroïsch te maken. Dat zal het parcours zelf wel doen. Meer dan voldoende korte, nijdige hellingen, wat kasseien erbij en af en toe wat draaien en keren op smalle baantjes. Het zou wel eens het recept kunnen zijn voor een Belgische wereldkampioen. Eén ding is zeker, een Italiaanse sprintkoning zoals in Zolder 2002 komt dit keer de regenboogtrui niet wegkapen voor de ogen van de vele Belgische supporters. Binnen exact een jaar, weten we wie het wel heeft geflikt.

De Leeuw kan nog klauwen.

Gesloten omloop voor toeristen?

Voor wielertoeristen die het WK-parcours willen rijden, hopen we nog op een bijkomende georganiseerde toertocht. Zonder afgesloten straten is het haast onmogelijk om op een veilige en aangename manier het traject af te leggen. Het is zeker niet interessant met de grote steenwegen, voorzien van twijfelachtige fietspaden. En het Leuvense stadsverkeer maakt dat je zonder politie-escorte ook niet echt kan genieten. Gelukkig kregen wij deze escorte wel. Kicken! Voor de verschillende wedstrijden zullen deze praktische bezwaren geen probleem vormen. Nu nog hopen op een coronavrije wereld tegen september 2021, zodat we met z’n allen ter plaatse de Wouten, Remco’s en Gregs van deze wereld naar de regenboogtrui kunnen schreeuwen. Wij zijn er alvast klaar voor, en mascottes Leon en Leontien zijn dat ook.