100% Getest: Cannondale SuperX Di2

Veldrijden mag dan in de hoogste regionen van de sport nog altijd een onderonsje van Laaglanders zijn, aan de andere kant van de Grote Plas kent het cyclocross een flinke schare aanhangers en worden er verbluffend mooie veldritfietsen gebouwd. Ondanks de vloedgolf aan nieuwe gravelfietsen houden de crossers er goed stand, met de Cannondale SuperX als één van de vaandeldragers.

07/12/2018 - Tekst: Bart De Schampheleire // Foto's: David Stockman

Cannondale stelde de eerste SuperX carbon crossfiets voor op de veldrit van Las Vegas in 2011. Toen was de fiets enkel met cantilever velgremmen beschikbaar (daar rijdt tegenwoordig geen enkele veldrijder nog mee), maar het frame kon wel al rekenen op de SAVE trillingsdempende techniek in de achtertrein. In 2013 arriveerde de SuperX crosser met schijfremmen, al liepen de remleidingen en derailleurkabels bij die eerste versie nog buiten de framebuizen. Vorig jaar volgde dan de meest recente variant van de SuperX, met volledig interne kabelgeleiding. Recht uit de doos is de SuperX Di2 een absolute parel. Officieel heet de kleur ‘Tangerine’, maar schitterend oranje met glanzende ‘flakes’ mag u wat mij betreft ook gebruiken. Komt zo’n botsautokleur op sommige fietsen soms wat patserig of goedkoop over, dan versterkt het oranje de looks van de SuperX Di2 alleen maar. De kleur van de fiets beperkt wel je kledingkeuze want met groene schoenen, een blauw shirt en een rode helm rij je er op deze fiets echt als een clown bij. Ga je voor effen zwart met een accentje oranje (inspiratie in de outfit check onderaan dit verhaal) dan kom je echt wel stijlvol voor de dag op deze topcrosser die 4.599 euro kost. Dat is best een aardig bedrag voor een crossfiets, al moet er meteen bij gezegd dat deze fiets voor wedstrijdgebruik nog slechts enkele minimale upgrades nodig heeft.

Recht uit de doos: een oogverblindende crosser met hoogwaardige onderdelen en een scheutje exotiek.

Met of zonder voorderailleur?

Cannondale geeft voor de complete fiets een gewicht van 8,1 kilogram op en die waarde verschijnt ook als ik de fiets zonder pedalen aan mijn Kern weegschaal ophang. De carbon zadelpen met 25,4 mm diameter wordt zonder strop in het frame geklemd en zoals het een echte crossfiets past is de bovenbuis afgeplat om de fiets stabieler op de schouder te leggen voor het loopwerk. Op de onderbuis en de zitbuis zitten nokken om bidonhouders te monteren, altijd handig voor trainingen op de weg en in het veld. Voor wedstrijdgebruik haal je de standaard bidonhouderschroefjes er af en plak je de schroefdraad dicht met tape, of je monteert schroefjes met lagere koppen. De standaard boutjes hebben nogal lompe koppen en je wil niet dat die aan je shirt blijven haken bij het opgooien of neerzetten van de fiets. Voor alle mogelijke configuraties zijn interne kabelgoten voorzien, de voorderailleurnok is afneembaar voor wie met een 1x aandrijving aan de slag gaat.

Gewaagde keuze van Cannondale: 1x in combinatie met Shimano XT Di2 achterderailleur en Shimano Ultegra Di2 shifters.

Vreemde eend

De Grinta! duurtestfiets is een 1x exemplaar en wel een hele bijzondere want Cannondale koppelt een Hollowgram aluminium crankstel met een direct mount 40T kettingblad aan een 11-34 cassette, een Shimano XT Di2 achterderailleur en een stel Shimano Ultegra Di2 rem/schakelgrepen. Een creatieve set-up die inmiddels wel een beetje achterhaald is sinds Shimano met de Ultegra Di2 RX derailleur op de proppen kwam. De Cannondale-productontwikkelaars hadden op het moment dat ze de SuperX Di2 samenstelden echter weinig keuze want de Ultegra Di2 RX derailleur bestond nog niet en ze hadden een ‘clutch-derailleur’ nodig om een 1x aandrijving feilloos te laten werken. Combineer je een enkel kettingblad met een klassieke achterderailleur (dus zonder de ‘Shadow Plus’ technologie van Shimano waarmee je de spanning op de achterderailleur kunt aanpassen), dan is de kans op een vooraan aflopende ketting veel te groot. De Di2 junction unit hangt onder de stuurpen en borg je best met een extra spanbandje om te voorkomen dat je bij het schouderen van de fiets in het heetst van de strijd de Di2 junction unit los stoot. De Shimano Ultegra Di2 rem/schakelgrepen hebben uiteraard zes knoppen (drie op elke greep: een grote en een kleine op de zijkant van de remgreep + één onder het rubber van de hoods, op de kop van de remgreep), maar op de SuperX Di2 blijven er slechts twee mogelijke schakelacties over: achteraan lichter en achteraan zwaarder schakelen. Cannondale zocht naar een logische oplossing en kwam met het volgende op de proppen: met de linker rem/schakelgreep schakel je achteraan naar een zwaardere versnelling, ongeacht of je de kleine of de grote knop op de Di2 shifter indrukt, met de twee knoppen op de rechter rem/schakelgreep schakel je achteraan lichter. De logica hier is de richting van de beweging: druk je de knoppen op de linker shifter in, dan zet je een beweging naar rechts in en dat is precies de beweging die de ketting dan achteraan volgt (van links naar rechts, naar een kleiner kroontje). Omgekeerd geldt evenzo: druk je de knoppen op de rechter shifter in, dan druk je die knoppen naar links en zal de ketting op de cassette een positieverschuiving naar links inzetten. Standaard worden de twee schakelknoppen bovenop de koppen van de remgrepen niet benut, al kan je ze met de Shimano E-Tube software uiteraard wel programmeren.

Carbon standaard

4.599 euro voor een crosser is niet goedkoop, maar zoals eerder reeds aangegeven krijg je voor je geld ook wel wat. Een stel Cannondale Hollowgram wielen met 35 mm hoge carbon velgen die tubeless ready zijn, bijvoorbeeld. Die worden met 12 mm steekassen in de fiets geklemd en Cannondale legt er standaard de 33 millimeter brede Vittoria Terreno Mix TNT (Tube – No Tube) crossbanden omheen. Omdat de hele achtertrein van de fiets volgens het Ai-principe is opgebouwd (Asymmetric Integration zet de hele aandrijving een tikkeltje naar buiten waardoor de liggende achtervork korter kan worden, in functie van een directere aandrijving) is ook het achterwiel Ai-gespaakt. Wielen met een standaard spaakpatroon passen niet in de fiets, hou er als wedstrijdrijder die tubes verkiest dus rekening mee dat het achterwiel van je wielset voor tubes herspaakt zal moeten worden als je het in de Cannondale SuperX wil gebruiken. Dat 'herspaken' klinkt misschien dramatisch, al valt dat in werkelijkheid best mee. Je hoeft daarvoor geen andere naven te kopen, gewoon de spaakspanning aan de beide zijden aanpassen volstaat en dat klusje heeft een ervaren fietsenmaker in minder dan een kwartiertje achter de rug. Bijkomend voordeel van het Ai-spaakpatroon is dat de spaken minder ‘paraplu’ staan dan bij een klassiek wiel, wat de stijfheid van de achtertrein ten goede komt.

Kuipzetel

Het is met hoge verwachtingen dat ik aan de duurtest van de Cannondale SuperX begin (Grinta! heeft de fiets de hele winter in gebruik, dus je ziet ‘m hier en daar beslist nog opduiken.) en de eerste indrukken zijn heel positief. De zithouding is door de vrij lage voorkant lekker sportief en door het lage gewicht accelereert de Cannondale als een kannonbal. (Sorry, dat woordgrapje moest ik een keer gebruiken.) De zijdelingse stijfheid van de fiets is meer dan dik in orde, minstens even verrassend is de heel comfortabele achtertrein van de fiets. De dunne, bijna lamel-achtige liggende achtervorken leveren in combinatie met de ranke staande achtervork en de dunne carbon zadelpen prima werk. Het Fabric Scoop zadel is voor mij iets te gekuipt zodat ik op lange ritten verplicht wordt om te lang in dezelfde positie te fietsen, het grote voordeel van die licht gekuipte zadelvorm is wel dat je bij het poweren door de modder minder over het zadeldek verschuift. Op de stabiliteit van de fiets aan hogere snelheden valt niks aan te merken en op een bospad met boomwortels kan je zonder handen fietsen zonder het risico te lopen dat je tussen de paddenstoelen en de eekhoorns belandt.

Het ietwat aparte profiel van de Vittoria Terreno Mix mooi in beeld: één centrale noppenrij en één op elke schouder van de band.

Effe wennen

Voor het pure crosswerk zal ik mij de komende weken echter nog door een aanpassingsperiode moeten fietsen en wel om de volgende redenen. Ten eerste is er de Di2 aandrijving en de manier waarop de schakelknoppen georganiseerd zijn. Want ik snap de logica achter de bediening van de achterderailleur wel, toch betrap ik mij er nog op dat ik met mijn hartslag boven het omslagpunt en mijn tong tussen de spaken te vaak verkeerd schakel. De combinatie van het 40T kettingblad met de 11-34 cassette is voor de wedstrijdrijder ook een ‘no go’ omdat de stappen tussen de verschillende versnellingen te groot zijn. Een 40T in combinatie met een 11-28 cassette zou beter zijn. Jammer trouwens dat op een fiets uit deze prijsklasse nog een cassette uit de Shimano 105 groep zit, net zoals de twee 160 mm remschijven van de SLX mountainbikegroep komen. Maar goed, ook in deze prijsklasse moet een fabrikant hier en daar een beetje de broeksriem aanspannen. Het tweede waaraan ik moet wennen zijn de Vittoria Terreno Mix banden waarvan de drie rijen noppen (één centrale rij en één rij op elk van de zijkanten) nogal ver uit mekaar staan waardoor de band in de bocht een beetje doorvalt als hij van de centrale noppenrij naar de zijnoppen moet overschakelen. In de Vlaamse prut blijft de grip ook een beetje achter, dus die tubeless rubbers (wel soepel!) worden straks verwisseld voor banden met een wat grover profiel. Waar ik evenwel nog het meeste moet aan wennen is het stuurgedrag van de fiets op de pure cross-secties: snel tussen de boompjes of rond weidepaaltjes slalommen. Voor zijn off-road fietsen is Cannondale aanhanger van wat ze zelf de ‘outfront-geometrie’ hebben gedoopt. Om een fiets te krijgen die stabiliteit op hoge snelheid koppelt aan een wendbare voortrein, werkt Cannondale met een luiere balhoofdhoek gekoppeld aan meer vorksprong en een kortere naloop. Hoewel ik op de Cannondale-mountainbikes honderd procent overtuigd ben van die ingreep op de geometrie, vergt het op een crossfiets meer aanpassing. Een 100% sluitende verklaring heb ik daar niet voor, al heb ik een donkerbruin bemodderd vermoeden dat de breedte van het stuur hierin een rol speel. Want op een mountainbike heb je een breed stuur met een grote hefboom ter beschikking om de fiets van richting te doen veranderen terwijl je het op een crossfiets met een krom stuurtje van 42 cm moet zien te rooien. In snelle draaien en keren zones voel ik mezelf meer ‘werken’ op de fiets dan op pakweg een Canyon Inflite, een Ridley X-Night of een Stevens Super Prestige en door de matige grip van de Vittoria Terreno is het extra uitkijken van wat de voorkant van de fiets met je input gaat doen.

(Voorlopige) conclusie

Voor een definitieve conclusie is het hier nog veel te vroeg, daarvoor wil ik liever de komende maanden afwachten. Want de basis van de SuperX Di2 is beslist OK, maar ik wil nog uitvlooien in welke mate ik aan de fiets en zijn bijzonderheden kan wennen. De herprogrammering van de Di2 knoppenwinkel wordt een hersenbrekertje, de plaatsing van andere banden is een zekerheid. Daarna melden we ons weer. Alle details van de fiets vind je op de site van Cannondale.

Outfit check

Helm: Lazer Z1 - Bril: 100% Speedcraft -  Jacket: Sportful Fiandre Strato Wind -  Broek: Sportful Fiandre NoRain Bibtights - Sokken: DeFeet Aireator - Handschoenen: Grip Grab (oud model, niet meer in gamma) - Schoenen: Gaerne G. Kobra Plus

Filmpje!

Benieuwd naar wat de Outfront geometrie precies inhoudt? Cannondale marketing director Murray Washburn legt het uit in dit filmpje. (Engels gesproken, geen ondertitels.)

Tags:

Gerelateerde artikels