Riding in the dark

Het zijn donkere tijden. Figuurlijk door corona, maar ook gewoon letterlijk. Wie een fulltime job wil combineren met buiten fietsen, moet dezer dagen soms wat creatief en niet te kieskeurig zijn. Om ook ’s winters kilometers weg te malen, is elk ritje goed. ‘Even if we’re just riding in the dark.’

10/01/2021 - Tekst: Bart Vandermaelen

Eén van de meest memorabele ritten die ik op de valreep in 2020 nog maakte, was een ommetje richting Koppenberg. Dwars door mijn eigen streek, de Vlaamse Ardennen. Een regio waar ik na honderden, misschien wel een paar duizend ritten, ongeveer elke steen en put in de weg wel ken. Een traject dat ik haast met de ogen dicht kan afhandelen. Niks speciaal zou je dus denken. En toch…

Samen met een paar fietsmakkers reed ik in het pikdonker naar de potenbreker en terug. We kozen er een droge decemberavond uit om de daad bij het woord te voegen. In onze Messenger-groep ging er nogal wat gepalaver aan vooraf. Over de materiaalkeuze, kledij, wie welk soort verlichting monteert… Heerlijk. Het voelde alsof we een avontuurtje aan het voorbereiden waren, terwijl we eigenlijk 80 kilometer in onze achtertuin gingen fietsen.

Corona made me do it

Fietsen in het donker doen we uiteraard allemaal weleens. Maar opzettelijk met de racefiets, mountainbike of gravelbike pas na zonsondergang van wal steken voor een ferme rit, dat concept is toch vrij nieuw voor mij. Tijdens de voorgaande winters hield ik op weekavonden de conditie op peil op de rollen of de wielerpiste. Ik fietste ook één keer per week naar het werk, zo’n 80 km heen en terug. Het was de ideale aanvulling op mijn wekelijkse lange rit in het weekend. Maar nu thuiswerk de norm is geworden en ook de deuren van de piste al een tijdje gesloten blijven, schieten enkel de rollen nog over. En laat dat nu net de subdiscipline zijn die me het minste genot schenkt. Een noodzakelijk kwaad, zeker bij gebrek aan Zwift-abonnement of ander ongein. Maar dit najaar moest ik een paar krachtige fietslichten uitproberen voor de wintertesten van Grinta! en sindsdien ben ik verkocht.

De coronalockdowns zorgden ervoor dat we ons avontuur een stuk dichter bij huis moesten zoeken. Wel: ’s avonds en ’s nachts over de wegen denderen die ik overdag beu ben gezien, kan mijn ontdekkingsdrang enigszins kietelen.

Bewust in het hier en nu

Telkens wanneer ik na 20 uur nog vertrek voor een duistere tocht, verklaart mijn vrouw me gek en vraagt ze zich luidop af wat daar nu in godsnaam plezant aan is. Handig dat je tijdens een nachtelijk ritje tijd hebt om over zo’n vragen even na te denken. Er zijn veel minder visuele en auditieve prikkels die je kunnen afleiden van wat je aan het doen bent en je beleeft alles bewuster. De focus gaat automatisch meer naar het hier en nu. Ik rij, dus ik ben.

Plaatsen die je door en door dacht te kennen, zien er ’s nachts zo rustig en vreedzaam uit in de oranje gloed van de straatlantaarns. En ook de rijsensaties zijn helemaal anders. Je lijkt altijd een stukje sneller te zijn dan overdag. Tot je thuiskomt en je data op Strava checkt. Gemiddeld 27 per uur? Het leek eerder 32. Je bent automatisch wat voorzichtiger en dus ook onvermijdelijk trager. Maar het mooie is: het maakt eigenlijk helemaal niks uit. Noppes, nada. Jij bent een bikkel die buiten fietst op een moment dat iedereen in zijn zetel of – in het beste geval – in Watopia zit. Hoe snel of hoe traag je ook bent: deze kilometers zijn van goudwaarde. Is het niet voor je conditie, dan wel voor je ego.

Fietsen, mountainbike, gravelen als de nacht is gevallen: ik kan het werkelijk iedereen aanraden. Probeer het ook eens! Investeer in een goed setje fietslichten en zichtbare kledij en ga eens op pad onder de sterrenhemel. Je krijgt er geen spijt van.

En de Koppenberg?

Ook de ‘Koppenberg by night’ is werkelijk een unieke ervaring. Eens je de kasseien aanvat en de laatste huizen van Melden achter je laat, stopt ook de straatverlichting. Het lijkt alsof je een aardedonkere tunnel inrijdt. Maar wel een tunnel die venijnig naar boven knikt in plaats van naar beneden. Beetje bij beetje vernauwt je universum zich tot jou en de luttele meters kasseien voor je fietslamp. Verder is er niets, enkel melkzuur dat zich in crescendo meester maakt van je dijen.

Dit smaakt naar meer. Misschien is een nachtelijke verkenning van de Ronde van Vlaanderen weleens een originele uitdaging?