100% Getest: Wahoo Kickr, Kickr Headwind en Kickr Climb

Het wielerseizoen zit er op, tijd om op een efficiënte en plezante manier het volgende seizoen voor te bereiden. Niet altijd evident als het buiten nat, koud en donker is. Wij haalden een Wahoo Kickr met een aantal accessoires in huis om te kijken wat indoor allemaal kan.

11/11/2018 - Tekst: Redactie

Wahoo is er in een paar jaar tijd in geslaagd om een prominente plaats op de markt van indoor trainingstoestellen te veroveren. Deels met dank aan de steile opmars van online platformen zoals Zwift, Trainerroad, Rouvy en Fulgaz kon Wahoo die snelle groei realiseren. Wij gingen met de Kickr direct drive trainer aan de slag en testten in één moeite ook de Headwind ventilator en de Climb voorwielsteun die de positie van de fiets aan de hellingsgraad van de virtuele weg aanpast.

Weinig gedoe met Wahoo

Heb je een oud Fiat Vijfhondertje, dan zal je al flink moeten proppen om de volledige setup thuis te krijgen en ook thuis moet je voldoende ruimte voorzien om de hele installatie te plaatsen. Centraal wordt je fietsframe vooraan in de Climb en achteraan in de Kickr gemonteerd met daar voor komt de Headwind unit: best een flinke opstelling. Van zodra je alles begint uit te pakken wijst het allemaal zichzelf uit. Je hoeft de toestellen slechts aan elkaar te koppelen en je kan starten. Dat koppelen gaat zeer makkelijk via Bluetooth en met de Wahoo Fitness app. Geen problemen ondervonden. Je installeert de app op je mobiele telefoon of tablet en dan connecteert deze meteen met de toestellen die op netstroom aangesloten zijn. De app controleert alle aanwezige software op de laatste updates en is heel gebruiksvriendelijk. Gewoon lezen en uitvoeren wat er staat. Vermoedelijk ligt daar al een eerste verklaring voor het succes van de Wahoo producten: weinig gedoe en snel aan de slag kunnen. Je wil niet net voor je training geconfronteerd worden met verbindingen die niet lukken of updates waarbij het steeds fout loopt.

Op naar New York

Indoor trainen blijft voor mij een moeilijk verhaal wanneer ik enkel cijfertjes kan zien. Ik beslis dus al snel om de virtuele wereld in te gaan. Via Zwift kan ik meteen beginnen en heb ik toch een (iets) beter gevoel dan als ik enkel naar snelheids- en vermogenscijfers zit te staren. Sinds kort heeft Zwift er een nieuw parcours bij. Na de routes op Watopia, Londen en Richmond kan je sinds kort ook fietsen in New York City. Nadat de applicatie is opgestart en mijn Wahoo setup is ingeschakeld kunnen alle toestellen en sensoren meteen verbinding maken met Zwift. Nog geen twee minuten later ben ik al aan het fietsen in New York. Tijd om te testen.

Ziet er niet meteen uit als een ventilator, is het wel. Zelfs een hele speciale (en een dure ook).

Laat maar waaien

Wat me meteen opvalt is dat fietsen met de Headwind een aangename verrassing is. Ik fiets al enkele jaren op de rollen met een klassieke ventilator, maar de Headwind is zoveel meer. De Headwind kan je op de grond plaatsen, maar evengoed op een tafel. De achterzijde is voorzien van uitschuifbare pootjes zodat hij ook stabiel op tafel gezet kan worden. Wanneer je de Headwind aanzet, kan je kiezen of je hem op je snelheid of je hartslag laat reageren of hem manueel aanpast. Gelinkt aan je snelheid blaast de ventilator harder als je sneller fietst, koppel je de Headwind aan je hartslag dan zal hij harder blazen als je hartslag bij een zwaardere inspanning oploopt. Je kan de Headwind ook aansturen met de Wahoo Fitness App en dus manueel kiezen hoe hard hij moet blazen. De Headwind is zo ontwikkeld dat hij voor optimale koeling (max 48 km/u windsnelheid) zorgt wanneer je op de fiets zit. Net daar zit het grote verschil met een klassieke ventilator die overal en nergens blaast. Het tweede voordeel is het automatisch aanpassen van de kracht waarmee hij blaast. Vroeger had ik heb bij het begin van mijn training meestal te koud omdat de ventilator al op volle toeren draaide. Met de Headwind kan je rustig starten met een aangename bries en wanneer je begint te klimmen zorgt hij voor extra verkoeling. Het enige nadeel is dat wanneer je voluit bent gegaan en je volop aan het zweten bent, je bij een volgend rustig blokje minder wind zal opvangen omdat je hartslag aan het zakken is. Dit zal je bij een klassieke ventilator niet hebben, deze blijft je koelen ook al is de hartslag gezakt. Met andere woorden: de Headwind heeft wel een aantal voordelen ten opzichte van de klassieke ventilator, maar hij heeft ook zijn prijskaartje. 229,99 voor een (slimme) ventilator blijft een flinke investering.

Dankzij de Kickr Climb kan je nu ook effectief bergop en bergaf rijden in huis. Links: op vlakke weg. Rechts: stevig aan het klimmen.

Klimmen doe je zo

Wahoo heeft altijd al de ambitie uitgesproken om de ultieme indoor fietsbeleving te willen aanbieden en met de Climb voorwielsteun komen ze weer een stapje dichter bij dat doel. De Climb is een zeer leuke toevoeging aan hun gamma waardoor je nog realistischer indoor kan fietsen. De Kickr Climb wordt draadloos gekoppeld aan de Wahoo Kickr met één eenvoudige klik. Je fiets monteren en dan kan je echt gaan klimmen. De voorvork van je fiets kan op en neer bewegen (maximaal 20% naar omhoog en maximaal 10% naar beneden) om zo het parcours dat je aan het fietsen bent zo realistisch mogelijk simuleren. Daar waar je enkele jaren geleden nog je volledige fiets op je indoor trainer moest zetten, is het nu enkel nog het frame dat overblijft. Het achterwiel heb je al een tijdje niet meer nodig (de Wahoo Kickr is een direct drive fietstrainer, het type indoor trainingstoestel dat de voorbije jaren enorm aan populariteit won) en met de Kickr Climb is ook het voorwiel overbodig geworden. De Kickr Climb wordt geleverd met verschillende adapters (snelsluiting, 12 x 100, 15 x 100, 15 x 110) zodat ook schijfremfietsen en mountainbikes met Boost inbouwbreedte gebruikt kunnen worden op de Climb. Ik gebruik de Climb met de klassieke snelspanner die meegeleverd wordt. Dat is dan ook het enige wat je moet installeren en dus kan je snel aan je training beginnen. De Climb verbinden met de Wahoo Kickr gaat heel simpel: drie seconden op de grootste knop van de afstandsbediening drukken en deze dichtbij de trainer houden tot het witte lichtje gaat knipperen, meer is het niet. Wanneer het witte LEDje volledig begint te branden is de Climb verbonden met de Kickr en kan je beginnen. Let op dat de Climb in unlock mode staat. Is dat niet het geval (dit zag ik in eerste instantie over het hoofd), dan zal je de Climb enkel op en neer kunnen bewegen met de afstandsbediening. Deze is trouwens verbonden met een geïntegreerde kabel die in en uit de Climb getrokken kan worden. De afstandsbediening kan je ook op het stuur monteren, maar wanneer je met een third party app zoals Zwift werkt, heb je die niet nodig want dan is het zoveel leuker om hem automatisch te laten aanpassen (in unlock mode uiteraard). Het grote voordeel van de Climb is dat je vanaf nu ook indoor je klimspieren moet aanspreken. De efficiëntie van je indoortraining wordt nog vergroot omdat je meerdere spiergroepen moet gebruiken. Nog even meegeven dat de Climb enkel werkt met de Kickr Smart Trainers vanaf 2017 en de Kickr SNAP als je automatisch de hellingshoek wil laten aanpassen. De Climb is dus zeker een toegevoegde waarde voor de indoortrainer. Je kan er zeer gericht mee trainen en de positie die je aanneemt leunt zeer dicht aan bij de fietshouding die je outdoor hebt. De Kickr Climb kost 549,99 euro en is dus zeker geen goedkope aanvulling voor de Wahoo Kickr, maar de fun-factor van het indoorfietsen wordt er wel mee verhoogd.

Let's Kickr some ass!

De Wahoo Kickr is het topmodel van een al bij al beperkt gamma want Wahoo heeft slechts twee direct drive indoor trainers en één zogeheten ‘wheel-on trainer’ in het aanbod. De Kickr kan een maximaal wattage van 2.200 Watt aan weerstand genereren en zit in dezelfde prijsklasse als de Tacx Neo en de Elite Drivo. De Wahoo Kickr is in vergelijking met sommige andere toestellen zeer makkelijk in gebruik. De doos uitpakken en je hoeft geen extra handelingen meer te doen behalve de poten uitklappen en in hoogte aanpassen (kwestie dat alles stabiel staat) en de juiste adapter monteren. Je kan er meteen mee aan de slag, daar waar je bij andere merken nog iets moet in elkaar schroeven of een cassette moet monteren. Met de Wahoo Kickr hoef je dat niet te doen. De cassette is meteen meegeleverd en geïnstalleerd (de Wahoo body is compatibel met 9, 10 en 11 speed cassettes van Sram en Shimano). Wahoo levert er verschillende adapters bij en een cadanssensor. Die cadanssensor is meteen een groot verschil met de Elite Drivo die ik zelf gebruik. Daar wordt de cadans doorgegeven door de trainer zelf. Iets wat bij Wahoo niet werkt. Bij de Kickr moet je gebruik maken van de cadanssensor om je cadans te kunnen zien tijdens een training. Het laatste wat ik moet doen voor ik kan fietsen is de juiste adapter kiezen. Je hebt keuze uit 130/135mm QR, 12 x 142 mm, en 12 x148 mm. Eens dat gebeurd is en de set up klaar staat, kan je de Wahoo aansluiten op de netstroom. De Wahoo Kickr werkt volgens ANT+ en Bluetooth smart protocol. Je kan er dus zowel je bluetooth apparaten (bijvoorbeeld je GSM) als je ANT+ hartslagband aan koppelen. De Kickr is compatibel met iOS, Android, Mac en Windows computers. Een hele resem dus waardoor iedereen kan trainen met de direct drive smart trainer. De Wahoo Kickr kan je in twee modi zetten. Enerzijds ERG-mode anderzijds simulatiemode. Bij de ERG mode stel je vooraf een bepaald wattage in en dan hoef je niet te schakelen omdat de trainer zelf het wattage regelt. Bij de simulatiemode ga je fietsen zoals op de weg. Je krijg een realistisch beeld omdat je zelf moet schakelen. Wanneer je met Rouvy, FulGaz of Zwift een helling oprijdt, zal je moeten schakelen omdat het gewoonweg zwaarder wordt. Deze modi kan je makkelijk instellen via de Wahoo Fitness App. Met de app kan je het toestel ook telkens van de laatste update voorzien en je kan er ook zelf mee trainen mocht je niet kiezen voor een extern programma van het genre Zwift of Trainerroad. Eens alles goed staat, kan je beginnen fietsen.

Zwaarder

De nieuwe Kickr is voorzien van een iets groter en zwaarder vliegwiel (7,25 kg) dan zijn voorganger, in functie van een realistischer fietsgevoel en minder geluid. En dat geluid valt effectief heel goed mee. Uiteraard hoor je dat je aan het fietsen bent, maar dat heb je met iedere trainer. Wat vooral in de klankkast van het vliegwiel speelt, is het draaien van de cassette en de ketting. De trainer op zich maakt dus weinig lawaai, tenzij je constant 400 watt zou duwen. De Wahoo zelf is bij normaal gebruik vrij stil en daar kunnen je huisgenoten maar wat blij mee zijn wanneer je ’s avonds een uurtje indoor traint. Fietsen op de Wahoo is zeer aangenaam. Het is een zeer realistische trainer met een groot gebruiksgemak. Eenvoudig te connecteren met diverse toestellen en met een aangenaam fietsgevoel. Ik rij voornamelijk op Zwift en merk (als ik de waarden vergelijk met die van mijn vermogensmeter) dat de accuraatheid van de trainer er best mag zijn. De 2% die Wahoo zelf aangeeft blijkt wel degelijk te kloppen, wat blijkt uit de cijfers na een uurtje trainen. Mijn vermogensmeter geeft een gemiddelde van 204 Watt aan terwijl de trainer op 207 Watt uitkomt.

Conclusie

De meerwaarde in een Wahoo Kickr zit hem vooral in het totaalpakket. De trainer zelf vraagt weinig tijd om klaar te zetten. Je krijgt hem geleverd met de cassette gemonteerd en Wahoo heeft een aantal merkeigen gadgets om het indoor fietsen realistischer te maken zodat je niet afhankelijk bent van producten van andere fabrikanten (met alle mogelijke communicatiefouten van dien). 1.199,99 euro is flink wat geld (vergelijkbaar weliswaar met zijn directe concurrenten), maar de Wahoo doet het op verschillende vlakken net iets beter dan de concurrentie, bijvoorbeeld op vlak van communicatie met ANT+ én Bluetooth. Heb je wat minder geld op je bankrekening, dan is het goed om te weten dat Wahoo zijn aanbod deze zomer uitbreidde met de 799,99 euro kostende Kickr Core.

Alle producten van Wahoo vind je hier.

Tags:

Gerelateerde artikels