De Morvan: meer van dat

Fietsers die de Morvan probleemloos op de landkaart van Frankrijk kunnen aanduiden mogen nu hun vinger opsteken. Wedden dat het er nog geen handjevol zullen zijn? En dat terwijl de Morvan het (midden)gebergte is dat het dichtst bij Parijs ligt. Hoe komt het dan dat de streek in kwestie zo onbekend is? “Er is slechts één manier om daar achter te komen”, zou Jeremy Clarkson met zware stem in Top Gear zeggen: wij dus in de auto, op weg naar de Morvan.

12/05/2018 - Tekst: Bart De Schampheleire // Foto's: Michaël Salens

Eens het Belgische fileleed achter de rug (een vrachtwagen door de middenberm, iemand?) gaat het via Mons en Valenciennes richting Reims en Troyes om zo zuidwaarts af te zakken. Grote delen over de snelweg, maar ook leuke stuurwegen binnendoor met eindeloos golvende akkers met knalgeel koolzaad. Het is pas als je ook af en toe een stukje over nationale wegen rijdt dat je je weer bewust wordt van het feit hoe groot(s) Frankrijk wel is. Als we het regionaal natuurpark van de Morvan binnenrijden verandert het landschap drastisch. De golvende akkers en weilanden maken plaats voor een dicht bebost gebied, we komen immers in de streek waar heel Frankrijk begin december zijn kerstboom vandaan haalt. En de glooiingen worden ingeruild voor kortere hellingen. De Morvan -afgeleid van de Keltische begrippen Mar (zwart) en Vand (gebergte)- is als uitloper van het Centraal Massief het ‘gebergte’ dat zich het dichtst bij Parijs bevindt. Al moet je die term met een korreltje zou nemen want met de 901 meter hoge Haut-Folin is het ‘dak van de Morvan’ niet meteen angstaanjagend voor de getrainde wielertoerist.

Kenners leren kennen

In La Petite-Verrière baten Lidewij en Stan Van den Brûle al ruim twintig jaar Auberge de la Chaloire uit en verzetten ze hemel en aarde om de Morvan als fietsregio bij de toeristen te promoten. “Want de mogelijkheden zijn hier eindeloos en de rust overweldigend. Je kan hier uren fietsen zonder een auto tegen te komen. Deze namiddag was het vervelend druk op de weg, ik ben een wagen of vier tegengekomen”, lacht de Nederlander Dik die al dertig jaar met Stan en Lidewij bevriend is en hier vaak komt fietsen. Hij heeft er al een rondje van zestig kilometer op zitten en zal mij en fotograaf Michaël na de heenreis nog op sleeptouw nemen voor een ritje van veertig kilometer. Auberge de la Chaloire is met een ruime fietskelder alvast goed voorzien op sportieve toeristen en de interesse van Stan en Lidewij is groot. “Welke testfietsen hebben jullie bij? Oh, die is mooi, maar die mix van 105 met naamloze remmen oogt wat minder”, klinkt het als we de koffer van de Grinta!-mobiel leegmaken. Waarna we de fietsen in mekaar zetten, alles wat we niet nodig in de garage deponeren, bliksemsnel van kleren wisselen en op de fiets springen voor een rondje losrijden. Al moet je daarvoor niet bij Dik in het wiel kruipen…

Herzitten

Vanuit het onooglijke La Petite Verrière (jawel, La Grande Verrière bestaat ook en ligt een kilometer of acht verderop) rijden we een rondje van veertig kilometer met 850 hoogtemeters. Corcelles, Arleuf, La Bise en La Celle-en-Morvan zijn de enige dorpjes waar we doorheen fietsen, al blijken ze allemaal meer dood dan levend. Enkel in Arleuf treffen we een paar levende zielen aan die zich vanuit de omgeving naar de enige supermarkt van de streek hebben verplaatst. Nagenoeg de hele tijd rijden we over éénvaks asfaltweggetjes van prima kwaliteit, slechts af en toe ligt er wat zand of grind op het ruwe wegdek dat flink wat rolweerstand geeft. De percentages zijn gematigd zodat je bergop én bergaf nooit in de problemen komt. Lastig is wel dat de wegen nooit aan een constant percentage oplopen zodat je heel veel moet schakelen en telkens je denkt ‘dit bultje red ik net op het buitenblad’, blijkt de top toch iets verder te liggen en moet je alsnog naar de kleine plaat of eens herzitten. De afdaling door de kronkelende Gorge de la Canche is mooi, op de grotere weg richting La Celle-en-Morvan blijft de verkeersdrukte heel on-Europees aanvoelen. Een verademing als je op weg naar de Morvan een paar uur in de file hebt gesleten.

Oranje boven

Opmerkelijke vaststelling: meer dan de helft van de wagens die we in het straatbeeld spotten dragen een Nederlandse nummerplaat. “Heel veel Nederlanders hebben hier een vakantiewoning”, zullen Lidewij en Stan daar ’s avonds over zeggen. Extra opzoekwerk leert dat de Morvan met een ernstige ontvolking kampt omdat de jeugd het platteland ontvlucht, op zoek naar werk en kicks in de stad. Vandaar dat er veel panden leeg komen te staan en Nederlandse makelaars in de streek actief zijn om op die manier Nederlanders aan een scherpe prijs een vakantiewoning aan de hand te doen. ’s Avonds blader ik nog wat in toeristische folders en ontdek dat Bibracte één van de toeristische toppers uit de streek is. De restanten van een tweeduizend jaar oud Gallisch dorp zijn opgenomen in de categorie ‘Grand Site de France’. In Autun - de enige stad die naam waardig in de Morvan - kan je zeven toeristische toppers bezoeken met onder andere een antiek openluchttheater van liefst 148 meter diameter dat plaats bood aan twintigduizend toeschouwers. Tussen dat alles vind je in de Morvan ruim tweeduizend kilometer mountainbikepaden, een hele reeks fietsroutes op de weg en onnoemelijk veel wandelpaden. “Aan iedereen die van hieruit gaat wandelen vragen we vooraf welke richting ze uit gaan en wanneer ze denken terug te zullen zijn. Want je verdwaalt hier heel gemakkelijk”, zegt Lidewij als we ’s avonds in de stemmige bar nog een koffie drinken.

Van de boog en het ontspannen

De volgende ochtend gaan we op weg voor een ronde van een kilometer of honderd en al snel begrijp ik waarom je de Morvan best niet onvoorbereid in trekt. Omwille van de onophoudelijke opeenvolging van kleine valleien en heuvelruggen lijkt alles hier verduiveld goed op mekaar. En omdat de weggetjes alle richtingen uit kronkelen, ben je in geen tijd gedesoriënteerd. Voeg daar nog eens het constante klimmen en dalen bij - met vermoeidheid tot gevolg - en je bent al snel een vogel voor de kat. Dik kent gelukkig wel de weg en in het bovenste gedeelte van onze route maken we flink wat hoogtemeters. Over de Mont Dront, langs Anost en Bussy fietsen we op vijftig kilometer tijd ruim duizend hoogtemeters bij mekaar zodat we in een folk-cafeetje in Arleuf (meteen ook het enige café dat geopend is) een dubbele espresso scoren. In de tweede helft van de route passeren we aan het Bibracte park en halen we het groot mes boven om flink vaart te maken tussen de glooiende weiden. Na Saint-Léger-sous-Beuvray trekt het landschap richting La Grande-Verrière helemaal open en heeft de wind vrij spel. Nadat we in de late namiddag in de buurt van Cussy-en-Morvan de vergelijkingstest van de drie budgetvriendelijke klimfietsen fotograferen, schuiven we ’s avonds samen met Stan en Lidewij en Dik en Gerda de beentjes onder tafel. Stan tovert een paar streekgerechten uit zijn koksmuts en de uitbaters van de Auberge de la Chaloire houden de deur vanavond dicht zodat ze met ons mee kunnen tafelen. Ze runnen het hotel met hun tweetjes, maar de boog kan niet altijd gespannen staan.

Gas geven!

Op de ochtend van de derde dag van ons blitzbezoek aan de Morvan willen we - opnieuw onder leiding van Dik - nog snel wat kilometers maken om daarna de terugreis aan te vatten. Deze keer neemt Dik ons mee voor een zestig kilometer lange ronde oostwaarts waarbij we in een grote lus rond Dracy-Saint-Loup fietsen. We krijgen een heel ander beeld van de Morvan want we maken een pak minder hoogtemeters en rijden op bredere wegen langs een eindeloze reeks meren, vijvers en plassen. Met de zon hoog aan de hemel trekt Dik stevig van leer en als we nog een paar keer van hem overnemen inspireert dat de Nederlander (57 jaar, begin mei al bijna zevenduizend fietskilometers op de teller!) om er nog wat extra Watts uit te persen. Zodat we met een gemiddelde van ruim 31 kilometer per uur en de tong tussen onze spaken terug bij de Auberge de la Chaloire uitkomen. Lidewij is met Gerda aan het fietsen, Stan is net terug van de boodschappen in Autun want vanaf deze namiddag moet het hotel weer op volle toeren draaien. Na nog een lekkere pastamaaltijd kunnen we aan de terugrit naar België beginnen.

Zo spectaculair als de Alpen of de Pyreneeën is de Morvan als fietsstreek uiteraard niet, het is en blijft immers een middengebergte. Qua fietsbeleving valt de regio best te vergelijken met de Ardennen, al zijn de wegen van een betere kwaliteit en is de streek nog tien keer rustiger dan de meest verlaten uithoek van de Ardennen. En die rust is precies de grootste troef van de Morvan want je rijdt hier in alle veiligheid je kilometers en hoogtemeters bij mekaar. Het wegennet is ook zo uitgebreid dat je op een kleine oppervlakte toch veel kilometers en hoogtemeters kunt fietsen. Weet wel dat je hier echt voor het fietsen en de rust moet komen want in de bijna uitgestorven dorpjes valt verder weinig of niks te beleven. Wie op doorreis naar het Zuiden, de Alpen of de Pyreneeën een paar dagen in de Morvan wil doorbrengen moet er rekening mee houden dat je vanaf Dijon toch nog anderhalf uur van de noord-zuid route af moet om in La Petite-Verrière te belanden. Dus beter een dagje langer blijven dan om die inspanning maximaal te laten renderen!

Alle info over hotel Auberge de la Chaloire vind je hier.

Tags:

Gerelateerde artikels

dossiers LONG READ: Op de gravelbike naar Straatsburg
26/07/2018 - Bart De Schampheleire

LONG READ: Op de gravelbike naar Straatsburg

Deze zomer zet Belgian Cycling Factory het merk Eddy Merckx opnieuw in de markt. Met bestaande modellen in een nieuwe look én compleet nieuwe fietsen. We haalden een Strasbourg 71 gravelbike op bij de fabrikant in Paal-Beringen en reden er in drie dagen mee van het Grinta! kantoor in Oudenaarde naar Straatsburg. Op zoek naar het echte gravelgevoel. Op zoek naar de kwaliteiten van de Eddy Merckx Strasbourg 71. En op zoek naar de wielerbaan waar de Kannibaal in de Tour van 1971 aartsrivaal Roger De Vlaeminck klopte. Allez hop, en route voor een kilometertje of 570.