Zone 50

Sportieve fietsers denken in cijfertjes. Net als de profs – hun voorbeelden - registreren ze niet alleen de afgelegde afstanden en de bereikte snelheden, maar steeds vaker ook hun calorie inname en het geproduceerde wattage. Fietsen is verworden tot het verzamelen van data: wat niet op Strava staat, is nooit gebeurd. Sinds blogger Luc onlangs Abraham tegenkwam, valt het hem op dat er nog een vijfde numerieke variabele aan belang wint, namelijk de leeftijd.

30/12/2019 - Tekst: Luc Verdoodt // Foto's: Briek Verdoodt, Kristien Willems en Luc Verdoodt

5.0

“Well it’s 1969, Ok.” Iggy Pop schreeuwde er de debuutplaat van zijn Stooges mee op gang, en bij uitbreiding talloze mixtapes en afspeellijsten die ik voor mezelf heb samengesteld. Ook playlist “Luc 5.0”, die me zal vergezellen tijdens het ritje op mijn verjaardag. Doorgaans loop ik dan zo’n twaalf kilometer naar de ouderlijke woonst waar  een copieus feestmaal op me wacht, maar dit jaar wou ik die traditie eenmalig doorbreken. Omdat een marathon plus  een tikkeltje te ambitieus zou zijn, heb ik een fietstochtje van precies vijftig kilometer uitgetekend. Een egoïstisch geschenkje van en aan mezelf. Een kleine twee uur alleen op pad, heerlijke frisse lucht ademen terwijl de familie zich uitslooft in de keuken.

Weinig Grand Crus uit 1969

Bij het buiten rijden van mijn dorpje zoek ik een geschikt tempo voor het verdere verloop van de rit, het ritme moet lager dan dat van het handengeklap in het liedje. Ik ben verdorie vijftig, weet je wel. Lange tijd heb ik verkeerdelijk gedacht dat Iggy zich afvroeg of 1969 eigenlijk wel OK was. “Well is 1969 OK?” brulde ik dan, zonder er echt bij stil te staan. Nu doe ik dat wel. Als een kandidaat in mijn strikt persoonlijke versie van “De Slimste Mens” probeer ik me zoveel mogelijk leeftijdsgenoten te herinneren die van fietsen hun broodwinning hebben gemaakt. Coureurs geboren in 1969: Stefano Zanini, Maarten den Bakker, Laurent Dufaux, Richard Virenque godbetert, … Het geheugen sputtert. Als student was elke afleiding beter dan het verwerken van de leerstof, tijdens het blokken heb ik ooit een lijstje aangelegd met wel twintig namen. Scott McGrory en Jans Koerts, juist. Weinig absolute toppers, achteraf bekeken. Ik wed dat mijn jonge clubgenoten bij de meeste namen zelfs geen petieterige aha erlebnis ervaren. De renners van bouwjaar '69 zijn ondertussen al meer dan een decennium met sportief pensioen en comebacks zijn uitgesloten. Voor Serge Baguet geldt dat al helemaal, de held van Montlucon 2001 (bekijk die 17de Touretappe op Youtube en geniet) is ons zelfs al drie jaar geleden ontvallen. Is 1969 OK? Tuurlijk, tenzij je nog hoge sportieve ambities nastreeft.

Egan, Tadej en Remco

Fietsen in december betekent telkens de verkeerde vestimentaire keuzes maken. Het waterzonnetje fleurt mijn dag maar laat zich niet voelen. Ik ben allerminst te warm ingeduffeld, een laagje extra ware comfortabeler. Daarom overweeg ik even de arbeid op te drijven. Tot een rank silhouet me passeert, een dik winter jack omhult het afgetrainde atletenlichaam. De sponsornamen op de rug bevestigen de soepele tred. Aanpikken heeft geen zin, dit is een jeugdrenner. Jeugdrenner, het is een term die in onbruik dreigt te geraken. Egan Bernal won de voorbij Tour, op zijn tweeëntwintigste. Tadej Pogacar werd eenentwintig tijdens de Vuelta waarin hij derde werd en drie ritten won. En Evenepoel heeft zich al tot merknaam gefietst, hij heet enkel nog Remco. Dat volstaat. Sportman van het jaar, als negentienjarige. Op basis van zijn uitslagen, maar vooral omdat hij die bijeen fietste als tiener. Bij elke fameuze prestatie die deze talenten leveren, wordt door de lyrische commentatoren uitdrukkelijk de leeftijd vermeld. Tot drieëntwintig mag je in de beloften categorie koersen, maar waarom zou je dat doen als je bij de elites potten kan breken. De Jeugd van Tegenwoordig, ooit rappers, nu kleppers.

Alejandro en Philippe

Vreemd genoeg deden ook de oudjes het goed in 2019. Alejandro Valverde won minder wedstrijden dan we van hem gewend zijn maar hij weerstond tijdens zijn achttiende profjaar met glans “de vloek van de regenboogtrui.” En Philippe Gilbert tekende op zijn zevenendertigste nog een contract voor drie seizoenen bij Lotto-Soudal, simpelweg omdat hij net een boerenjaar had afgewerkt. Ook hun leeftijd wordt voortdurend afgezet tegen die van de concurrenten: “Hoe voelt het om geklopt te worden door iemand die zoveel jaar ouder of jonger is?” Je zal anno 2020 maar een late twintiger zijn en met wielrennen je brood willen verdienen. Een lichte hang naar masochisme strekt dan tot aanbeveling.

Gered door de breuk

Door een onoplettendheid mis ik bij Buggenhout het fietspad naast een kasseistrook. Gelukkig liggen de keien behoorlijk recht en kan ik relatief makkelijk mijn cadans aanhouden. In geen enkele klassieker ligt de gemiddelde leeftijd van de winnaars zo hoog als in Parijs-Roubaix, mijn associatief vermogen is onaangetast. Gilbert, Hayman, Duclos-Lassalle, … Andrea Tafi was van plan om op zijn tweeënvijftigste nog eens aan te zetten in de Helletocht. Een eventuele afgang werd hem bespaard omdat hij in de aanloop naar zijn exploot een sleutelbeen brak. Maar ik heb het vervloekt, dat vermaledijde plan. De sportfysiologen die ’s mans aftakeling beschreven waren niet weg te branden uit de pers. On-mo-ge-lijk. Het werd in alle toonaarden uitgelegd, wat niet prettig was voor zijn generatiegenoten. Jonge fietsgezellen maakten er zich vrolijk om. Zelden heb ik zoveel gezwegen.

Prille vijftiger voor en na een ritje van vijftig kilometer.

In the zone

Ik rijd door een kaal, open landschap. De wind heeft er vrij spel dus duw ik harder op de trappers om de vaart erin te houden. Maar niet fanatiek. Vandaag wordt er niet gebeukt want verjaren is geen echt werkwoord. Het spelen met de wind ben ik doorheen de jaren wel meer gaan appreciëren. Vroeger haatte ik het, dat kromgebogen stoempen tegen een onzichtbare vijand. Tegenwind is meer dan een natuurelement, het is ook een mentale beproeving, want minder eindig dan het klimmen naar een bergtop die gestaag korter bij komt . Heb je een pak kilometers op de teller nodig om dat psychologische spelletje aan te kunnen, moet je fysiek en mentaal gehard zijn? In ieder geval, ik zoek alsmaar vaker dijken en polders op om de strijd aan te gaan met een Beaufort of vier, vijf. Dom kilometers wegtrappen moet je leren en kost tijd. Misschien wel een jaar of vijftig.
Bijna thuis stop ik voor een foto bij een verkeersbord F4a, dat het begin van een snelheidsbeperking aangeeft: U bevindt zich in zone vijftig. Zonder selfiestick lukt het me niet om tot een bevredigend resultaat te komen. Dan maar niet. Ik besluit geen verdere pogingen te ondernemen om mezelf te vereeuwigen naast een grote 50.

Don't stop me now

Ach, het is wat het is. Twee cijfers, één getal. De arbeidsgeneesheer waarschuwde me er nochtans voor. “Doe het wat rustiger aan in ’t vervolg. Het beste is eraf,” zo zei ze het. Echt waar. Vermoedelijk sprak ze uit ervaring. Maar ze had wel gelijk, natuurlijk. Beter wordt het niet meer, maar ik heb wel net een kleine twee uur gefietst en dat was bijzonder aangenaam. Er zitten nog veel playlists in mijn smartphone, je komt me nog tegen.